32 419 Tweede aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland - B (Tweede Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba - B)

Nr. 13 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID RECOURT TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 11

Ontvangen 16 november 2010

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel D, wordt in artikel 10.9 na artikel 27 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27a. Vrijstelling en vertrek van een openbaar lichaam

Bij vertrek uit een openbaar lichaam is een leerplichtige jongere die afwezig zal zijn gedurende de tijd dat er onderwijs wordt gegeven, in het bezit van een verklaring waaruit blijkt dat:

  • a. hem vrijstelling, ontheffing of verlof is verleend als bedoeld in deze wet, of

  • b. hij zich heeft uitgeschreven uit het bevolkingsregister teneinde zich buiten het desbetreffende openbaar lichaam te vestigen.

II

In artikel I, onderdeel D, wordt in artikel 10.9 na artikel 29 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 29a. Controle op naleving leerplicht door door Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaren

  • 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 28 kunnen door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aan te wijzen ambtenaren, indien er ernstige twijfel bestaat of er wordt voldaan aan de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, bij vertrek van een openbaar lichaam van een jongere op wie artikel 6 of 11 van toepassing is, eisen dat deze de verklaring, bedoeld in artikel 27a, toont.

  • 2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, belet de jongere die niet over de in het eerste lid bedoelde verklaring beschikt, de toegang tot luchtvaartuigen of schepen.

  • 3. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, stelt de ambtenaar, bedoeld in artikel 28, zo spoedig mogelijk in kennis van een beslissing als bedoeld in het tweede lid.

Toelichting

Met dit amendement wordt beoogd een bijdrage te leveren aan het oplossen van bestaande problemen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba met betrekking tot schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten.

De toetreding van de eilanden als openbare lichamen tot het Nederlandse staatsbestel heeft er niet toe geleid dat deze problemen zijn opgelost.

De door de regering voorgestelde versoepeling van de regelgeving op dit terrein ligt op dit moment dan ook niet voor de hand.

Met dit amendement wordt artikel 6a van de Leerplichtlandsverordening van de Nederlandse Antillen grotendeels overgenomen, waardoor de bepalingen die erin zijn opgenomen van kracht blijven op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Dit is in lijn met het uitgangspunt van de staatkundige hervorming om de Nederlands-Antilliaanse wetgeving de eerste vijf jaar na de transitie zo veel mogelijk te handhaven.

Artikel 29a bevat materieel de inhoud van artikel 6a van de Leerplichtlandsverordening, zij het in een afgezwakte vorm: waar genoemd artikel 6a bepaalde dat in alle omstandigheden een vrijstelling werd getoond, is dit nu beperkt tot de gevallen waarin ernstige twijfel bestaat of de Leerplichtwet BES wel wordt nageleefd. Zo zal deze controle aan het begin van een vakantieperiode niet hoeven te worden uitgevoerd. Evenmin behoeft de directeur van de school aan het begin van iedere vakantie aan alle leerlingen een verklaring af te geven dat zij tijdens die vakantie het openbaar lichaam mogen verlaten.

De door de Minister van Veiligheid en Justitie aan te wijzen ambtenaren betreft het personeel van de Koninklijke Marechaussee.

Ingeval de Koninklijke Marechaussee op bijvoorbeeld het vliegveld een leerplichtige jongere aantreft die niet over de bedoelde verklaring beschikt, wordt de leerplichtambtenaar daarvan op hoogte gebracht.

Artikel 27a bevat de bepaling dat een leerplichtige jongere ingeval van afwezigheid buiten bijvoorbeeld een schoolvakantie, over een verklaring moet beschikken dat hij geen onderwijs hoeft te volgen. Niet is voorgeschreven wie deze verklaring verstrekt, zodat hier enige speelruimte wordt geboden. In de regel zal de directeur van de school of instelling deze verklaring afgeven, maar dit kan ook een medewerker van de burgerlijke stand zijn.

Recourt

Naar boven