A
nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 maart 2010
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 16 maart 2010.
De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal
wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door
ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de
Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 15 april 2010.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste
lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State
gehoord, heb ik de eer u hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen
het op 7 oktober 2009 te Brussel totstandgekomen verdrag tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart
inzake de registratie van stagiairs (Trb. 2009, 203 en Trb. 2010, 52).
Een toelichtende nota bij het verdrag treft u eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen
TOELICHTENDE NOTA
Algemeen
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard
bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).De
Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (hierna te noemen:
Eurocontrol), gevestigd te Maastricht, maakt met enige regelmaat gebruik van
stagiairs uit het buitenland. Deze stagiairs leveren een bijdrage aan het
functioneren van Eurocontrol. Het op 31 oktober 1975 te Brussel tot stand
gekomen zetelverdrag met Eurocontrol – de Briefwisseling tussen de Regering
van het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Organisatie voor de veiligheid
van de luchtvaart «EUROCONTROL» inzake de vestiging van «EUROCONTROL»
te Beek (Limburg) (Trb. 1975, 161) – voorziet echter niet in een regeling
met betrekking tot de positie van stagiairs. Hierdoor blijkt het problematisch
om voor uit het buitenland afkomstige stagiairs de binnenkomst, het verblijf
en de stage in Nederland mogelijk te maken via de Nederlandse vreemdelingen-
en tewerkstellingsregelgeving. Gezien het belang dat Eurocontrol heeft bij
het inzetten van deze stagiairs, is dan ook op verzoek van Eurocontrol een
aanvullend verdrag op het eerdergenoemde zetelverdrag van Eurocontrol voor
die groep gesloten. Dit verdrag is bij notawisseling tot stand gebracht.
Verdrag
Op grond van het nieuwe verdrag worden uit het buitenland afkomstige stagiairs
voor de duur van maximaal zes maanden door het ministerie van Buitenlandse
Zaken geregistreerd. Deze termijn kan in uitzonderlijke omstandigheden eenmaal
worden verlengd met een maximum periode van zes maanden. Daarnaast dienen
de stagiairs voor hun verblijf aan bepaalde voorwaarden te voldoen, zoals
een binnenkomst op reguliere wijze op grond van een op voorspraak van het
ministerie van Buitenlandse Zaken te verstrekken visum, het beschikken over
een geldige verblijfstitel voor een verblijf in Nederland, het hebben van
een afdoende medische verzekering en voldoende financiële middelen. De
stagiairs zullen enkel van Eurocontrol een stagevergoeding ontvangen, om de
kosten van het levensonderhoud te dekken. Een stagiair zal geen aanspraak
kunnen maken op Nederlandse (sociale) voorzieningen. Het is betrokkene niet
toegestaan in Nederland anders dan in het kader van de stagevervulling arbeid
te verrichten, en zij verplichten zich binnen twee weken na beëindiging
van de stage Nederland te verlaten.
Bij aanname van een stagiair verstrekt Eurocontrol aan het ministerie
van Buitenlandse Zaken een door de stagiair getekende verklaring vergezeld
van bewijsstukken dat aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan. Op grond
van artikel 4 van het onderhavige verdrag ontvangen de uit het buitenland
afkomstige stagiairs van het ministerie van Buitenlandse Zaken vervolgens
een identiteitskaart, welke door Eurocontrol uiterlijk acht dagen na het vertrek
van de stagiair uit Nederland weer wordt geretourneerd. Deze identiteitskaart
is tevens verblijfstitel voor de stagiair.
Overigens doet dit verdrag geen afbreuk aan de rechten van stagiairs op
wie van toepassing zijn de bepalingen van, of die vastgesteld worden krachtens,
het op 25 maart 1957 te Rome tot stand gekomen Verdrag tot oprichting
van de Europese gemeenschap (geconsolideerde tekst in Tractatenblad 2003,
nr.150), betreffende het recht op toelating en verblijf, alsmede het verrichten
van werkzaamheden. De regels omtrent toelating en verblijf van EU-burgers
(en hun familieleden) zijn vastgelegd in Richtlijn 2004/38/EG (de zogenaamde «Burgerschapsrichtlijn»)
die is gebaseerd op, onder andere, artikel 18 EG (reizen en verblijven van
EU-burgers). De bepalingen omtrent het verrichten van werkzaamheden binnen
de Gemeenschap zijn vastgelegd in artikel 39 EG (vrij verkeer van werknemers)
en de daarop gebaseerde Verordening 1612/68 van de Raad van 15 oktober
1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap. De
Europese bepalingen inzake het vrij verkeer van werknemers zijn van toepassing
op EU-burgers die werkzaamheden verrichten in een andere lidstaat dan die
waarvan zij onderdaan zijn. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie
kan een stagiair wiens stageperiode dient als praktische voorbereiding op
de eigenlijke uitoefening van een beroep, worden aangemerkt als «werknemer»
in de zin van artikel 39 EG.
Het in artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen opgenomen verbod om vreemdelingen
zonder tewerkstellingsvergunning arbeid te laten verrichten zal voor zover
het de stagevervulling betreft, gelet op artikel 3, eerste lid, onder c, van
die wet, juncto artikel 1, eerste lid, onder d, van het Besluit uitvoering
Wet arbeid vreemdelingen, niet meer op hen van toepassing zijn.
Het aanvullende stagiairverdrag wordt voorlopig toegepast vanaf de dag
dat de notawisseling heeft plaatsgevonden, hetgeen noodzakelijk werd geacht
in verband met de reeds voorziene plaatsing van stagiairs bij Eurocontrol.
In dat kader is het van belang dat, voorafgaand aan de inwerkingtreding van
het verdrag, voor die plaatsing reeds een juridische basis aanwezig is.
Koninkrijkspositie
Het verdrag zal, evenals eerdergenoemd verdrag met Eurocontrol, voor wat
het Koninkrijk betreft alleen voor Nederland gelden.
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen