Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032397 nr. 4

32 397 Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet ten aanzien van de risico inventarisatie en evaluatie en enkele technische wijzigingen in deze wet en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht

Nr. 4 VERSLAG

Vastgesteld 14 juli 2010

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

1.

Algemeen

1

2.

De kern van de wetswijziging

2

3.

Steunpunt RI&E en aanmelding ri&e’s

2

4.

Handhaving

3

5.

Administratieve lasten

3

6.

Overgangssituatie

3

1. Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben op basis van het voorliggende wetsvoorstel de volgende vragen:

Hoe zal dit wetsvoorstel ertoe bijdragen dat het nalevingspercentage voor kleine bedrijven wordt verhoogd?

Wat is het streefcijfer in nalevingspercentage voor kleine bedrijven voor de komende jaren?

Wat zijn de budgettaire consequenties van het meerjarenprogramma?

Kan de regering aangeven wat de geschatte uitvoeringskosten voor de Arbeidsinspectie zullen zijn?

Wat is de beoogde inwerkingtredingsdatum van de wet?

Is de regering voornemens de werking van deze wet op termijn te evalueren?

De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet. Zij zijn verheugd dat de plicht voor de werkgever de werknemer kennis te kunnen laten nemen van de RI&E weer expliciet in de wet wordt opgenomen. Zij zijn ervan overtuigd dat het duidelijk heropnemen van deze wettelijke plicht een bijdrage zal leveren aan het inzicht van werknemers in de risico’s waarmee zij tijdens hun werk te maken hebben. Werknemers hebben het recht om zichzelf daarin goed op de hoogte te kunnen stellen.

De leden van de PvdA-fractie kunnen zich in grote lijnen ook vinden in de twee doelstellingen van het afschaffen van de verplichte bijstand bij toetsing van RI&E’s voor bedrijven met minder 25 werknemers, het verhogen van de dekkingsgraad van geldige RI&E’s en een administratieve lastenverlichting. Zij hebben wel een aantal vragen.

De leden van de PvdA-fractie vragen waaraan het succes van het invoeren van deze wetwijziging zal worden afgelezen. Is dat wat de regering betreft aan het verhogen van de dekkingsgraad van RI&E’s bij kleine bedrijven, of bij het terugdringen van de administratieve lasten? Welke aanleiding heeft de regering om te verwachten dat het bereiken van deze twee verschillende doelen hand in hand gaat? Wat zal er gebeuren wanneer blijkt dat dit niet het geval is? De leden van de PvdA-fractie vinden het belangrijk dat er werk wordt gemaakt van het terugdringen van administratieve lasten van kleine bedrijven, maar vinden dat dat niet mag leiden tot verslechterde arbeidsomstandigheden. Wat zijn de streefcijfers voor de komende jaren voor de dekkingsgraad van RI&E’s?

2. De kern van de wetswijziging

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe de bestaande RI&E «modellen » en «Instrument» zich tot elkaar verhouden. Kan de regering aangeven of er inhoudelijke verschillen zijn? Kan de regering aangeven waarom er in de praktijk weinig gebruik gemaakt wordt van de bestaande modellen? Waarom verwacht de regering dat er meer gebruik gemaakt zal worden van de RI&E instrumenten? Kan de regering in dit kader ingaan op de situatie in de garagebranche, waar een goed RI&E instrument beschikbaar is, maar waar het gebruik hiervan achter blijft? Kan de regering ook ingaan op de ondervindingen van TNO dat bedrijven die niet zijn aangesloten bij een branchevereniging over het algemeen sterk achter blijven in het hebben van de verplichte RI&E? Hoe zullen juist deze bedrijven hierop worden aangesproken?

In de Memorie van Toelichting wordt gemeld dat er «inmiddels ongeveer 150 eenvoudige digitale RI&E-instrumenten»erkend zijn.De leden van de PvdA-fractie vragen hoe «eenvoudig» hier bedoeld is. Zijn deze «makkelijk in gebruik» of «niet gedetailleerd uitgewerkt»? Kan de regering aangeven hoe deze zin zich verhoudt tot het advies van ACTAL dat ervoor pleit de instrumenten gebruiksvriendelijker te maken? Hoe gebruiksvriendelijk zijn de huidige instrumenten?

3. Steunpunt RI&E en aanmelding ri&e’s

De leden de PvdA-fractie zijn geïnteresseerd in de rol die het Steunpunt heeft bij het ontwikkelen en in stand houden van RI&E instrumenten. Zo vragen deze leden of de voorgestelde wetwijziging een intensivering van de taken van het Steunpunt RI&E met zich mee brengt. Zo ja, kan de regering aangeven of het steunpunt hiertoe voldoende is uitgerust? Kan de regering aangeven of, en zo ja op welke manier, het Steunpunt RI&E verbonden is met het voorgestelde «integraal meerjaren programma»? Welke andere partijen zijn hierbij betrokken? Welke budgettaire gevolgen heeft dit meerjarenprogramma?

Kan de regering ook aangeven wat wordt bedoeld met de zin: «Het Steunpunt RI&E is thans ondergebracht bij TNO»? Is het steunpunt een onderdeel van TNO? En zou er sprake zijn van een verandering in de huidige situatie?

4. Handhaving

De leden van de PvdA-fractie achten het zeer belangrijk dat het arbeidsomstandighedenbeleid niet alleen goed in de wet is vastgelegd, maar dat het ook in de praktijk op een goede manier wordt uitgevoerd. Veilige en gezonde arbeidsomstandigheden zijn immers in het belang van zowel werkgevers en werknemers. Met die reden pleiten de leden van de PvdA-fractie voor stevige handhaving van het arbobeleid. Kan de regering aangeven op welke manier de Arbeidsinspectie handhaaft op RI&E’s? Is het zo dat het ontbreken van de verplichte RI&E in de praktijk alleen beboet wordt wanneer er binnen een bedrijf ook een andere aanleiding is voor sancties? Is de regering het met de leden van de PvdA-fractie eens dat dit vergelijkbaar is met het niet beboeten van een automobilist zonder rijbewijs zolang deze tijdens het rijden geen verkeersovertredingen maakt? Kan de regering aangeven waarom, nu het voor kleine bedrijven eenvoudiger wordt om de verplichte RI&E op te stellen, niet meer gewicht wordt gelegd op handhaving op het hebben van een RI&E?

Zal de Bijlage 1 van Beleidsregel 33: Boeteoplegging worden aangepast omdat artikel 5, zesde lid, Arbowet daarin nog niet vermeld staat?

5. Administratieve lasten

De leden van de PvdA-fractie vragen de regering om nader in te gaan op de te verwachten kostenbesparing als gevolg van deze wetswijziging. Gaat de berekening van de besparing uit van een situatie waarin alle bedrijven met minder dan 25 werknemers inderdaad een RI&E (laten) opstellen? Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat we op het moment te maken hebben met een dekkingsgraad van 30%? Is het reëel om bij deze berekening uit te gaan van een 100% RI&E dekkingsgraad?

6. Overgangssituatie

De leden van de PvdA-fractie wijzen de regering ten slotte op het feit dat bestaande RI&E instrumenten tussen sociale partners worden vastgesteld met het idee dat er nog een lichte toets van een Arbokerndeskundige zal volgen. Zij vragen de regering of deze toets voor de overgangsperiode blijft bestaan. Worden bestaande RI&E instrumenten na het verlopen van de geldigheidsduur van drie jaar vastgesteld in samenspraak met een Arbokerndeskundige vooraf?

De fungerend voorzitter van de commissie,

Van Gent

De griffier van de commissie,

Esmeijer


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Gent, W. van (GL), Fng voorzitter, Hamer, M.I. (PvdA), Blok, S.A. (VVD), Smeets, P.E. (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink, I. (VVD), Hijum, Y.J. van (CDA), Koşer Kaya, F. (D66), Ulenbelt, P. (SP), Ortega-Martijn, C.A. (CU), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Burg, B.I. van der (VVD), Koppejan, A.J. (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Spekman, J.L. (PvdA), Vermeij, R.A. (PvdA), Thieme, M.L. (PvdD), Fritsma, S.R. (PVV), Karabulut, S. (SP), Dijkstra, P.A. (D66), Dijkgraaf, E. (SGP), Venrooy-van Ark, T. (VVD), Jong, L.W.E. de (PVV) en Klaver, J.F. (GL).

Plv. leden: Voortman, L.G.J. (GL), Heijnen, P.M.M. (PvdA), Krom, P. de (VVD), Klijnsma, J. (PvdA), Aptroot, Ch.B. (VVD), Smilde, M.C.A. (CDA), Ham, B. van der (D66), Kooiman, C.J.E. (SP), Vacature (CU), Uitslag, A.S. (CDA), Elias, T.M.Ch. (VVD), Toorenburg, M.M. van (CDA), Dille, W.R. (PVV), Çelik, M. (PvdA), Dijsselbloem, J.R.V.A. (PvdA), Ouwehand, E. (PvdD), Gerbrands, K. (PVV), Irrgang, E. (SP), Vacature (D66), Staaij, C.G. van der (SGP), Weekers, F.H.H. (VVD), Klaveren, J.J. van (PVV) en Sap, J.C.M. (GL).