Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2014
Bij de toetreding van Sint Eustatius als bijzondere gemeente van Nederland is in goed
overleg met de toenmalige bestuurders van de openbare lichamen besloten het taalregime
te handhaven dat gold ten tijde van de Nederlandse Antillen. Een belangrijke overweging
daarbij was de bestuurlijke afspraak om bij de transitie zo min mogelijk af te wijken
van de bestaande situatie op de eilanden. Voor Sint Eustatius betekent dit dat in
het primair onderwijs wordt uitgegaan van de instructietalen Engels en Nederlands,
met een gelijkwaardige status. In het voortgezet onderwijs is Nederlands de instructie-
en examentaal en wordt de Nederlandse examenstructuur gehanteerd.
In 2012 heeft de Inspectie van het Onderwijs aangegeven dat het feit dat voor het
merendeel van de leerlingen de instructietaal niet de moedertaal is, een extra opgave
voor scholen en leerlingen betekent. De toenmalige gedeputeerde van onderwijs van
Sint Eustatius heeft gepleit voor een onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid
van het overgaan naar Engels als instructietaal in het primair onderwijs en voortgezet
onderwijs, omdat dit de thuistaal is van de overgrote meerderheid van de leerlingen.
Uit de gesprekken die destijds met belanghebbenden op het eiland zijn gevoerd bleken
de meningen over de wenselijkheid van Engels dan wel Nederlands als instructietaal,
verdeeld te zijn. Met als uitgangspunt dat het belang van de leerlingen voorop staat,
is in opdracht van de bewindslieden van OCW en het eilandbestuur van Sint Eustatius
onderzoek verricht naar de instructietaal.
De eerste fase van het onderzoek is in 2013 uitgevoerd. De onderzoekers constateerden
dat vrijwel iedereen op Sint Eustatius wil dat leerlingen zowel het Engels als het
Nederlands goed leren beheersen. Voortzetting van het huidige taalregime, zou volgens
de onderzoekers echter een toenemende negatieve impact hebben op de academische prestaties
van de leerlingen. Zij stelden vast dat de leerlingen in het huidige systeem «gedoemd»
zijn te falen. Op basis van deze bevindingen hebben de onderzoekers gepleit voor Engels
als de enige instructietaal met Nederlands als sterke vreemde taal, die al op zeer
jonge leeftijd wordt aangeboden.
In de tweede fase van het onderzoek is, voortbouwend op de uitkomsten van het eerste
fase, door een ander onderzoeksteam de haalbaarheid van verschillende opties voor
het taalregime onderzocht. De onderzoekers komen tot de conclusie dat het advies om
de leerlingen op Sint Eustatius les te geven in het Engels met Nederlands als sterke
vreemde taal, de meest aangewezen optie is. Continuering van het huidige instructietaalregime
met aanpassingen in bijvoorbeeld de lestijden en het lesmateriaal, wijzen zij als
niet realiseerbaar af. Ook stellen zij vast dat de omstandigheden die noodzakelijk
zijn om tweetalig onderwijs te laten slagen, op Sint Eustatius in onvoldoende mate
aanwezig zijn.
De beide onderzoeksteams geven aan dat uit hun contacten ter plaatse blijkt, dat er
inmiddels ruime steun onder de bevolking is voor het overgaan naar Engels als instructietaal
met Nederlands als sterke vreemde taal. De eilandsraad van Sint Eustatius heeft dit
door een op 8 mei jl. aangenomen motie onderstreept.
Op 19 juni jl. heb ik met de gedeputeerde van Sint Eustatius over deze adviezen gesproken.
Op basis van het uitvoerige onderzoek dat is verricht concluderen wij dat de leerlingen
op Sint Eustatius het meest gebaat zijn bij Engels als instructie-taal en Nederlands
als sterke vreemde taal. Iedere andere optie zal ertoe leiden dat de leerlingen tekort
zullen worden gedaan en de onderwijsresultaten onvoldoende zullen blijven. Onze conclusie
en de overige aanbevelingen uit het haalbaarheidsonderzoek worden in de week van 23 juni
aanstaande besproken met de betrokkenen op Sint Eustatius. Eventuele wijzigingen in
het taalregime zullen immers door hen moeten worden gedragen. Een overgang naar het
Engels als instructietaal is een ingrijpende keuze die van alle betrokkenen op het
eiland en ook van OCW een forse inzet zal vragen.
Na de zomer zal ik u nader informeren over mijn definitieve besluitvorming ten aanzien
van de overige aanbevelingen uit het haalbaarheidsonderzoek1. Tevens zal ik toelichten op welke wijze ik het transitietraject naar Engels als
de instructietaal2 in het onderwijs op Sint Eustatius wil inrichten.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker