Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2009-2010 | 32329 nr. B;2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2009-2010 | 32329 nr. B;2 |
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State van het Koninkrijk d.d. 9 april 2009 en het nader rapport d.d. 26 januari 2010, aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Het advies van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 16 februari 2009, no.09.000431, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt een Regionaal Samenwerkingsverdrag inzake de bestrijding van piraterij en gewapende overvallen op zee in Azië (ReCAAP); Tokyo, 11 november 2004, met toelichtende nota.
Het verdrag is gesloten tussen zestien Aziatische landen en richt zich op de samenwerking van deze landen bij het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen op zee in Azië. Hiertoe is een gemeenschappelijk Informatiecentrum opgericht, dat is gevestigd in Singapore. In dit Informatiecentrum worden inlichtingen over piraterij en gewapende overvallen op zee verzameld, geëvalueerd en doorgegeven aan de bij het verdrag betrokken landen. Het verdrag staat open voor toetreding door andere staten. Nederland is het eerste niet-Aziatische land dat een verzoek tot toetreding heeft ingediend. Op grond van het verdrag is Nederland verplicht om een contactpunt aan te wijzen voor communicatie met het Informatiecentrum en bevoegde autoriteiten. Uit de toelichtende nota blijkt dat het Nederlandse Kustwachtcentrum hiertoe wordt aangewezen.
De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het verdrag, maar maakt onder meer opmerkingen over nadere uitvoeringsregelgeving en medegelding voor de Nederlandse Antillen en Aruba.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 16 februari 2009, no. 09.000431, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State van het Koninkrijk zijn advies inzake het bovenvermelde Regionale Samenwerkingsverdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 9 april 2009, nr. W09.09.0038/IV/K, bied ik U hierbij aan.
1. Uitvoering
Ingevolge artikel 3 van het verdrag dient het Koninkrijk alle mogelijke inspanningen te verrichten om piraterij en gewapende overvallen op zee te voorkomen en te bestrijden en schepen en personen te redden.
Ingevolge artikel 9, vierde lid, van het verdrag dient het Koninkrijk voorts alle mogelijke inspanningen te verrichten om van haar schepen, reders of scheepsexploitanten te verlangen dat zij de relevante autoriteiten en het Informatiecentrum in kennis stellen van piraterij of gewapende overvallen op zee.
In de toelichtende nota wordt in het midden gelaten of aanvullende Nederlandse regelgeving noodzakelijk is voor de uitvoering van bovengenoemde verplichtingen. De Raad acht duidelijkheid omtrent de noodzaak van uitvoeringswetgeving gewenst. Artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht stelt bepaalde, daarin nader omschreven gedragingen van de schippers onderscheidelijk van schepelingen als zeeroof strafbaar en in artikel 539u Wetboek van Strafvordering (hierna WvSv) is bepaald dat de schipper onverwijld de officier van justitie in kennis stelt van elk misdrijf aan boord begaan, waardoor de veiligheid van het vaartuig of van de opvarenden in gevaar is gebracht of waardoor iemands dood of zwaar lichamelijk letsel is veroorzaakt. Naar het oordeel van de Raad vloeien uit het verdrag bredere verplichtingen voort om piraterij en gewapende overvallen op zee actief te helpen voorkomen en te bestrijden. Het onderscheid van de begrippen piraterij en gewapende overvallen op zee dat artikel 1 van het Verdrag maakt, komt in het Wetboek van Strafrecht niet voor en het verdient aanbeveling nader te bezien of de inspanningsverplichtingen die het verdrag met zich brengt aanvulling of precisering vergen van het bepaalde in Titel XXIX van Boek 2 Wetboek van Strafrecht.
De verplichtingen ingevolge het verdrag kunnen ook betrekking hebben op situaties die niet aan boord van een schip plaatsvinden. Nederlandse schepen kunnen bijvoorbeeld getuige zijn van gevallen van piraterij en er kan zich een meldingsplichtige onmiddellijke dreiging voordoen zonder dat deze aan boord van het schip plaatsvindt. De reders en scheepsexploitanten hebben ingevolge het WvSv geen specifieke verplichtingen in geval van piraterij of een gewapende overval op zee, terwijl het verdrag dat wel vergt.
Voorts wijst de Raad erop dat de Derde Afdeling in Titel VIA van Boek 4 WvSv «Verplichtingen van de schipper» slechts in gevallen van piraterij of gewapende overvallen op zee de grondslag biedt voor informatieverstrekking door de schippers aan de officier van justitie en dat voor het informeren van andere nationale autoriteiten en voor het Informatiecentrum in Singapore een nadere regeling moet worden getroffen.
Gelet op het bovenstaande adviseert de Raad in de toelichtende nota aandacht te schenken aan de benodigde uitvoeringsregelgeving. In verband daarmee adviseert hij tevens te voorzien in uitdrukkelijke goedkeuring van het verdrag.
1. De toelichtende nota is zodanig verduidelijkt dat geen gevolg behoeft te worden gegeven aan het advies van de Raad aandacht te schenken aan de benodigde uitvoeringsregelgeving en derhalve niet behoeft te worden voorzien in uitdrukkelijke goedkeuring.
2. Medegelding voor de Nederlandse Antillen en Aruba
a. In paragraaf 4 van de toelichtende nota wordt vermeld dat de regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba zich nog beraden over de wenselijkheid van medegelding van het verdrag. Ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van het Statuut is het stellen van eisen met betrekking tot de veiligheid en de navigatie van zeeschepen, die de vlag van het Koninkrijk voeren, een aangelegenheid van het Koninkrijk. Gelet hierop acht de Raad het niet wenselijk dat de regels betreffende bestrijding van piraterij verschillen tussen de landen van het Koninkrijk. Hij adviseert daarom medegelding in alle landen te bevorderen. De Raad adviseert tevens in de toelichtende nota aan te geven welke regelgeving daarvoor in deze landen vereist is en in te gaan op de onderlinge bijstand die de landen in het Koninkrijk elkaar ter zake kunnen leveren. Voorts adviseert de Raad toe te lichten of schepen geregistreerd in de Nederlandse Antillen of Aruba aan de informatieverplichting dienen te voldoen door middel van het locale dan wel het Nederlandse Kustwachtcentrum.
b. In de toelichtende nota wordt geen aandacht geschonken aan de herstructurering van het Koninkrijk. De Raad adviseert daarop in te gaan en bij de bekrachtiging van het verdrag voor de duidelijkheid vast te stellen dat het verdrag mede van toepassing zal zijn in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Voorts adviseert hij aandacht te schenken aan aanpassingsregelgeving die hiervoor nodig kan zijn.
2. a. De regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba hebben meer tijd nodig om zich te beraden over de wenselijkheid van medegelding. Dit hangt samen met een beslissing over de aanwijzing van de Commandant van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba als «point of contact». b. Aan de opmerking van de Raad is gevolg gegeven. De toelichting is aangevuld.
3. Rol Europese Unie en Navo
In de toelichtende nota worden resoluties van de Verenigde Naties en de Internationale Maritieme Organisatie genoemd, maar er is geen verwijzing naar het beleid van de Europese Unie en de Navo dienaangaande. De Raad beveelt aan alsnog in de toelichtende nota in te gaan op de bijdragen die de Europese Unie en de Navo kunnen leveren ter bestrijding van piraterij en gewapende overvallen op zee.
3. Aangezien het verdrag een samenwerkingsverband is van Aziatische landen en uitsluitend openstaat voor toetreding door staten (artikel 18, vijfde lid), is er in de toelichting geen aandacht geschonken aan bijdragen van de Europese Unie en de Navo.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft in overweging, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken, een voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het verdrag te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba.
Ik moge U, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32329-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.