Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032360-VIII nr. 4

32 360 VIII
Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2009

nr. 4
MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2009 wijzigingen aan te brengen in:

a. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. de begrotingsstaat inzake de baten-lastendiensten van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

A. Rouvoet

B. BEGROTINGSTOELICHTING SLOTWET

Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen te verhogen met € 1 212,7 miljoen. De uitgaven worden verlaagd met € 103,0 miljoen. De ontvangsten worden verhoogd met € 55,9 miljoen. De aansluiting van dit wetsvoorstel met de ontwerpbegroting en de vorige suppletoire begrotingen 2009 is als volgt:

Tabel 1.1: Van ontwerpbegroting 2009 naar slotwet 2009 (bedragen x € 1 000)

  Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten
Stand ontwerpbegroting 2009 34 675 736 35 127 202 1 971 034
Nota van wijziging 61 146 46 146 0
Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2009 34 736 882 35 173 348 1 971 034
Mutaties eerste suppletoire begroting 2009 992 528 956 112 111 060
Mutaties tweede suppletoire begroting 2009 795 204 259 058 77 964
Mutaties slotwet 2009 opgenomen in dit wetsvoorstel 1 212 666 – 103 012 55 911
Stand rekening 2009 37 737 280 36 285 506 2 215 969

Algemene toelichting op de mutaties

Begrotingsmutaties zijn onder te verdelen in technische en autonome mutaties.

Tabel 1.2: Mutaties (bedragen x € 1 000)

  Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten
Technische mutaties 17 190 – 13 407 – 26 002
Autonome mutaties 1 195 476 – 89 605 81 913
Totaal slotwet 2009 1 212 666 – 103 012 55 911

Technische mutaties zijn boekhoudkundig van aard en ontstaan voornamelijk door bijstellingen uit de aanvullende posten van het ministerie van Financiën en door overboekingen van en naar andere departementen. Deze mutaties zijn voor het totaal van de rijksbegroting budgettair neutraal en worden in deze suppletoire begroting niet toegelicht. Autonome mutaties betreffen de mee- en tegenvallers. Deze worden per artikel toegelicht als de mutatie groter is dan € 2,2 miljoen. Als er geen mutaties groter dan € 2,2 miljoen zijn, hoeft dat niet per artikel apart te worden toegelicht.

De beleidsartikelen

Artikel 1: Primair onderwijs

Op artikel 1 worden de uitgaven verlaagd met € 26,2 miljoen (verlaging technische mutaties van € 2,5 miljoen en verlaging van de autonome mutaties van € 23,7 miljoen). De ontvangsten worden verlaagd met € 4,9 miljoen (verlaging technische mutaties van € 2,6 miljoen en verlaging van de autonome mutaties van € 2,3 miljoen).

De autonome uitgavenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• De bevoorschotting op de regeling onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten is lager dan oorspronkelijk geraamd. Omdat er in 2010 voldoende budget is om de nabetaling van 2009 te doen, resteert een onderuitputting van € 4,2 miljoen.

• In het kader van het vangnet zwangerschapsverlof heeft een verrekening plaatsgevonden met scholen. Hierdoor zijn de uitgaven verlaagd met € 2,7 miljoen.

• Op diverse budgetten is in totaal € 6,0 miljoen niet gerealiseerd. Dit speelt onder andere bij begin en tussentoets (€ 4,5 miljoen), onderwijsnummer (€ 0,6 miljoen) en cultuureducatie (€ 0,4 miljoen).

• Van de vergoeding voor de materiële instandhouding is in 2009 € 3,2 miljoen niet uitbetaald vanwege opgelegde sancties. Als deze sancties worden opgeheven, zal dit bedrag alsnog in 2010 uitbetaald worden. Via een kasschuif worden deze middelen doorgeschoven naar 2010.

• Doordat afrekeningen lager zijn uitgevallen en er minder projecten en onderzoeken zijn uitgevoerd is € 2,7 miljoen minder uitgegeven dan oorspronkelijk begroot.

De autonome ontvangstenmutatie groter dan € 2,2 miljoen:

• Op de ontvangsten is sprake van een tegenvaller van € 2,3 miljoen. Dit is een saldo van minder ontvangsten op de afrekeningen van «dagarrangementen en combinatiefuncties» en meer overige ontvangsten.

Artikel 3: Voortgezet Onderwijs

Op artikel 3 worden de uitgaven verhoogd met € 1,9 miljoen (verlaging technische mutaties € 4,7 miljoen en verhoging autonome mutaties € 6,6 miljoen). De ontvangsten worden verhoogd met € 1,0 miljoen (verlaging technische mutaties van € 6,1 miljoen en verhoging autonome mutaties van € 7,1 miljoen).

De autonome uitgavenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• Bij de 1e opvang vreemdelingen (€ 1,5 miljoen) en de regeling nieuwkomers (€ 1,4 miljoen) zijn in 2009 extra uitgaven gerealiseerd van € 2,9 miljoen, door een groter beroep op de regelingen dan geraamd.

• Bij de experimenten vmbo-mbo2 zijn extra uitgaven gerealiseerd van € 7,1 miljoen die in eerste instantie niet in beeld waren.

• In verband met het ontbreken van concrete bestedingsvoorstellen voor invoeringskosten gratis schoolboeken is in 2009 het budget niet volledig uitgeput en dit heeft geleid tot een onderuitputting van € 7,2 miljoen.

De autonome ontvangstenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• De autonome mutaties groter dan € 2,2 miljoen betreffen interne correcties tussen uitgaven en ontvangsten binnen artikel 11. Per saldo is dit nihil.

Artikel 4: Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Op artikel 4 worden de uitgaven verlaagd met € 35,1 miljoen (verlaging technische mutaties € 0,9 miljoen en verlaging autonome mutaties € 34,2 miljoen). De ontvangsten worden verhoogd met € 16,4 miljoen. Het betreft autonome mutaties.

De autonome uitgavenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• De einddeclaraties van de subsidies voor versterking van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en de bestrijding van vroegtijdig schoolverlaters (vsv) verstrekt door het Europees Structuur Fonds zijn in 2009 niet op tijd ontvangen. De behandeling van de einddeclaraties en betaling hiervan vindt in 2010 plaats. Hiervoor wordt een bedrag van € 11,9 miljoen van 2009 doorgeschoven naar 2010.

• In het kader van de tijdelijke regeling conjuncturele effecten MBO is € 10,0 miljoen overgeheveld naar artikel 11 Studiefinancieringsbeleid.

• Meer aanvragen op het budget leerlingen gebonden financiering en een prijsstijging in het primair en het voortgezet onderwijs (waarin MBO volgend is) heeft geleid tot een stijging van de uitgaven van € 4,8 miljoen.

• Door uitstel van de invoering van het wetsvoorstel deelnemersraden tot 2010 (€ 0,4 miljoen), het risico op financiële claims van gemeenten vanwege het doorschuiven van WEB-gelden (€ 1,0 miljoen) en diverse nog niet volledig bevoorschotte projecten en onderzoeken die pas in 2010 afgerekend worden (€ 2,5 miljoen) is via een kasschuif in totaal € 3,9 miljoen doorgeschoven van 2009 naar 2010.

• Voor nog niet uitgevoerde projecten en onderzoeken wordt via een kasschuif € 3,0 miljoen doorgeschoven naar 2010.

De autonome ontvangstenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• Scholen krijgen middelen op basis van de gerealiseerde afname van nieuwe vroegtijdig schoolverlaters (vsv). Omdat een aantal scholen de doelstelling over het schooljaar 2007/2008 niet heeft gehaald zijn in 2009 middelen terugontvangen.

• De ontvangsten betreffen voornamelijk de FES-middelen en verschillende afrekeningen (het project leren en werken, afrekeningen jaarrekeningen en subsidies). Dit gehele palet aan verschillende afrekeningen cumuleert tot € 8,8 miljoen meeropbrengsten.

Artikel 5: Technocentra

Op artikel 5 worden de uitgaven verlaagd met € 13 000,–. Deze mutatie is autonoom van aard. De ontvangsten worden verhoogd met € 5 000,–. Dit bedrag is geheel autonoom van aard.

Artikel 6: Hoger beroepsonderwijs

Op artikel 6 worden de uitgaven verhoogd met € 1,3 miljoen (verhoging technische mutaties met € 1,6 miljoen en verlaging autonome mutaties met € 0,3 miljoen). De ontvangsten worden verlaagd met € 0,3 miljoen (geheel autonoom).

Artikel 7: Wetenschappelijk onderwijs

Op artikel 7 worden de uitgaven verlaagd met € 0,7 miljoen (geheel autonoom). De ontvangsten worden verhoogd met € 2,0 miljoen (geheel autonoom).

Artikel 8: Internationaal beleid

Op artikel 8 worden de uitgaven verlaagd met € 0,4 miljoen. De mutaties zijn volledig autonome mutaties. De ontvangsten worden verlaagd met € 15 000,– en zijn geheel autonoom van aard.

Artikel 9: Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

Op artikel 9 worden de uitgaven verlaagd met € 10,6 miljoen (verhoging technische mutaties € 1,1 miljoen en verlaging autonome mutaties € 11,7 miljoen). De ontvangsten worden verhoogd met € 4,1 miljoen (verhoging technische mutaties € 2,9 miljoen en verhoging autonome mutaties € 1,2 miljoen).

De autonome uitgaven groter dan € 2,2 miljoen:

• In 2009 hebben diverse leraren hun aanvraag ingetrokken c.q. hun beurs teruggestort omdat ze niet waren gestart of gestopt zijn met hun opleiding. De hiermee gemoeide € 6,5 miljoen wordt nu via de aanvragen in 2010 aan andere leraren betaald.

• Het in actieplan «LeerKracht» opgenomen 4-jarige experiment teambeloning in de bve-sector wordt in plaats van 2009 pas in 2010 gestart. Omdat het experiment ook een jaar later eindigt wordt via een kasschuif € 3,0 miljoen doorgeschoven van 2009 naar 2013.

Artikel 11: Studiefinanciering

Op artikel 11 worden de uitgaven verlaagd met € 46,8 miljoen (verhoging technische mutaties € 11,9 miljoen en verlaging autonome mutaties € 58,7 miljoen). De relevante ontvangsten worden verlaagd met € 5,4 miljoen. De niet-relevante ontvangsten worden verhoogd met € 6,3 miljoen.

De autonome uitgavenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• In totaal zijn de relevante uitgaven basisbeurs en aanvullende beurs € 35,8 miljoen lager uitgevallen dan geraamd. Daarvan heeft circa € 18,0 miljoen betrekking op beurzen: per saldo € 4,0 miljoen betreft hoger onderwijs en € 14,0 miljoen de MBO beroepsopleidende leerweg. Vanaf het studiejaar 2005/2006 is het prestatiebeursregime ingevoerd voor de beroepsopleidende leerweg niveau 3 en 4. Vooral door het gebrek aan ervaringsgegevens is de onzekerheid in de ramingen groot gebleken.

• Naast de reguliere uitgaven aan basisbeurs en aanvullende beurs zijn de kosten aan overige posten € 17,8 miljoen lager uitgevallen dan geraamd. Deze posten betreffen onder andere giften, kwijtschelding aanvullende beurs en uitbetaling niet-gevraagde prestatiebeurs. Daarnaast wordt er € 3,0 miljoen doorgeschoven naar 2010 in verband met nabetalingen aanvullende beurs.

• De nabetaling voor de aanvullende beurs 2009 van maximaal € 6 miljoen vindt plaats in 2010 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 263, nr. 5). Het bedrag voor beroepsopleidende leerweg niveau 1 en 2 en voor aanvullende beurs eerstejaars hoger onderwijs en beroepsopleidende leerweg is een gift (direct relevant) en bedraagt ongeveer de helft (€ 3,0 miljoen).

• Het betreft het studiefinancieringseffect van de extra instroom in het mbo veroorzaakt door het school-ex programma over de eerste 5 maanden van het schooljaar 2009–2010 (€ 10,0 miljoen ten laste van artikel 4).

• De lagere relevante kosten voor de reisvoorziening bedragen € 11,2 miljoen. Daarvan hangt € 7,0 miljoen samen met de administratieve verwerking van een minder groot dan geraamd bedrag aan omzettingen van leningen hoger onderwijs in gift. Een bedrag van € 5,0 miljoen komt voort uit een groter toegekend bedrag voor de reisvoorziening in het hoger onderwijs, die wordt opgeboekt als een lening.

• De lagere relevante belasting van de begroting betreft voor € 7,0 miljoen de administratieve verwerking van de omboeking van kortlopende schulden in een langlopende schuld.

• De nabetaling voor de aanvullende beurs 2009 van maximaal € 6,0 miljoen vindt plaats in 2010 (Tweede Kamer, 2009–2010, 32 263, nr. 5). Het bedrag (€ 3,0 miljoen) voor de tweedejaars en verder voor beroepsopleidende leerweg niveau 3 en 4 en voor het hoger onderwijs wordt uitgekeerd als prestatiebeurs en betreft een niet-relevante uitgave.

• De niet-relevante uitgaven zijn in totaal € 22,0 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast wordt er € 3,0 miljoen doorgeschoven naar 2010 ten behoeve van nabetalingen aanvullende beurs.

• Deze lagere niet-relevante uitgaven zijn voor € 7,0 miljoen de tegenboeking van de omboeking van kortlopende schulden in langlopende schulden.

De autonome ontvangstenmutatie groter dan € 2,2 miljoen:

• De ontvangsten op kortlopende schulden zijn lager dan geraamd (€ 5,4 miljoen).

Artikel 12: Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Op artikel 12 worden de uitgaven verlaagd met € 1,3 miljoen (verlaging technische mutaties € 0,9 miljoen en autonome mutaties € 0,4 miljoen). De ontvangsten worden verlaagd met € 0,5 miljoen. Dit bedrag is geheel autonoom van aard.

Artikel 13: Lesgelden

Op artikel 13 worden de uitgaven verhoogd met € 0,3 miljoen, dit is geheel autonoom van aard. De ontvangsten worden verhoogd met € 2,9 miljoen en zijn geheel autonoom van aard.

De autonome ontvangstenmutatie groter dan € 2,2 miljoen:

• Als gevolg van een hoger aantal lesgeldplichtigen zijn de ontvangsten aan lesgelden € 2,9 miljoen hoger dan geraamd.

Artikel 14: Cultuur

Op artikel 14 worden de uitgaven verhoogd met € 3,6 miljoen (verhoging technische mutaties € 8,4 miljoen en verlaging autonome mutaties van € 4,8 miljoen). De ontvangsten worden verhoogd met € 8,0 miljoen (verhoging technische mutaties € 7,7 miljoen en verhoging autonome mutaties € 0,3 miljoen).

Artikel 15: Media

Op artikel 15 worden de uitgaven verhoogd met € 3,3 miljoen. De ontvangsten worden verlaagd met € 10,1 miljoen. Deze mutaties zijn beiden overwegend technisch van aard.

Artikel 16: Onderzoek en wetenschapsbeleid

Op artikel 16 worden de uitgaven verlaagd met € 39,4 miljoen (verlaging technische mutaties € 31,0 miljoen en autonome mutaties € 8,4 miljoen). De ontvangsten worden verlaagd met € 29,9 miljoen (verlaging technische mutaties € 30,6 miljoen en verhoging autonome mutaties € 0,7 miljoen).

De autonome uitgavenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• Vanuit de stimuleringsmiddelen voor de regeling kenniswerkers wordt er € 9,3 miljoen doorgeschoven naar 2010, omdat deze middelen in 2010 tot betaling komen.

Artikel 24: Kinderopvang

Op artikel 24 worden de uitgaven verhoogd met € 48,0 miljoen. De mutaties zijn grotendeels van autonome aard. De ontvangsten worden verhoogd met € 65,6 miljoen (relevante ontvangsten met€ 59,1 miljoen en de niet-relevante ontvangsten met€ 6,5 miljoen).

De autonome mutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• Bij de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag door de belastingdienst worden zowel bedragen nabetaald als terug ontvangen. Uit de realisatiegegevens blijkt dat de nabetalingen € 51,4 miljoen hoger zijn uitgevallen dan geraamd en de terugontvangsten € 58,9 miljoen hoger zijn uitgevallen dan geraamd.

Artikel 25: Emancipatie

Op artikel 25 worden de uitgaven verlaagd met € 1,1 miljoen (technische mutaties € 0,3 miljoen en autonome mutaties € 0,8 miljoen). De ontvangsten zijn verhoogd met € 0,3 miljoen en zijn geheel autonoom van aard.

Niet-beleidsartikelen

Artikel 17: Nominaal en onvoorzien

Artikel 17 dient als intermediair totdat de exacte verdeling over de betrokken artikelen bekend is. Op dit artikel worden dus geen feitelijke uitgaven verantwoord.

Artikel 18: Ministerie algemeen

Op artikel 18 worden de uitgaven verhoogd met € 2,4 miljoen (verlaging technische mutaties € 0,6 miljoen en verhoging autonome mutaties € 3,0 miljoen). De ontvangsten zijn nagenoeg gelijk gebleven.

De autonome uitgavenmutaties groter dan € 2,2 miljoen:

• De van het ministerie van BZK ontvangen middelen voor Sociaal Flankerend Beleid zijn niet helemaal uitgegeven. Naar verwachting zijn deze middelen in 2010 wel noodzakelijk.

• De uiteindelijke kosten om te komen tot één uitvoeringsorganisatie Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) waren hoger dan gedacht. Dit betreft onder andere Sociaal Flankerend Beleid ten behoeve van het (ver)plaatsen van medewerkers, het aanpassen van wet- en regelgeving en de organisatie ten behoeve van de nieuwe baten lastendienst DUO en het doorvoeren van de naamswijziging en invoering van de Rijkshuisstijl in alle systemen, formulieren en uitingen.

• De uitgaven zijn toegenomen door onder andere de meerkosten van het project Digitalisering, het compenseren van het negatieve resultaat in 2009 van de IB-Groep en de additionele kosten flankerend beleid DUO.

Artikel 19: Inspecties

Op artikel 19 worden de uitgaven verlaagd met € 1,0 miljoen (verhoging technische mutaties € 1,2 miljoen en verlaging autonome mutaties € 2,2 miljoen). De ontvangsten worden verhoogd met € 0,2 miljoen en zijn geheel autonoom van aard.

Artikel 20: Adviesraden

Op artikel 20 worden de uitgaven verlaagd met € 1,2 miljoen en deze zijn geheel autonoom van aard.