Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932336 nr. 85

32 336 Dierproeven

Nr. 85 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 oktober 2018

Tijdens het Algemeen Overleg Dierproeven en alternatieven d.d. 7 juni jl. heb ik de Kamer toegezegd om haar voor de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een overzicht te doen toekomen van de kosten die er in 2018 voor de Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI) worden gemaakt, ook door de TPI-partners en de andere departementen (Kamerstuk 32 336, nr. 73). Deze toezegging doe ik met deze brief gestand.

In 2018 heb ik van de gereserveerde € 1,0 miljoen voor TPI ruim € 840.000,– besteed aan vernieuwingsnetwerken, projecten en procesgelden. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft ruim € 120.000,– geïnvesteerd voor een vernieuwingsnetwerk op het gebied van celtherapie en gentherapieproducten (ATMP’s) en voor het onderzoek «Volgende stap naar proefdiervrij geneesmiddelenonderzoek». Daarnaast heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) via de inzet van de KNAW in kind bijgedragen. De TPI-partners (Stichting Proefdiervrij, ZonMw, RIVM, Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad), de topsectoren Life Sciences & Health (LSH) en Chemie, de Samenwerkende Gezondheidsfondsen, de KNAW en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en Vereniging van Samenwerkende Universiteiten (VSNU)) hebben geïnvesteerd via het beschikbaar stellen van personele capaciteit; via deelname in de kerngroep en/of de transitiegroep en/of vernieuwingsnetwerken. Bovendien droegen de Samenwerkende Gezondheidsfondsen € 20.000,– bij aan het vernieuwingsnetwerk «Innovatief gezondheidsonderzoek».

Naast de inzet in het kader van TPI wordt door diverse partijen geld geïnvesteerd in het kader van de stimulering van de ontwikkeling en toepassing van alternatieven voor dierproeven, die meer liggen in de lijn van het 3V-beleid: vervangen, verminderen en verfijnen van dierproeven. De departementen zetten hierop in 2018 bij benadering de volgende bedragen in: Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid € 3,0 miljoen, OCW € 2,3 miljoen (voor dierenwelzijn en alternatieven samen), VWS € 600.000,–, Infrastructuur en Waterstaat maximaal € 420.000,– en Defensie € 150.000,–.

Ook andere organisaties investeren daarin, zoals de Stichting Proefdiervrij (€ 2,0 miljoen in 2018 in onderzoek, fondsenwerving en communicatie naar publiek en donateurs samen), de KNAW (maximaal € 105.000,– in een 3V-fonds), de Samenwerkende Gezondheidsfondsen (€ 250.000,– in een onderzoek alternatieven voor dierproeven), TNO (€ 2,1 miljoen voor het programma Biomedical Health; afgestemd met LSH en VWS) en de topsector Life Sciences & Health / Holland Health, waar in 2018 in vier projecten in totaal ca. € 1,7 miljoen aan PPS-toeslag is geïnvesteerd, alsmede € 95.000,– aan private cofinanciering en € 366.000,– aan publieke cofinanciering. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Er zijn in de samenleving meer partijen die aan alternatieven en proefdiervrije innovatie werken, zoals bedrijven, universiteiten en universitair medische centra.

Het is mijn inzet om, samen met de TPI-partners, de transitie naar proefdiervrije innovatie verder te versnellen. Zoals toegezegd tijdens het AO van 7 juni jl. (Kamerstuk 32 336, nr. 73) zal ik uw Kamer jaarlijks op de hoogte stellen van de voortgang op dit gebied.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten