Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032368 nr. 2

32 368 Tweede aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland – A (Tweede Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba – A)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse staatsbestel en het in verband hiermee wenselijk is wetten en de Nederlands-Antilliaanse regelingen, die ingevolge de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als wet van toepassing blijven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die nog niet zijn meegenomen in de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Indien het bij koninklijke boodschap van 26 mei 2009 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) (Kamerstukken II 2009/10, 31 959, nr. 2) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.20 (Wet identiteitskaarten BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel C komt als volgt te luiden:

C

Artikel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a komt de tweede volzin te luiden: Op verzoek van de kaarthouder kan, onder vermelding van diens burgerlijke staat, tevens de geslachtsnaam worden opgenomen van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner, dan wel, indien de houder geen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner meer heeft, de geslachtsnaam van de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner met wie het huwelijk of het geregistreerd partnerschap laatstelijk is geëindigd, voor zover het model van de identiteitskaart daartoe voldoende ruimte bevat.

2. In onderdeel e, wordt «de eilanden» vervangen door «de openbare lichamen» en vervallen de zinsneden «van 01 tot en met 39: Curaçao;» en «van 76 tot en met 85; Sint Maarten;». Tevens wordt «de vermelding van het jaar door weglating van het eeuwcijfer» vervangen door: de vermelding van het jaar door middel van vier cijfers.

3. De eerste aanduiding «f» vervalt.

4. Onderdeel f komt te luiden:

  • f. datum van afgifte van de identiteitskaart en datum waarop de geldigheidsduur van de identiteitskaart eindigt;

5. Onderdeel g komt te luiden:

  • g. documentnummer.

2. Onderdeel D komt als volgt te luiden:

D

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden:

  • c. de vervaardiging, de distributie en het beheer van de identiteitskaarten.

2. Onder vervanging van de punt door een komma wordt na onderdeel c een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. de administratie van afgegeven identiteitskaarten en de verstrekking van gegevens daaruit.

3. Het derde en vierde lid vervallen.

B

Artikel 5.11 (Wet vestiging bedrijven BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel D wordt vervangen door:

D

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

  • 1. De vergunning kan worden geweigerd indien de aanvrager in kennelijk onvoldoende mate beschikt over algemene vaardigheden om een zaak te leiden dan wel in kennelijk onvoldoende mate beschikt over de financiële middelen die naar redelijkheid benodigd zijn voor het starten van een zaak als waarvoor de vergunning wordt gevraagd.

  • 2. De omstandigheid dat op Bonaire, Sint Eustatius of Saba dan wel op Aruba, Curaçao of Sint Maarten reeds een zaak is of zal worden gevestigd die op of ter zake van Bonaire, Sint Eustatius of Saba producten of diensten aanbiedt vergelijkbaar met die van de zaak waarvoor een vergunning wordt gevraagd, kan, behoudens voorafgaande instemming van Onze Minister van Economische Zaken, geen grond zijn de vergunning te weigeren.

2. Na onderdeel D wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

In artikel 6 vervalt de zinsnede: betreffende den aard en de plaats van de zaak, alsmede.

3. Onderdeel E wordt vervangen door:

E

In artikel 7, eerste lid, vervallen de onderdelen a en e, onder verlettering van de onderdelen b, c en d, tot onderscheidenlijk a, b en c.

4. Onderdeel F wordt vervangen door:

F

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

Verlening, weigering of intrekking van een vergunning heeft niet plaats dan nadat de betrokken Kamer van Koophandel en Nijverheid is gehoord. De betrokken kamer brengt het advies binnen een maand uit.

C

Na artikel 8.15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8.15a

De Wet politiegegevens wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 17, derde lid, wordt «in een ander land» vervangen door «in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land» en wordt «in Nederland» vervangen door: in het Europese deel van Nederland.

B

Na artikel 17 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 17a (verstrekking aan politie en gezagsdragers Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

  • 1. Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan de verantwoordelijken, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder b, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de politietaak in het Europese deel van Nederland dan wel de politietaak, bedoeld in 36b, eerste lid, onder a.

  • 2. Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag of zeggenschap over de politie of over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast, en voor de uitvoering van andere hen bij of krachtens de wet opgedragen taken.

C

Na § 5 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 5a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Artikel 36a (toepasselijkheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde.

Artikel 36b (afwijkende definitiebepalingen)

In afwijking van artikel 1, onder b, f en k, wordt voor de toepassing van deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitsluitend verstaan onder:

  • a. politietaak: de taken, bedoeld in artikel 5 van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de taken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Veiligheidswet BES;

  • b. verantwoordelijke: dit is bij:

    • 1°. het politiekorps: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    • 2°. de Koninklijke marechaussee: Onze Minister van Defensie;

    • 3°. de buitengewone agenten van politie: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie;

  • c. ambtenaar van politie: de ambtenaar, belast met de uitvoering van de taken, bedoeld onder a., alsmede de buitengewone agenten van politie, bedoeld in artikel 10 van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor zover zij werkzaam zijn ter uitvoering van de politietaken.

Artikel 36c (omzetting bepalingen naar toepasselijkheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
  • 1. Voor de toepassing van:

    • artikel 4, zesde lid, wordt in plaats van «De artikelen 14, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 49 en 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens» gelezen: De artikelen 14, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 39 en 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES;

    • artikel 7, derde lid, wordt in plaats van «Artikel 272, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht» gelezen: Artikel 285, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES;

    • artikel 10, eerste lid, onder a, sub 1° en 3° wordt in plaats van «artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering» gelezen: artikel 100, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES;

    • de artikelen 10, tweede lid, onder d, derde lid, onder c, vierde lid, onder c, en 12, derde lid, onder c, wordt in plaats van «buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering» gelezen: de buitengewone agenten van politie, bedoeld in artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES;

    • de artikelen 11, vierde lid, 14, derde lid, en 19, aanhef, wordt in plaats van «Politiewet 1993 bevoegde gezag» gelezen: Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevoegde gezag op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

    • artikel 14, vierde lid, wordt in plaats van «artikel 15 van de Archiefwet 1995» gelezen: artikel 20 van de Archiefwet BES;

    • artikel 17, derde lid, wordt in plaats van «het Europese deel van Nederland» gelezen: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • de artikelen 18, tweede lid, 32, tweede lid, 33, tweede lid en 34, vierde lid, wordt in plaats van «het College bescherming persoonsgegevens» gelezen: de Commissie van toezicht bescherming persoonsgegevens BES, bedoeld in artikel 44 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES;

    • artikel 20, eerste lid, wordt in plaats van «Politiewet 1993 bevoegd gezag» gelezen: Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevoegde gezag op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

    • artikel 23, eerste lid, wordt in plaats van «openbaar ministerie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel c,» gelezen: openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • artikel 24, eerste en tweede lid, wordt in plaats van «een lid van het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

    • artikel 28, tweede lid, wordt in plaats van «Artikel 37, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens» gelezen: Artikel 29, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES;

  • 2. De artikelen 1, onder h, 35, 36 en 46 zijn niet van toepassing.

Artikel 36d (verstrekking aan gezagsdragers Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
  • 1. In afwijking van artikel 16, eerste lid, verstrekt de verantwoordelijke politiegegevens aan:

    • a. leden van het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag of zeggenschap over de politie of over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast, en voor de uitvoering van andere hen bij of krachtens de wet opgedragen taken;

    • b. de gezaghebber, voor zover hij deze behoeft in verband met het gezag en zeggenschap over de politie;

    • c. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie voor zover zij deze behoeven in verband met:

      • het verrichten van onderzoek naar aanleiding van klachten als bedoeld in artikel 18 van de Veiligheidswet BES, of

      • disciplinaire straffen vanwege niet nakoming van verplichtingen of plichtsverzuim als geregeld bij of krachtens artikel 21, tweede lid, van de Veiligheidswet BES of artikel 10, vierde lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, of

      • schorsing of ontslag van de ambtenaar van de Koninklijke marechaussee voor zover werkzaam ter uitvoering van de politietaken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Veiligheidswet BES vanwege niet nakoming van verplichtingen of plichtsverzuim als geregeld bij of krachtens artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931.

  • 2. Artikel 16, tweede lid, is uitsluitend van toepassing op de verstrekking, bedoeld in het eerste lid, onder c.

Artikel 36e (verstrekking aan Nederlandse politie, openbaar ministerie en bijzondere opsporingsdienst)
  • 1. Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan de verantwoordelijken, bedoeld in artikel 1, onder f, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de politietaak, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder a, dan wel de politietaak in het Europese deel van Nederland.

  • 2. Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie van het Europese deel van Nederland, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag of zeggenschap over de politie of over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast, en voor de uitvoering van andere hen bij of krachtens de wet opgedragen taken.

  • 3. Politiegegevens kunnen worden verstrekt aan opsporingsambtenaren die werkzaam zijn bij een bijzondere opsporingsdienst in het Europese deel van Nederland voor zover zij deze behoeven voor de vervulling van hun taak.

Artikel 36f (toepasselijkheid Wet administratieve rechtspraak BES)
  • 1. In afwijking van artikel 29 geldt een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 25 of 28 gericht aan de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder b, als een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Wet administratieve rechtspraak BES.

  • 2. De artikelen 38 en 39 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. In procedures inzake beslissingen als bedoeld in het eerste lid waarbij de verantwoordelijke of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen ingevolge artikel 37 van de Wet administratieve rechtspraak BES worden verplicht tot het geven van inlichtingen met betrekking tot politiegegevens die zijn te herleiden tot een informant als bedoeld in artikel 12, zevende lid, kan Onze Minister van Justitie beslissen dat hieraan geen uitvoering wordt gegeven. Artikel 29, vijfde lid, tweede en derde zin, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 36g (toezicht)
  • 1. De Commissie van toezicht bescherming persoonsgegevens BES, bedoeld in artikel 44 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES, ziet toe op de verwerking van politiegegevens in Bonaire, Sint Eustatius en Saba overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde.

  • 2. De artikelen 50 en 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES zijn van overeenkomstige toepassing.

D

Artikel 8.20 (Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES) wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel VV wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

VVa

Aan Titel 5 wordt een afdeling toegevoegd, luidende:

AFDELING 7 OP GROND VAN HET IN HET EUROPESE DEEL VAN NEDERLAND VOLTROKKEN HUWELIJKEN EN GEREGISTREERDE PARTNERSCHAPPEN

Artikel 80a

Een huwelijk, voltrokken op grond van het in het Europese deel van Nederland geldende Burgerlijk Wetboek, heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de rechtsgevolgen die het Europees Nederlandse burgerlijk recht aan het betreffende huwelijk verbindt, ongeacht de wettelijke regelingen en voorschriften die van toepassing zijn in deze lichamen.

Artikel 80b

Een geregistreerd partnerschap, voltrokken op grond van het in het Europese deel van Nederland geldende Burgerlijk Wetboek, heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de rechtsgevolgen die het Europees Nederlandse burgerlijk recht aan het geregistreerd partnerschap verbindt, ongeacht de wettelijke regelingen en voorschriften die van toepassing zijn in deze lichamen.

2. Na onderdeel BBB worden twee onderdelen ingevoegd. Luidende:

BBBa

Na het opschrift van Titel 12 wordt ingevoegd:

AFDELING 1 ADOPTIE IN DE OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

BBBb

Na artikel 232 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 2 IN HET EUROPESE DEEL VAN NEDERLAND UITGESPROKEN ADOPTIES

Artikel 232a

Een in het Europese deel van Nederland uitgesproken adoptie heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de rechtsgevolgen die het Europees Nederlandse burgerlijk recht aan de adoptie verbindt, ongeacht de wettelijke regelingen en voorschriften die van toepassing zijn in deze lichamen.

ARTIKEL II

Indien het bij koninklijke boodschap van 26 mei 2009 ingediende voorstel van wet tot invoering van de regelgeving met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) Kamerstukken II 2009/10, 31 957, nr. 2) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

  • 1. De Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van hoofdstuk 9, is niet van toepassing op besluiten en handelingen van bestuursorganen die hun zetel hebben in het Europese deel van Nederland, ter uitvoering van:

    • a. een wettelijke regeling die uitsluitend in de openbare lichamen van toepassing is;

    • b. een wettelijke regeling die op grond van artikel 2, tweede lid, mede van toepassing is in de openbare lichamen, voor zover het besluit of de handeling gericht is tot een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die ten tijde van het nemen van het besluit of het verrichten van de handeling ingezetene is van onderscheidenlijk gevestigd is in de openbare lichamen.

  • 2. De hoofdstukken 6 tot en met 8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op besluiten en handelingen van bestuursorganen die hun zetel hebben in het Europese deel van Nederland, ter uitvoering van een wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 2, derde lid, voor zover het desbetreffende besluit of de handeling gericht is tot een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die ten tijde van het nemen van het besluit of het verrichten van de handeling ingezetene is van onderscheidenlijk gevestigd is in de openbare lichamen.

  • 3. Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht is tevens van toepassing op gedragingen van in artikel 1a, eerste lid, onder d en e, van de Wet Nationale ombudsman bedoelde bestuursorganen met een zetel in de openbare lichamen.

  • 4. In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is de Wet administratieve rechtspraak BES van toepassing voor zover sprake is van een beschikking in de zin van die wet.

  • 5. Indien een beroepschrift tegen een beschikking op grond van een wettelijke regeling als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij een onbevoegde administratieve rechter, wordt het, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde orgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Artikel 6:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

  • 6. Het tweede lid is niet van toepassing op besluiten en handelingen ten aanzien van ambtenaren als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig, die hun werkzaamheden verrichten in de openbare lichamen.

  • 7. Het eerste en tweede lid zijn evenmin van toepassing op de heffing en inning van belastingen of van rechten bij invoer.

B

Na hoofdstuk 2 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 2a PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSGEVOLGEN HUWELIJK EN GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

Artikel 4a

In wettelijke regelingen en voorschriften zoals deze van toepassing zijn in de openbare lichamen wordt geen onderscheid gemaakt ten aanzien van de publiekrechtelijke rechtsgevolgen van huwelijken of geregistreerd partnerschappen voltrokken op grond van het in het Europese deel van Nederland geldende Burgerlijk Wetboek, en huwelijken, gesloten op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES in een van de openbare lichamen.

C

Na artikel 4a wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 2b DE TAAL IN HET BESTUURLIJK VERKEER

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 4b
  • 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op:

    • a. de eilandsraden en de bestuursorganen van de openbare lichamen;

    • b. de Rijksvertegenwoordiger;

    • c. personen die in de openbare lichamen werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de centrale overheid.

  • 2. In dit hoofdstuk worden onder «de organen van de openbare lichamen» en «de Rijksvertegenwoordiger» mede begrepen de onder hun onderscheidenlijk zijn verantwoordelijkheid werkzame personen.

Artikel 4c
  • 1. De in artikel 4b, eerste lid, bedoelde organen en personen gebruiken de Nederlandse taal, tenzij bij of krachtens dit hoofdstuk anders is bepaald.

  • 2. Zij kunnen een andere taal gebruiken dan bij of krachtens dit hoofdstuk is bepaald, indien het gebruik daarvan doelmatiger is en de belangen van derden daardoor niet onevenredig worden geschaad.

§ 2 Het bestuurlijk verkeer tussen de overheid en particulieren

Artikel 4d
  • 1. Een ieder kan de Nederlandse taal gebruiken in het verkeer met de in artikel 4b, eerste lid, bedoelde organen en personen.

  • 2. Een ieder kan:

    • a. het Papiaments gebruiken in het verkeer met de organen van het openbaar lichaam Bonaire;

    • b. het Engels gebruiken in het verkeer met de organen van het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba.

  • 3. Een ieder kan het Papiaments ofwel het Engels gebruiken in het verkeer met de Rijksvertegenwoordiger en met personen die in de openbare lichamen werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de centrale overheid.

  • 4. Het tweede en derde lid gelden niet, indien het orgaan of de persoon heeft verzocht de Nederlandse taal te gebruiken op de grond, dat het gebruik van het Papiaments of het Engels tot een onevenredige belasting van het bestuurlijk verkeer zou leiden.

Artikel 4e
  • 1. De organen van het openbaar lichaam Bonaire kunnen in het mondeling verkeer met een ieder het Papiaments gebruiken.

  • 2. De organen van het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba kunnen in het mondeling verkeer met een ieder het Engels gebruiken.

  • 3. De Rijksvertegenwoordiger en personen die in de openbare lichamen werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de centrale overheid kunnen in het mondeling verkeer met een ieder het Papiaments en het Engels gebruiken indien de wederpartij hierom heeft verzocht.

  • 4. Het eerste en tweede lid gelden niet, indien de wederpartij heeft verzocht de Nederlandse taal te gebruiken op de grond, dat het gebruik van het Papiaments of het Engels tot een onbevredigend verloop van het mondeling verkeer zou leiden.

§ 3 Het bestuurlijk verkeer bij de overheden en tussen hen onderling

Artikel 4f
  • 1. De in artikel 4b, eerste lid, bedoelde organen en personen maken in hun onderling schriftelijk verkeer en in het schriftelijke verkeer met in het Europese deel van Nederland gevestigde organen alleen gebruik van het Nederlands.

  • 2. Indien het gebruik daarvan doelmatiger is en de belangen van derden daardoor niet onevenredig worden geschaad kunnen in afwijking van het eerste lid:

    • a. de organen van het openbare lichaam Bonaire in hun onderling schriftelijk verkeer het Papiaments gebruiken;

    • b. de organen van de openbare lichamen Sint Eustatius of Saba in hun onderling schriftelijk verkeer het Engels gebruiken.

  • 3. De in artikel 4b, eerste lid, bedoelde organen en personen kunnen in hun onderling mondeling verkeer alleen gebruik van het Papiaments ofwel het Engels maken indien het gebruik daarvan doelmatiger is en de belangen van derden daardoor niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 4g
  • 1. Een ieder kan in vergaderingen van de eilandsraad van het openbaar lichaam Bonaire dan wel van het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba het Papiaments onderscheidenlijk het Engels gebruiken.

  • 2. Hetgeen in het Papiaments dan wel in het Engels is gezegd, wordt in het Papiaments onderscheidenlijk het Engels genotuleerd.

§ 4 Bijzondere bepalingen inzake schriftelijke stukken van de overheid

Artikel 4h

Onverminderd artikel 4f kan:

  • a. de eilandsraad van het openbaar lichaam Bonaire dan wel van het openbaar lichaam Sint Eustatius of Saba bij eilandsverordening regels stellen over het gebruik van het Papiaments onderscheidenlijk het Engels in schriftelijke stukken;

  • b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de Rijksvertegenwoordiger regels stellen over het gebruik van het Papiaments ofwel het Engels in schriftelijke stukken;

  • c. Onze Minister wie het aangaat voor personen die in de openbare lichamen werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de centrale overheid, regels stellen over het gebruik van het Papiaments ofwel het Engels in schriftelijke stukken.

Artikel 4i
  • 1. Indien een schriftelijk stuk in het Papiaments ofwel het Engels is opgesteld, verstrekken de in artikel 4b, eerste lid, bedoelde organen en personen daarvan op verzoek van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die ingezetene is van of gevestigd is in de openbare lichamen een vertaling in de Nederlandse taal, tenzij het verstrekken tot een onevenredige belasting van het bestuurlijk verkeer zou leiden.

  • 2. Het orgaan of de persoon kan voor het vertalen een vergoeding van ten hoogste de kosten verlangen.

  • 3. Voor het vertalen kan geen vergoeding worden verlangd, indien het schriftelijk stuk:

    • a. de notulen van de vergadering van de eilandsraad inhoudt, en het belang van de verzoeker rechtstreeks bij het genotuleerde is betrokken, dan wel de notulen van de vergadering van de eilandsraad inhoudt, en de vaststelling van een eilandsverordening of beleidsregels betreft, of

    • b. een besluit of andere handeling inhoudt waarbij de verzoeker belanghebbende is.

Artikel 4j
  • 1. Een schriftelijk stuk in het Papiaments of in het Engels wordt tevens in de Nederlandse taal opgesteld, indien het:

    • a. algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels inhoudt, of

    • b. is opgesteld ter directe voorbereiding van de onder a genoemde voorschriften of regels.

  • 2. De bekendmaking, mededeling of terinzagelegging van een schriftelijk stuk als bedoeld in het eerste lid geschiedt in ieder geval ook in de Nederlandse taal, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.

D

Aan het slot van artikel 5 wordt als een zin toegevoegd, luidende:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen dienaangaande en over de erkenning van vonnissen, bevelen en authentieke akten van andere landen nadere regels worden gegeven.

E

Na artikel 22 wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 22a

  • 1. Dit artikel is van toepassing indien het tijdstip van transitie niet valt op 1 januari van enig kalenderjaar.

  • 2. Bij regeling van Onze Minister wie het aangaat kunnen aanvullende regels van overgangsrechtelijke aard worden gesteld die uitsluitend zien op de periode van het tijdstip van transitie tot 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar.

  • 3. De regels, bedoeld in het tweede lid, kunnen inhouden:

    • a. dat een Nederlands-Antilliaanse regeling die niet op de bijlage is vermeld als wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling op de openbare lichamen van toepassing wordt verklaard;

    • b. wijzigingen van een onder a. bedoelde regeling met het oog op de goede werking van deze regeling binnen het Nederlandse staatsbestel;

    • c. afwijkingen van een regeling die op de bijlage staat vermeld met het oog op de goede werking van deze regeling binnen het Nederlandse staatsbestel.

  • 4. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, kan zo nodig worden afgeweken van de wet of algemene maatregel van bestuur.

  • 5. Indien op grond van het derde lid, onder a, bij ministeriële regeling een Nederlands-Antilliaanse regeling als wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling van toepassing wordt verklaard, wordt de doorlopende tekst van die Nederlands-Antilliaanse regeling als bijlage aan deze ministeriële regeling gevoegd.

ARTIKEL III

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL IV

Deze wet wordt aangehaald als: Tweede Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba – A.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,