Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032360 IV nr. 1

32 360 IV
Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties 2009

nr. 1
JAARVERSLAG VAN KONINKRIJKSRELATIES (IV)

Aangeboden 19 mei 2010

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein (in mln. €)

kst-32360-IV-1-1.gif

Gerealiseerde ontvangsten per beleidsterrein (in mln. €)

kst-32360-IV-1-2.gif

INHOUDSOPGAVE blz.

A. Algemeen 6
  Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot décharge- verlening 6
  Leeswijzer 9
     
B. Beleidsverslag 11
  Beleidsprioriteiten 11
  Beleidsartikelen 14
  Niet-beleidsartikelen 29
  Bedrijfsvoeringsparagraaf 30
     
C. Jaarrekening 31
  De departementale verantwoordingsstaat (zie en verantwoordingsstaat begrotingsfonds) 31
  De saldibalans 32
  Topinkomens 41
     
D. Bijlagen 42
  Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel 42
  Afkortingenlijst 43
  Trefwoordenregister 44

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het departementale jaarverslag over het jaar 2009 van Koninkrijksrelaties aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoeken wij de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2009 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot het gevoerde financieel en materieel beheer:

a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in het jaarverslag;

d. de betrokken saldibalans;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2009;

b. het voorstel van de slotwet over het jaar 2009 die met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2009 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2009 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2009, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2009 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001);

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

E. M. H. Hirsch Ballin

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Opbouw Jaarverslag 2009

De begroting van Koninkrijksrelaties kent een vertrouwde opbouw en het jaarverslag volgt dan ook de opbouw van de begroting 2009.

Het jaarverslag 2009 bestaat uit vier delen:

A. Een algemeen deel met de dechargeverlening

B. Het beleidsverslag 2009 over de prioriteiten en de beleidsartikelen

C. De jaarrekening 2009

D. De bijlagen

Het beleidsverslag 2009

In het beleidsverslag 2009 wordt teruggekeken op de resultaten uit 2009.

In de paragraaf beleidsprioriteiten 2009 wordt op hoofdlijnen verantwoording afgelegd over het beleid van het afgelopen jaar. Hierin kunt u lezen welke resultaten zijn behaald bij de gemaakte beleidsafspraken (prioriteiten) voor 2009. Ook wordt ingegaan op een aantal urgente onderwerpen die in 2009 specifieke aandacht hebben gekregen.

In de paragraaf «De beleidsartikelen» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

1. Algemene beleidsdoelstelling, doelbereiking en maatschappelijke effecten

2. Externe factoren

3. Meetbare gegevens

4. Budgettaire gevolgen van beleid

5. Operationele doelstellingen

6. Overzicht afgeronde onderzoeken

In 4 Budgettaire gevolgen van beleid wordt de realisatie 2009 afgezet tegen de oorspronkelijke vastgestelde begroting 2009 en worden opmerkelijke verschillen toegelicht.

In 5 Operationale doelstellingen wordt per operationele doelstelling nader ingegaan op de behaalde resultaten in 2009. Hierbij wordt aandacht besteed aan de gerealiseerde instrumenten/activiteiten en de prestatieindicatoren. De opmerkelijkste resultaten en verschillen worden per operationele doelstelling nader toegelicht.

Het jaarverslag Koninkrijksrelaties 2009 bevat ook een bedrijfsvoeringsparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke bedrijfsvoeringpunten voor Koninkrijksrelaties (IV). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2009

In de jaarrekening treft u de (samenvattende) verantwoordingsstaat voor de begroting van Koninkrijksrelaties en de saldibalans met toelichting. De Slotwet wordt als een apart kamerstuk gepubliceerd.

De bijlagen

Voor de toegankelijkheid van het jaarverslag zijn ook een overzicht van gebruikte afkortingen en een trefwoordenregister opgenomen.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN 2009

Algemeen

Het jaar 2009 was een enerverend jaar voor Koninkrijksrelaties. Het Koninkrijksconcert in Zoetermeer op 15 december 2009 vormde de afsluiting van een jaar waarin veel werk is verzet om het mogelijk te maken dat op ’10-10-2010’ de nieuwe staatkundige constellatie van de Nederlandse Antillen een feit kan worden. Met Saba en Sint Eustatius zijn in november bestuurlijke afspraken gemaakt, met Bonaire is het nog niet zover gekomen. De bestuurlijke verhoudingen zullen ook in 2010 veel aandacht verdienen. Van de eilanden zijn in 2009 schulden gesaneerd om een gezonde financiële startpositie te kunnen realiseren per 10-10-2010. Positief gevolg van de schuldsanering is de bijdrage aan het feit dat de wereldwijde economische crisis de Nederlandse Antillen in 2009 relatief weinig heeft geraakt. Het is echter voor de weerstand en groeivermogen van de Antilliaanse economie van het grootste belang dat er ook structurele beleidsmaatregelen worden genomen. Voor een geslaagde overgang is het tevens cruciaal rechtszekerheid, veiligheid, goed bestuur en onderwijs te waarborgen. De gezaghebbers van de eilanden zijn daarom in 2009 ondersteund door technische bijstanders.

Curaçao en Sint Maarten

In 2009 zijn de consensusrijkswetten voor parlementaire besluitvorming voorgelegd aan de Staten-Generaal. De Toetsingsadviescommissie (TAC) is doorgegaan met de toetsing van de organieke wetten en staatsregelingen van Curaçao en Sint Maarten. De aanlevering van de ontwerpwetgeving van de toekomstige landen verliep traag. Als gevolg daarvan heeft de TAC alleen in februari en begin december de ontwerpen kunnen toetsen.

Daarnaast is afgesproken dat de overheidsapparaten van de toekomstige landen aan een aantal criteria (die bijvoorbeeld betrekking hebben op de rechtszekerheid, deugdelijkheid van bestuur en openbare financiën) moeten voldoen. Toetsing van de overheidsapparaten van zowel Curaçao als Sint Maarten zal moeten uitwijzen in hoeverre zij aan de gestelde criteria voldoen en toegerust zijn om hun nieuwe taken uit te voeren. In 2009 is een plan van aanpak voor deze toetsing vastgesteld. Curaçao en Sint Maarten zijn het eigen (nieuwe) ambtelijke apparaat aan het reorganiseren en opbouwen. Zij krijgen hierbij ondersteuning door de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking en Bestuurskracht (IVB), dat in 2009 op gang kwam.

In 2009 is de samenwerkingsovereenkomst verbetertraject Bon Futuro getekend. Gedurende dit driejarige verbetertraject worden er vanuit Nederland medewerkers van de Dienst Justitiële Inrichtingen naar Bon Futuro uitgezonden om de situatie in deze inrichting te verbeteren. Het doel is om de inrichting aan het einde van dit traject aan internationale normen te laten voldoen.

De uitstoot van de Isla raffinaderij op Curaçao geeft al langere tijd reden tot zorg. De overheid van Curaçao heeft reeds in 2008, in overleg met Nederland, besloten op te treden door de luchtvervuiling structureel te meten en op basis daarvan de geldende milieunormen te handhaven. Dit is vastgelegd in het Sociaal Economisch Initiatief (SEI), waarmee middelen beschikbaar zijn gekomen om de doelstellingen te realiseren. Eind 2009 heeft dit geresulteerd in een voorlopig meetstation en een versterkte milieudienst. Tevens is er een toekomstvisie voor het mileubeleid in ontwikkeling.

Bonaire, Saba en Sint Eustatius

Op Bonaire, Saba en Sint Eustatius is voor iedereen duidelijk geworden dat er veranderingen aan staan te komen. Gedurende het hele jaar 2009 functioneerden op deze eilanden de Regionale Service Centra. De vakdepartementen investeerden in zichtbare verbeteringen van het voorzieningenniveau, zoals het opknappen van schoolgebouwen. Met Saba en Sint Eustatius zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de toekomstige taakverdeling tussen de eilandelijke overheid en de Nederlandse rijksoverheid. Met Bonaire konden dergelijke afspraken nog niet worden gemaakt. Het in mei 2009 aangetreden bestuur is zeer terughoudend in het maken van afspraken met Nederland en heeft een referendum aangekondigd over het staatkundige proces. Ofschoon Nederland zich steeds bereid heeft getoond tot dialoog, is wel besloten de activiteiten op het eiland in het kader van het transitieproces op te schorten.

Gezonde startpositie

In 2009 zijn betalingsachterstanden gesaneerd van het Land Nederlandse Antillen, Saba en Bonaire, voor een totaalbedrag van bijna NAF 105 miljoen (ca. € 42 miljoen). Voor het Land NA en Curaçao is begonnen met de sanering van de schuldtitels. In 2009 was hiermee een bedrag gemoeid van NAF 872 miljoen (ca. € 353 miljoen). Het is mede aan deze geldstroom te danken dat de Nederlandse Antillen relatief weinig hebben gemerkt van de wereldwijde economische crisis. Ook de investeringen die in het kader van het Sociaal Economisch Initiatief (SEI) worden gedaan, dragen bij aan het dempen van de gevolgen van de economische crisis. Het is echter voor de weerstand en groeivermogen van de Antilliaanse economie van het grootste belang dat er ook structurele beleidsmaatregelen worden genomen. Deze maatregelen maken onderdeel uit van de eilandelijke SEI’s. De uitvoering van de SEI’s is op dit punt echter achtergebleven.

Bestuurskracht en rechtshandhaving

Naast een sterke economie zijn ook rechtszekerheid, veiligheid, goed bestuur en onderwijs cruciaal voor het functioneren van een samenleving. In de aanloop naar 10-10-2010 wordt op deze terreinen een extra inspanning gepleegd. Het is niet voor niets dat in 2009 heel veel tijd en aandacht is uitgegaan naar het verbetertraject politie en de inrichtingsplannen voor de eilandelijke politiekorpsen en de Gemeenschappelijke Voorziening Politie. Ook is besloten tot een andere opzet van het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen. De betrokkenheid van de toekomstige landen Curaçao en Sint Maarten, en van Nederland voor wat betreft de BES-eilanden, is geïntensiveerd. De uitvoering van de samenwerkingsprogramma’s Institutionele Versterking en Bestuurskracht is in 2009 op gang gekomen. De gezaghebbers van de vijf eilanden zijn in 2009 ondersteund door technische bijstanders.

Aruba

In 2009 werden de verkiezingen op Aruba gewonnen door de AVP. Met de nieuwe regering werd in november overeenstemming bereikt over de opdracht om de situatie op de terreinen van deugdelijkheid van bestuur en de rechtshandhaving nader te onderzoeken. Nederland doneerde in 2009 voor de laatste maal aan het Fondo Desaroyo Aruba (FDA) ten behoeve van het reguliere samenwerkingsbeleid. In de komende jaren zal nog wel een bijdrage worden verstrekt aan het Nationaal Veiligheidsplan 2008–2012. Als onderdeel van dit plan is in 2009 een mobiele eenheid (ME) van het Korps Politie Aruba opgericht.

Visie op de toekomst van het Koninkrijk

In 2009 is gestart met een symposiumreeks met als titel «De Toekomst van het Koninkrijk». Twee van de symposia hebben in 2009 in Nederland plaatsgevonden. Het betrof een studentendebat met als titel «Het belang van het Koninkrijk voor de toekomst» en een symposium met als titel «De gezamenlijke waarden van het Koninkrijk?» In het voorjaar van 2010 is er een vervolg op Curaçao, Aruba en Sint Maarten. De uitkomsten van de symposiumreeks vormen bouwstenen voor een nader uit te werken toekomstvisie.

4. BELEIDSARTIKELEN

BELEIDSARTIKEL 1. Waarborgfunctie

Algemene beleidsdoelstelling

Het waarborgen van de rechtszekerheid en de mensenrechten in de Nederlandse Antillen en Aruba

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Het waarborgen van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur is een aangelegenheid van het Koninkrijk (artikel 43 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden). Ten aanzien van de rechtshandhaving hebben de onderwerpen grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en grensbewaking een hoge prioriteit. Nederland werkt hiertoe nauw samen met de Nederlandse Antillen en Aruba in het Recherchesamenwerkingsteam (RST) en de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba. De staatssecretaris van BZK draagt bij aan de instandhouding van deze twee organisaties. Daarnaast wordt vanuit de begroting van Koninkrijksrelaties bijgedragen aan de ondersteuning van de Rechterlijke Macht en het Openbaar Ministerie. Dit alles om de rechtszekerheid en veiligheid voor de burger op de Nederlandse Antillen en Aruba te verhogen.

Op 1 mei 2009 is de Rijkswet Kustwacht in werking getreden. Hiermee is een stevige basis gelegd voor de voortzetting van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba. In september 2009 is ook het Lange Termijn Plan 2009–2018 voor de Kustwacht vastgesteld door de Rijksministerraad. Dit plan vormt de basis voor het opstellen van de jaarlijkse beleidsdocumenten voor de Kustwacht in deze periode.

In 2008 is overeenstemming bereikt over de consensusrijkswet Politie tussen Nederland, het Land Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten. Hiermee is uitwerking gegeven aan de afspraken die op 2 november 2006 in de Slotverklaring zijn gemaakt over het Recherchesamenwerkingsteam (RST). In 2009 is bovendien besloten de samenwerking binnen het RST te laten doorlopen tot twee jaar na de transitie. Gedurende deze periode kan er gewerkt worden aan de inrichting van de Gemeenschappelijke Voorziening Politie (GVP). Op deze wijze kan een goede en zorgvuldige overdracht van de zogenaamde RST-taken aan de GVP worden voorbereid.

Externe factoren

Nederland ondersteunt de overheden van Aruba en de Nederlandse Antillen bij het invullen van de statutair bepaalde autonomie. Het resultaat van deze inspanning is echter afhankelijk van de mate waarin overeenstemming bestaat tussen de landen over de te volgen aanpak in het bereiken van de beleidsdoelstellingen.

Reeds enige tijd bestaan er zorgen over de staat van bestuur op Aruba. De regeringswisseling op Aruba heeft ertoe geleid dat Aruba en Nederland op 25 november 2009 overeenstemming bereikten over een opdracht om de situatie op de terreinen van deugdelijkheid van bestuur en de rechtshandhaving nader te onderzoeken.

In 2009 is in de samenwerking tussen de politiekorpsen van de Nederlandse Antillen en het RST, het TGO-model (Team Grootschalige Opsporing) geïntroduceerd. Hierdoor kan onder aansturing van het Openbaar Ministerie sneller en gemakkelijker van elkaars expertise gebruik worden gemaakt. Dit TGO-model is verder uitgewerkt en onder meer ingezet bij het onderzoek naar de verdwijning van de Amerikaanse vice-consul op Curaçao.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

         
Kengetal Basiswaarde 2005 2007 2008 Streefwaarde 2009 Realisatiewaarde 2009
Tactische opsporingsonderzoeken 50 32 43 28 20
Bron: Jaarverslag RST          

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
1. Waarborgfunctie         Realisatie Vastgestelde begroting Verschil
  2005 2006 2007 2008 2009 2009 2009
Verplichtingen 40 133 42 233 37 221 60 355 51 071 57 487 – 6 416
               
Uitgaven 39 193 41 040 37 094 59 711 50 890 57 487 – 6 597
1.1 Rechterlijke macht en samenwerkingsmiddelen 39 193 41 040 37 094 59 711 50 890 57 487 – 6 597
               
Ontvangsten 2 974 12 792 4 348 4 618 2 557 4 464 – 1 907

Financiële toelichting

De uitgaven voor de ondersteuning van de Rechterlijke Macht en het Openbaar Ministerie zijn in 2009 € 4,6 mln. lager uitgevallen dan aanvankelijk begroot. Tevens is er bij Voorjaarsnota € 1 mln. overgeboekt naar Justitie voor de uitvoering van het project Justitiële Informatie Dienst (JID). Daarnaast is de bijdrage voor de inzet van de Kustwacht lager dan begroot. Hiervoor is bij Najaarsnota en Slotwet de begroting per saldo met € 2,8 mln. verlaagd. De onderrealisatie van de Kustwacht wordt veroorzaakt door lagere uitgaven voor de luchtverkenningscapaciteit en een aantal doorschuivende investeringen.

Operationele doelstellingen 1.1: Het versterken en waarborgen van rechtszekerheid en de mensenrechten door het bevorderen en in stand houden van structurele samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk

Doelbereiking

Op de Nederlandse Antillen en Aruba is sprake van grensoverschrijdende (drugs-)criminaliteit. Omdat deze problematiek de eigen capaciteit van de beide landen overstijgt, wordt op structurele wijze samengewerkt in het kader van de waarborgfunctie. Het betreft hier de activiteiten van de Kustwacht, het RST en de ondersteuning van de zittende en staande magistratuur. De Kustwacht en het RST spelen een belangrijke rol in de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en werken hiertoe ook internationaal samen. Om een goed niveau van rechtshandhaving en rechtspleging in de beide landen te garanderen, is een volledige bezetting van het Hof en het Openbaar Ministerie van cruciaal belang. Omdat de landen hiertoe de personele capaciteit ontberen, draagt Nederland hieraan bij. In 2009 zijn op de Nederlandse Antillen en Aruba gemiddeld 23 uitgezonden rechters en 10 uitgezonden officieren van Justitie werkzaam geweest. Daarnaast verleent Nederland op incidentele basis bijstand aan de landen wanneer deze daar om verzoeken. Zo heeft Nederland in 2009 op diverse terreinen ondersteuning verleend aan het onderzoek naar de verdwijning van de Amerikaanse vice-consul op Curaçao. Deze bijstand bestond uit forensische expertise, speurhonden en begeleiders en ondersteuning vanuit Defensie voor het zoeken op en onder water.

Met middelen uit Hoofdstuk 4, Koninkrijksrelaties, van de Rijksbegroting en de bijdragen van het Land Nederlandse Antillen en Aruba wordt de Kustwacht van de Nederlandse Antillen en Aruba in staat gesteld haar taken uit te voeren. Duidelijk is dat de Kustwacht een van de belangrijke schakels is in de rechtshandhavingsketen in de beide landen. Het bezit van een eigen luchtverkenningscapaciteit en een walradarketen op de Benedenwindse eilanden draagt in sterke mate bij aan de effectiviteit van de Kustwacht. Bij veel van de succesvolle operaties in 2009 hebben zij een vitale rol gespeeld. Zo werd op 9 oktober 2009 een vaartuig aangehouden, waarbij 334 kilo cocaïne in beslag is genomen en 4 personen werden aangehouden.

Instrumenten

 
2009 Realisatie
Bijdragen aan het functioneren van de Kustwacht Ja
In stand houden van het Recherchesamenwerkingsteam Ja
Leveren van ondersteuning aan Rechterlijke Macht Ja

Toelichting instrumenten

De belangrijkste resultaten worden onder doelbereiking nader toegelicht.

Overzicht afgeronde onderzoeken

In 2009 zijn geen beleidsevaluatieonderzoeken uitgevoerd.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Zie tabel bij artikel 2.

BELEIDSARTIKEL 2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Algemene beleidsdoelstelling

Het ondersteunen van de Nederlandse Antillen en Aruba bij het verbeteren van het bestuur, de rechtszekerheid, de economische ontwikkeling, het onderwijs en de overheidsfinanciën

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Het doel van het beleid is een grotere effectiviteit van het eigen beleid van de Nederlandse Antillen en Aruba op de genoemde beleidsterreinen en goed functionerende «checks and balances» op bestuurlijk gebied. De belangen van de burgers staan hierbij centraal. Zij moeten de overheid kunnen aanspreken op een goede uitoefening van haar taken.

In de nieuwe staatkundige verhoudingen zullen de Antilliaanse eilanden een sterk verbeterde financiële en bestuurlijke startpositie hebben. De eilandelijke overheid krijgt een gezonde financiële basis en kan efficiënter opereren door het verdwijnen van de dubbele bestuurslaag van het land. Dit bevordert werkgelegenheid, zorgt voor adequatere publieke dienstverlening en goede rechtsbescherming. Op die manier werken de eilanden en Nederland samen aan betere sociale omstandigheden voor de mensen op de eilanden.

In 2009 is het programma Institutionele Versterking en Bestuurskracht (IVB) van Curaçao goedgekeurd. Daarmee zijn nu alle eilandelijke samenwerkingsprogramma’s: Institutionele Versterking & Bestuurskracht (IVB), Onderwijs & Jongeren Samenwerkingsprogramma (OJSP) en het Sociaal Economisch Initiatief (SEI) lopend. De samenwerking op de drie reguliere thema’s is meer dan in het verleden vormgegeven door de eilandgebieden zelf. Het programma IVB en de SEI’s zijn bovendien uitdrukkelijk verbonden aan het staatkundige proces. Dit heeft geleid tot meer «ownership», wat de uitvoering van de programma’s ten goede komt. Voor wat betreft de BES-eilanden eindigt per transitiedatum de ondersteuning van BZK via de samenwerkingsprogramma’s. In 2009 is voor het OJSP reeds gewerkt aan een overdracht van de verantwoordelijkheid van BZK naar het ministerie van OCW. De monitoring van de voortgang van de overige programma’s IVB en SEI is overgedragen aan de Commissaris voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ondersteund door de Regionale Service Centra (RSC). De uitvoering van deze programma’s valt nog onder de verantwoordelijkheid van BZK.

Daarnaast is de samenwerking binnen het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (PVNA) in 2009 voortgezet. Ten aanzien van de doorlooptijd en de opzet van het PVNA heeft de politieke stuurgroep in 2009 besloten dat het PVNA met twee jaar wordt verlengd en dat de betrokkenheid van de toekomstige landen Curaçao en Sint Maarten en Nederland voor wat betreft de BES-eilanden wordt geïntensiveerd.

Ook is de samenwerking binnen het huidige meerjarenprogramma van Aruba en het Nationaal Veiligheidsplan 2008–2012 in 2009 voortgezet.

Externe factoren

De Nederlandse Antillen en Aruba zijn, op basis van het Statuut, zelf verantwoordelijk voor goed bestuur, rechtszekerheid, economische ontwikkeling, onderwijs en overheidsfinanciën. Er is sprake van een spanningsveld tussen de wens van grote autonomie, zoals die bij de Koninkrijkspartners leeft, en de wens vanuit Nederland om de waarborgtaak van het Koninkrijk te concretiseren. Er wordt steeds gezocht naar een voor alle partijen aanvaardbare balans tussen de mate van autonomie en de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk. Daarnaast is het behalen van de algemene beleidsdoelstelling afhankelijk van het moment waarop de bestuurlijke herinrichting van de Nederlandse Antillen kan plaatsvinden. Tot slot is de economische conjunctuur van invloed op een het bereiken van deze beleidsdoelstelling.

Mede naar aanleiding van de rapportage uit 2007 van de Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) over het gevangeniswezen op de Nederlandse Antillen en Aruba, is in 2009 een samenwerkingsovereenkomst tussen Nederland en de Nederlandse Antillen vastgesteld met als doel de Bon Futuro gevangenis te Curaçao te laten voldoen aan de internationale normen. Het betreft hier een zogenaamde landsaangelegenheid, waarvoor de verantwoordelijkheid ligt bij de Nederlands Antilliaanse minister van Justitie. Via deze samenwerkingsovereenkomst die een looptijd heeft van drie jaar is ook Nederland betrokken bij het verbeteren van de situatie in deze inrichting. De eindverantwoordelijkheid blijft echter bij de Nederlands Antilliaanse minister van Justitie.

De bestuurlijke wisselingen op Sint Maarten en vooral op Bonaire hebben hun weerslag gehad op de voortgang van het staatkundige proces. Hierdoor hebben de lopende processen enige vertraging opgelopen. In het geval van Bonaire is die vertraging substantiëler omdat het gehele staatkundige traject daar is stilgelegd. Dit had ook consequenties voor de samenwerkingsprogramma’s die direct gelieerd zijn aan het staatkundige proces: de SEI’s en Institutionele Versterking en Bestuurskracht.

De economische conjunctuur stond ook op de Nederlandse Antillen onder druk. Als gevolg van de sterkere oriëntatie op het Amerikaanse toerisme lijken Aruba en Sint Maarten meer last te hebben gehad van de wereldwijde recessie dan de andere eilanden. Toch ziet het er naar uit dat zowel Aruba als de Nederlandse Antillen minder hard zijn geraakt dan in eerste instantie mocht worden gevreesd. Het toerisme is niet ingestort en de eilanden zijn niet direct getroffen door de financiële problemen in de bancaire wereld. Gezien de investeringen die veel landen doen om de conjuncturele neergang te bestrijden zijn de programma’s in het kader van de staatkundige hervormingen, zoals bijvoorbeeld de schuldsanering en de SEI’s op het goede moment in gang gezet.

Meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

       
Kengetal Basiswaarde 2005 2007 2008 Realisatiewaarde 2009
Economische groei Nederlandse Antillen (reële groei in % BBP, 2009 cijfer t/m 3e kwartaal) 1,0 3,8 2,0 0,7
Bron: Bank Nederlandse Antillen        
Werkloosheid Nederlandse Antillen (% beroepsbevolking, 2009 cijfer t/m 3e kwartaal) 16,2 11,5 9,7 9,7
Bron: Bank Nederlandse Antillen        
Schuldquote Antillen (in % BBP) 82,2 84,5 82,0 75,9
Bron: Bank Nederlandse Antillen        
Economische groei Aruba (reële groei in % BBP) 1,0 0,4 2,5 NB
Bron: Centrale Bank van Aruba        
Schuldquote Aruba (in % BBP) 45,5 46,0 41,5 46,4
Bron: Centrale Bank van Aruba        
Schooluitval VSBO (leerlingen die het onderwijs hebben verlaten voor deelname aan het centraal examen) 6% NB NB NB
Bron: rendementsonderzoek Min Onderwijs NA        
Instroom SVP Curaçao 105 326 400 515
Bron: Onderzoek Regioplan        
Jeugdwerkloosheid Curaçao (%) 44,0 24,2 26,3 24,7
Bron: CBS-NA        

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners         Realisatie Vastgestelde begroting Verschil
  2005 2006 2007 2008 2009 2009 2009
Verplichtingen 91 718 223 922 214 450 411 392 620 010 279 825 340 185
waarvan garantieverplichtingen         54 411    
               
Uitgaven 119 589 130 478 210 734 436 813 556 984 289 666 267 318
2.1 Apparaat 5 152 5 488 6 618 8 564 11 617 9 597 2 020
2.2 Bevordering autonomie 114 437 124 619 127 505 417 821 102 943 120 300 – 17 357
2.3 Bevorderen staatskundige relaties   371 76 611 10 428 4 176 15 269 – 11 093
2.4 Schuldsanering 0 0 0 0 438 248 144 500 293 748
               
Ontvangsten 23 389 156 447 10 119 9 338 125 192 11 807 113 385

Financiële toelichting

In het kader van het Sociaal Economisch Initiatief (SEI) is in 2009 bij Voorjaarsnota € 5 mln. aan artikel 2.2 toegevoegd. Dit bedrag is vervolgens bij USONA gestort ten behoeve van de uitvoering van de in het SEI afgesproken projecten. Tevens is € 14,1 mln. toegevoegd ten behoeve van de schuldsanering op Aruba (de zogeheten Aruba-deal).

Van artikelonderdeel 2.3 is in 2009 bij Voorjaarsnota € 12 mln. overgeboekt naar de begrotingen van de ministeries van OCW, Jeugd en Gezin, VWS, Justitie en hoofdstuk 7 (DGV) om het voorzieningenniveau op de BES-eilanden op deze beleidsterreinen te verbeteren (zie ook onderstaande toelichting op artikel 2.3).

Bij Voorjaarsnota is € 178 mln. aan de begroting toegevoegd ten behoeve van de sanering van schuldtitels van het Land Nederlandse Antillen en het eilandgebied Curaçao en de betalingsachterstanden van de BES-eilanden. Ook is € 100 mln. toegevoegd voor de lopende inschrijving. Omdat in april 2009 is gestart met de schuldsanering van Curaçao is slechts € 33 mln. van de lopende inschrijving tot besteding gekomen. Ook zijn er minder betalingsachterstanden gesaneerd voor de BES dan begroot. Wel zijn in december 2009 betalingsachterstanden van het Land gesaneerd van circa € 34 mln.

Operationele doelstelling 2.1: Samenwerken met de Nederlandse Antillen en Aruba om daar de bestuurskracht, de rechtsorde, de economie en het onderwijs te versterken.

Doelbereiking

De samenwerkingsprogramma’s zijn in 2009 goed op gang gekomen. Dit geldt zeker voor de uitvoering van de Sociaal-Economische Iniatiatieven (SEI). Binnen het samenwerkingsbeleid wordt er zowel gewerkt aan direct zichtbare projecten als aan structurele maatregelen. Zo is op Curaçao het Little Leage Ball Park gerenoveerd en wordt via het Kenniscentrum Bedrijfsleven Beroepsonderwijs praktische samenwerking tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven gestimuleerd. Op Sint Maarten zijn sporthallen gebouwd en wordt ook gewerkt aan een eilandverordening leerplicht met als doel dat ieder kind naar school gaat. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de vele activiteiten die op de eilanden plaatsvinden. De activiteiten die nodig zijn om Curaçao en Sint Maarten klaar te maken voor de transitie naar Land lopen achter op de planning; in 2010 zijn op dit gebied nog de nodige inspanningen vereist. Op Bonaire, Saba en Sint Eustatius vloeien de samenwerkingsprogramma’s over in de activiteiten die de Nederlandse ministeries ondernemen om deze eilanden voor te bereiden op hun nieuwe staatkundige positie. De Commissaris voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Regionale Service Centra (RSC) spelen hierin een belangrijke rol. Twee maal per jaar wordt met elk eiland een voortgangsoverleg over de samenwerkingsprogramma’s gehouden, zodat vinger aan de pols wordt gehouden bij de uitvoering en waar nodig tussentijds bijgestuurd kan worden.

Onderwijs en Jongerenproblematiek

De uitvoering van het Onderwijs en Jongeren Samenwerkingsprogramma (OJSP) is in 2009 voortgezet. Ten behoeve van de monitoring van het programma is een nulmeting uitgevoerd waarin de beginwaarden van de doelstellingen van het programma zijn geïdentificeerd. Ook is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een monitoringinstrument, waarmee de realisatie van de doelstellingen voor de gehele duur van het programma gemeten kan worden.

Op Curaçao en Sint Maarten zijn op gezag van de minister van Onderwijs van de Nederlandse Antillen toetsen op het gebied van rekenen en taal (Nederlands en Papiaments of Engels) afgenomen in groep 7 van het Funderend Onderwijs. De resultaten van deze toetsen waren, met name op het gebied van rekenen en Nederlands, zorgelijk. Naar aanleiding hiervan zijn vanuit het OJSP middelen beschikbaar gesteld voor remediërend materiaal. Ook is door de begeleidingscommissie OJSP getracht na te gaan waar deze zorgelijke resultaten aan te wijten zijn. Uit de gesprekken die in dat kader zijn gevoerd met belangrijke spelers in het onderwijsveld, is gebleken dat de invoering van het funderend onderwijs achter loopt op schema. Dit geldt met name voor de nascholing van leerkrachten en de ontwikkeling van lesmateriaal. De verantwoordelijkheden en middelen voor het OJSP op Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn in 2009 overgedragen aan de minister van OCW.

Toekomst Antilliaanse Militie (TAM)

Ook in 2009 ondersteunden het ministerie van Defensie en van BZK de Toekomst Antilliaanse Militie (TAM). Twee lichtingen van elk 75–80 personen hebben de opleiding doorlopen.

Sociaal Economische Ontwikkeling

De Sociaal Economisch Initiatief (SEI) programma’s worden op eilandsniveau door de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen uitgevoerd. De uitvoering van de SEI’s is in 2009 in een hogere versnelling gekomen. Met name op Curaçao, Bonaire en Saba is een inhaalslag gemaakt na de trage start in 2008. Grofweg de helft van de projecten van het SEI op die eilanden was per eind 2009 door de Uitvoeringsorganisatie Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (USONA) goedgekeurd, waarna is gestart met de uitvoering. Sint Maarten en Sint Eustatius bleven hierbij iets achter. De achterstand die in 2008 is ontstaan is niet geheel ingelopen. Hierdoor is dus maar ten dele het beleidsdoel voor 2009 bereikt wat betreft de uitvoering van de SEI’s. Dit zet druk op de uitvoering in 2010.

Ook de in de SEI’s afgesproken structurele beleidsmaatregelen liggen bij de meeste eilanden wat achter op schema, terwijl deze wel van groot belang zijn met het oog op een goede startpositie in de nieuwe staatkundige verhoudingen. Zo is op Curaçao nog te weinig voortgang gemaakt met het hervormen van de arbeidsmarkt. In de SEI wordt ingezet op een activerend arbeidsmarktbeleid dat gericht is op flexibiliteit, waarin arbeidsparticipatie wordt bevorderd, openstaande vacatures lokaal worden vervuld en daarmee werkloosheid wordt verminderd. Dit is voor Curaçao een belangrijke voorwaarde om te komen tot meer economische groei en welvaart. Op Sint Maarten is het versterken van inspectiediensten een maatregel die een hogere prioriteit zou moeten hebben maar die tot dusver onvoldoende aandacht heeft gekregen. Tijdens de voortgangsoverleggen over de samenwerkingsprogramma’s is dit door Nederland aangekaart en zijn afspraken gemaakt die ertoe moeten leiden dat ook op het gebied van de structurele maatregelen een inhaalslag wordt gemaakt.

Eind 2009 is voor Bonaire het SEI opgeschort in verband met de politieke ontwikkelingen op dat eiland met betrekking tot de staatkundige vernieuwing. Dit heeft niet of nauwelijks gevolgen gehad voor de resultaten van het SEI in 2009 maar zal dat wel hebben voor de uitvoering in 2010.

Veiligheid

In 2009 is de samenwerking in het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (PVNA) voortgezet. In dit kader werd verder gewerkt aan de duurzame verbetering van organisaties van Politie, het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie, het Gevangeniswezen en de Vreemdelingenketen. Door besluitvorming in de politieke stuurgroep van 26 maart 2009 is de betrokkenheid van de toekomstige landen Curaçao en Sint Maarten, en Nederland voor de BES, binnen PVNA toegenomen doordat deze zelfstandig projecten via de coördinator PVNA aan USONA kunnen aanbieden. Hiermee komt de verantwoordelijkheid voor de opbouw van de nieuwe Landen meer bij Curaçao en Sint Maarten zelf te liggen. In de politieke stuurgroep van 9 december 2009 is bovendien besloten de doorlooptijd van het Plan Veiligheid te verlengen tot en met 2012. Hiermee wordt een goede en zorgvuldige afronding van lopende trajecten gewaarborgd.

In het kader van het staatkundig proces zijn de werkzaamheden steeds meer toegespitst op de implementatie en voorbereiding van de inwerkingtreding van de rijkswetten op de hiervoor terreinen van Politie, Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie.

Specifiek op het terrein van het gevangeniswezen is in juni 2009 een samenwerkingsovereenkomst tussen Nederland en de Nederlandse Antillen gesloten. Deze samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel de Bon Futuro op Curaçao te laten voldoen aan de internationale normen. Hierbij wordt naast de reeds eerder afgesproken financiële ondersteuning, ook ondersteuning geleverd in de vorm van personele bijstand. Zowel op management als op uitvoerend niveau wordt ondersteuning geleverd door de Nederlandse Dienst Justitiële Inrichtingen. In 2009 zijn negen leden managementteam voor een periode van drie jaar en dertig medewerkers van de Landelijke Bijzondere Bijstand voor een periode van een half jaar uitgezonden. De Nederlandse inzet en technische bijstand in het kader van de samenwerkingsovereenkomst «Bon Futuro» komt ten laste van reeds eerder beschikbaar gestelde middelen in het kader van PVNA.

Ook is in 2009 in het kader van PVNA op diverse terreinen ondersteuning geleverd aan de lokale diensten door de Koninklijke Marechaussee (KMar). Vanaf 2008 ondersteunt de KMar op verzoek van de Antilliaanse minister van Justitie de grensbewaking en het vreemdelingentoezicht op de Bovenwindse Eilanden. Op Saba en Sint Eustatius voert de KMar samen met de Antilliaanse collega’s tevens de basispolitietaken uit. De KMar-pool waarmee in de bovenstaande samenwerking wordt voorzien, loopt eind 2010 ten einde. Het betreft een inzet van 43 fte.

Institutionele versterking en bestuurskracht

De uitvoering van de samenwerkingsprogramma’s Institutionele Versterking en Bestuurskracht (IVB) is in 2009 goed op gang gekomen. Het IVB-programma van Sint Maarten heeft een duidelijke relatie met het staatkundig traject. Sint Maarten heeft de IVB-middelen vooral ingezet om zijn ambtelijk apparaat en bestuur te versterken, de financiële positie op orde te krijgen en de kwaliteit van wet- en regelgeving te verbeteren. Voor Curaçao is het programma pas in oktober 2009 vastgesteld en zijn projecten momenteel in voorbereiding. De IVB-programma’s van Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn in 2009 goed opgepakt. Er is onder andere geïnvesteerd in de verbetering van het financieel beheer. De IVB-middelen voor deze drie eilanden zijn bijna geheel verplicht. Het IVB-programma van het Land Nederlandse Antillen is met name gericht op de ontmanteling, maar via dit programma wordt ook Sint Maarten ondersteund met de opbouw van de landsorganisatie.

Ook werden de gezaghebbers van Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba ondersteund door een aantal technische bijstanders. Deze ondersteuning vindt plaats op de terreinen juridische zaken, vreemdelingen- en paspoortzaken, politiezaken, ruimtelijke ordening, natuur en milieu. Een evaluatie uitgevoerd in april 2009 laat zien dat gezaghebbers vinden dat het uitoefenen van hun toezichthoudende taken tijdens de transitiefase van het staatkundig proces door deze ondersteuning is toegenomen.

Samenwerkingsbeleid Aruba vanaf 2009

Het jaar 2009 was het laatste jaar dat Nederland heeft gedoneerd aan het Fundo Desaroyo Aruba (FDA). Op grond van het in mei 2000 getekende samenwerkingsprotocol tussen Nederland en Aruba zou Nederland in de jaren 2000 t/m 2009 in totaal € 99,8 mln (f 220 miljoen) in het FDA storten. Aan deze verplichting heeft Nederland nu voldaan. In de komende jaren zal Nederland alleen nog geld overmaken voor het Nationaal Veiligheidsplan Aruba 2008–2012 dat wordt gefinancierd uit de vrijgevallen schuldsaneringsmiddelen. Vanwege de uitvoering van dit plan, maar ook omdat het reguliere meerjarenprogramma 2006–2009 een langere doorlooptijd heeft, blijft Nederland betrokken bij het FDA. Ook in Aruba leidt een gebrek aan uitvoeringscapaciteit bij de ambtelijke diensten en directies tot vertraging in de uitvoering van het programma. Dit heeft onderbesteding van het fonds tot gevolg. Nederland heeft er mee ingestemd dat Aruba haar laatste storting van 35 miljoen AFL verdeeld over de jaren 2009 t/m 2012. Hieraan werd de conditie verbonden dat Aruba maatregelen neemt om verdere vertraging in de uitvoering van het meerjarenprogramma te voorkomen en een integrale uitvoering te waarborgen.

Nationaal Veiligheidsplan Aruba 2008–2012

Sinds 2008 wordt gewerkt aan de uitvoering van het Nationaal Veiligheidsplan Aruba. De belangrijkste onderdelen van dit Veiligheidsplan zijn het «Verbeterplan Korps Politie Aruba», en het verbeteren van de vreemdelingenketen Aruba.

In het kader van het verbeterplan Korps Politie Aruba is in 2009 verder gewerkt aan de professionalisering van onder andere de bedrijfsvoering in het Korps. Hiervoor is veel geïnvesteerd in opleidingen van personeel. In 2009 is een mobiele eenheid (ME) van het KPA opgericht. Hiervoor zijn opleidingen gevolgd die mede zijn verzorgd door het Nederlandse Korps Amsterdam Amstelland.

Bijdragen aan sociale ontwikkeling via subsidiering NGO’s

Voor de financiering van projecten op het gebied van de armoedebestrijding of duurzame maatschappelijke ontwikkeling stelt BZK aan de Stichting Antilliaanse Medefinancieringsorganisatie (AMFO) op jaarbasis ANG 20 miljoen beschikbaar. In 2009 heeft AMFO het volledige bedrag aan projecten toegewezen. Met name op de bovenwindse eilanden was daarvoor een extra inspanning van AMFO noodzakelijk. In overleg met de gezaghebbers zijn de behoeften op de eilanden geïnventariseerd. Daarna heeft AMFO hulp aangeboden bij de formulering van de projectvoorstellen door de betreffende NGO’s.

Versterking vreemdelingenketen

Verbetering van de vreemdelingenketen Nederlandse Antillen maakt onderdeel uit van het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (PVNA). Daarnaast is de vreemdelingenketen een belangrijk onderwerp in het Nationaal Veiligheidsplan Aruba.

Nederlandse Antillen

In het kader van PVNA heeft het verbetertraject dat in 2006 is gestart een vervolg gekregen bij de start van PVNA II. Het vreemdelingenproject, dat eind 2009 is afgerond heeft onder andere geresulteerd in de opbouw van toelatingsautoriteiten voor de toekomstige landen en openbare lichamen. Een eerste aanzet voor nieuwe (automatiserings)processen is gemaakt. De nieuwe entiteiten zullen de ingezette ontwikkeling moeten voortzetten.

Ter uitvoering van de slotverklaring is een gezamenlijke werkgroep van de toekomstige landen en Nederland aangesteld die het onderdeel over de vreemdelingenketen uit de slotverklaring gaat uitwerken. Op basis van een inventarisatie van de bestaande wet- en regelgeving, de werkprocessen en de knelpunten in de vreemdelingenketen is een onderlinge regeling met de (toekomstige) landen in maart 2009 overeengekomen. Vervolgens is in de Politieke Stuurgroep van 9 december 2009 een Plan van Aanpak ter implementatie van de onderlinge regeling vastgesteld. De uitvoering van het implementatieplan wordt vanaf januari 2010 ter hand genomen.

Aruba

De afspraken met Aruba over de vreemdelingenketen, die in juli 2007 in een memorandum of understanding zijn neergelegd worden door de Arubaanse diensten ten uitvoer gebracht. Begin 2009 is een plan van aanpak Vreemdelingenketen vastgesteld, waarin een aantal maatregelen is opgenomen die tot een verbetering van de organisaties in de Vreemdelingenketen moet leiden. Zo is in 2009 een begin gemaakt met het aanscherpen van taken van de diensten van de Arubaanse vreemdelingenketen. Een voorbeeld hiervan is de ministeriele beschikking van 7 april 2009, waarin de taken van IASA – de Arubaanse dienst belast met grensbewaking, toezicht en uitzetting – worden aangescherpt. Zo is nogmaals vastgelegd dat IASA geen strafrechtelijke taken heeft en zal het takenpakket van IASA herzien worden. Hierover zal Aruba, in overleg met Nederland, in 2010 een beslissing nemen.

De samenwerking op het terrein van de koppeling van (status)informatie binnen de Arubaanse vreemdelingenketen heeft een langzame start gekend. In 2009 heeft een inventarisatie plaatsgevonden, waarmee in kaart is gebracht welke dienst in de keten welke informatie nodig heeft en waarvoor.

Instrumenten

 
2009 Realisatie
Samenwerkingsbeleid Nederlandse Antillen vanaf 2009 Ja
Onderwijs- en jongerenproblematiek Ja
Sociaal Economische Ontwikkeling Ja
Veiligheid Ja
Institutionele versterking en bestuurskracht Ja
Samenwerkingsbeleid Aruba vanaf 2009 Ja
Fundo Desaroyo Aruba (FDA) Ja
Overheidsfinanciën Ja
Bijdragen aan sociale Ontwikkeling via subsidiering NGO’s Ja
Versterking vreemdelingenketen Ja

Toelichting instrumenten

Nagenoeg alle in de begroting 2009 genoemde activiteiten zijn in 2009 gerealiseerd. De belangrijkste resultaten worden onder doelbereiking nader toegelicht.

Operationele doelstelling 2.2: Het bevorderen van werkbare staatkundige relaties binnen het Koninkrijk.

Doelbereiking

Werkbare staatkundige relaties binnen het Koninkrijk vloeien mede voort uit de beoogde staatkundige veranderingen van de vijf Nederlands-Antilliaanse eilandgebieden. In dat licht zijn afspraken gemaakt over financieel toezicht, goed bestuur, adequate rechtshandhaving en investeringen in de economie van de eilanden in de slotakkoorden van 11 oktober 2006 en 2 november 2006. Deze afspraken zijn voorwaarden om te komen tot de nieuwe staatkundige verhoudingen.

De kern van de staatkundige veranderingen is de situatie voor de bevolking op de eilanden te verbeteren. De nieuwe staatkundige verhoudingen zijn niet van vandaag op morgen geregeld. Het opheffen van het huidige Land Nederlandse Antillen, het vormen van twee nieuwe Landen en het creëren van een nieuwe bestuursvorm binnen Nederland voor de drie kleine eilanden is een exercitie die niet alleen zeer complex is, maar waar ook weinig ervaring mee bestaat.

Resultaten BES-eilanden

Over het verloop van het staatkundig proces is de Kamer periodiek geïnformeerd via voortgangsrapportages. Voor wat betreft de BES-eilanden heeft in aanvulling hierop de Commissaris voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba – de heer Kamp – de rapportage ’Halverwege’ uitgebracht (31 568, nr. 62).

In 2009 zijn belangrijke stappen gezet in het wetgevingstraject. Dit leidt ertoe dat de wetgeving voor de BES-eilanden op tijd behandeld kan worden door de Staten-Generaal. Daarnaast werken de Nederlandse ministeries aan de praktische voorbereidingen voor de integratie van drie eilanden in het Nederlands staatsbestel als openbaar lichaam. Hiertoe hebben bijna alle departementen één of meerdere kwartiermakers uitgezonden naar de eilanden. Deze zijn gestationeerd in een Regionaal Service Centrum (RSC) op één van de drie eilanden. Deze kantoren zijn december 2008 feestelijk geopend en dienen sindsdien als kantoor voor de Nederlandse rijksoverheid op de BES-eilanden. In het kantoor op Bonaire bevindt zich tevens het kantoor van de Commissaris voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba – de heer Kamp, die met ingang van 1 januari 2009 met zijn werkzaamheden voor de BES-eilanden is begonnen.

Vooruitlopend op de nieuwe staatkundige verhoudingen wordt door de ministeries ook geïnvesteerd in het realiseren van zichtbare verbeteringen in het voorzieningenniveau voor de bevolking op het terrein van onderwijs, volksgezondheid, jeugd en veiligheid. In 2009 was hiervoor in totaal € 13 miljoen beschikbaar. Bij voorjaarsnota zijn deze incidentele middelen overgeboekt naar de begrotingen van OCW (2 x € 4 miljoen voor 2009 en 2010), VWS (€ 3 miljoen voor 2009), J&G (€ 3 miljoen voor 2009), Justitie (€ 1 miljoen voor 2009) en BZK (H VII, € 1 miljoen voor 2009). Deze middelen zijn besteed aan concrete maatregelen zoals de verbetering van de onderwijshuisvesting, de aanschaf van schoolboeken en van ambulances en is gestart met de oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin. In de jaarverslagen van de verschillende departementen zal nader worden ingegaan op de besteding van deze middelen.

Op 3 november 2009 zijn met de eilandbesturen van Saba en Sint Eustatius bestuurlijk afspraken gemaakt over de toekomstige taakverdeling tussen de eilandelijke overheid en Nederlandse rijksoverheid. Bij dit bestuurlijk overleg was ook de minister van SZW aanwezig, die afspraken heeft gemaakt over de sociale voorzieningen en toekomstige pensioengerechtigde leeftijd.

Met Bonaire zijn deze afspraken nog niet gemaakt. In mei 2009 heeft er op Bonaire een bestuurswisseling plaatsgevonden wat heeft geresulteerd in een andere houding van het eilandbestuur richting Nederland. Het huidige bestuur is zeer terughoudend in het maken van afspraken met Nederland en heeft een referendum aangekondigd over het staatkundige proces. Diverse pogingen om inhoudelijke gesprekken te voeren hebben weinig effect gehad. Nederland heeft besloten vooralsnog de schuldsanering voor Bonaire aan te houden, evenals de investeringen in zichtbare verbeteringen zoals de renovatie van de landingsbaan van Bonaire. Bonaire is te kennen gegeven dat Nederland bereid is de gesprekken voort te zetten zodra bij het eilandbestuur duidelijkheid is over de te varen koers.

Resultaten projectgroep Rechtspleging, rechtshandhaving en constitutionele Zaken

In 2009 is in de projectgroep Rechtspleging, Rechtshandhaving en Constitutionele Zaken (PRRC) gewerkt aan de lagere regelgeving die voortkomt uit de consensusrijkswetten inzake de Politie, Openbaar Ministerie en Gemeenschappelijk Hof. Daarnaast is er nog verder gewerkt aan de Rijkswet tot wijziging van het Statuut. Ook is in 2009 in de PRRC gewerkt aan de beantwoording van de door de Tweede Kamer en de Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba gestelde vragen over de rijkswetsvoorstellen. De nota’s naar aanleiding van de verslagen zijn inmiddels verzonden aan de Tweede Kamer. De PRRC heeft hiernaast ook toegezien op de voorbereiding van de nieuwe organisaties van het Openbaar Ministerie, het Gemeenschappelijk Hof en de Raad voor de Rechtshandhaving.

Resultaten Presidium Verbetertraject Politie

In de politieke stuurgroep van oktober 2008 werd in het kader van het verbetertraject politie een presidium ingesteld. Dit presidium werd samengesteld uit de respectievelijke voorzitters van de werkgroepen Curaçao, Sint Maarten en BES, een lid namens de minister van Justitie van het land Nederlandse Antillen, een vertegenwoordiger namens het Korps Rotterdam Rijnmond en een vertegenwoordiger namens het Korps Politie Aruba. Gedurende het jaar 2009 is het presidium er in geslaagd in concept de inrichtingsplannen voor de korpsen BES en Sint Maarten te leveren. Het inrichtingsplan voor het korps Curaçao en de Gemeenschappelijke Voorziening Politie (GVP) zijn niet in 2009 gereed gekomen. Overigens geldt voor de concept-inrichtingsplannen voor de korpsen BES en Sint Maarten dat deze verband houden met het inrichtingsplan van de GVP, en dat deze als zodanig nog een aantal openstaande punten bevatten.

De opdracht om te komen tot een volledig uitgewerkt inrichtingsplan voor de GVP, is in september 2009 belegd bij een zogenaamde «kleine commissie». Bij besluit van de politieke stuurgroep Staatkundige Veranderingen van 9 december 2009 is het presidium verbetertraject politie opgeheven.

Resultaten projectgroep financiën

De projectgroep Financiën coördineert sinds februari 2007 de financiële en economische trajecten ten behoeve van het Land, Curaçao en Sint Maarten. De belangrijkste zaken die door de projectgroep in 2009 zijn gerealiseerd, zijn:

• Het afronden van het concept van de consensus rijkswet financieel toezicht die het huidige tijdelijke financiële toezicht voor Land, Curaçao en Sint Maarten zal vervangen.

• Een verregaand concept van de Amvrb verdeling schuldtitels. Dit regelt de overname van de schuldtitels door de Staat der Nederlanden.

Daarnaast werden een aantal technische problemen opgelost en onduidelijkheden opgeklaard met betrekking tot de schuldsanering en het financieel toezicht.

Operationele doelstelling 2.3: Het binnen de gemaakte afspraken saneren van de schulden en betalingsachterstanden van de Nederlandse Antillen

Doelbereiking

Het doel van het saneren van de schulden is het bereiken van een gezonde financiële uitgangspositie voor de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten en de BES-eilanden die onderdeel van Nederland worden.

De schuldsanering vindt plaats volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in de slotverklaring van 2 november 2006. Bij de schuldsanering gaat het bij het land Nederlandse Antillen en het eilandgebied Curaçao om sanering van zowel de schuldtitels als de betalingsachterstanden. De overige entiteiten hebben alleen betalingsachterstanden. De belangrijkste voorwaarde om tot schuldsanering over te gaan is het aanwezig zijn van financieel toezicht door middel van een College financieel toezicht (Cft) en voor het Land, Curaçao en Sint Maarten het verkrijgen van een positief advies van het Cft bij hun begroting. In het slotakkoord is afgesproken dat alleen betalingsachterstanden die open stonden per 31 december 2005 en thans nog open staan worden gesaneerd. Tijdens het bestuurlijk overleg met de BES op 18 juni 2008 is daaraan toegevoegd dat Nederland ook de betalingsachterstanden van de BES over 2006 en 2007 zal saneren tot een maximum van 50 miljoen NAF. Voor de schuldtitels geldt dat ook schulden die zijn aangegaan na eind 2005 ter herfinanciering van de aflossingen en ter financiering van de rente worden meegenomen in de sanering.

De BES-eilanden hadden in november 2007 voldaan aan de voorwaarden voor schuldsanering en konden vanaf dat moment hun achterstanden vergezeld van een accountantsverklaring indienen bij Nederland. In 2009 zijn de eerste betalingsachterstanden voor Bonaire en Saba gesaneerd. Ook is eind 2009 voor het Land de eerste achterstand gesaneerd. De sanering van de schuldtitels is voor het Land op 1 januari 2009 begonnen en voor Curaçao op 1 april 2009. De Tweede Kamer is bij brief van 18 mei 2009 (31 568, nr. 37) en bij brief van 23 november 2009 (32 123 IV, nr. 3) uitvoerig geïnformeerd over de schuldsanering. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de gerealiseerde sanering van de schuldtitels (Curaçao en Land).

Uitgaven schuldsanering 2009 (in € 1 000)
  Aflossingen in NAF Aflossingen in euro 70% van de rente in NAF 70% van de rente in euro Totaal in NAF Totaal in euro
Land 351 215 144 538 113 977 45 743 465 193 190 281
Curaçao 307 345 123 941 99 297 39 074 406 637 163 015
Totaal 658 560 268 479 213 274 84 817 871 830 353 296

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

De evaluatie PVNA is in 2009 gestart. Deze wordt in de eerste helft van 2010 afgerond.

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Nominaal en Onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
3. Nominaal en onvoorzien       Vastgesteldebegroting Realisatie Verschil
  2005 2006 2007 2008 2009 2009 2009
Verplichtingen 0 0 0 0 1 350 0 1 350
               
Uitgaven 0 0 0 0 1 350 0 1 350
1. Loonbijstelling         241 0 241
2. Prijsbijstelling         498 0 498
3. Onvoorzien         611 0 611

Toelichting

Dit artikel is bij slotwet leeggeboekt.

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Inleiding

In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van relevante kwaliteitsverbeteringen en aandachtspunten in de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft conform de Comptabiliteitswet het karakter van een uitzonderingenrapportage. Voor de algemene en BZK brede onderwerpen en dossiers wordt verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf van het Jaarverslag Hoofdstuk VII. In deze paragraaf komen alleen de verplichte elementen en specifieke onderwerpen voor Hoofdstuk IV aan de orde, te weten de rechtmatigheid en de totstandkoming van de niet-financiële informatie.

Rechtmatigheid

In 2009 is geen sprake van overschrijding van de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid en voor de getrouwe weergave.

Totstandkoming beleidsinformatie

Voor de totstandkoming van de beleidsinformatie verwijzen wij naar de bedrijfsvoeringsparagraaf van BZK (VII).

Financieel en materieelbeheer

Het financieel en materieel beheer van de vertegenwoordigingen op de Antillen, het College Financieel Toezicht en het Regionaal Servicecentrum voldoet in het algemeen aan de gestelde eisen.

Het financieel en materieel beheer van de directie Koninkrijksrelaties maakt onderdeel uit van het ministerie van BZK. Voor opmerkingen over de kwaliteit van onder meer de centrale inkoop, personeelsbeheer, financiën en betaalgedrag verwijzen wij naar de bedrijfsvoeringsparagraaf van hoofdstuk VII.

Overige bedrijfsvoeringsaspecten

Schuldsanering

In 2009 is in totaal een bedrag van ca € 353 miljoen aan oude schulden van het Land Nederlandse Antillen en van de afzonderlijke eilandgebieden gesaneerd. De sanering heeft in overeenstemming met de gemaakte afspraken plaatsgevonden op basis van goedkeurende accountantsverklaringen bij de afzonderlijke betalingsachterstanden en schuldtitels. In een aantal gevallen tot een bedrag van ca € 7 miljoen kon niet worden beschikt over goedkeurende accountantsverklaringen. In die gevallen is echter voldoende aannemelijk gemaakt dat de betreffende schulden bestaan en zijn gemaakt in het kader van bestuurlijke taken.

Betaalgedrag

BZK (VII) heeft in 2009 extra aandacht gegeven aan het betaalgedrag van de Rijksoverheid. Dit mede om te voorkomen in tijden van economische crisis de Rijksoverheid als onbetrouwbare partner wordt gezien. Het gemiddeld percentage voor Koninkrijksrelaties (IV) over 2009 ligt op 89%.

C. JAARREKENING 2009

7. DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT 2009

Begroting 2009 Koninkrijksrelaties

                   
    (1) (2) (3)=(2)-(1)
Art. Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
    Verplich-tingen Uitgaven Ontvang-sten Verplich-tingen Uitgaven Ontvang-sten Verplich-tingen Uitgaven Ontvang-sten
  Totaal 338 662 348 503 16 271 671 081 607 874 127 749 332 419 259 371 111 478
                     
  Beleidsartikelen                  
1 Waarborgfunctie 57 487 57 487 4 464 51 071 50 890 2 557 – 6 416 – 6 597 – 1 907
2 Bevorderen antonomie Koninkrijkspartner 279 825 289 666 11 807 620 010 556 984 125 192 340 185 267 318 113 385
                     
  Niet-Beleidsartikelen                  
3 Nominaal en onvoorzien 1 350 1 350 0 0 0 0 – 1 350 – 1 350 0

8. SALDIBALANS

SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 2009 VAN KONINKRIJKSRELATIES (IV)

           
1) Uitgaven 2009 607 874 428   2) Ontvangsten 2009 127 749 096
             
3) Liquide middelen 202 691 332   3a) Liquide middelen  
             
4) Rekening-courant RHB     4a) Rekening-courant RHB 489 944 726
             
5) Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen) 5 837 142   6) Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden) 4 489 828
             
          Begrotingsreserve schuldsanering 194 219 252
             
7) Openstaande rechten     7a) Tegenrekening openstaande rechten  
             
8) Extra-comptabele vorderingen 306 082 760   8a) Tegenrekening extra-comptabele vorderingen 306 082 760
             
9a) Tegenrekening extra-comptabele schulden     9) Extra-comptabele schulden  
             
10) Voorschotten 248 048 945   10a) Tegenrekening voorschotten 248 048 945
             
11a) Tegenrekening garantieverplichtingen 100 446 145   11) Garantieverplichtingen 100 446 145
             
12a) Tegenrekening openstaande verplichtingen 59 451 631   12) Openstaande verplichtingen 59 451 631
             
13) Deelnemingen 5 181 120   13a) Tegenrekening deelnemingen 5 181 120
  TOTAAL 1 535 613 503     TOTAAL 1 535 613 503

Toelichting op de saldibalans van Koninkrijksrelaties (IV) over het jaar 2009

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten 2009

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd (2009).

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken (gebaseerd op het laatste dagafschrift) en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. De systematiek is zo ingericht dat pas op het moment dat de rekening volledig wordt uitgenut (per transitie) de definitieve wisselkoerseffecten zichtbaar worden.

Het totaalbedrag van € 202 691 332 is als volgt opgebouwd:

 
Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen 141 447
Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba 98 356
College Financieel Toezicht Antillen 11
Regionaal Service Centrum Bonaire 647 209
Bank Nederlandse Antillen SchuldsaneringBES 176 558 682
Maduro & Curiel’s Bank CFT Inzake Bonaire 3 015 155
Maduro & Curiel’s Bank CFT Inzake Saba 354 486
Maduro & Curiel’s Bank CFT Inzake St. Eustasius 718 665
Maduro & Curiel’s Bank CFT Inzake Kredietfaciliteit BES 18 316 759
Maduro & Curiel’s Bank CFT Inzake Bijzondere Leenfaciliteit 2 840 562
Totaal 202 691 332

Ad 4. Rekening-courant RHB

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen is het bedrag overeenkomstig het saldobiljet van genoemd departement.

Ad 5. Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag van € 5 837 142 aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

 
a. Vorderingen kasbeheerders Rijksdiensten:  
  Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen 214 702
  Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba 64 580
  College Financieel Toezicht 15 300
  Regionaal Service Centrum Bonaire 553 913
b. Te vorderen van ministeries en derden 1 560 945
c. Intra-comptabele voorschotten 965 868
d. Intra-comptabele debiteuren 2 461 834
Totaal 5 837 142

Ad a. Vorderingen kasbeheerders Rijksdiensten

De vorderingen van de Vertegenwoordigingen van Nederland in de Nederlandse Antillen bestaan uit diverse vorderingen op ministeries en derden.

Ad b. Te vorderen van ministeries en derden

De vorderingen bestaan vooral uit te verrekenen BTW en kosten in het kader van uitgezonden personeel. Van de te verrekenen BTW staat een bedrag ad € 20 513 open dat in 2010 bij de Belastingdienst zal worden gedeclareerd. De doorberekende kosten van uitgezonden personeel voor diverse projecten ad € 894 557 wordt hier ook verantwoord. Verder vallen de kosten van het Regionaal Service Centrum (RSC) op Bonaire aan de deelnemende departementen ad € 300 323 onder deze post.

Ad c. Intra-comptabele voorschotten

Het saldo van € 965 868 heeft betrekking op de toelagen en verhuiskosten van uitgezonden personeel. De posten worden via de salarisadministratie in 2010 verrekend.

Ad d. Intra-comptabele debiteuren

De kosten van uitgezonden belastingambtenaren van Nederland naar de Nederlandse Antillen ad € 724 379 zullen volgens afspraak in 2010 worden verrekend met de Uitvoeringsorganisatie van de Stichting Ontwikkelingsfonds Nederlandse Antillen (USONA). De kosten van de uitzending van belastingambtenaren van Nederland naar Aruba ad € 627 794 zullen conform afspraak in 2010 worden verrekend met het Ministerie van Financiën. De doorberekening van de salariskosten projecten ad € 1 086 985 zal in 2010 plaatsvinden.

Ad 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

Het bedrag van € 198 709 080 aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

 
a. Schulden kasbeheerders Rijksdiensten:  
  Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen 78 563
  Regionaal Service Centrum Bonaire 676 102
  diversen 3 997
b. Begrotingsreserve schuldsanering 194 219 252
c. Overig intra-comptabele schulden 2 860 570
d. Kruisposten begrotingsstuk 870 596
Totaal 198 709 080

Ad a. Schulden kasbeheerders Rijksdiensten

De schuld van de Vertegenwoordigingen van Nederland in de Nederlandse Antillen bestaat uit diverse af te dragen belastingen en betalingen die onderweg zijn.

Ad b. Begrotingsreserve schuldsanering

Het gereserveerde bedrag is bestemd voor de sanering van de betalingsachterstanden van het Land Nederlandse Antillen, Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden. De schuldsanering vindt plaats volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in de slotverklaring van 2 november 2006. De belangrijkste voorwaarde om tot schuldsanering over te gaan is het aanwezig zijn van financieel toezicht door middel van een College financieel toezicht (Cft) en voor het Land, Curaçao en Sint Maarten het verkrijgen van een positief advies van het Cft bij hun begroting. De BES-eilanden hadden in november 2007 voldaan aan de voorwaarden voor schuldsanering en konden vanaf dat moment hun achterstanden vergezeld van een accountantsverklaring indienen bij Nederland. In 2009 zijn de eerste betalingsachterstanden voor Bonaire en Saba gesaneerd. Ook is eind 2009 voor het Land de eerste achterstand gesaneerd.

Het aandeel van de BES in de schuldtitels van het Land ad € 42,5 mln. is in 2009 vrijgevallen, omdat er op deze reserve geen betalingen meer zijn te verwachten.

Per 31-12-2009 is de opbouw van begrotingsreserve als volgt:

           
Jaar BES L/C/M Ontvangen rente BNA Totaal
  betalingsachterstanden Aandeel schuld achterstand t/m 2005
t/m 2005 2006/2007
Vorming            
2007 33 000 000   42 500 000     75 500 000
2008       203 000 000 1 427 676 204 427 676
2009   20 000 000     2 642 20 002 642
             
Totaal beschikbaar 33 000 000 20 000 000 42 500 000 203 000 000 1 430 318 299 930 318
Vrijval 2009     42 500 000   1 430 318 63 930 318
Besteding 2009 7 279 321 220 984   34 280 443   41 780 748
Kredietfaciliteit       20 000 000    
Stand 31/12/2009 25 720 679 19 779 016 0 148 719 557 0 194 219 252

Ad c. Overige intra-comptabele schulden

Dit betreft salariskosten van december die in 2010 verrekend zullen worden.

Ad d. Kruisposten begrotingshoofdstuk

Het saldo bestaat uit een schuld aan BZK/Hoofdstuk VII.

Ad 8. Extra-comptabele vorderingenAd 8a. Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

Het saldo per 31 december 2009 kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x € 1 000
  Totaal bedrag Korte termijn Lange termijn Waarvan < 1 jaar Waarvan > 1 jaar
1. Algemeen 7 406 7 406   5 798 1 608
2. Ned. Antillen 199 123 199 123   14 055 185 068
3. Aruba 3 471 3 471   3 471  
4. Leningen 96 083   96 083   96 083
  306 083 210 000 96 083 23 324 282 759

1. Algemeen

In 2009 is alleen de Kustwachtbijdrage over het jaar 2008 ontvangen van de Nederlandse Antillen. De bijdrage van Aruba wordt in 2010 verwacht. Verwacht wordt dat de vastgestelde bijdrage over 2009 van beide landen (€ 5,7 mln) in 2010 zal worden ontvangen.

2. Vordering op de Nederlandse Antillen

A. Specificatie aflossingsverplichtingen

bedragen x € 1 000
  Begrotingsleningen NIO-leningen Totaal
1996   11 087 11 087
1997   11 364 11 364
1998   11 648 11 648
1999   11 939 11 939
2000   12 238 12 238
2001   12 544 12 544
2002   12 858 12 858
2003   13 179 13 179
2004 147 13 508 13 655
2005 3 790 13 846 17 636
2006 3 884 14 192 18 076
2007 1 683 10 441 12 124
2008 1 725 9 632 11 357
2009 1 768   1 768
Totaal 12 997 158 476 171 473

B. Overige vorderingen

De overige vorderingen bestaan uit:

– de verschuldigde rente van begrotingsleningen en de leningen in het kader van de verstrekte Liquiditeitssteun ad € 16,3 mln;

– de ingestelde contragarantie op de ALM-lening ad € 2,2 mln.

De nog in te vorderen rente op de liquiditeitssteun ad € 9,2 mln is niet in de administratie vastgelegd.

3. Aruba

De aflossingen en de rente over 2009 ad € 3 471 080 van de leningen die bij FMO geboekt staan, zijn opgenomen in de vorderingenadministratie.

4. Leningen

De door Koninkrijksrelaties verstrekte geldleningen (niet zijnde voorschotten) worden, conform het gestelde in de Regeling Departementale Begrotingsadministratie, afzonderlijk weergegeven.

    Gehanteerde koersen   Valuta Euro
Begrotingssteun Aruba       16 336 088
Maatregel Tussenbalans       41 925 259
Contragarantie EIB 0,65 begrotingskoers in € USD 31 168 20 259
Water- en Energiebedrijf (akte 263-JZ/1995) 0,36 begrotingskoers in € AFL 21 803 224 7 849 161
Begrotingsleningen via NPMNA 0,36 begrotingskoers in € NAF 0 0
Nederlandse Antillen Liquiditeitssteun 0,36 begrotingskoers in € NAF 3 200 000 1 152 000
Aanvullende Liquiditeitssteun 0,36 begrotingskoers in € NAF 80 000 000 28 800 000
Totaal         96 082 767

Begrotingssteun Aruba

In 1985 tot 1988 is aan Aruba een begrotingssteun verleend in de vorm van een lening van € 45,38 mln met een jaarlijkse rente van 2,5%. Vanaf eind 1994 vindt aflossing plaats in 25 jaarlijkse termijnen van € 1,8 mln. Eind 2018 zal de laatste aflossing plaatsvinden.

Maatregel Tussenbalans

In het kader van de maatregel Tussenbalans zijn met ingang van 1991 begrotingsleningen verstrekt aan de Nederlandse Antillen en Aruba ter financiering van projecten, waarvan een bepaald rendement verwacht mag worden. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%. In 2025 zullen de laatste aflossingen plaatsvinden.

Niet alle leningsovereenkomsten zijn ondertekend. Dit is mede gelegen in het wetgevingstraject dat moet worden doorlopen, voortvloeiend uit de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen. Geldleningen ten name of ten laste van de Nederlandse Antillen kunnen alleen krachtens landsverordening worden aangegaan. Tevens dient bij landsbesluit te worden vastgelegd op welke wijze het land de Nederlandse Antillen in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd.

Een specificatie van de leningen luidt als volgt:

    Bedrag hoofdsom per 31-12-2009
1991 Nederlandse Antillen 13 458 963
1991 Aruba 4 060 914
1992 Nederlandse Antillen 6 141 050
1992 Aruba 4 831 774
1993 Nederlandse Antillen 2 942 989
1993 Aruba 2 962 245
1994 Nederlandse Antillen 1 466 821
1994 Aruba 1 207 795
1995 Nederlandse Antillen 3 311 059
1995 Aruba 201 544
2000 Nederlandse Antillen (OBNA) 1 244 000
2001 Nederlandse Antillen (OBNA) 96 105
  Totaal 41 925 259

Contragarantie

De contragarantie van de Nederlandse Antillen en Aruba op garantie van de rente en aflossingen van door de Europese Investeringsbank aan de Nederlandse Antillen en Aruba verstrekte leningen is opgenomen als extra-comptabele vordering.

Water- en Energiebedrijf Aruba

Begrotingslening ten behoeve van het Water- en Energiebedrijf NV gevestigd te Aruba. De lening is verstrekt voor het aldaar verrichten van een groot aantal investeringen voor de renovatie en uitbreiding van het Water- en Energiebedrijf. Deze leningsovereenkomst is opgesteld in Arubaanse valuta ad AFL 28,0 mln. De lening heeft een looptijd tot 30 juni 2026 waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%.

Begrotingsleningen via de Nederlandse Participatie Maatschappij voor de Nederlandse Antillen (NPMNA)

De verstrekte lening «Zelfbouw Sint Maarten (SMHFF 1998.01)» afgesloten met de Sint Maarten Housing Finance Foundation is niet meer in beheer bij NPMNA. Aan de voorwaarden voor kwijtschelding, zoals overeengekomen op 24 april 2006, is in 2009 voldaan. Daarmee is kwijtschelding een feit en bedraagt de balanswaarde is per ultimo 31 december 2009 nihil.

Liquiditeitssteun Nederlandse Antillen

Ten behoeve van de liquiditeitssteun aan de Nederlandse Antillen zijn in 2000 in het kader van het IMF-traject twee leningen verstrekt. De leningen zijn opgesteld in Antilliaanse valuta en zijn groot NAF 32 mln en NAF 80 mln. In 2004 is een deel van de eerstgenoemde lening omgezet in een renteloze gift van NAF 28,8 mln. Het openstaande saldo op beide leningen bedraagt per eind 2009 NAF 3,2 mln respectievelijk NAF 80 mln. Beide leningen zijn vanaf 2001 rentedragend waarbij het rentepercentage 2,5% bedraagt.

Ad 10. Openstaande voorschottenAd 10a. Tegenrekening openstaande voorschotten

De saldi van de per 31 december 2009 openstaande voorschotten en van de in 2009 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Bedragen x € 1000
Jaar Saldo 1 januari 2009 Bevoorschot 2009 Afgerekend 2009 Saldo 31 december 2009
t/m 2005 83 179   6 702 76 477
2006 22 449   6 456 15 993
2007 25 592   5 521 20 071
2008 41 537   20 349 21 188
2009   122 105 7 785 114 320
Totaal 172 757 122 105 46 813 248 049

De openstaande voorschotten zijn onder te verdelen in de navolgende begrotingsartikelen:

Artikel 01.01 Waarborgfunctie

Onder dit artikel worden uitzendingen van rechters en officieren van justitie naar de Nederlandse Antillen en Aruba gefinancieerd. Nadat de uitzending is beëindigd worden de voorschotten definitief afgewikkeld. De financiering voor inzet Kustwacht en Recherchesamenwerking komt ook ten laste van dit artikel. Afwikkeling van deze voorschotten geschiedt na ontvangst van de jaarrekening en de accountantsverklaring.

Artikel 02.02 Bevordering autonomie

Ten laste van dit artikel worden projecten van verschillende beleidssectoren gefinancieerd. Bij de afsluiting c.q. afrekening van deze projecten dient voldaan te zijn aan de voorwaarden die bij de financiering van deze projecten zijn gesteld. Pas dan kunnen de voorschotten definitief worden afgewikkeld. In 2009 zijn in totaal 14 projecten afgesloten.

Ad 11. GarantieverplichtingenAd 11a. Tegenrekening garantieverplichtingen

Het bedrag ad € 100 446 145 aan garantieverplichtingen is als volgt opgebouwd:

         
Garanties per 1 januari 2009     70 487 787  
Verleende garanties in 2009     54 410 649  
      124 898 436  
Vervallen garanties in 2009 12 572 156      
Uitbetaalde garanties in 2009 11 880 135      
      24 452 291 –/-
Openstaande garanties per 31 december 2009     100 446 145  

De openstaande garantieverplichtingen zijn als volgt opgebouwd:

Bedragen x € 1 000
1. Garantie van rente en aflossing van door de Nederlandse Investeringsbank voor ontwikkelingslanden NV (N.I.O.) verstrekte leningsgelden 56 826
   
2. Garantie van rente en aflossing van door de Europese Investeringsbank aan de Nederlandse Antillen en Aruba verstrekte leningen in Euro 4 247 mln. 20
   
3. Bankgarantie van de door de Europese Commissie aan Bonaire verstrekte leningen 43 600
Totaal 100 446

ad 1. Garantie NIO

De garantieverplichting bedraagt volgens de garantieovereenkomst van het Rijk per 31 december 2009 € 56 825 886. De door de Nederlandse Antillen niet betaalde rente- en aflossingsverplichtingen op de NIO/FMO leningen zijn uit hoofde van de garantieovereenkomst door Nederland betaald. Een bedrag ad € 11 880 135 is door de Nederlandse Staat aan de FMO betaald en in de vorderingenadministratie opgenomen.

ad 2. Garantie Europese Investeringsbank

De garantieverplichting bij de Europese Investeringsbank (EIB) vloeit voort uit de borgtochtovereenkomst voor de OBNA Globale lening III-A tussen de Staat der Nederlanden en de EIB. Nederland staat garant voor leningen die de EIB verstrekt aan ACS en LGO-landen. Volgens opgaven van het EIB bedraagt de garantieverplichting op deze lening per ultimo 2009 € 20 259.

ad 3. Bankgarantie Europese Commissie

De bankgarantie ten behoeve van de leningen aan Bonaire bij de Europese Commissie hebben betrekking op het Sociaal Infrastructuur-programma en het Bonaire riolerings- en waterzuiveringsprogramma. Deze garantie loopt tot 31 december 2014.

Ad 12. Openstaande verplichtingenAd 12a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

Het bedrag van € 59 451 631 aan openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

     
Verplichtingen per 1 januari 2009   56 204 178  
Aangegane verplichtingen in 2009   616 669 178  
    672 873 356  
Tot betaling gekomen in 2009 606 033 232    
Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren 7 388 493    
    613 421 725 –/-
       
Totaal openstaande verplichtingen per 31 december 2009   59 451 631  

Ad 13. DeelnemingenAd 13a. Tegenrekening deelnemingen

Financiering Deelnemingen en Participaties

Het verwerven van aandelen door de staat in privaatrechtelijke ondernemingen wordt conform het gestelde in de Regeling Departementale Begrotingsadministratie, tegen de oorspronkelijke aankoopprijs extra-comptabel vastgelegd. In onderstaande tabel wordt inzicht verkregen in de deelnemingen in privaatrechtelijke ondernemingen en nationale instellingen via de Nederlandse Participatie Maatschappij voor de Nederlandse Antillen (NPMNA). De hierin opgenomen gegevens zijn gebaseerd op een opgave van de NPMNA uit 2008.

Bedragen x € 1 000
  Valuta Bedrag in Valuta Bedrag in EUR
Deelnemingen      
Aruba Investment Bank N.V. AFL 5 123 1 844
Participaties      
Curinde ANG 9 269 3 337
Totaal     5 181

De deelnemingen zijn gewaardeerd tegen de in 2009 geldende begrotingskoers (naf/afl/eur is 0,36).

In bovenstaande tabel is de portefeuille bestaande uit deelnemingen, participaties en leningen in beheer bij NPMNA.

9. Topinkomens

Op grond van artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 2006, 95) is een overzicht opgenomen van medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare loon van de ministers. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2009 vastgesteld op € 188 000,– (was in 2008 € 181 000,–).

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op de navolgende functionarissen.

Bedragen in euro’s
Functie Belastbaar jaarloon 2008 Pensioenafdrachten en overige voorzieningen betaalbaar op termijn 2008 Totaal 2008 Belastbaar jaarloon 2009 Pensioenafdrachten en overige voorzieningen betaalbaar op termijn 2009 Ontslagvergoeding Totaal 2009 Motivering Opmerkingen

Voor wat betreft het begrotingshoofdstuk IV was in 2009 geen sprake van topinkomens als bedoeld in de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens.

D. Bijlagen

D1. Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel

Inhuur externen is voor heel BZK opgenomen in de bijlagen van het begrotingshoofdstuk VII.

10. Afkortingenlijst

AMFO Antilliaanse Medefinancieringsorganisatie
BES Bonaire, Sint Eustatius en Saba
BBP Bruto Binnenlands Product
BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CFT College Financieel Toezicht
DEO Duurzame economische ontwikkeling
FDA Fondo Desaroyo Aruba
GGCT Gemeenschappelijke grenscontroles
IMF Internationaal Monetair Fonds
KMAR Koninklijke Marechaussee
NA Nederlandse Antillen
NGO Non-gouvernementele Organisatie
NIO Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden
PVNA Plan Veiligheid Nederlandse Antillen
RMR Rijksministerraad
RST Recherche Samenwerkingsteam
RTC Ronde Tafel Conferentie
SEI Sociaal Economische Initiatief
SONA Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen
TAM Toekomst Antilliaanse Millitie
USONA Uitvoeringsorganisatie Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen

11. Trefwoordenregister

AMFO 23, 43

BBP 19, 43

Begroting 5, 9, 14, 15, 16, 19, 20, 24, 25, 27, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 40, 41, 42

BZK 14, 17, 21, 23, 25, 30, 35, 42, 43

DEO 43

FDA 13, 23, 24, 43

GGCT 43

Grenscontrole 43

IMF 38, 43

Kustwacht 14, 15, 16, 35, 38

NIO 36, 39, 43

Onderwijs 11, 12, 17, 19, 20, 21, 24, 25

Openbaar Ministerie 14, 15, 16, 21, 22, 26

Overheidsfinanciën 17, 24

PVNA 17, 21, 22, 23, 28, 43

Rechtshandhaving 12, 13, 14, 16, 25, 26

RMR 43

RST 14, 15, 43

RTC 43

Samenwerking 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 22, 23, 24, 38, 43

Schuldsanering 11, 18, 19, 20, 23, 26, 27, 30, 32, 33, 34

SEI 11, 12, 17, 18, 19, 20, 21, 43

Slotakkoord 25, 27

SONA 43

Staatkundig 11, 17, 18, 20, 21, 22, 25, 26

TAM 21, 43

USONA 19, 21, 34, 43

Vreemdelingenketen 21, 23, 24

Waarborgfunctie 14, 15, 31, 38