Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 februari 2016
Bijgaand treft u de elfde voortgangsrapportage (VGR-11) aan waarin voor het Programma
Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) wordt gerapporteerd over de periode 1 juli 2014 tot
1 november 20151.
In de verslagperiode is een aantal belangrijke mijlpalen bereikt. Met het afgeven
van een realisatiebeschikking aan ProRail voor de aanleg van een onderdoorgang in
Veenendaal (Klompersteeg) die twee bestaande gelijkvloerse overwegen zal vervangen
is een vijfde PHS project in realisatie genomen. Eerder werd de Diezebrug bij Den
Bosch gerealiseerd en eind 2016 wordt het Doorstroomstation Utrecht (DSSU) opgeleverd.
Bij OV SAAL middellange termijn is het project Naarden-Bussum in realisatie genomen.
Daarnaast wordt het pakket korte termijnmaatregelen OV SAAL in december 2016 in gebruik
genomen.
De belangrijkste resultaten bij de projecten die nog in de planstudiefase zitten zijn
de ondertekening van bestuursovereenkomsten met de provincie Noord-Brabant en de gemeenten
Vught en Boxtel over de verdiepte ligging van het spoor door Vught, de aanleg van
de goederenboog bij Meeteren en het schrappen van twee overwegen bij Boxtel. Ook zijn
bestuursovereenkomsten getekend met de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Delft
en Rijswijk over het vervangen van een overweg (Rijswijk) en de aanleg van een fiets/voetgangerstunnel
(station Delft Zuid). In het kader van lopende planologische procedures is het tracébesluit
genomen over DSSU en is er een ontwerp tracébesluit genomen over Rijswijk – Delft
Zuid, waarbij ook een MER is uitgebracht. Bestuurlijk is overeenstemming bereikt met
de gemeente Geldermalsen over de aanpassingen en uitbreiding van het emplacement waarbij
het al lopende project voor het vrijleggen van de Merwede-Lingelijn is samengevoegd
met PHS.
Een zorgpunt betreft de financiële stand van zaken bij het programma. In eerdere voortgangsrapportages
(vanaf VGR-6 d.d. 10 oktober 2011, Kamerstuk 32 404, nr. 55) is uw kamer gemeld dat er sprake is van een door het kabinet Rutte I opgelegde taakstelling
op PHS die nog ingepast moet worden. Bij de begroting van 2016 is uw Kamer geïnformeerd
over een negatief effect van € 84 miljoen als gevolg van een begrotingstechnische
aanpassing. Eind 2015 is door ProRail een actualisatie gemaakt van de ramingen voor
alle PHS maatregelen. Uit dit totaaloverzicht blijkt dat er sprake is van een substantieel
potentieel tekort. Maatregelen zijn daarom noodzakelijk.
De oorzaken van het potentiële tekort liggen voor het overgrote deel niet in hogere
kostenramingen van PHS projecten. Het oorspronkelijke idee voor de in 2011 door het
kabinet Rutte I opgelegde taakstelling op het PHS budget (€ 194 miljoen PHS en € 45
miljoen OV-SAAL, zie VGR-6 van 10 oktober 2011, Kamerstuk 32 404, nr.55) was om deze in te passen door de opbrengsten van de vereenvoudiging van het omgevingsrecht,
het meer gebruik maken van publiek private samenwerking en minder bovenwettelijke
inpassingsmaatregelen. Dit is echter niet mogelijk gebleken waardoor de taakstelling
alsnog op een andere wijze moet worden ingepast.
Daarnaast heeft de omzetting van de leenfaciliteit voor PHS in een verhoging van het
budget in de begroting als effect dat de rente en aflossingsbetalingen door IenM nu
binnen de looptijd van het infrastructuurfonds (tot en met 2028) moeten worden ingepast2. Dit kost het programma € 84 miljoen. Hierover bent u bij de begroting 2016 geïnformeerd.
Naast bovenstaande oorzaken zijn er binnen PHS bijstellingen van kostenramingen geweest,
zowel stijgingen als dalingen.
Binnen het programma is een eerste pakket aan besparingen geïdentificeerd. Komende
maanden wordt in beeld gebracht welke extra besparingen mogelijk zijn. Hiervoor is
onderzoek door ProRail en overleg met NS en de goederenvervoerders nodig. Om meer
zekerheid te krijgen over de exacte omvang van het potentiële tekort en de besparingsmogelijkheden
zal ik de cijfers extern laten valideren. Ook zal ik de auditdienst Rijk vragen te
onderzoeken of extra maatregelen nodig zijn om de financiële beheersing van PHS te
verbeteren.
De doelstelling van PHS is de capaciteit en kwaliteit van het spoor verbeteren door
stapsgewijs hogere frequenties op de drukste spoortrajecten mogelijk te maken en hiermee
het groeiende reizigers- en goederenvervoer te faciliteren. PHS is van groot belang
voor het toekomstbestendig maken van ons spoorwegnetwerk. Deze zomer zijn de resultaten
van de externe validatie en het onderzoek van de auditdienst Rijk beschikbaar op basis
waarvan ik zal besluiten hoe het potentiële tekort moet worden opgelost. Ik zal uw
Kamer hierover na de zomer informeren.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
S.A.M. Dijksma