Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201732399 nr. 39

32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Nr. 39 VIERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 21 december 2016

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1:1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d wordt «bestuur van de raad voor de rechtsbijstand» vervangen door: bestuur van de raad voor rechtsbijstand.

2. In onderdeel p wordt «de Wet kwaliteit, klachten en geschillen van zorg» vervangen door: de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

3. In onderdeel t wordt «de zorgmachtiging of crisismaatregel» vervangen door: de crisismaatregel, observatiemaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging.

B

Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden:

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bouwkundige eisen worden gesteld aan de accommodatie, tenzij deze behoort tot een instelling als bedoeld in de Wet forensische zorg.

C

In artikel 1:3, achtste lid, wordt «een mentor» vervangen door: een mentorschap.

D

In artikel 1:7, eerste lid, vervalt: , bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand,.

E

Artikel 1:8 komt te luiden:

1. Bij de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van verplichte zorg wordt betrokkene in een voor hem begrijpelijke taal geïnformeerd.

2. Voor zover de uitvoering van de verplichte zorg leidt tot vrijheidsbeneming heeft betrokkene, indien hij de Nederlandse taal niet beheerst, recht op bijstand van een tolk.

F

Artikel 1:9 vervalt.

G

Artikel 2:1, zesde lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. acuut levensgevaar voor betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

H

In artikel 2:2, eerste lid, wordt na «verplichte zorg,» ingevoegd: met uitzondering van de verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:1, tweede lid,.

I

In artikel 2:4, eerste lid, wordt «artikel 3:1, onderdelen a, b en c,» vervangen door «artikel 3:1, eerste lid, onderdelen a, b en c,» en wordt na «verleend» een komma ingevoegd.

J

Artikel 3:1, eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. crisismaatregel.

K

In artikel 3:2, tweede lid, worden de onderdelen h tot en met k vervangen door:

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

j. opnemen in een accommodatie;

k. in een accommodatie uitvoeren van onderzoek ter uitvoering van een observatiemaatregel;

l. ontnemen van de vrijheid van betrokkene door hem over te brengen naar een plaats die geschikt is voor tijdelijk verblijf als bedoeld in artikel 7:3, derde lid, of artikel 7A:1, vierde lid.

L

In artikel 3:3, aanhef, wordt na «verplichte zorg» ingevoegd: als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid,.

M

Artikel 3:4, onderdeel c, komt te luiden:

c. onderzoek naar de geestelijke gezondheid van betrokkene uit te voeren om te bezien of ernstig nadeel aanwezig is,.

N

In artikel 5:2, zesde lid, wordt «De aanvraag, bedoeld in het vijfde lid,» vervangen door «De aanvraag, bedoeld in het derde of vijfde lid,» en wordt «artikel 6:12, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht» vervangen door: artikel 6:12, tweede lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht.

O

In artikel 5:3 wordt «artikel 1, eerste lid, onder o,» vervangen door: artikel 1.1, eerste lid, onderdeel o,.

P

Artikel 5:5 wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste lid wordt «de mededeling, bedoeld in artikel 5:4, tweede lid, onderdeel a» vervangen door: de informatie, bedoeld in artikel 5:4, tweede lid, onderdeel a.

Q

In artikel 5:8, eerste lid, wordt na «de actuele gezondheidstoestand van betrokkene» ingevoegd: en of uit het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit.

R

In artikel 5:13, vierde lid, wordt «Het kenbaar maken van de zienswijze gebeurt zo mogelijk,» vervangen door: Het kenbaar maken van de zienswijzen gebeurt, zo mogelijk,.

S

In artikel 5:17, derde lid, onderdeel g, wordt na «Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen» ingevoegd: en de Penitentiaire beginselenwet.

T

In artikel 5:18, derde lid, wordt «en de zorgkaart» vervangen door: en het zorgplan alsmede de zorgkaart.

U

Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 6:1, tweede lid, wordt «begeeft de rechter zich daartoe naar de woon- of verblijfplaats van betrokkene» vervangen door: begeeft de rechter zich daartoe, vergezeld door de griffier, naar de woon- of verblijfplaats van betrokkene.

2. In het negende lid komt de eerste volzin te luiden:

Kosten van door de rechter opgeroepen getuigen en deskundigen komen ten laste van de Staat.

3. Het tiende lid komt te luiden:

10. In aanvulling op hetgeen uit deze wet voortvloeit, zijn de regels inzake de verzoekprocedure uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. Artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing op de verzoekprocedure, bedoeld in deze wet, en zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6. In zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6, is in afwijking van het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 269 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

V

Artikel 6:2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «artikel 5:17, eerste lid» vervangen door: artikel 5:17, eerste lid, en artikel 5:18, derde lid.

2. In het eerste lid, onderdeel d, vervalt «5:18, derde lid,».

3. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «vier weken» vervangen door: drie weken.

4. In het vierde lid vervalt «op grond van het Wetboek van Strafvordering of het Wetboek van Strafrecht».

W

Artikel 6:4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 3:4, onderdelen b tot en met e» vervangen door: artikel 3:4, onderdelen b, d tot en met f.

2. In het vijfde lid wordt «Ook indien» vervangen door «Indien», wordt «de artikelen 7, eerste en derde lid, 16a tot en met 17, 42, vijfde lid en 44,» vervangen door «de artikelen 7, eerste en derde lid, 42, vijfde lid, en 44,» en vervalt «overeenkomstige».

3. In het zevende lid, onderdeel d, wordt na «de ouders» ingevoegd: van een minderjarige betrokkene.

X

In artikel 6:5, onderdeel a, wordt «onderdelen b, c d en e,» vervangen door: onderdelen b, d, e en f,.

Y

Artikel 7:1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «verplichte zorg» vervangen door: zorg.

2. In het zesde lid wordt «Onze minister» vervangen door: Onze Minister.

Z

Artikel 7:2, tweede lid, komt te luiden:

2. De burgemeester zendt onverwijld een afschrift van zijn beslissing tot het nemen van een crisismaatregel en de afgegeven medische verklaring aan betrokkene, de advocaat, de geneesheer-directeur, de inspectie, de officier van justitie en voor zover aanwezig de vertegenwoordiger en de gezinsvoogdijwerker.

AA

Artikel 7:6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, wordt «vijfde lid, eerste volzin,» vervangen door: vijfde lid, eerste en tweede volzin,.

2. In het vierde lid wordt «beroepsschrift» vervangen door: beroepschrift.

3. In het zesde lid wordt na «van» ingevoegd: de.

BB

Artikel 7:8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, wordt «vijfde lid, eerste volzin,» vervangen door: vijfde lid, eerste en tweede volzin,.

2. In het vierde lid wordt in onderdeel d na «de ouders» ingevoegd: van een minderjarige betrokkene.

CC

Artikel 7:11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid, eerste volzin, komt te luiden:

Bij het verzoekschrift voegt de officier van justitie een medische verklaring als bedoeld in artikel 5:8 en de gegevens, bedoeld in artikel 5:17, tweede lid, derde lid, met uitzondering van onderdeel d, vierde lid, en zesde lid.

2. Het zesde lid komt te luiden:

6. De bepalingen uit hoofdstuk 5 zijn van overeenkomstige toepassing, behoudens de artikelen 5:1 tot en met 5:6, 5:10, 5:11, 5:16 tot en met 5:19.

DD

Artikel 7A:1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede «teneinde betrokkene op te doen nemen in een accommodatie».

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. De observatiemaatregel strekt uitsluitend tot opname van betrokkene in een accommodatie ten behoeve van onderzoek naar de aard van de psychische stoornis en of die stoornis ernstig nadeel doet veroorzaken.

3. Het derde lid komt te luiden:

3. Bij het nemen van een observatiemaatregel, is artikel 7:1, tweede tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing.

4. In het vierde lid wordt «Artikel 7:3, tweede, vierde zesde en zevende lid,» vervangen door: Artikel 7:3, tweede, vierde, zesde en zevende lid.

EE

In artikel 7A:2, eerste lid, onderdeel c, wordt «artikel 7A:6» vervangen door: artikel 7A:7.

FF

Artikel 7A:7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, wordt «vijfde lid, eerste volzin,» vervangen door: vijfde lid, eerste en tweede volzin,.

2. In het vierde lid wordt «beroepsschrift» vervangen door: beroepschrift.

GG

Artikel 8:2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt na «de tenuitvoerlegging van de crisismaatregel,» ingevoegd: de observatiemaatregel,.

2. In het tweede lid wordt «artikel 8:1, vierde en vijfde lid,» vervangen door «artikel 8:1, vijfde lid, en wordt na «de tenuitvoerlegging van de crisismaatregel,» ingevoegd: de observatiemaatregel,.

HH

In de aanduiding van Paragraaf 1 van hoofdstuk 8 wordt na «Tenuitvoerlegging» ingevoegd: en uitvoering.

II

Artikel 8:4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel m, wordt «artikel 5:10, 7:1, 7:6, 7A:1 of 8:19» vervangen door: artikel 5:8, 7:1, 7:11, 7A:1 of 8:19.

2. Het eerste lid, onderdeel q, komt te luiden:

q. het plan, bedoeld in artikel 5:5, eerste lid;.

3. In het eerste lid, onderdeel h, wordt «geen overeenstemming is» vervangen door: geen overeenstemming.

3. In het eerste lid, onderdeel r, wordt «onderdeel g, p of q» vervangen door: onderdeel f, p of q.

4. In het tweede lid wordt «artikel 8:29, tweede eerste lid», vervangen door: artikel 8:29.

JJ

Artikel 8:6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

KK

Artikel 8:7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. De zorgaanbieder is verplicht ter uitvoering van een observatiemaatregel betrokkene in een accommodatie op te nemen en te onderzoeken.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. Een zorgaanbieder verleent aan betrokkene slechts verplichte zorg als bedoeld in de crisismaatregel, de observatiemaatregel, de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of de zorgmachtiging tegen overlegging van een afschrift van respectievelijk de crisismaatregel, de observatiemaatregel, de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of de zorgmachtiging

LL

Artikel 8:9, vierde en vijfde lid, komen te luiden:

4. Indien verplichte zorg anders dan strekkende tot opname in een accommodatie, op grond van een crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging wordt toegepast, legt de zorgverantwoordelijke, onverminderd het bepaalde in artikel 1:5, na overleg met de vertegenwoordiger, schriftelijk vast in het dossier, bedoeld in artikel 8:4, met vermelding van de datum en het tijdstip, of:

a. betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, en

b. er een acuut levensgevaar dreigt voor betrokkene dan wel er een aanzienlijk risico is voor een ander op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

5. De zorgaanbieder, geneesheer-directeur en zorgverantwoordelijke leggen geen beperkingen op in het contact van betrokkene met de vertegenwoordiger, de inspectie of de justitiële autoriteiten.

MM

In de aanduiding van Paragraaf 3 van hoofdstuk 8 wordt «onvoorziene situaties» vervangen door: noodsituaties.

NN

Artikel 8:12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

4. Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat de tijdelijke verplichte zorg na de in het eerste lid bedoelde periode moet worden voortgezet, kan hij daartoe uitsluitend beslissen indien een door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging door de geneesheer-directeur, vergezeld van zijn advies daarover, bij de officier van justitie is ingediend.

2. Het zevende lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. de officier van justitie besluit geen verzoekschrift in te dienen en dit aan de geneesheer-directeur heeft meegedeeld.

3. In het zevende lid, onderdeel b, wordt «artikel 6:2, eerste lid, onderdeel c» vervangen door: artikel 6:2, eerste lid, onderdeel d.

4. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

8. Indien betrokkene op grond van artikel 8:11 in een instelling als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, of artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg wordt opgenomen, zijn voor de duur van die opname de artikelen 7, eerste en derde lid, 42, vijfde lid, en 44, alsmede de hoofdstukken V, VI en VII van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden van toepassing.

OO

Artikel 8:16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, komt te luiden:

2. De geneesheer-directeur deelt zijn beslissing op grond van het eerste lid schriftelijk en gemotiveerd aan betrokkene mee en zendt een afschrift van de beslissing aan de vertegenwoordiger en de officier van justitie.

2. In het derde lid wordt na «geen» ingevoegd: ambtshalve beslissing of.

3. Het vierde lid komt te luiden:

4. Indien de geneesheer-directeur ambtshalve een beslissing neemt of instemt met de aanvraag zendt hij een afschrift van de beslissing aan de:

a. betrokken zorgaanbieders,

b. zorgverantwoordelijke,

c. vertegenwoordiger,

d. officier van justitie,

e. griffie van de rechtbank, indien een machtiging tot verlenging van de crisismaatregel of zorgmachtiging voor betrokkene is afgegeven,

f. burgemeester, indien een crisismaatregel of observatiemaatregel is genomen, en

g. inspectie.

5. Na het vijfde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

6. Indien de geneesheer-directeur een ambtshalve of instemmende beslissing neemt als bedoeld in het eerste lid tot toewijzing van een andere zorgverantwoordelijke, draagt de eerder aangewezen zorgverantwoordelijke ervoor zorg dat het dossier, bedoeld in artikel 8:4, ter beschikking komt van de nieuw aangewezen zorgverantwoordelijke. Indien de geneesheer-directeur een ambtshalve of instemmende beslissing neemt als bedoeld in het eerste lid tot toewijzing van een andere zorgaanbieder, draagt de eerder aangewezen zorgaanbieder ervoor zorg dat de gegevens, bedoeld in artikel 8:24, eerste lid, ter beschikking komen van de nieuw aangewezen zorgaanbieder.

7. In de situatie, bedoeld in het zesde lid, tweede volzin, informeert de nieuw aangewezen zorgaanbieder zo spoedig mogelijk de eerder aangewezen zorgaanbieder indien de verplichte zorg op grond van een crisismaatregel, machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging, dan wel de uitvoering van het onderzoek op grond van de observatiemaatregel, wordt beëindigd.

PP

Artikel 8:17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zesde lid wordt voor «schriftelijk» ingevoegd: uiterlijk binnen vier dagen na de beslissing.

2. In het zevende lid wordt «zorgmachtiging» vervangen door: machtiging tot verlenging van de crisismaatregel of zorgmachtiging.

3. In het negende lid wordt na de volzin een zin toegevoegd, luidende:

Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing.

QQ

Artikel 8:18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «het criterium voor de observatiemaatregel» vervangen door: de criteria voor de observatiemaatregel, bedoeld in artikel 7A:1, eerste lid.

2. In het derde lid vervalt «als bedoeld in de artikelen 7:7, 7:9, 5:18 of 5:19».

3. In het vierde lid wordt «en betrokkene op grond van de eerder afgegeven medische verklaring ernstig nadeel voor een ander oplevert» vervangen door: en betrokkene blijkens de eerder afgegeven medische verklaring ernstig nadeel voor een ander veroorzaakt.

4. In het vijfde lid wordt «de artikelen 7:1, 5:18 of 5:19» vervangen door: de artikelen 7:1, 5:17, 5:18 of 5:19.

5. In het zesde lid wordt «artikel 2.3 van de Wet forensische zorg» vervangen door «artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg» en wordt «artikel 2.3, onder 3,» vervangen door: artikel 2.3, eerste lid, onder 3, van die wet,.

6. In het elfde lid wordt «het zevende lid» vervangen door: het tiende lid.

7. In het vijftiende lid wordt voor «schriftelijk» ingevoegd: uiterlijk binnen vier dagen na de beslissing.

RR

Artikel 8:19 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt in de tweede volzin na «betrokkene» ingevoegd: en overlegt deze aan de officier van justitie.

2. In het derde lid, onderdeel b, wordt «voorzien van de beoordeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, bedoeld in artikel 8:18, vierde lid.» vervangen door: voorzien van de beslissing van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, bedoeld in artikel 8:18, zevende lid,.

3. Het derde lid, onderdeel c, komt te luiden:

c. een afschrift van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel respectievelijk zorgmachtiging,.

4. In het negende lid, onderdeel g, wordt «artikel 8:18,» vervangen door: artikel 8:18, eerste lid;.

SS

In hoofdstuk 8 komt de aanduiding «§ 6. Gegevensverwerking» te luiden:

Paragraaf 6 Gegevensverwerking

TT

Artikel 8:23 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel j komt te luiden:

j. medische verklaringen als bedoeld in artikel 5:8, 7:1, 7:11, 8:18 en 8:19;.

2. In onderdeel k wordt «adviezen» vervangen door: bevindingen.

UU

De artikelen 8:24 en 8:25 komen te luiden:

Artikel 8:24

1. De zorgaanbieder zorgt ten behoeve van de uitvoering van deze wet en het toezicht door de inspectie voor het digitaal beschikbaar zijn van de volgende gegevens:

a. de namen van betrokkene, de zorgverantwoordelijke en de geneesheer-directeur;

b. de zelfbindingsverklaring;

c. de vorm van de aan betrokkene verleende verplichte zorg;

d. de noodzaak van de verplichte zorg;

e. de begin- en einddatum van de vorm van de verplichte zorg;

f. de duur en frequentie van de verplichte zorg;

g. de zorgmachtiging;

h. de crisismaatregel en machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel;

i. de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel op grond van artikel 7:3;

j. de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een onvoorziene situatie op grond van artikel 8:11;

k. de observatiemaatregel;

l. de beslissing tot het ontnemen van de vrijheid voorafgaand aan een observatiemaatregel, bedoeld in artikel 7A:1, vierde lid;

m. de beslissingen van de geneesheer-directeur op de aanvragen voor tijdelijke onderbreking of beëindiging van een zorgmachtiging op grond van de artikelen 8:17 of 8:18;

n. de beslissingen van de rechter op verzoekschriften voor beëindiging van een zorgmachtiging op grond van artikel 8:19;

o. de beslissingen van de strafrechter op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg waaruit blijkt of iemand is opgenomen met een nog geldende justitiële titel op grond van het Wetboek van Strafrecht.

2. De zorgaanbieder verstrekt ten minste eens per zes maanden aan de inspectie een digitaal overzicht van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat deze gegevens in plaats van aan de inspectie op een bij of krachtens die maatregel aangewezen wijze verstrekt worden aan en verwerkt worden door een door Onze Minister aan te wijzen instantie.

Artikel 8:25

1. De zorgaanbieder verstrekt ten minste eens per zes maanden aan de inspectie een door het bestuur van de zorgaanbieder ondertekende analyse over de verplichte zorg die door hem in die periode is verleend.

2. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de inhoud en de wijze van verstrekken van de analyse.

VV

In artikel 8:26, eerste en tweede lid, wordt «de arts, bedoeld in artikel 5:8,» vervangen door: de psychiater.

WW

Artikel 8:28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «artikel 8:34 en artikel 2:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht» vervangen door: artikel 8:34 en van artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. In onderdeel a wordt «Het onderzoek» vervangen door: het onderzoek.

XX

In artikel 8:30, vijfde lid, wordt na de volzin een zin ingevoegd, luidende:

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat deze gegevens in plaats van aan Onze Minister op een bij of krachtens die maatregel aangewezen wijze verstrekt worden aan en verwerkt worden door een door Onze Minister aan te wijzen instantie.

YY

Artikel 8:32 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 8:23, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en e» vervangen door: artikel 8:23, onderdelen a, b, c, d en e,.

2. In het tweede lid wordt «artikel 8:23, eerste lid, onderdelen f, g en h,» vervangen door: artikel 8:23, onderdelen f, g en h,.

3. Het derde lid komt te luiden:

3. Het openbaar ministerie bewaart de aanvragen, de medische verklaringen, bevindingen, beslissingen en zelfbindingsverklaringen, bedoeld in artikel 8:23, onderdelen i tot en met m, gedurende één jaar, te rekenen vanaf respectievelijk het tijdstip waarop de officier van justitie besluit geen verzoekschrift voor een zorgmachtiging in te dienen dan wel vanaf het moment van verkrijging van de bedoelde gegevens.

4. In het vierde lid wordt na «het tijdstip waarop de crisismaatregel,» ingevoegd: de observatiemaatregel,.

ZZ

Artikel 8:33, tweede lid, komt te luiden:

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 8:32 worden vanaf vijf jaar na de beëindiging van de crisismaatregel, de voortzetting van de crisismaatregel, de observatiemaatregel, de zorgmachtiging of de verplichte zorg, bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, eerste volzin, de gegevens binnen drie maanden vernietigd indien betrokkene daartoe verzoekt, tenzij:

a. redelijkerwijs aannemelijk is dat bewaring van de gegevens van aanmerkelijk belang is voor een ander dan betrokkene, of

b. het bij de wet bepaalde zich tegen vernietiging verzet.

AB

In het opschrift van hoofdstuk 9 en paragraaf 1 wordt «justitiële titel» vervangen door: strafrechtelijke titel.

AC

In artikel 9:8, eerste lid, wordt de zinsnede «, die door de patiënt in het ziekenhuis als gevolg van de stoornis van de geestvermogens wordt veroorzaakt,» vervangen door «, die door betrokkene in de accommodatie als gevolg van de psychische stoornis wordt veroorzaakt,» en wordt «ernstige schade» vervangen door: ernstig nadeel.

AD

In artikel 9:9, tweede en derde lid, wordt «de voor de behandeling verantwoordelijke persoon» telkens vervangen door: de zorgverantwoordelijke.

AE

In artikel 10:1, tweede lid, wordt «de Wet kwaliteit, klachten en geschillen van zorg» vervangen door: de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

AF

Artikel 10:2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid vervalt de tweede zin.

2. In het vierde lid, wordt na «regels» ingevoegd: gesteld.

AG

Artikel 10:3 komt te luiden:

Betrokkene, de vertegenwoordiger of een nabestaande van betrokkene kan een schriftelijke en gemotiveerde klacht indienen bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van artikel:

a. 1:5;

b. 4:1, tweede lid;

c. 7:3, met uitzondering van klachten betreffende de ambtenaar van politie;

d. 8:4;

e. 8:7;

f. 8:9;

g. 8:11;

h. 8:12;

i. 8:13;

j. 8:14;

k. 8:15;

l. 8:16, eerste, tweede en derde lid;

m. 8:17;

n. 8:18, tiende en veertiende lid;

o. 8:20;

p. 8:21;

q. 8:34, met uitzondering van klachten betreffende de officier van justitie, de rechter, de psychiater, bedoeld in artikel 5:7, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders;

r. 9:3;

s. 9:4;

t. 9:5;

u. 9:6;

v. 9:7;

w. 9:8;

x. 9:9.

AH

In artikel 10:6, tweede lid, wordt «of als zodanig» vervangen door: als zodanig.

AI

In artikel 10:7, tweede lid, wordt «De termijn voor het indien van een verzoekschrift bedraagt binnen zes weken» vervangen door: De termijn voor het indienen van een verzoekschrift bedraagt zes weken.

AJ

Artikel 10:12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 7A, vierde lid,» vervangen door: artikel 7A:1, vierde lid,.

2. In het derde lid wordt na «door» ingevoegd: de.

AK

Artikel 11:1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. het opstellen van een zelfbindingsverklaring of het opstellen, evalueren en actualiseren van een zorgkaart of zorgplan;.

2. In het derde lid, onderdeel a, wordt «hoofdstuk 9, paragraaf 3,» vervangen door: hoofdstuk 9, paragraaf 1,.

AL

Artikel 13:3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «doet aangifte van» vervangen door: meldt.

2. In het vijfde lid wordt «de aangifte» vervangen door: de melding.

AM

Artikel 13:4, eerste en tweede lid, komen te luiden:

1. Onze Minister kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33.500 opleggen ter zake van overtreding van regels gesteld bij of krachtens artikel:

a. 1:2, eerste lid;

b. 1:3, vierde lid;

c. 1:4, vijfde lid;

d. 1:5;

e. 2:2;

f. 2:3;

g. 2:4;

h. 5:4, tweede lid;

i. 5:13;

j. 7:3, met uitzondering van het vierde lid, onderdeel d, vijfde, zesde en zevende lid;

k. 7A:1, vierde lid, met uitzondering van de van overeenkomstige toepasselijkheid van artikel 7:3, vierde lid, onderdeel d, en vijfde lid;

l. 7A:6;

m. 8:3;

n. 8:4;

o. 8:7;

p. 8:8;

q. 8:9;

r. 8:11;

s. 8:12;

t. 8:13;

u. 8:14;

v. 8:15;

w. 8:16, tweede tot en met vijfde lid;

x. 8:17, tweede en zesde lid;

y. 8:18, eerste tot en met zesde, achtste, negende, elfde, twaalfde, en vijftiende lid;

z. 8:19, tweede lid;

aa. 8:20, vierde lid;

bb. 8:21, eerste en derde lid;

cc. 8:24;

dd. 8:25;

ee. 8:26;

ff. 8:27;

gg. 8:29, wat betreft de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke;

hh. 8:33 wat betreft de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur;

ii. 8:34, met uitzondering van de officier van justitie, de rechter, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders;

jj. 9:2;

kk. 9:3;

ll. 9:4;

mm. 9:5;

nn. 9:6;

oo. 9:7;

pp. 9:8;

qq. 9:9;

rr. 9:10, eerste lid;

ss. 10:2;

tt. 11:1, eerste lid;

uu. 11:2;

vv. 11:3

ww. 12:1;

xx. 12:2;

yy. 12:3;

zz. 13:2, eerste lid;

ab. 13:3.

2. Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van regels gesteld bij of krachtens artikel:

a. 1:2, derde lid;

b. 2:2;

c. 2:3, eerste lid;

d. 8:6;

e. 8:7, eerste en tweede lid;

f. 8:22, tweede lid;

g. 8:24;

h. 8:25;

i. 8:30, tweede en vijfde lid;

j. 9:4;

k. 9:10, eerste lid, wat betreft overtreding van regels gesteld bij of krachtens de artikelen 8:24 en 8:25;

l. 10:1;

m. 10:2, vierde lid;

n. 13:1, derde, vierde, vijfde en zesde lid.

AN

In artikel 13:5, tweede lid, wordt «twee jaar» vervangen door: drie jaar.

AO

Artikel 13:7 vervalt.

AP

In artikel 14:1 wordt (in artikel 1 van bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht) «artikel 5:2 en 13:4» vervangen door: de artikelen 5:2 en 13:4.

AQ

Artikel 14:3 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef van artikel 14:3 komt te luiden:

Indien het bij koninklijke boodschap van 30 juni 2009 ingediende voorstel van wet, houdende regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapten cliënten; Kamerstukken 31 996) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

2. Onderdeel A wordt als volgt gewijzigd:

a. In subonderdeel b wordt «het indicatieorgaan» vervangen door: het CIZ.

b. Subonderdeel h komt te luiden:

h. In het eerste lid worden na onderdeel i, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:

j. inspectie: Inspectie voor de Gezondheidszorg van het Staatstoezicht op de volksgezondheid;

k. nabestaande: nabestaande als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;

l. Wlz-uitvoerder: Wlz-uitvoerder als bedoeld in de Wet langdurige zorg.

c. In subonderdeel j wordt «vierde lid» vervangen door «derde lid» en wordt de aanduiding «4.» vervangen door: 3.

d. Subonderdeel k komt te luiden:

k. Het vierde en vijfde lid vervallen, onder vernummering van het zesde tot en met het negende lid, tot vierde tot en met zevende lid.

e. In subonderdeel l wordt «Het zesde en zevende lid (nieuw) komen te luiden» vervangen door «Het vijfde en zesde lid (nieuw) komen te luiden», wordt de aanduiding «6.» gewijzigd in «5.» en wordt de aanduiding «7.» gewijzigd in: 6.

3. In onderdeel D, komt subonderdeel b te luiden:

b. In het tweede lid wordt de zinsnede «Voor zover in deze wet bevoegdheden worden toegekend aan een vertegenwoordiger, heeft hij die bevoegdheden slechts voor zover een daartoe deskundige, niet zijnde de bij de zorg betrokken arts» vervangen door: Een vertegenwoordiger treedt slechts op namens de cliënt voor zover hij een taak heeft als wettelijk vertegenwoordiger of voor zover een daartoe deskundige, niet zijnde de bij de zorg betrokken arts.

4. Onderdeel E wordt als volgt gewijzigd:

a. Het zesde lid van artikel 3a vervalt.

b. Onder vernummering van het derde tot en met het vijfde lid, tot het vierde tot en met het zesde lid, wordt in artikel 3a een lid ingevoegd luidende:

3. In afwijking van het tweede lid geldt voor een cliënt die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt dat er sprake is van:

a. instemming, indien de vertegenwoordiger instemt;

b. verzet, indien de vertegenwoordiger zich verzet.

c. In het vierde lid (nieuw) van artikel 3a, wordt na «dat er sprake is van» een dubbele punt geplaatst.

5. In onderdeel G komt artikel 4a te luiden:

Artikel 4a

1. In aanvulling op hetgeen uit deze wet voortvloeit, zijn de regels inzake de verzoekprocedure uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. Artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing op de verzoekprocedure, bedoeld in deze wet, en zaken betreffende hoofdstuk 3, paragraaf 2.4. In zaken betreffende hoofdstuk 3, paragraaf 2.4, is in afwijking van het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 269 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.

2. Kosten van door de rechter opgeroepen getuigen en deskundigen komen ten laste van de Staat.

3. Bij de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van het zorgplan of opname en verblijf in een accommodatie op grond van hoofdstuk 3, wordt de cliënt in een voor hem begrijpelijke taal geïnformeerd.

4. Voor zover de uitvoering van de onvrijwillige zorg of de opname leidt tot vrijheidsbeneming heeft de cliënt, indien hij de Nederlandse taal niet beheerst, recht op bijstand van een tolk.

6. Aan onderdeel L wordt na subonderdeel b een subonderdeel toegevoegd, luidende:

c. In het tiende lid wordt «zevende lid» vervangen door «vierde lid, onder f» en «derde tot en met zesde lid» wordt vervangen door: derde tot en met negende lid.

7. Onderdeel M komt te luiden:

M

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. de cliënt of de vertegenwoordiger zich verzet tegen het opnemen van bepaalde zorg in het zorgplan, of.

b. In het tweede lid wordt de zinsnede «Indien in de situatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, binnen 3 maanden na afloop van de termijn in het zorgplan, nog geen advies van een externe deskundige heeft kunnen plaatsvinden» gewijzigd in: Na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

c. In het derde lid wordt «zevende en achtste lid» vervangen door: achtste lid.

8. In onderdeel Q wordt in subonderdeel e «In afwijking van het eerste en tweede lid» vervangen door: In afwijking van het eerste, tweede en vierde lid.

9. Onderdeel S wordt als volgt gewijzigd:

a. Na subonderdeel a wordt een subonderdeel ingevoegd, luidende:

a1. De aanhef van het tweede lid komt te luiden:

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 454 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, bevat het dossier:.

b. Na subonderdeel b wordt een lid ingevoegd, luidende:

b1. In het tweede lid, onderdeel e, wordt «artikel 10, derde lid, artikel 11, eerste lid» vervangen door: artikel 10, derde en vierde lid.

c. In subonderdeel c wordt «artikel 18b, eerste lid» vervangen door: artikel 18c, eerste lid.

10. Onderdeel T komt te luiden:

T

Artikel 17 komt te luiden:

Artikel 17

1. De zorgaanbieder zorgt ten behoeve van het toezicht door de inspectie voor het digitaal beschikbaar zijn van in ieder geval de volgende gegevens:

a. de vorm van de aan de cliënt verleende onvrijwillige zorg;

b. de zorgverantwoordelijke;

c. de noodzaak voor de onvrijwillige zorg;

d. een schriftelijke beslissing als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

e. het zorgplan of een schriftelijke beslissing als bedoeld in artikel 15, eerste of vijfde lid, die legitimeert tot de vorm van onvrijwillige zorg;

f. het besluit tot opname en verblijf, de rechterlijke machtiging, of de beschikking tot inbewaringstelling, die legitimeert tot onvrijwillige opname, of de beslissing van de strafrechter op grond van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg waaruit blijkt of de cliënt is opgenomen met een nog geldende justitiële titel op grond van het Wetboek van Strafrecht;

g. de begindatum en de einddatum van de onvrijwillige zorg;

h. de duur en de frequentie van de onvrijwillige zorg;

i. de beslissingen van de zorgaanbieder op de aanvragen voor verlof of ontslag op grond van de artikelen 47 of 48.

2. De zorgaanbieder verstrekt ten minste eens per zes maanden aan de inspectie een digitaal overzicht van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat deze gegevens op een bij of krachtens die maatregel aangewezen wijze verstrekt worden aan en verwerkt worden door een door Onze Minister aan te wijzen instantie.

11. Onderdeel U komt te luiden:

U

Artikel 18 komt te luiden:

Artikel 18

1. De zorgaanbieder verstrekt ten minste eens per zes maanden aan de inspectie een door het bestuur van de zorgaanbieder ondertekende analyse over de verplichte onvrijwillige zorg die door hem in die periode is verleend.

2. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de inhoud en de wijze van verstrekken van de analyse.

12. Onderdeel V wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 18a, tweede lid, wordt de zinsnede «de beschikking tot lastgeving of het besluit tot opname en verblijf» vervangen door: de beschikking tot inbewaringstelling en de verklaring bedoeld in artikel 30, eerste lid, of het besluit tot opname en verblijf en de verklaring, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, onderdeel d.

b. In artikel 18a, vijfde lid, wordt «last tot inbewaringstelling» vervangen door: beschikking tot inbewaringstelling.

13. In onderdeel X komt artikel 20, tweede lid, te luiden:

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bouwkundige eisen worden gesteld aan de accommodatie, tenzij deze behoort tot een instelling als bedoeld in de Wet forensische zorg.

14. Onderdeel BB wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel d komt te luiden:

d. In het zevende lid wordt «diens vertegenwoordiger» vervangen door: zijn vertegenwoordiger.

b. Na subonderdeel d wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

d1. In het achtste lid wordt »ervan blijk geeft het verblijf in die accommodatie te willen beëindigen» vervangen door «zich verzet tegen het verblijf in die accommodatie» en wordt «diens vertegenwoordiger» vervangen door: zijn vertegenwoordiger.

15. Onderdeel KK1 wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanhef van onderdeel KK1 komt te luiden:

Na artikel 28a worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

b. In artikel 28b, vierde en zesde lid wordt «in het eerste lid bedoelde ambtenaren» telkens vervangen door: in het tweede lid bedoelde ambtenaren.

c. Na artikel 28b wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 28c

1. De officier van justitie zendt de machtiging bedoeld in artikel 28a direct aan respectievelijk de Wlz-uitvoerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de cliënt ingezetene is of de zorgverzekeraar.

2. De Wlz-uitvoerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de cliënt ingezetene is of de zorgverzekeraar draagt er zorg voor dat de beschikking ten uitvoer wordt gelegd. Hij zendt daartoe de beschikking zo spoedig mogelijk aan de zorgaanbieder of de aanbieder van beschermd wonen. Deze aanbieder neemt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen een week na ontvangst van de beschikking, de betrokkene op.

3. Indien de zorgaanbieder of aanbieder, bedoeld in het tweede lid, de betrokkene niet binnen een week na ontvangst van de beschikking heeft opgenomen, meldt de Wlz-uitvoerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de cliënt ingezetene is of de zorgverzekeraar dit direct aan de inspectie. De inspectie kan de zorgaanbieder of aanbieder, bedoeld in het tweede lid, bevelen de betrokkene op te nemen. De zorgaanbieder of aanbieder, bedoeld in het tweede lid, is verplicht de betrokkene onverwijld op te nemen.

16. Onderdeel NN komt te luiden:

In artikel 31 vervallen de tweede volzin van het eerste lid alsmede de zinsnede «de eerste volzin van» in het tweede lid.

17. Na onderdeel NN wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

NN1

In artikel 32 vervallen het derde en vierde lid.

18. In onderdeel TT, wordt na subonderdeel b een subonderdeel toegevoegd, luidende:

c. Het elfde lid vervalt.

19. In onderdeel UU komt subonderdeel a te luiden:

a. In het eerste en derde lid wordt «het indicatieorgaan» telkens vervangen door: het CIZ.

20. In onderdeel YY, wordt in artikel 44, derde lid, eerste volzin, na «door de rechter» toegevoegd: of de officier van justitie.

21. Onderdeel AD komt te luiden:

AD

Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid, wordt «de paragrafen en of 3» vervangen door: paragraaf 2.

b. Onder vernummering van het derde en vierde lid, tot achtste en negende lid, worden vijf leden ingevoegd, luidende:

3. De zorgaanbieder verzoekt Onze Minister van Veiligheid en Justitie schriftelijk om toestemming voor het verlenen van verlof, indien de cliënt is opgenomen op grond van een machtiging die is afgegeven met toepassing van artikel 2.3, tweede lid, van de Wet forensische zorg, behoudens de gevallen waarin artikel 2.3, tweede lid, juncto eerste lid, onderdeel 3, is toegepast en de cliënt is vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.

4. Onze Minister van Veiligheid en Justitie verstrekt de zorgaanbieder zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd zijn beslissing.

5. Indien de toestemming, bedoeld in het derde lid, niet wordt gegeven, verleent de zorgaanbieder geen verlof en wijst hij de aanvraag af.

6. De zorgaanbieder geeft de cliënt, de vertegenwoordiger, en de advocaat een afschrift van de beslissing, indien van toepassing voorzien van de beoordeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, en stelt hen uiterlijk binnen vier dagen schriftelijk in kennis van de klachtwaardigheid van de beslissing en de mogelijkheid van advies en bijstand door de cliëntenvertrouwenspersoon.

7. De zorgaanbieder informeert tijdig de officier van justitie over het verlof ter onderbreking van de opname in een accommodatie op grond van een machtiging, waarvoor Onze Minister van Veiligheid en Justitie op grond van het derde lid toestemming heeft verleend.

c. Aan het achtste lid (nieuw) wordt na de volzin een volzin toegevoegd, luidende: Op de beslissing tot het intrekken van het verlof, is het zesde lid van overeenkomstige toepassing.

d. In het negende lid (nieuw) vervalt de tweede volzin en wordt «voorwaarden» telkens vervangen door «voorwaarden en beperkingen».

22. In onderdeel AE worden na subonderdeel b, twee subonderdelen toegevoegd, luidende:

c. Het vierde en vijfde lid vervallen.

d. Na het derde lid worden twaalf leden ingevoegd, luidende:

4. Voor zover de cliënt op grond van een rechterlijke machtiging als bedoeld in artikel 24, of op grond van een beschikking tot inbewaringstelling als bedoeld in artikel 29, of een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37, onvrijwillig is opgenomen in een accommodatie en uit de verklaring van een ter zake kundige arts als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, of artikel 30, eerste lid, is gebleken dat hij ernstig nadeel voor een ander veroorzaakt, neemt de zorgaanbieder niet eerder een beslissing over het verlenen van ontslag dan nadat hij:

a. zich door middel van een verklaring van een ter zake kundige arts op de hoogte heeft gesteld van het oordeel van die arts over het voornemen van de zorgaanbieder ontslag te verlenen en over de actuele gezondheidstoestand van de cliënt, en

b. overleg heeft gevoerd met de burgemeester die de beschikking tot inbewaringstelling heeft afgegeven, in geval van beëindiging van de inbewaringstelling, met de officier van justitie indien de cliënt is opgenomen op grond van een machtiging die is afgegeven met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg, en met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de cliënt ingezetene is dan wel naar verwachting zal verblijven, in geval van beëindiging van de machtiging tot opname en verblijf.

5. De zorgaanbieder neemt niet eerder een beslissing over het verlenen van ontslag bij opname op grond van een beschikking tot inbewaringstelling als bedoeld in artikel 29, dan nadat hij zich ervan heeft vergewist dat er geen verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 is ingediend en bij opname op grond van voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37, dan nadat hij zich ervan heeft vergewist dat er geen verzoek om een rechterlijke machtiging als bedoeld in artikel 25, eerste lid, is ingediend.

6. De zorgaanbieder verzoekt Onze Minister van Veiligheid en Justitie schriftelijk om toestemming voor het verlenen van ontslag indien de cliënt is opgenomen op grond van een machtiging die is afgegeven met toepassing van artikel 2.3, tweede lid, van de Wet forensische zorg, behoudens de gevallen waarin artikel 2.3, tweede lid, juncto eerste lid, onder 3, van die wet is toegepast en cliënt is vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.

7. Onze Minister van Veiligheid en Justitie verstrekt de zorgaanbieder zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd zijn beslissing.

8. Indien de toestemming, bedoeld in het zesde lid, niet wordt gegeven, verleent de zorgaanbieder geen ontslag en wijst hij de aanvraag af.

9. De zorgaanbieder neemt binnen veertien dagen na ontvangst van een aanvraag tot het verlenen van ontslag een schriftelijke en gemotiveerde beslissing.

10. Aan het ontslag kunnen voorwaarden of beperkingen worden verbonden betreffende de zorg of het gedrag van de cliënt, voor zover dit gedrag samenhangt met mogelijk ernstig nadeel als gevolg van de psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. De zorgaanbieder verleent slechts ontslag indien de cliënt dan wel, indien van toepassing, de vertegenwoordiger zich bereid heeft verklaard tot naleving van de voorwaarden of beperkingen.

11. De zorgaanbieder geeft de cliënt, de vertegenwoordiger en de advocaat een afschrift van de beslissing, indien van toepassing voorzien van de beoordeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, en stelt hen uiterlijk binnen vier dagen schriftelijk in kennis van de klachtwaardigheid van de beslissing om aan de beslissing voorwaarden of beperkingen te verbinden, als bedoeld in het tiende lid, en de mogelijkheid van advies en bijstand door de cliëntenvertrouwenspersoon.

12. De zorgaanbieder informeert tijdig de officier van justitie over het verlenen van ontslag waarvoor Onze Minister van Veiligheid en Justitie op grond van het zesde lid toestemming heeft verleend.

13. De zorgaanbieder kan de voor de continuïteit van zorg voor de cliënt relevante familie en naasten en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de cliënt ingezetene is dan wel naar verwachting zal verblijven informeren over het ontslag indien dit noodzakelijk is omdat essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk verkeer van de cliënt ontbreken.

14. Bij niet naleving van een aan het ontslag door de zorgaanbieder verbonden voorwaarde of beperking trekt de zorgaanbieder de beslissing tot het verlenen van ontslag in. Het elfde lid is van overeenkomstige toepassing op die beslissing.

15. De zorgaanbieder deelt de beslissing tot intrekking, bedoeld in het veertiende lid, uiterlijk binnen vier dagen schriftelijk en gemotiveerd mee aan de cliënt, de vertegenwoordiger en de advocaat en stelt hen daarbij in kennis van de klachtwaardigheid van de beslissing en de mogelijkheid van advies en bijstand door de cliëntenvertrouwenspersoon.

23. Onderdeel AF wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 49 wordt het tweede lid vervangen door:

2. Een persoon die in een accommodatie verblijft en die tevens forensisch patiënt is in de zin van artikel 1.1 van de Wet forensische zorg, niet zijnde een forensisch patiënt als bedoeld in het eerste lid, wordt vanaf het moment van opname in de accommodatie voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een cliënt.

b. In artikel 50 wordt in de laatste volzin «voorwaarden» vervangen door: voorwaarden of beperkingen.

c. In artikel 52 wordt na «toekomende rechten» ingevoegd: inclusief de in artikel 56, tweede lid, bedoelde regeling,.

d. In artikel 56d, derde lid, wordt «vermeld» vervangen door: vermeldt.

e. In artikel 56d, vervalt het zesde lid, onder vernummering van het zevende tot zesde lid.

f. In artikel 56h, tweede lid, wordt «patiëntenvertrouwenspersoon» vervangen door: cliëntenvertrouwenspersoon.

24. Onderdeel AG wordt als volgt gewijzigd:

a. Voor de tekst wordt ingevoegd:

Artikel 57 wordt als volgt gewijzigd:.

b. De zinsnede «In artikel 57, eerste lid wordt de zinsnede» vervangen door: a. In het eerste lid wordt de zinsnede.

b. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

b. In het derde lid wordt «het indicatieorgaan» vervangen door: het CIZ.

25. Na onderdeel AH wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

AH1

Artikel 59, tweede lid, vervalt onder verwijdering van de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

26. Onderdeel AK wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 61, eerste lid, worden de onderdelen a tot en met bb vervangen door:

a. 2a;

b. 3, derde, achtste en negende lid;

c. 5;

d. 6;

e. 7;

f. 8, eerste en derde lid;

g. 9, derde tot en met zevende lid;

h. 10, derde tot en met tiende lid;

i. 11;

j. 12;

k. 13;

l. 15;

m. 16;

n. 17;

o. 18;

p. 18a;

q. 18b;

r. 18c, eerste lid;

s. 19;

t. 20;

u. 21, eerste lid;

v. 24, eerste lid;

w. 28c, tweede lid;

x. 29, eerste lid;

y. 34;

z. 42;

aa. 45;

bb. 46;

cc. 47;

dd. 48;

ee. 50;

ff. 52;

gg. 57, eerste lid;

hh. 58.

b. In artikel 61, tweede lid, worden de onderdelen g tot en met j, vervangen door:

g. 28c, tweede lid;

h. 34;

i. 53;

j. 54;

k. 57, eerste lid;

l. 58;

m. 60, derde, vierde, vijfde en zesde lid.

c. Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «last aan te grondslag ligt» vervangen door: last aan ten grondslag ligt.

2. In het tweede lid wordt «twee jaar» vervangen door: drie jaar.

27. Onderdeel AL vervalt.

28. Onderdeel AM komt te luiden:

AM

De artikelen 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 75 en 77 vervallen.

29. Onderdeel AO komt te luiden:

AO

Artikel 76 komt te luiden:

Artikel 76

1. De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen blijft van toepassing op:

a. verzoeken die krachtens die wet zijn ingediend en die strekken tot het verkrijgen van een beslissing door de rechter, de officier, de inspecteur, de geneesheer-directeur of de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van die wet.

b. de vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangevangen voorbereiding van een last tot inbewaringstelling door de burgemeester, bedoeld in artikel 20 van die wet;

c. een beslissing als bedoeld in onderdeel a of b die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen;

d. een beslissing die met toepassing van onderdeel a of b na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen.

2. In afwijking van het eerste lid, onder c en d, worden een besluit en een machtiging als bedoeld in de artikelen 60, onderscheidenlijk 3, 15, eerste lid, en 32, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen gelijkgesteld met een besluit, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderscheidenlijk een machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24, eerste lid.

3. Ten aanzien van een cliënt die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is opgenomen met toepassing van hoofdstuk II of hoofdstuk VIII van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en waarvoor op dat tijdstip reeds een behandelplan als bedoeld in artikel 38 van die wet is opgesteld, voldoet de zorgaanbieder zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, aan de artikelen 5 tot en met 11. Gedurende de periode waarin de zorgaanbieder ten aanzien van de betrokken cliënt nog niet heeft voldaan aan de artikelen 5 tot en met 11, doch ten hoogste gedurende de zes maanden, bedoeld in de eerste volzin, blijven de artikelen 38, vijfde, zesde en zevende lid, 41, 41a, 41b, 42, en de hoofdstukken IX en XI van die wet ten aanzien van de betrokken cliënt van toepassing.

4. Een krachtens de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen verleende last tot inbewaringstelling, waarvan de geldigheidsduur op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is verstreken, wordt voor de toepassing van hoofdstuk 3, paragraaf 2.6, aangemerkt als een last tot inbewaringstelling als bedoeld in artikel 29, eerste lid.

AR

Artikel 14:4 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef van artikel 14:4 komt te luiden:

Indien het bij koninklijke boodschap van 4 juni 2010 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van een Wet forensische zorg en daarmee verband houdende wijzigingen in diverse andere wetten (Wet forensische zorg; Kamerstukken 32 398) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

2. In onderdeel A komt subonderdeel a te luiden:

a. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «de stoornis van de geestvermogens» vervangen door: de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

3. In onderdeel B vervalt in artikel 2.3, eerste lid, «of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname krachtens de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten».

4. Onderdeel D komt te luiden:

D

Artikel 6.7 komt te luiden:

Artikel 6.7

Indien de aard van de bij de forensische patiënt geconstateerde psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister bepalen dat de forensische patiënt naar een private instelling, niet zijnde een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is, te worden verpleegd. Voor deze overbrenging is een zorgmachtiging vereist op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. Een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging als bedoeld in de vorige volzin kan achterwege blijven indien de forensische patiënt schriftelijk en vrijwillig met de overbrenging instemt.

5. In onderdeel E komt subonderdeel b te luiden:

b. In onderdeel F (artikel 37a), vijfde lid, wordt «gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens» telkens vervangen door: psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

AS

Artikel 14:7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A wordt (in artikel 8, eerste lid, onderdeel g) «artikel 1:1, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg» vervangen door: artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

2. In onderdeel B wordt (in artikel 12, achtste lid) «artikel 1:1, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg» vervangen door «artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg» en wordt «een psychische stoornis of verstandelijke handicap» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

AT

Artikel 14:8 komt te luiden:

Artikel 14:8

De Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, onderdeel v, 16, tweede lid, 16b, onderdelen a en b, 50, eerste lid, 51, eerste lid, en 72, eerste lid, onderdeel a, wordt «de stoornis van de geestvermogens» telkens vervangen door: de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

B

In artikel 11, tweede lid, onderdeel b, wordt «de bij hem geconstateerde gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens» vervangen door: de bij hem geconstateerde psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

C

In artikel 13, eerste lid, wordt «psychiatrisch ziekenhuis» vervangen door: accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

D

In artikel 16c, tweede lid, wordt «is gestoord in zijn geestvermogens» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap heeft.

AU

Artikel 14:13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A wordt (in artikel 15, vijfde lid) «een psychische stoornis of verstandelijke handicap» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

2. De onderdelen B en C komen te luiden:

B

In de artikelen 32, tweede lid, 46b, tweede lid, 46d, onderdelen a en b, wordt «de stoornis van de geestvermogens» telkens vervangen door: de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

C

In artikel 46e, tweede lid, wordt «is gestoord in zijn geestvermogens» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap heeft.

AV

Artikel 14:18, onderdeel A, wordt artikel 10.5.1 als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «de Wet zorg en dwang» vervangen door «de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten» en wordt «op grond van de Zorgverzekeringswet, Jeugdwet of Wet maatschappelijke ondersteuning 2015» vervangen door: op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, op grond van de Jeugdwet of op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

2. In het tweede lid, wordt na «3.3.4,» ingevoegd: 3.3.6, 3.3.6a.

3. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.

AW

Artikel 14:20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A vervalt «en 6:3, vierde lid,».

2. In onderdeel B wordt «56d, zevende lid,» vervangen door: 56d, zesde lid.

AX

Artikel 14:25 wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen A, B en C komen te luiden:

A

In de artikelen 13, eerste lid, 15d, eerste lid, onderdeel a, en 39, wordt «de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens» telkens vervangen door: de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

B

In de artikelen 65, eerste en vierde lid, 243 en 247, wordt «een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens» vervangen door: een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

C

In artikel 77s, eerste lid, wordt «een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

AY

Artikel 14:26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A wordt (in de artikelen 16, eerste lid, en 458, vijfde lid) «een zodanige psychische stoornis of verstandelijke handicap» vervangen door: een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

2. In onderdeel B wordt (in artikel 216a, tweede lid) «een psychische stoornis of verstandelijke handicap» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

3. In onderdeel C wordt (in aanduiding titel) «een psychische stoornis of verstandelijke handicap» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

4. In onderdeel D wordt (in artikel 509a, eerste lid) «een psychische stoornis of verstandelijke handicap» vervangen door: een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.

5. Onder verlettering van de onderdelen E en F tot F en G wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

E

In artikel 509t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, wordt na «overweegt» ingevoegd: dan wel toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg overweegt.

AZ

Artikel 15:1 komt te luiden:

Artikel 15:1

1. De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen blijft van toepassing op:

a. verzoeken die krachtens die wet zijn ingediend en die strekken tot het verkrijgen van een beslissing door de rechter, de officier, de inspecteur, de geneesheer-directeur of de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van die wet;

b. de vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangevangen voorbereiding van een last tot inbewaringstelling door de burgemeester, bedoeld in artikel 20 van die wet;

c. een beslissing als bedoeld in de onderdelen a of b die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen;

d. een beslissing die met toepassing van de onderdelen a of b na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen;

e. gedragingen alsmede beslissingen, anders dan bedoeld in de onderdelen c en d, ten aanzien van een persoon waarvoor een machtiging of last tot inbewaringstelling als bedoeld in die wet geldt.

2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen c en d, vervalt een machtiging als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 14a, eerste lid, 14d, tweede lid, 15, eerste lid, 32, eerste lid, en 34f, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van deze wet.

3. Een krachtens de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen verleende last tot inbewaringstelling, waarvan de geldigheidsduur op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is verstreken, wordt voor de toepassing van hoofdstuk 7, paragraaf 5, aangemerkt als een crisismaatregel.

4. Een krachtens de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen verleende machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, waarvan de geldigheidsduur op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is verstreken, wordt voor de toepassing van hoofdstuk 7, paragraaf 6, aangemerkt als een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

BA

Artikel 15:2 vervalt.

Toelichting

Met deze vierde nota van wijziging van het voorstel voor de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) worden diverse technische wijzigingen aangebracht. In het wetsvoorstel (deel Wvggz) zijn wetstechnische en redactionele verbeteringen doorgevoerd in de artikelen 1:1, 1:3, 1:7, 2:4, 3:1, 3:2, 3:3, 5:3, 5:5, 5:13, 5:18; 7:1, 7:2, 7:6, 7A:1, 7A:2, 7A:7, 8:2, 8:4, 8:7, 8:18, 8:19, 8:23, 8:26, 8:28, 8:32, 8:33, 9:8, 9:9, 10:1, 10:2, 10:6, 10:7 en 10:12 van de Wvggz. Dat geldt betreffende de Wvggz ook voor de aanduidingen van paragraaf 1, 3 en 6 van hoofdstuk 8 en het opschrift van hoofdstuk 9 en paragraaf 1 daarvan. In artikel 14:1 is een wetstechnische verbetering doorgevoerd. Verder zijn in artikel 14:3 (wijziging van het voorstel voor een Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten) omissies hersteld. In dat artikel zijn ook wetstechnische en redactionele verbeteringen doorgevoerd in de aanhef van artikel 14:3 en de onderdelen E, G, M, Q, S, NN, UU, AG, AH en AH1 van dat wetsvoorstel. In artikel 14:4 (wijziging van het voorstel voor een Wet forensische zorg) zijn wetstechnische verbeteringen doorgevoerd in de aanhef en in de onderdelen A, B, D, E en F betreffende de Wet forensische zorg. In artikel 14:8 (wijziging Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden) zijn wetstechnische verbeteringen doorgevoerd in de onderdelen A, B, C en D. Dat geldt ook voor artikelen 14:13 (onderdelen A, B en C), 14:17 (onderdelen A en B), 14:20 (onderdelen A en B), 14:25 (onderdelen A, B en C) en 14:26 (onderdelen A, B, C en D).

Hieronder worden de wijzigingen in verband met de belangrijkste omissies en wetstechnische verbeteringen toegelicht.

Onderdeel B (artikel 1:2). Op grond van artikel 3.5 van het voorstel voor een Wet forensische zorg (Wfz) dienen voor de instellingen, bedoeld in die wet, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bouwkundige eisen te worden gesteld. Indien een accommodatie zowel ggz-cliënten als forensische patiënten huisvest, geldt dat de bouwkundige eisen enkel op grond van artikel 3.5 van de Wfz worden gesteld voor zover het betreft een instelling als bedoeld in de Wfz.

Onderdelen E en F (artikel 1:8). Dit artikel bevat de inhoud van het eerder voorgestelde artikel 1:9 en is verder ongewijzigd. De inhoud van het eerder voorgestelde artikel 1:8 is verplaatst naar artikel 6:1. Zie voor de aanpassing daarvan aldaar.

Onderdeel G (artikel 2:1). De formulering in onderdeel b (het deelcriterium inzake het honoreren van wilsbekwaam verzet) is wat anders geredigeerd. Daarnaast is hieraan toegevoegd «immateriële schade» en «het in gevaar zijn van de algemene veiligheid van personen of goederen». Beide elementen uit de definitie van ernstig nadeel zijn hier ook van belang. Wilsbewaam verzet (tegen verplichte zorg) hoeft daarmee niet te worden gehonoreerd indien de wensen en voorkeuren ter zake leiden tot een aanzienlijk risico voor een ander op immateriële schade (bijvoorbeeld reputatieschade) of indien gevolg geven aan deze wensen en voorkeuren leidt tot het in gevaar brengen van de algemene veiligheid van personen en goederen.

Onderdeel H (artikel 2:2). Artikel 3:1, tweede lid, ziet op de observatiemaatregel en dient niet onder de verplichting van artikel 2:2, eerste lid, te vallen.

Onderdeel M (artikel 3:4). Onderdeel c ziet op de observatiemaatregel. De aanpassing beoogt duidelijk te stellen dat verplichte zorg ter zake dient om te onderzoeken of ernstig nadeel inderdaad aanwezig is.

Onderdeel N (artikel 5:2). Ten onrechte werd niet naar het derde lid (van artikel 5:2) verwezen. De afwijking van het derde lid van artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht is bij nader inzien niet nodig. Volstaan kan worden met afwijking van het tweede lid.

Onderdeel Q (artikel 5:8). Voor alle duidelijkheid en om beter aan te sluiten op de inhoud van artikel 5:9 wordt toegevoegd dat de medische verklaring ook in dient te gaan op het ernstig nadeel voortkomend uit het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis.

Onderdeel S (artikel 5:17). Deze wijziging betreft het herstel van een omissie. Ook indien ten behoeve van betrokkene een zorgmachtiging wordt aangevraagd aansluitend aan de zorg die hij ontvangen heeft in een penitentiair psychiatrisch centrum dient de officier van justitie bij zijn verzoekschrift een afschrift van het geneeskundig behandelingsplan te voegen.

Onderdeel U (artikel 6:1). Het tweede lid is aangepast aan het derde lid. In beide gevallen wordt de rechter vergezeld door de griffier. In het negende lid, eerste volzin, is de bepaling uit het eerder voorgestelde artikel 1:8, derde lid, opgenomen. De eerder opgenomen volzin wordt inhoudelijk geheel vervangen door de nieuwe bepaling en was in wezen overbodig. In het tiende lid is nu de verhouding met het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geregeld. De eerste volzin vervangt het eerder voorgestelde in artikel 1:8, eerste lid. Die inhoud van dat eerder voorgestelde eerste lid is bij nader inzien niet zo helder over de wijze waarop het toepasselijke procesrecht moet worden bezien. De bedoeling is dat voor de procedure bij de rechter het bepaalde in de Wvggz uitgangspunt is, waarbij de bepalingen inzake de verzoekprocedure in eerste aanleg en cassatie uit het eerste en derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aanvullend werken (en dan van overeenkomstige toepassing zijn). Uit de eerder voorgestelde formulering van het eerste lid van artikel 1:8 zou een omgekeerde benadering kunnen worden afgeleid, namelijk dat het aangehaalde uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitgangspunt is en enkel in de Wvggz hoeft te worden gekeken of hiervan wordt afgeweken. Dat laatste is dus niet de bedoeling. Zulks is nu ook niet het geval ter zake van het procesrecht, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wbopz); daarin is ook geen bepaling als die van het eerder voorgestelde eerste lid van artikel 1:8 opgenomen. Voorgesteld wordt daarom om de bepaling op te nemen dat de regels inzake de verzoekprocedure uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing zijn, in aanvulling op hetgeen uit deze wet voortvloeit. Verder is in het tiende lid de eerder voorgestelde bepaling uit artikel 1:8, tweede lid, verwerkt.

Onderdeel V (artikel 6:2). Het verzoekschrift, bedoeld in artikel 5:18, derde lid, dient voor de beslistermijn van artikel 6:2, eerste lid, niet anders te worden beschouwd als een beslissing op een verzoekschrift als bedoeld in artikel 5:17, eerste lid. Met de wijziging van het eerste lid, onderdeel a en d, van artikel 6:2 wordt dat gecorrigeerd. De reden van de wijziging in onderdeel e van het eerste lid is dat de termijn voor een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:6, onderdeel a, gelijk dient te zijn aan die van het afgeven van een eerste zorgmachtiging, namelijk drie weken. Verder kan de laatste zinsnede in het vierde lid vervallen omdat deze enerzijds niet nodig is – de verwijzing naar de betreffende bepalingen in (het voorstel voor) de Wet forensische zorg is afdoende – en anderzijds onvolledig is omdat de beslissing op grond van artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder 11, van de Wet forensische zorg geen beslissing is op grond van het Wetboek van Strafvordering of het Wetboek van Strafrecht.

Onderdeel W (artikel 6:4). De aanpassing van het eerste lid heeft als reden dat onderdeel c eerder abusievelijk is opgenomen. Dat onderdeel ziet op de observatiemaatregel. Bedoeld is evenwel onderdeel f. Het vijfde lid is redactioneel verbeterd en tevens is de toepasselijkheid van de artikelen 16a tot en met 17 geschrapt omdat deze abusievelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard in de eerder voorgelegde bepaling. Ook de frase «overeenkomstige» is bij nader inzien onjuist en kan worden weggelaten. Zie ook de toelichting bij het voorgestelde nieuwe achtste lid van artikel 8:12. Met de aanpassing van het zevende lid, onderdeel d, wordt duidelijk gesteld dat een afschrift van de rechterlijke beslissing alleen aan de ouder(s) dient te worden gezonden als het een minderjarige betrokkene betreft. Daarnaast blijft het niet nodig dit te doen als de ouder(s) als vertegenwoordiger optreedt/optreden.

Onderdeel X (artikel 6:5). In onderdeel a van artikel 6:5 werd abusievelijk verwezen naar onderdeel c, dat het onderzoek in het kader van de observatiemaatregel betreft, in plaats van naar onderdeel f.

Onderdeel BB (artikel 7:8). Met de aanpassing van het tweede lid wordt de omissie hersteld dat de tweede volzin van het vijfde lid eerder niet van toepassing was verklaard. Met de aanpassing van het vierde lid, onderdeel d, wordt duidelijk gesteld dat een afschrift van de rechterlijke beslissing alleen aan de ouder(s) dient te worden gezonden als het een minderjarige betrokkene betreft. Daarnaast blijft het niet nodig dit te doen als de ouder(s) als vertegenwoordiger optreedt/optreden.

Onderdeel CC (artikel 7:11). Met deze aanpassing van het vierde lid van artikel 7:11 wordt beoogd duidelijker te stellen welke gegevens de officier van justitie bij het verzoekschrift moet voegen. Het betreft de medische verklaring, bedoeld in artikel 5:8, en de (overige) gegevens, bedoeld in artikel 5:17, zoals het zorgplan, zorgkaart, etc. Met de aanpassing van het zesde lid wordt een verbeterde opsomming gegeven van de artikelen uit hoofdstuk 5 die van overeenkomstige toepassing zijn op deze procedure. De artikelen 5:1 tot en met 5:6, 5:11, 5:16 tot en met 5:19 zien naar aard op een verzoek voor een zorgmachtiging die niet volgt op een verlengde crisismaatregel en hebben voor de procedure van artikel 7:11 geen functie. De geneesheer-directeur en zorgaanbieder zijn al aangewezen op grond van artikel 7:2. De artikelen 5:7 tot en met 5:9 hebben wel een functie voor de procedure van artikel 7:11. Artikel 5:10 weer niet. De aldaar bedoelde gegevens dienen te worden verstrekt op grond van het vierde lid van artikel 7:11. De artikelen 5:12 tot en met 5:15, die zien op de zorgkaart en het zorgplan, zijn wel van belang bij de procedure op grond van artikel 7:11. De verstrekking van de gegevens, bedoeld in artikel 5:17 (tweede lid, derde lid, met uitzondering van onderdeel d, vierde lid en zesde lid), is al voorzien via het aangepaste vierde lid.

Onderdeel JJ (artikel 8:6). Bij nader inzien dient ook deze delegatiebepaling te worden voorzien van een voorhangbepaling, nu zulks ook is gedaan in artikel 2:4, tweede lid, en er inhoudelijke samenhang is met hetgeen op basis van beide artikelen geregeld zal worden.

Onderdeel LL (artikel 8:9). Het vierde lid van artikel 8:9 is omwille van de leesbaarheid anders geredigeerd, waarbij is aangesloten bij de herformulering van het zesde lid van artikel 2:1. Tevens is omwille van de duidelijkheid aangegeven dat de schriftelijke vastlegging dient te geschieden in het dossier, bedoeld in artikel 8:4. De wijziging van het vijfde lid is van redactionele aard.

Onderdeel NN (artikel 8:12). De aanpassing van het vierde lid van artikel 8:12 beoogt duidelijk te stellen dat de geneesheer-directeur de gemotiveerde aanvraag van de zorgverantwoordelijke bij de officier van justitie dient in te dienen, waarbij de geneesheer-directeur tevens zijn advies daarover aan de officier meedeelt. De aanpassing van het zevende lid, onderdeel a, betreft een verduidelijking, namelijk dat de officier de mededeling aan de geneesheer-directeur moet geven opdat deze weet dat hij de tijdelijke verplichte zorg niet meer mag verlenen. De aanpassing van onderdeel b van het zevende lid bevat een correctie van een onjuiste verwijzing. Het nieuwe achtste lid beoogt een omissie te herstellen. In het derde en vierde lid van artikel 6:4 is de mogelijkheid opgenomen voor de rechter om betrokkene via een zorgmachtiging in een instelling als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, of artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg te doen opnemen. Op grond van het vijfde lid van artikel 6:4 dient de rechter dan de diverse bepalingen van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden van toepassing te verklaren. Deze zien op een veilig beheer in de instelling. Als daarin niet bij zorgmachtiging is voorzien, dient toepassing te worden gegeven aan artikel 8:11. Op grond daarvan kan betrokkene ook in een instelling als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, of artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg worden opgenomen. Alsdan dient evenwel eenzelfde beheersregime van toepassing te zijn. Hierin voorziet het achtste lid nu.

Onderdeel OO (artikel 8:16). Met deze wijziging van artikel 8:16, tweede lid, wordt de verplichting tot het schriftelijk en gemotiveerd meedelen van de beslissing van de geneesheer-directeur ook uitgestrekt tot de situatie dat de geneesheer-directeur ambtshalve een beslissing neemt. De aanpassing van het derde lid maakt duidelijker dat ook bij een ambtshalve beslissing de nieuwe zorgaanbieder, geneesheer-directeur of zorgverantwoordelijke zich eerst bereid moet hebben verklaard de bedoelde zorg te verrichten. De aanpassing van het vierde lid beoogt ook de ambtshalve beslissing, bedoeld in het eerste lid, verplicht te doen meedelen aan de in het vierde lid genoemde partijen. Daarnaast dient vanwege de aanpassing van onderdeel e en f van het vierde lid de griffie van de rechtbank ook een afschrift van de beslissing te verkrijgen indien een machtiging tot verlenging van de crisismaatregel voor betrokkene is afgegeven, en dient de burgemeester ook een afschrift van de beslissing te verkrijgen indien een observatiemaatregel is genomen. Tot slot is in het vierde lid ook de inspectie toegevoegd, vanwege de toepassing van artikel 8:24. Het nieuwe zesde lid voorziet in de opvulling van een leemte wat betreft de gegevensoverdracht indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 8:16, eerste lid. De nieuwe zorgverantwoordelijke dient immers de beschikking te krijgen over het dossier, bedoeld in artikel 8:4. Hiertoe dient een overdracht daarvan plaats te vinden. Zo dient ook de nieuwe zorgaanbieder over de gegevens te beschikken als bedoeld in artikel 8:24. Ook de nieuwe zorgaanbieder dient immers deze digitaal ter beschikking dient te houden. Ook deze dienen daartoe te worden overgedragen. Als toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het zesde lid, dient de nieuw aangewezen zorgaanbieder de eerder aangewezen zorgaanbieder te informeren dat de verplichte zorg is beëindigd. Dit is van belang voor de eerder aangewezen zorgaanbieder. Deze wordt immers niet ontslagen van zijn plicht om de gegevens te bewaren, maar dient wel gevolg te geven aan de artikelen 8:32 en 8:33.

Onderdeel PP (artikel 8:17). De toevoeging aan het zesde lid van artikel 8:17 stelt een termijn aan de beslissing, vergelijkbaar met artikel 46, eerste lid, van de Wbopz. De toevoeging aan het zevende lid is opdat ook de tijdelijke onderbreking van de verplichte zorg op grond van een machtiging tot verlenging van de crisismaatregel aan de officier van justitie dient te worden gemeld. De toevoeging aan het negende lid is nodig omdat ook deze beslissing klachtwaardig is.

Onderdeel UU (artikelen 8:24 en 8:25). Artikel 8:24 is nu voorzien van twee leden. Het eerste lid bevat de eerder voorgestelde tekst, waarin nog enkele wijzigingen zijn aangebracht: redactioneel voor onderdelen j en m en in de onderdelen n en o is voor de duidelijkheid respectievelijk de verwijzing naar artikel 8:19 en die naar het eerste lid van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg toegevoegd. Het nieuwe tweede lid beoogt duidelijker te stellen wat van de zorgaanbieder wordt verwacht als het gaat om het periodiek verstrekken van informatie naar de inspectie. In dat verband is ook artikel 8:25 geherformuleerd. Het eerder geformuleerde artikel 8:25, eerste lid, vereist dat de zorgaanbieder periodiek een overzicht aan de inspectie verstrekt van de verplichte zorg die door hem is verleend, onder vermelding van de aard en de frequentie daarvan. Tevens dient de zorgaanbieder daarbij een analyse daarover te verstrekken. Het eerste deel, informatie verstrekken over de verplichte zorg, is nu opgenomen in het tweede lid van artikel 8:24. Daarbij is volledigheidshalve aangegeven dat de zorgaanbieder periodiek een overzicht van alle gegevens als bedoeld in het eerste lid moet verstrekken.

In de tweede volzin van het tweede lid staat een delegatiegrondslag die de mogelijkheid biedt om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dat de bedoelde gegevens door de zorgaanbieder in plaats van aan de inspectie aan een door de Minister aan te wijzen instantie dienen te worden vertrekt. Hiervoor worden dan bij of krachtens die maatregel eisen gesteld over de wijze van verstrekken. Eerder was bedoeld hiervoor de grondslag van artikel 8:22, tweede lid, te gebruiken, maar bij nader inzien is een specifieke grondslag beter. De aan te wijzen instantie bewerkt de gegevens dan vervolgens en verstrekt deze geanonimiseerd aan de inspectie.

In het nieuw geformuleerde artikel 8:25, eerste lid, staat nu enkel de verplichting tot het verstrekken van een periodieke analyse over de verleende verplichte zorg, waaraan voor de duidelijkheid is toegevoegd dat het bestuur van de zorgaanbieder de analyse moet ondertekenen. In het ongewijzigde tweede lid kunnen bij ministeriële regeling enkel daarover eisen worden gesteld.

Onderdeel XX (artikel 8:30). Voor de toelichting op deze wijziging wordt verwezen naar de toelichting op de gelijksoortige wijziging van artikel 8:24, tweede lid, tweede volzin (onderdeel UU).

Onderdeel AG (artikel 10:3). In de opsomming in artikel 10:3 is artikel 8:15 inzake de huisregels toegevoegd. Hiernaar wordt overigens al in artikel 9:1, tweede lid, verwezen. Tevens zijn de artikelen 9:5 en 9:7 opgenomen. Deze staan ook al in de opsomming van artikel 9:10, tweede lid.

Onderdeel AK (artikel 11:1). Gelet op de artikel 5:12 en 5:13, waarin wordt gerefereerd naar de taak van de patiëntenvertrouwenspersoon, is in het eerste lid, onderdeel a, het zorgplan toegevoegd en tevens het evalueren en actualiseren. De aanpassing van het derde lid, onderdeel a, corrigeert een onjuiste verwijzing.

Onderdeel AM (artikel 13:4). In het eerste lid zijn nieuw toegevoegd de artikelen 1:3, vierde lid, 1:4, vijfde lid, 1:5, 5:4, tweede lid, 8;20, vierde lid, 8:21, derde lid, en 8:29, wat betreft de geneesheer-directeur en zorgverantwoordelijke. Deze waren eerder abusievelijk niet onder de sanctiebepaling gebracht.

In het tweede lid zijn nieuw toegevoegd de artikelen 8:7, tweede lid, 8:30, tweede en vijfde lid, en 10:2, vierde lid.

Onderdeel AN (artikel 13:5). Het is bij nader inzien niet logisch om de strafmaat in artikel 13:5 van het tweede lid anders te doen zijn dan die in het eerste lid. Anders dan de Wbopz kan verplichte zorg immers ook buiten een opname in een psychiatrisch ziekenhuis plaatsvinden. Die verplichte zorg kan dan voor betrokkene mogelijk net zo ingrijpend zijn als een (kortdurende) opname.

Onderdeel AO (artikel 13:7). Het bepaalde in artikel 13:7 is ontleend aan artikel 69, vijfde lid, Wbopz (oud). Dit artikellid is met de totstandkoming van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg vervallen. In verband daarmee kan ook deze bepaling in de Wvggz komen te vervallen.

Onderdeel AQ (artikel 14:3 – Wijzigingen in het voorstel voor een Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapten cliënten)

Onderdeel 2 (onderdeel A). De wijzigingen van onderdeel A betreffen een aantal redactionele verbeteringen. Verder wordt aan artikel 1 de definitie van «Wlz-uitvoerder» toegevoegd en komt door de wijziging van subonderdeel j het oorspronkelijke artikel 1, derde lid, te vervallen. In dat lid werd geregeld wat in de Wzd onder «rechter» moet worden verstaan. Deze bepaling is overbodig omdat dit voor verzoekprocedures is geregeld in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Onderdeel 3 (onderdeel D). Deze aanpassing van onderdeel D betreft een redactionele verbetering van de aanhef van artikel 3, derde lid. Tevens wordt met deze verbetering duidelijk gemaakt wanneer een vertegenwoordiger namens de cliënt kan optreden. Ten onrechte werd verwezen naar «bevoegdheden» in deze wet, terwijl het ook om andere taken of betrokkenheid van de vertegenwoordiger kan gaan. Met deze wijziging wordt dat duidelijk gemaakt. Een vertegenwoordiger treedt slechts op als overeenkomstig het bepaalde in dit artikel is komen vast te staan dat de cliënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen of voor zover hij een taak heeft als wettelijk vertegenwoordiger. Het gaat dan niet alleen om wettelijke vertegenwoordiging als bedoeld in het eerste lid, maar ook om bijvoorbeeld een door de rechter benoemde mentor.

Onderdeel 4 (onderdeel E). Het ingevoegde derde lid betreft het herstellen van een omissie in artikel 3a. Ten onrechte was geen bepaling opgenomen voor de situatie van kinderen onder de twaalf jaar, waarbij de wettelijk vertegenwoordiger de beslissingen neemt, zoals ook geregeld in artikel 1:4, eerste lid van de Wvggz. Het zesde lid vervalt omdat dit verwarring wekt over de toepasselijkheid van de WGBO als op grond van de wet zorg en dwang onvrijwillige zorg wordt verleend. Bij onvrijwillige zorg is ter zake geen sprake van een behandelingsovereenkomst. Wel dient op grond van dit wetsvoorstel de zorgverantwoordelijke de gegevens over de toegepaste onvrijwillige zorg op te nemen in het patiëntendossier, bedoeld in de WGBO.

Onderdeel 5 (onderdeel G). Het eerste lid van artikel 4a is aangepast aan artikel 6:1, tiende lid Wvggz zoals dat bij deze nota van wijziging wordt voorgesteld (onderdeel U van deze nota). Verwezen wordt naar de toelichting op dat onderdeel. Het nieuwe derde en vierde lid zijn opgenomen naar analogie van het nieuw voorgestelde artikel 1:8 Wvggz.

Onderdeel 10 (onderdeel T). Met de wijziging in artikel 17 wordt dit artikel verder geharmoniseerd met artikel 8:24 van de Wvggz. Het tweede lid van artikel 17 zoals dat was opgenomen in de tweede nota van wijziging van de Wvggz en het derde lid van artikel 17 vervallen, omdat dat nu wordt geregeld in het voorgestelde artikel 18c, zesde en zevende lid.

Onderdeel 11 (onderdeel U). Artikel 18 is geharmoniseerd met artikel 8:25 van de Wvggz.

Onderdeel 12 (onderdeel V). Voor de beschikking van de burgemeester op grond van artikel 29, is in de tweede nota van wijziging overal de term «beschikking tot inbewaringstelling» doorgevoerd. Met deze wijziging is die term ook in artikel 18a doorgevoerd. Aan artikel 18a, tweede lid, is toegevoegd dat de aan de beschikking of het besluit ten grondslag liggende medische verklaring ook moet worden bewaard. Dit was ten dele geregeld in artikel 32, dat met het voorstel voor artikel 18a, grotendeels kan komen te vervallen.

Onderdeel 13 (onderdeel X). Op grond van artikel 3.5 van de Wfz dienen voor de instellingen, bedoeld in die wet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bouwkundige eisen te worden gesteld. Indien een accommodatie zowel verstandelijk gehandicapte (of psychogeriatrische) cliënten als forensische patiënten huisvest, geldt dat de bouwkundige eisen enkel op grond van artikel 3.5 van de Wfz worden gesteld voor zover het betreft een instelling als bedoeld in de Wfz.

Onderdeel 14 (onderdeel BB). Met deze wijziging van artikel 22, achtste lid, wordt de formulering aangepast aan de in de tweede nota van wijziging in artikel 3a voorgestelde regeling over instemming en verzet.

Onderdeel 15 (onderdeel KK1). Voor de procedure van artikel 28a, die met de tweede nota van wijziging van de Wvggz, in het voorstel voor een wet zorg en dwang is opgenomen, was ten onrechte niet voorzien in een procedure voor de tenuitvoerlegging. Artikel 28c voorziet in die procedure, vergelijkbaar met de procedure van artikel 34 voor de tenuitvoerlegging van de beschikking tot inbewaringstelling die kan worden afgegeven door de burgemeester op grond van artikel 29. In het voortraject heeft het CIZ reeds geoordeeld binnen welk domein de eventuele tenuitvoerlegging plaats moet vinden. Het CIZ zal in het advies aan de rechter aangeven of de verdachte voldoet aan de voorwaarden om op zorginhoudelijke gronden opgenomen te worden binnen de Wet langdurige zorg (Wlz). Indien dit niet het geval is zal het CIZ aangeven of de tenuitvoerlegging dan binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) plaats dient te vinden. Hiermee is het voor de officier van justitie al vroegtijdig duidelijk waar de beschikking van de rechter naar toe gezonden moet worden. De officier van justitie kan de beschikking dan ook direct toesturen aan de meest aangewezen partij voor de verdere tenuitvoerlegging. Voor de Wlz is dat de Wlz-uitvoerder, voor de Wmo 2015 is dat het college van burgemeesters en wethouders en voor de Zvw de zorgverzekeraar. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 10.5.1 van de Wlz (restfinanciering rechterlijke machtiging) dan blijft het advies over de tenuitvoerlegging van het CIZ leidend. In het tweede lid is vervolgens geregeld dat respectievelijk de Wlz-uitvoerder, het college van burgemeesters en wethouders of de zorgverzekeraar verantwoordelijk is voor het daadwerkelijk laten opnemen van de cliënt. De verantwoordelijke partij gaat vervolgens op zoek naar de best passende accommodatie waar de cliënt terecht kan. De eenmaal aangewezen accommodatie, instelling of maatwerkvoorziening (beschermd wonen), dient binnen een week tot opname over te gaan. In het derde lid is vervolgens geregeld dat bij het niet opvolgen van de beschikking door de (zorg)aanbieder, de inspectie kan bevelen tot opname over te gaan. Aan dit bevel is in art. 61 de mogelijkheid tot het opleggen van een dwangsom gekoppeld.

Onderdeel 17 (onderdeel NN1). De bepalingen met betrekking tot het bewaren en verstrekken van persoonsgegevens zijn in de tweede nota van wijziging allemaal vastgelegd in paragraaf 2.6 van hoofdstuk 2 van de Wzd. Het derde en vierde lid van artikel 32 zijn daarmee overbodig geworden en zouden vanwege een kortere bewaartermijn ook voor verwarring kunnen zorgen.

Onderdeel 18 (onderdeel TT). Artikel 38, elfde lid, kan vervallen omdat dit wordt geregeld met het voorstel voor artikel 4a, tweede lid, zoals opgenomen in deze nota van wijziging.

Onderdeel 20 (onderdeel YY). Door deze wijziging van artikel 44, derde lid, kan ook een schadevergoeding worden toegekend in geval de officier van justitie de wet niet in acht neemt, bijvoorbeeld bij toepassing van de artikelen 18c, 28a of 28b.

Onderdelen 21 en 22 (onderdeel AD en AE). De procedure voor verlof was abusievelijk niet geharmoniseerd met de procedure van artikel 8:17 van de Wvggz. De wijziging van artikel 47 voorziet daarin. Voor zover iemand is opgenomen op grond van een rechterlijke machtiging met toepassing van artikel 2.3 Wet forensische zorg, wordt een verzoek tot verlof voorgelegd aan de Minister van Veiligheid en Justitie en kan geen verlof worden verleend als de Minister daarmee niet instemt. Over verlof met instemming van de Minister van Veiligheid en Justitie wordt de officier van justitie geïnformeerd. Dit geldt mutatis mutandis ook voor de procedure voor ontslag in artikel 8:18 van de Wvggz in relatie tot artikel 48.

Onderdeel 23 (onderdeel AF). Het tweede lid van artikel 49, dat met deze wijziging wordt toegevoegd, heeft betrekking op forensische patiënten die met hun instemming in een accommodatie als bedoeld in de Wzd worden opgenomen. Zij kunnen niet – zoals de personen bedoeld in het eerste lid – worden aangemerkt als een cliënt die op grond van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie zijn geplaatst. Deze laatstbedoelde cliënten beschikken over een strafrechtelijke titel tot vrijheidsontneming, die mede is ingegeven door de noodzakelijk geachte behandeling in verband met hun verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening. Voor de met hun instemming geplaatste forensisch patiënten moet gedurende hun verblijf in de accommodatie zeker zijn gesteld dat de regels van de Wzd op hen van toepassing zijn. Het bij deze wijziging toegevoegde tweede lid stelt zeker dat zij als cliënt in de zin van deze wet moeten worden aangemerkt, dus ook in geval zij niet direct aan de definitie voldoen omdat er geen verklaring van een ter zake deskundige arts is. De wijzing van artikel 50 vloeit voort uit de aanpassingen van de artikelen 47 en 48, op grond waarvan niet alleen voorwaarden maar ook beperkingen aan het verlof of ontslag kunnen worden verbonden. In artikel 52 wordt ter verduidelijking net als in artikel 8:3 van de Wvggz expliciet naar de klachtenregeling verwezen. Artikel 56d, zesde lid, kan vervallen omdat dit wordt geregeld met het voorstel voor artikel 4a, tweede lid, zoals opgenomen in deze nota van wijziging.

Onderdeel 26 (onderdeel AK). In artikel 61, eerste lid, worden artikelen aangewezen waarvan overtreding kan worden gesanctioneerd met een bestuurlijke boete, en in het tweede lid de artikelen waarvan bij overtreding een last onder dwangsom kan worden opgelegd. Deze lijsten blijken, mede als gevolg van aanpassingen in de tweede nota van wijziging bij de Wvggz, niet helemaal compleet. Met deze aanpassingen wordt een aantal verwijzingen naar artikelen toegevoegd, zodat overtreding daarvan ook vatbaar is voor een bestuurlijke boete of in dat kader een last onder dwangsom kan worden opgelegd. Wat betreft het tweede lid van artikel 62: het is bij nader inzien niet logisch om de strafbepaling in artikel 13:5 van het tweede lid anders te doen luiden dan die in het eerste lid.

Onderdeel 27 (onderdeel AL). Het bepaalde in artikel 63a is ontleend aan artikel 69, vijfde lid, Wbopz (oud). Dit artikellid is met de totstandkoming van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg vervallen en dient te vervallen (zie verder ook de toelichting bij onderdeel AO). Hiermee kan onderdeel AL komen te vervallen.

Onderdeel 28 (onderdeel AM). Dit onderdeel is uitgebreid met een aantal artikelen die eveneens kunnen vervallen. Wat betreft de artikelen 66, 68, 69, 71, 72 en 73 is al voorzien via respectievelijk de artikelen 14:7, 14:13, 14:25, 14:20, 14:12, 14:5, 14:14, 14:15, 14:19, 14:23 en 14:27 van de Wvggz. De aanpassing via artikel 67 is niet meer nodig gelet op het bepaalde in artikel 7.7, onderdelen C en F, van de Wfz. De aanpassing van het burgerlijk wetboek in artikel 70 kan vervallen omdat deze bepaling met de inwerkingtreding van de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap (Stb. 2013, 414) al is aangepast. Artikel 75 is inmiddels niet meer relevant gelet op het feit dat de aldaar bedoelde wet al in werking is getreden. Artikel 77 kan vervallen met het nieuw voorgestelde artikel 76.

Onderdeel 29 (onderdeel AO). Het overgangsrecht, zoals eerder voorgesteld in de artikelen 76 en 77, bevat enige omissies. Met het nieuwe artikel 76 worden deze hersteld en kan artikel 77 vervallen. Een omissie was het ontbreken van een bepaling over lopende verzoeken. Artikel 76, eerste lid, onder a, regelt thans dat de Wbopz van toepassing blijft op alle verzoeken die strekken tot een beslissing door de rechter, de officier, de inspecteur, de geneesheer-directeur of de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van die wet. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat de reeds aangevangen procedures kunnen worden afgehandeld onder eenzelfde wettelijk regime. Omdat de Wbopz ter zake van de inbewaringstelling geen aanvraag of verzoek kent, is onderdeel b toegevoegd. Voorts is in het eerste lid bepaald dat de Wbopz niet alleen van toepassing blijft op alle beslissingen die voor de inwerkingtreding van de onderhavige wet zijn genomen, maar ook op beslissingen die met toepassing van de onderdelen a en b zijn genomen na inwerkingtreding van deze wet. Daarbij kan worden gedacht aan beslissingen in het kader van de verlening van machtigingen, maar ook aan beslissingen over klachten of schadevergoeding. Een andere omissie was dat in artikel 76 abusievelijk niet was geregeld dat een aantal artikelen en hoofdstukken van de Wbopz van toepassing blijven gedurende de periode dat ten aanzien van een reeds in de accommodatie verblijvende cliënt met een behandelingsplan, gewerkt wordt aan een zorgplan dat voldoet aan de artikelen 5 tot en met 11; deze omissie is hersteld met het derde lid van artikel 76. Het tweede lid stemt overeen met het eerder voorgestelde artikel 77, eerste lid. Doordat in het vierde lid een nog geldende last tot inbewaringstelling die is verleend krachtens de Wbopz, voor de toepassing van hoofdstuk 3, paragraaf 2.6, wordt aangemerkt als een last tot inbewaringstelling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, kan een verlenging van de last tot inbewaringstelling geschieden op grond van de Wzd.

Onderdeel AV (artikel 14:18). De wijzigingen in het eerste lid van het voorgestelde artikel 10.5.1 Wlz betreffen herstel van technische onjuistheden. Aan de opsomming van het tweede lid worden twee Wlz-artikelen toegevoegd, die op 1 oktober 2016 in werking zijn getreden. In het derde lid werd artikel 1.2 van de Jeugdwet buiten toepassing verklaard. Dit zou ertoe leiden dat gemeenten de zorg voor jeugdigen met een machtiging als bedoeld in artikel 24 of 28a van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten moeten bekostigen, ook indien zij deze zorg op grond van hun zorgverzekering, de Wlz of de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen zouden kunnen krijgen. Dat is niet de bedoeling. De bedoeling van artikel 10.5.1 Wlz is slechts om, ten laste van het Fonds langdurige zorg, een vangnetfinanciering te regelen voor het geval iemand met een van bovenbedoelde machtigingen zijn zorg niet langs de reguliere weg gefinancierd kan krijgen of, hoewel hij wel voor zo'n indicatie in aanmerking zou komen, weigert een Wlz-indicatie aan te vragen. Om die reden wordt het derde lid van artikel 10.5.1 Wlz geschrapt.

Onderdeel AZ (artikel 15:1). Het overgangsrecht, zoals eerder voorgesteld in de artikelen 15:1 en 15:2, bevat enige onjuistheden en een omissie. Met het nieuwe artikel 15:1 worden deze hersteld en kan artikel 15:2 komen te vervallen. Zo waren in het eerste lid van artikel 15:1 diverse bepalingen abusievelijk niet vermeld; thans wordt kortweg verwezen naar alle verzoeken die strekken tot het verkrijgen van een beslissing door de rechter, de officier, de inspecteur, de geneesheer-directeur of de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van die wet, zodat de Wbopz van toepassing blijft op alle lopende verzoeken die strekken tot een beslissing van voornoemde functionarissen of commissie. Op die manier kunnen de reeds aangevangen procedures worden afgehandeld onder eenzelfde wettelijk regime. Voorts is het eerste lid zodanig aangevuld dat de Wbopz ook van toepassing blijft op beslissingen die na inwerkingtreding van de wet zijn genomen met toepassing van het eerste lid, onderdelen a en b. Daarbij kan worden gedacht aan beslissingen in het kader van de verlening van machtigingen maar ook aan beslissingen over klachten of schadevergoeding. Onderdeel b is toegevoegd omdat de Wbopz ter zake van de inbewaringstelling geen aanvraag of verzoek kent. Verder is in onderdeel e verduidelijkt dat de Wbopz (waaronder ook de bepalingen over toezicht en handhaving) van toepassing blijft met betrekking tot andere beslissingen, zoals beslissingen tot dwangbehandeling en het toepassen van middelen of maatregelen, en gedragingen ten aanzien van een persoon waarvoor een machtiging of last tot inbewaringstelling als bedoeld in de Wbopz is getroffen, gedurende de periode dat de Wbopz nog op die beslissingen van toepassing is. In het nieuw geformuleerde tweede lid is nu bepaald dat de toepasselijkheid van de Wbopz op de verleende machtigingen ten hoogste zes maanden geldig blijft. Na afloop van die zes maanden (dan wel op een eerder moment, als de duur van de machtiging eerder is verstreken), moet zo nodig een machtiging worden aangevraagd met toepassing van de Wvggz. Doordat in het derde lid een nog geldende last tot inbewaringstelling voor de toepassing van hoofdstuk 7, paragraaf 5, wordt aangemerkt als een crisismaatregel, kan een verlenging van de last tot inbewaringstelling geschieden op grond van de onderhavige wet. In het vierde lid is een overeenkomstige regeling opgenomen voor nog een nog geldende machtiging tot verlenging van de last tot inbewaringstelling.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, E.I. Schippers