32 317 JBZ-Raad

QA BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 maart 2026

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij brief van 3 maart 20261 de Eerste Kamer gevraagd in te stemmen met medewerking aan de totstandkoming van het Raadsbesluit tot machtiging van de EU-lidstaten om de toetreding van Kaapverdië tot het Haags kinderontvoeringsverdrag (HKOV) te aanvaarden.

In het HKOV staan internationale afspraken over de aanpak van internationale kinderontvoering. Elk land dat is aangesloten bij het HKOV is gebonden aan deze afspraken. Het doel van het HKOV is om internationale kinderontvoeringen te voorkomen. Wanneer er een internationale kinderontvoering heeft plaatsgevonden, is het uitgangspunt dat het kind zo snel mogelijk terugkeert naar het land waaruit hij of zij is meegenomen. De aanvaarding van de toetreding van landen tot het HKOV vergt een unaniem te nemen machtigingsbesluit van de Raad op grond van artikel 81 lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op grond van artikel 3 lid 4 van de Goedkeuringswet Verdrag van Lissabon is op dit besluit het instemmingsrecht van de beide Kamers van toepassing.

De vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad heeft het verzoek van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in de commissie behandeld op 10 maart 2026 en stelt de Kamer op grond van artikel 113 van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor in haar volgende plenaire vergadering als volgt te besluiten:

De Kamer, gelezen de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 3 maart 2026, besluit in te stemmen met medewerking aan de totstandkoming van het Raadsbesluit tot machtiging van de EU-lidstaten om de toetreding van Kaapverdië tot het HKOV te aanvaarden.

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad, A.W.J.A. van Hattem


X Noot
1

Kamerstukken 2025/26, 32 317 EK, PZ; TK, 996.


X Noot
1

Kamerstukken 2025/26, 32 317 EK, PZ; TK, 996.

Naar boven