Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132453 nr. 5

32 453 Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enige andere wetten in verband met het afschaffen van specifiek interbestuurlijk toezicht (Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 11 oktober 2010

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoud

Blz.

1. Inleiding

1

2. WWB en kabinetsstandpunt Oosting

2

3. Gevolgen voor de taak van IWI in de wet SUWI

3

4. Informatie-arrangement

3

1. Inleiding

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen. Zij menen met de regering dat het wetsvoorstel bijdraagt aan een effectiever optreden van de overheid als geheel en het aansluit bij de wens om niet onnodig in te grijpen in de beleidsvrijheid van decentrale overheden. Om die reden delen de leden van de CDA-fractie het standpunt dat het rapport van de commissie Oosting waarmee deze weg is ingeslagen zeer waardevol is. De leden van de CDA-fractie hebben aanleiding gezien tot het stellen van enkele vragen, welke in dit verslag zijn opgenomen.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel waarbij het specifiek interbestuurlijk toezicht in de WWB en Wet SUWI wordt afgeschaft. Er kan volgens de regering bij ernstige tekortkomingen worden volstaan met generieke instrumenten. De vragen van deze leden over het voorliggende wetsvoorstel zijn opgenomen in dit verslag.

2. WWB en kabinetsstandpunt Oosting

De leden van de CDA-fractie constateren dat de Raad van State (Raad) stelt dat er geen reden is die rechtvaardigt om naast de bevoegdheid tot indeplaatsstelling, ook de bevoegdheid te handhaven van de aanwijzing. De dreiging van ingrijpen via de bevoegdheid tot indeplaatsstelling, zal evenzeer haar preventief effect hebben volgens de Raad. Is de regering met de Raad van mening dat de maatregel indeplaatsstelling een «evenzeer preventief effect» heeft vergeleken met de aanwijzingsprocedure? In hoeveel gevallen is onvoldoende gevolg gegeven door gemeenten aan de aanwijzing en is als gevolg daarvan een financiële maatregel opgelegd? Waarom beoordeelt de regering dat het college van burgemeester en wethouders een aanwijzing meer op haar waarde zal schatten dan een generieke maatregel?

In de toelichting van de regering op het advies van de Raad staat dat ingeval van een foutieve toekenning van bijzondere bijstand door gemeenten, er geen sprake is van taakverwaarlozing. Daarom kan het generieke instrument indeplaatsstelling hier niet worden toegepast. Deelt de regering de kritiek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) dat het hier gaat om een semantische kwestie? Kan het begrip taakverwaarlozing ook opgevat worden als het niet correct toepassen van de regelgeving?

De leden van de CDA-fractie zouden graag een reactie ontvangen op de kritiek van de VNG dat gemeenten in de gelegenheid gesteld moeten worden om de tekort schietende prestaties te verbeteren. Is het juist dat gemeenten bij ontbrekende informatie bij de accountantscontrole op de sisa-bijlage geen mogelijkheid hebben om ontbrekende informatie na te leveren en zij te maken krijgen met (onherroepelijke) financiële maatregelen? Kan de regering aangeven hoe vaak dit de afgelopen jaren is voorgekomen? Kan de regering aangeven in hoeverre de generieke maatregel en de aanwijzingsprocedure de gemeenten een mogelijkheid biedt om de situatie te verbeteren, zonder geconfronteerd te worden met financiële consequenties?

De leden van de SP-fractie vragen hoe vaak er vanaf 2004 gebruik is gemaakt van het specifieke interbestuurlijke toezichtinstrumentarium. Hoe vaak is er sinds 2004 een aanwijzing gegeven aan een gemeente vanwege ernstige tekortkomingen in de WWB, de kleine inkomensvoorzieningen en de WSW en op welke onderwerpen? Hoe vaak is er door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een financiële maatregel aan gemeenten opgelegd vanwege ernstige tekortkomingen in de uitvoeringspraktijk van de WWB, de kleine inkomensvoorzieningen of de WSW? Hoeveel hebben de financiële maatregelen in de loop der jaren opgeleverd? Kunnen de in het verleden opgelegde aanwijzingen en financiële maatregelen ook met de generieke instrumenten worden opgelegd?

Wat voor een soort besluiten of situaties zijn volgens de regering aanleiding om te komen tot een interventie in het kader van interbestuurlijk toezicht? Zijn er besluiten of situaties denkbaar die wel voor een interventie van interbestuurlijk toezicht in aanmerking komen, maar die niet met de generieke instrumenten kunnen worden geïntervenieerd? Kan de regering dit toelichten?

Hoe kijkt de regering aan tegen de stelling van de Raad dat de handhaving van de aanwijzingsbevoegdheid naast de bevoegdheid tot indeplaatsstelling opmerkelijk te noemen is?

3. Gevolgen voor de taak van IWI in de wet SUWI

De leden van de CDA-fractie constateren dat met dit wetsvoorstel een aantal toezichttaken voor de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) zullen vervallen. Kan de regering aangeven in hoeverre wordt gewaarborgd dat zicht wordt gehouden op het resultaat van de gemeentelijke inspanningen en de centraal gestelde doelen. Welke rol speelt de IWI hierbij?

Uitgaande van het schrappen van de toezichtstaken van de IWI, levert dit wetsvoorstel een besparing in de kosten op? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? De leden van de SP-fractie vragen hierop een reactie van de regering.

4. Informatie-arrangement

De leden van de CDA-fractie merken op dat in de memorie van toelichting staat dat met het onderhavig wetsvoorstel geen nieuwe informatieplicht aan gemeenten wordt opgelegd, maar de bestaande informatie-arrangementen aangepast worden aan het kabinetsstandpunt Oosting. Betekent dit dat de informatiedruk voor gemeenten gelijk blijft en kan de regering dit onderbouwen?

Wat is het verschil tussen het systematisch toezichtinformatie verschaffen op grond van de huidige bepalingen en de systematische informatieverstrekking in verband met generiek toezicht op grond van de algemene bepalingen in de Gemeentewet, vragen de leden van de SP-fractie. Welke toezichtinformatie gaan gemeenten op grond van de nieuwe bepaling in de gemeentewet verschaffen? Wat zijn de consequenties voor de informatievoorziening aan de Kamer van dit wetsvoorstel?

De fungerend voorzitter van de commissie,

Van Gent

Adjunct-griffier van de commissie,

Santucci


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Gent, W. van (GL), Fng voorzitter, Hamer, M.I. (PvdA), Blok, S.A. (VVD), Aptroot, Ch.B. (VVD), Smeets, P.E. (PvdA), Hijum, Y.J. van (CDA), Koşer Kaya, F. (D66), Ulenbelt, P. (SP), Ortega-Martijn, C.A. (CU), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Koppejan, A.J. (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Spekman, J.L. (PvdA), Vermeij, R.A. (PvdA), Thieme, M.L. (PvdD), Fritsma, S.R. (PVV), Karabulut, S. (SP), Dijkstra, P.A. (D66), Dijkgraaf, E. (SGP), Hennis-Plasschaert, J.A. (VVD), Azmani, M. (VVD), Jong, L.W.E. de (PVV) en Klaver, J.F. (GL).

Plv. leden: Voortman, L.G.J. (GL), Heijnen, P.M.M. (PvdA), Krom, P. de (VVD), Burg, B.I. van der (VVD), Klijnsma, J. (PvdA), Smilde, M.C.A. (CDA), Ham, B. van der (D66), Kooiman, C.J.E. (SP), Vacature, CU (), Uitslag, A.S. (CDA), Toorenburg, M.M. van (CDA), Dille, W.R. (PVV), Çelik, M. (PvdA), Dijsselbloem, J.R.V.A. (PvdA), Ouwehand, E. (PvdD), Gerbrands, K. (PVV), Irrgang, E. (SP), Verhoeven, K. (D66), Staaij, C.G. van der (SGP), Dezentjé Hamming-Bluemink, I. (VVD), Venrooy-van Ark, T. (VVD), Klaveren, J.J. van (PVV) en Sap, J.C.M. (GL).