32 317 JBZ-Raad

PX VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 10 februari 2026

De vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad1 en voor Justitie en Veiligheid2 hebben schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Asiel en Migratie over de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 5 december 2025.

  • De rappelbrief van 28 januari 2026.

  • De antwoordbrief van 6 februari 2026.

De griffier voor dit verslag, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD EN VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister van Asiel en Migratie

Den Haag, 5 december 2026

De vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad en voor Justitie en Veiligheid hebben kennisgenomen van de brief van 25 november 20253 waarbij de regering de Kamer de geannoteerde agenda aanbiedt van de formele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) die op 8 en 9 december aanstaande zal plaatsvinden in Luxemburg. De leden van de fracties van de BBB leggen naar aanleiding hiervan graag de navolgende vragen aan u voor. Het lid van de fractie-Van de Sanden legt de regering eveneens graag een aantal vragen voor.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

De leden van de fractie van de BBB hebben de volgende vragen te stellen aan de regering.

  • 1. De leden van de fractie van de BBB constateren dat de regering één maatregel noemt die Nederland kan nemen na «Dublinzaken die niet konden worden overgedragen», te weten die «mee te laten tellen voor de solidariteitsbijdrage».4 Met welke andere mogelijke maatregelen is de regering bekend? Is de regering ervan op de hoogte dat andere lidstaten deze overwegen? Welke daarvan wil zij als optie voor Nederland openlaten om later ook te treffen? Zijn daarvoor aanpassingen van Nederlandse wet- en regelgeving nodig? Of in (internationale) verdragen? En zo ja, welke?

  • 2. De leden van de fractie van de BBB vragen de regering of de solidariteitsbijdrage van lidstaten wordt berekend op basis van de omvang van het bruto binnenlands product (bbp) en het aantal inwoners van een land. Is er al een berekening vastgesteld of moet de Nederlandse regering daarmee nog akkoord gaan? Met welke argumenten probeert of probeerde de regering een voor Nederland ongunstige berekeningsmethode te voorkomen? Moet de Kamer nog akkoord geven op het toepassen van deze berekeningsmethode? En zo ja, op welke wijze?

  • 3. De leden van de fractie van de BBB lezen dat de omvang van het jaarlijkse voorstel van de Europese Commissie voor de solidariteitspool ingevolge artikel 12 van de Verordening Asiel- en Migratiebeheer (AMMR) minimaal 30.000 herplaatsingen of € 600 miljoen dient te zijn.5 Welk standaardbedrag per herplaatsing van een vluchteling wordt nu in onderhandelingen gehanteerd? Is dat een eenmalig of jaarlijks bedrag? Als het eenmalig is, is dat dan echt zonder maximum duur? Wordt in onderhandelingen waarbij de regering betrokken is ook gesproken over een bedrag per gezin? En wordt voor bijvoorbeeld minderjarigen of senioren vanwege andere te verwachten kosten gesproken over een afwijkend bedrag? Worden bedragen geïndexeerd voor jaarlijkse in- of deflatie? In welke mate is dit bedrag onderhevig aan differentiatie en kan het afhankelijk worden gesteld van de daadwerkelijke kosten van een land?

  • 4. Welke afspraken wil de regering maken voor de handhaving van overeenkomsten voor opvang in een andere lidstaat? Dus dat de betreffende vreemdeling niet uit het betreffende land of opvanglocatie vertrekt? Op welke wijze waarborgt de regering zowel operationeel als juridisch dat het voorstel uitvoerbaar is?

  • 5. De leden van de fractie van de BBB lezen dat het inmiddels demissionaire kabinet een bijdrage heeft toegezegd om twee groepen «hervestigde vluchtelingen» op te gaan nemen: op grond van het nationaal quotum 200 en in het kader van migratiesamenwerking met derde landen (EU-Turkije Verklaring) 500 per jaar.6 Heeft de Kamer hier al expliciet toestemming voor gegeven? Zo ja, met welke beslissing? En zo nee, wanneer en op welke wijze wil de regering dit vragen? En wat is de wettelijke basis van deze toezegging en beslissing? Geldt deze wettelijke basis ook voor de later genoemde afspraken met Egypte, Rwanda en Turkije?

  • 6. Wat zijn de criteria voor het opnemen van individuen in de groep van «hervestigde vluchtelingen», zo vragen de leden van de fractie van de BBB. En op welke wijze wordt voorkomen dat door de rechter niet alsnog anderen tot deze groep worden toegelaten waardoor er een nieuwe niet-beheersbare en alsmaar groeiende groep ontstaat?

  • 7. Wat wordt door de regering bedoeld met de twee onderdelen van de Asielprocedureverordening die lidstaten versneld mogen invoeren, te weten de «uitzonderingen voor bepaalde groepen of gebiedsdelen bij de aanmerking van veilige landen van herkomst» en «het toepassen van een laag inwilligingspercentage als grondslag voor asielgrensprocedures en versnelde procedures»?7 Is de regering voornemens voor Nederland van deze mogelijkheden gebruik te maken?

  • 8. De leden van de fractie van de BBB lezen dat «op het moment van schrijven» van de geannoteerde agenda nog geen Uitvoeringshandeling van de Raad voor de «jaarlijkse solidariteitspool» bekend was.8 Wanneer verwacht de regering het voorstel voor deze Uitvoeringshandeling van de Raad ─ conform artikel 12 lid 6 van de AMMR ─ vertrouwelijk aan de Kamer ter beschikking te kunnen stellen?

  • 9. De leden van de fractie van de BBB lezen dat bij de implementatie van het Europees Asiel- en Migratiepact specifieke aandachtspunten voor Nederland onder andere zijn de implementatie van het huidige acquis, met name de Dublinverordening.9 Hoeveel procent/promille van de passages van personen over de landsgrenzen van Nederland met Duitsland respectievelijk België in de richting van Nederland kan de regering nu door de Koninklijke Marechaussee met systemen respectievelijk fysiek laten controleren? Wordt iedere persoon die gecontroleerd is en Nederland niet in mag, conform de Dublinverordening, daadwerkelijk Nederland niet binnen gelaten dan wel weer snel uitgezet? Hoeveel wil de regering genoemde percentages de komende jaren laten oplopen?

  • 10. De leden van de fractie van de BBB merken op dat het Europees Asiel- en Migratiepact geen elementen lijkt te bevatten die de ongecontroleerde fysieke toegang van vreemdelingen tot het grond- en zeegebied van landen van de Europese Unie / Schengenlanden verminderen. Daarvoor zijn (meer) fysieke grensbarrières nodig, waarin uiteraard grensdoorlaatposten beschikbaar kunnen zijn om wel gecontroleerd vreemdelingen toe te laten. Is de regering bereid om in het kader van discussies over de bescherming van de Europese buitengrenzen, zoals beschreven op pagina’s 8 en 9 van de geannoteerde agenda meer aandacht te vragen voor het aanbrengen van extra fysieke barrières om te verhinderen dat vreemdelingen ongecontroleerd op het grondgebied van Schengenlanden komen? Langs welke buitengrenzen zijn op land inmiddels goede fysieke barrières aangebracht, zoals grenshekken en waar ontbreken deze nu nog? Is de regering bereid om voor te stellen om verbeteringen en uitbreidingen van fysieke grensbarrières op land (meer) gezamenlijk te financieren?

  • 11. De leden van de fractie van de BBB wijzen erop dat met name in Finland en de Baltische staten er drone-bedrijven succesvol actief zijn met oplossingen voor militaire grensbewaking. Is de regering bereid om in samenwerking met de Europese Unie en drone-bedrijven een financiële bijdrage te geven voor de integrale inzet van door Artificiële Intelligentie (AI) aangedreven drones voor grensbewaking? Volgens deze leden zullen statelijke actoren illegale immigratie als wapen inzetten, met name aan de kwetsbare grenzen van Finland met Rusland of Kroatië met Bosnië-Herzegovina. Via Bosnië-Herzegovina worden ook immigranten met terroristisch motief de Europese Unie in gesmokkeld. Is de regering bereid hiertegen (extra) capaciteit (van de Koninklijke Marechaussee) in te zetten?

  • 12. De leden van de fractie van de BBB lezen dat door de regering wordt gerefereerd aan «het hoge aantal ontschepingen na opsporings-en reddingsoperaties (SAR)».10 Waarom heeft Frontex ─ de grensbewakingsorganisatie van de Europese Unie ─ niet ook als taak om op zee boten met opvarenden die geen toestemming hebben om het (zee)gebied van Europese lidstaten binnen te varen, tegen te houden en te laten omkeren? Is de regering bereid voor te stellen om te overleggen op welke wijze deze taak binnen humanitaire en verdragsrechtelijke randvoorwaarden, zonder grote risico's op ernstige schade en letsel, maar met brede politieke en maatschappelijke steun in de toekomst wel aan Frontex kan worden gegeven?

  • 13. Welke plannen zijn er nu al om de taken en de capaciteit van Frontex uit te breiden? Ziet de regering aanleiding Frontex nog meer dan dat uit te breiden? Is het nodig de Koninklijke Marechaussee hiervoor uit te breiden?

  • 14. Wordt door de regering overwogen om voor de bewaking van de Europese buitengrenzen op het water ook de Koninklijke Marine in te zetten, zo vragen de leden van de fractie van de BBB.

  • 15. Is er op zowel Europees als Nederlands niveau sprake van initiatieven om mensensmokkel vele malen zwaarder te bestraffen, ook in de landen van herkomst?

  • 16. Waar zijn nu fysieke grensbarrières op rivieren, meren of zeeën die de buitengrens van het Schengengebied vormen? Is de regering bereid om voor te stellen ─ zoals ook in het BBB-verkiezingsprogramma staat ─ gezamenlijk plannen te ontwikkelen voor meer fysieke grensbarrières op water?

  • 17. De leden van de fractie van de BBB achten het voorstelbaar dat door binnenlandse ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk asielzoekers uit dat land naar buurlanden, zoals Ierland, Frankrijk, België en Nederland, zullen proberen te komen. Welke maatregelen wil de regering zelf en met de andere Europese landen overwegen om zich op dit scenario voor te bereiden en ongecontroleerde toegang ─ ook via zee ─ zoveel mogelijk tegen te gaan?

  • 18. Welke Nederlandse wet- en regelgeving regelt nu de bescherming van ─ niet controles aan ─ de Nederlandse buitengrenzen? Wat is daarin de afgelopen decennia gewijzigd? Zijn er daarnaast hele wetten geschrapt?

  • 19. Welke extra (nood)maatregelen overweegt de regering voor uitgebreidere controles aan de Nederlands-Duitse grens, om voorbereid te zijn op een grotere uitstroom van asielzoekers vanuit Duitsland naar ons land als gevolg van mogelijke binnenlandse ontwikkelingen in Duitsland, maar ook een snel groter wordend aantal vluchtelingen uit Oekraïne?

  • 20. Staat het Schengenverdrag het volgens de regering toe dat Schengenlanden fysieke maatregelen nemen op hun grenzen met andere Schengenlanden? Welke maatregelen zijn wel en welke maatregelen zijn niet toegestaan? Volgens de leden van de fractie van de BBB kan gedacht worden aan het weer terugbrengen van fysieke ingrepen die de afgelopen decennia zijn verwijderd, zoals het weer uitgraven (of nieuw aanbrengen van) wateren op grenzen, of het (weer) weghalen van doortrekkingen van kleine wegen over de grens in landelijke gebieden, uiteraard het liefst zonder grote infrastructurele en economische gevolgen. Dit zou beheersing van grenspassages verbeteren, op een verminderd aantal grensovergangen of doordat niet meer «door de velden» het land kan worden betreden.

  • 21. De leden van de fractie van de BBB wijzen erop dat de regering schrijft over onderhandelingen met de Verenigde Staten van America over een «versterkt partnerschap voor grensbeveiliging.11 Op Schiphol staat op borden ook Hong Kong genoemd in de reeks landen in de rij voor digitale paspoortcontrole. Wisselt Nederland digitaal paspoortgegevens uit met autoriteiten in Hong Kong, ook nu dat zich heeft aangesloten bij de Volksrepubliek China?

  • 22. De leden van de fractie van de BBB lezen over het Europese Entry/Exit System (EES) en «de verdere ontwikkeling van de nationale ICT-systemen van de KMar» met betrekking tot migratie en reisbewegingen.12 Welke categorieën van personen die niet (weer) Nederland of het Schengengebied of het gebied van de Europese Unie in mogen worden nu al in die systemen geregistreerd? Wil de regering meer categorieën hieraan laten toevoegen? Welke wets- en regelgevingswijzigingen acht zij daarvoor nodig?

  • 23. Is de regering de mening toegedaan dat de nu vanuit de Schengencode en EU-Visumcode toegestane periode van 90 dagen voor een «short-stay» visum niet te lang is voor toeristen en zakelijke bezoekers? Is 30 dagen voor dergelijke bezoeken vaak niet (ruim) voldoende? Wordt van de 90-dagen periode misbruik gemaakt om in Nederland te komen werken? Is de regering bereid toe te zeggen onderzoek te doen naar een systeem met differentiatie: 30 dagen voor toerisme en zakelijke bezoeken, en 90 voor bijvoorbeeld bezoek van (directe) familie?

Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie-Van de Sanden

Het lid van de fractie-Van de Sanden hecht aan een Europees migratie- en veiligheidsbeleid dat streng waar nodig en humaan waar het moet is, en dat onverkort binnen de kaders van de liberale rechtsstaat functioneert. In dat licht stelt dit lid de regering de volgende vragen.

  • 1. Grensbewaking & Frontex – rechtsstatelijke garanties

    Op welke wijze wordt gewaarborgd dat de Nederlandse inzet binnen Frontex-operaties volledig voldoet aan rechtsstatelijke normen, waaronder het verbod op refoulement, onafhankelijke monitoring, en transparante meldprocedures voor eventuele incidenten?

  • 2. Versnelde procedures – kwaliteit van rechtsbescherming

    Welke maatregelen neemt de regering om te voorkomen dat versnelde asielprocedures leiden tot onvoldoende individuele beoordeling, ontoereikende toegang tot rechtsbijstand of het missen van signalen van kwetsbaarheid?

  • 3. Terugkeerbeleid – effectiviteit én menselijke waardigheid

    Welke onderdelen van de tijdens de JBZ-Raad te bespreken terugkeermaatregelen raken volgens de regering mogelijk aan proportionaliteit of zorgvuldigheid en hoe borgt Nederland dat terugkeer streng maar humaan blijft?

  • 4. Europese solidariteit – voorwaarden en waarborgen

    Op welke wijze garandeert de regering dat nieuwe afspraken over herverdeling en solidariteitsmechanismen niet leiden tot druk op de kwaliteit van asielprocedures, opvangomstandigheden of rechtsbescherming?

  • 5. Handhaafbaarheid – uitvoerbaarheid door ketenpartners

    Op welke wijze zijn de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) en de Koninklijke Marechaussee (KMar) betrokken bij de voorbereiding van de Nederlandse inzet voor deze JBZ-Raad en welke concrete uitvoeringsknelpunten hebben zij gemeld ten aanzien van de agendapunten?

  • 6. Nationale rechtsstatelijke toetsing van EU-voorstellen

    Kan de regering toelichten op welke wijze de Europese voorstellen op de agenda vooraf zijn getoetst aan de Nederlandse grondrechtenstandaarden, jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur?

  • 7. Data-uitwisseling en privacy – liberale kernwaarden

    In hoeverre raken de voorstellen voor intensievere Europese informatie-uitwisseling ─ bijvoorbeeld via Eurodac, ETIAS of interoperabiliteitssystemen ─ aan privacy en gegevensbescherming? En welke waarborgen vraagt Nederland om te voorkomen dat data verder worden gebruikt dan strikt noodzakelijk?

  • 8. Relatie met derde landen – voorwaarden voor samenwerking

    Welke criteria hanteert Nederland bij Europese afspraken met derde landen over terugkeer, grensbewaking of asielverwerking en hoe voorkomt de regering dat samenwerking plaatsvindt met landen die mensenrechten onvoldoende respecteren?

  • 9. Bescherming van kwetsbare personen – normatieve ondergrens

    Welke afspraken bepleit Nederland in de JBZ-Raad om te borgen dat kwetsbare groepen (zoals minderjarigen, slachtoffers van mensenhandel, LHBTI-asielzoekers) in alle lidstaten toegang hebben tot menswaardige opvang en zorgvuldige procedures?

  • 10. Transparantie richting het parlement – democratische controle

    Is de regering bereid om de Kamer direct na afloop van de JBZ-Raad een uitgebreide terugkoppeling te sturen waarin per agendapunt wordt aangegeven:

    • a) wat de Nederlandse inzet was;

    • b) welke amendementen of interventies zijn gepleegd;

    • c) in hoeverre rechtsstatelijke waarborgen zijn geborgd, en

    • d) waar voorstellen zijn aangepast op Nederlands verzoek?

De vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad en Justitie en Veiligheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen 4 weken na dagtekening van deze brief. Een gelijkluidende brief is verzonden aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad, A.W.J.A. van Hattem

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE & ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Minister van Asiel en Migratie

Den Haag, 28 januari 2026

Het is de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad opgevallen dat diverse brieven over asiel en migratie die zij, al dan niet samen met de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, aan de regering heeft verzonden nog niet beantwoord zijn. Het gaat om de volgende (mede) tot u gerichte brieven:

  • Brief van 17 september 2025 betreffende Rappel toezeggingen en moties (kenmerk: 178088U).

  • Brief van 5 december 2025 betreffende Vragen inzake de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025 (kenmerk: 179110).

  • Brief van 9 december 2025 betreffende Vragen inzake het verslag van de formele JBZ-Raad van 13 en 14 oktober 2025 (kenmerk: 179131).

De commissie verzoekt u te bewerkstelligen dat deze brieven op korte termijn worden beantwoord.

De commissie wijst daarnaast op de brief van 5 juni 2025 (kenmerk: 177215U) met het verzoek om een uitvoeringstoets met betrekking tot het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1). De commissie zou deze uitvoeringstoets graag snel ontvangen.

Tot slot wijst de commissie op de eerdere rappelbrief (kenmerk: 179503) betreffende vragen over de Terugkeerverordening en de Verordening «veilig derde land».

De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad, A.W.J.A. van Hattem

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 februari 2026

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen naar aanleiding van de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025.

Deze vragen werden ingezonden op 5 december 2025 met kenmerk 179110.

De Minister van Asiel en Migratie, D.M. van Weel

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

De leden van de fractie van de BBB hebben de volgende vragen te stellen aan de regering.

1.

De leden van de fractie van de BBB constateren dat de regering één maatregel noemt die Nederland kan nemen na «Dublinzaken die niet konden worden overgedragen», te weten die «mee te laten tellen voor de solidariteitsbijdrage». Met welke andere mogelijke maatregelen is de regering bekend? Is de regering ervan op de hoogte dat andere lidstaten deze overwegen? Welke daarvan wil zij als optie voor Nederland openlaten om later ook te treffen? Zijn daarvoor aanpassingen van Nederlandse wet- en regelgeving nodig? Of in

(internationale) verdragen? En zo ja, welke?

Antwoord

Ingevolge de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMMR) dienen lidstaten hun solidariteitsbijdragen in te vullen door middel van een financiële bijdrage, het overnemen van asielzoekers of statushouders van de lidstaten die onder migratiedruk staan of het aanbieden van alternatieve vormen van solidariteit aan lidstaten die onder migratiedruk staan. In het Uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende de solidariteitscyclus van 12 juni 2026 tot en met 31 december 2026, is opgenomen dat de solidariteitsbijdrage ook kan worden ingevuld door middel van Dublinzaken die in de verslagperiode juli 2024-juni 2025 (in andere woorden: «oude zaken») niet zijn overgedragen aan de lidstaten die onder migratiedruk staan, indien de betrokken lidstaten dat onderling overeenkomen. In het Uitvoeringsbesluit worden daaromtrent geen andere mogelijke maatregelen genoemd. Het is Nederland niet bekend dat andere lidstaten andere mogelijke maatregelen overwegen. Hiervoor is geen aanpassing van Nederlandse wet- en regelgeving nodig, noch internationale verdragen.

2.

De leden van de fractie van de BBB vragen de regering of de solidariteitsbijdrage van lidstaten wordt berekend op basis van de omvang van het bruto binnenlands product (bbp) en het aantal inwoners van een land. Is er al een berekening vastgesteld of moet de Nederlandse regering daarmee nog akkoord gaan? Met welke argumenten probeert of probeerde de regering een voor Nederland ongunstige berekeningsmethode te voorkomen? Moet de Kamer nog akkoord geven op het toepassen van deze berekeningsmethode? En zo

ja, op welke wijze?

Antwoord

Het aandeel dat elke lidstaat moet nemen in de solidariteitspool is wettelijk vastgelegd in de AMMR.13 De formule is gebaseerd op het bruto binnenlands product en de omvang van de bevolking.

3.

De leden van de fractie van de BBB lezen dat de omvang van het jaarlijkse voorstel van de Europese Commissie voor de solidariteitspool ingevolge artikel 12 van de Verordening Asiel en Migratiebeheer (AMMR) minimaal 30.000 herplaatsingen of € 600 miljoen dient te zijn.3 Welk standaardbedrag per herplaatsing van een vluchteling wordt nu in onderhandelingen gehanteerd? Is dat een eenmalig of jaarlijks bedrag? Als het eenmalig is, is dat dan echt zonder maximum duur? Wordt in onderhandelingen waarbij de regering betrokken is ook gesproken over een bedrag per gezin? En wordt voor bijvoorbeeld minderjarigen of senioren vanwege andere te verwachten kosten gesproken over een afwijkend bedrag? Worden bedragen geïndexeerd voor jaarlijkse in- of deflatie? In welke mate is dit bedrag onderhevig aan differentiatie en kan het afhankelijk worden gesteld van de daadwerkelijke kosten van een land?

Antwoord

Ingevolge de AMMR dienen lidstaten hun solidariteitsbijdragen in te vullen door middel van een financiële bijdrage, het overnemen van asielzoekers of statushouders van de lidstaten die onder migratiedruk staan of het aanbieden van alternatieve vormen van solidariteit aan lidstaten die onder migratiedruk staan. Deze vormen van solidariteit zijn gelijkwaardig aan elkaar. Hierbij geldt dat elke herplaatsing gelijk staat aan een financiële bijdrage van 20.000 euro. Hier kan niet van afgeweken worden.

4.

Welke afspraken wil de regering maken voor de handhaving van overeenkomsten voor opvang in een andere lidstaat? Dus dat de betreffende vreemdeling niet uit het betreffende land of opvanglocatie vertrekt? Op welke wijze waarborgt de regering zowel operationeel als juridisch dat het voorstel uitvoerbaar is?

Antwoord

Uw Kamer is via de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad op Cyprus van 22 en 23 januari 2026 geïnformeerd over het akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement ten aanzien van het voorstel inzake herziening van het veilig-derde-land-concept. Als zowel de Raad als het Europees Parlement formeel hebben ingestemd met het onderhandelingsresultaat zal de nieuwe regelgeving per 12 juni 2026 van toepassing worden. Met deze herziening wordt het voor lidstaten eenvoudiger om asielverzoeken in een veilig derde land te beoordelen en zo de instroom naar de EU en Nederland te beperken. Dit is een belangrijke stap voor het kabinet om meer in te zetten op innovatieve oplossingen en partnerschappen op het gebied van migratie. Parallel aan de wijziging van de regelgeving werkt het kabinet in een grote groep van gelijkgezinde lidstaten samen aan de verdere operationalisering van innovatieve oplossingen. Hierover heeft Nederland samen met de groep gelijkgezinde lidstaten recent een brief gestuurd aan de Commissie. De brief roept op tot het creëren van randvoorwaarden om innovatieve oplossingen te operationaliseren waaronder financiering, operationele ondersteuning van EU-agentschappen en een diplomatieke strategie.

5.

De leden van de fractie van de BBB lezen dat het inmiddels demissionaire kabinet een bijdrage heeft toegezegd om twee groepen «hervestigde vluchtelingen» op te gaan nemen: op grond van het nationaal quotum 200 en in het kader van migratiesamenwerking met derde landen (EU-Turkije Verklaring) 500 per jaar.4 Heeft de Kamer hier al expliciet toestemming voor gegeven? Zo ja, met welke beslissing? En zo nee, wanneer en op welke wijze wil de regering dit vragen? En wat is de wettelijke basis van deze toezegging en

beslissing? Geldt deze wettelijke basis ook voor de later genoemde afspraken met Egypte, Rwanda en Turkije?

Antwoord

De inzet op hervestiging vindt plaats op grond van besluitvorming door de verantwoordelijk bewindspersoon, aangaande de aantallen en de bestemmingen. De Kamer is hierover geïnformeerd bij brieven van 25 oktober 2024 en 18 december 2024 inzake de vaststelling van het nationaal quotum in de nadere afspraken over het Regeerprogramma, en het beleidskader hervestiging voor 2025. De in het kader van het Unieplan toegezegde bijdrage voor 2026–2027 is een continuering daarvan. Zoals door u aangegeven bestaat de bijdrage enerzijds uit het hervestigen van 200 vluchtelingen op grond van het nationaal quotum en anderzijds 500 Syrische vluchtelingen in het kader van de EU-Turkije Verklaring.

6.

Wat zijn de criteria voor het opnemen van individuen in de groep van «hervestigde vluchtelingen», zo vragen de leden van de fractie van de BBB. En op welke wijze wordt voorkomen dat door de rechter niet alsnog anderen tot deze groep worden toegelaten waardoor er een nieuwe niet-beheersbare en alsmaar groeiende groep ontstaat?

Antwoord

Hervestiging vanuit een ander land dan het land van herkomst vindt uitsluitend plaats op voordracht van de VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR). Personen komen in aanmerking voor hervestiging wanneer zij door UNHCR zijn erkend als vluchteling op grond van het VN-Vluchtelingenverdrag. Vervolgens draagt UNHCR alleen de meest kwetsbare vluchtelingen voor, dat wil zeggen vluchtelingen die zich in het opvangland in een uitzonderlijk kwetsbare positie of uitzichtloze situatie bevinden en bescherming behoeven, dan wel bij wie sprake is van acuut gevaar. Te denken valt aan alleenstaande vrouwen, LGBTIQ-personen, slachtoffers van foltering en geweld, etc. UNHCR beoordeelt dit aan de hand van zeven voordrachtcategorieën.14 UNHCR beoordeelt daarnaast welk hervestigingsland, gelet op de individuele omstandigheden, het meest aangewezen is om een persoon hiervoor aan te dragen. Vluchtelingen kunnen zichzelf niet voordragen en kunnen evenmin kiezen aan welk land ze worden voorgedragen. Het kabinet acht UNHCR vanuit haar positie het beste in staat is te bepalen voor welke personen hervestiging het meest noodzakelijk en passend is.

Naast een voordracht door UNHCR, moet iemand voor hervestiging naar Nederland ook in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het geldende nationale asielbeleid en mag geen sprake zijn van contra-indicaties, bijvoorbeeld op het gebied van openbare orde of nationale veiligheid. Dit gebeurt door toetsing aan het Nederlandse asielbeleid door de IND en op basis van een door het COA opgesteld hervestigingsprofiel van de vluchteling dat ook kijkt of hervestiging een duurzame oplossing is voor de persoon in kwestie en voor Nederland. Er is sprake van toetsing (selectie) vooraf en gecontroleerde overkomst naar rechtmatig verblijf in Nederland. Bij aankomst worden de hervestigde vluchtelingen in het bezit gesteld van een asielvergunning, en behoeven geen asielprocedure in Nederland te doorlopen.

Gelet daarop dat is er geen sprake van een doelgroep waar een Nederlandse rechter over kan oordelen.

UNHCR rapporteert jaarlijks in de Projected Global Resttlement Needs (PGRN)15 wat de hervestigingsnoden zijn van vluchtelingen in opvanglanden.

7.

Wat wordt door de regering bedoeld met de twee onderdelen van de Asielprocedureverordening die lidstaten versneld mogen invoeren, te weten de «uitzonderingen voor bepaalde groepen of gebiedsdelen bij de aanmerking van veilige landen van herkomst» en «het toepassen van een laag inwilligingspercentage als grondslag voor asielgrensprocedures en versnelde procedures»?5 Is de regering voornemens voor Nederland van deze mogelijkheden gebruik te maken?

Antwoord

Het voorstel biedt lidstaten de mogelijkheid om de asielgrensprocedure toe te passen als een aanvrager afkomstig is uit een land waarvoor het inwilligingspercentage Unie breed 20% of lager is. Vanaf 12 juni 2026 wordt de toepassing verplicht. Nederland voert reeds een asielgrensprocedures voor kansarmere asielverzoeken. Het voorstel bevat ook de mogelijkheid om bij het aanmerken van een land als veilig land van herkomst, of veilig derde land, uitzondering te maken voor bepaalde gebiedsdelen of specifieke categorieën personen. Daarnaast wordt een EU-lijst van veilige landen van herkomst geïntroduceerd.

Het kabinet onderschrijft het belang dat er EU-breed voor asielzoekers met kansarmere asielverzoeken snelle, en efficiënte procedures worden ingericht. Nederland kende een versnelde behandelingsprocedure voor asielzoekers uit veilige landen van herkomst. (Mede) als gevolg van jurisprudentiële ontwikkelingen is het beleid ten aanzien van veilige landen van herkomst opgeschort tot het moment dat de EU-lijst van veilige landen van herkomst van kracht wordt op 12 juni 2026. Uw Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 23 september 2025.16 Het kabinet is positief met het snelle voorlopige akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement over de voorstellen. De implementatie ervan wordt betrokken bij de algemene voorbereidingen van het kabinet voor de implementatie van het Asiel- en Migratiepact.

8.

De leden van de fractie van de BBB lezen dat «op het moment van schrijven» van de geannoteerde agenda nog geen Uitvoeringshandeling van de Raad voor de «jaarlijkse solidariteitspool» bekend was.6 Wanneer verwacht de regering het voorstel voor deze Uitvoeringshandeling van de Raad ─ conform artikel 12 lid 6 van de AMMR ─ vertrouwelijk aan de Kamer ter beschikking te kunnen stellen?

Antwoord

Het uitvoeringsbesluit van de Raad voor de vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool is op 23 december 2025 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. In de Geannoteerde Agenda van de informele JBZ-Raad van 22 en 23 januari 2026 is uw Kamer daarover nader geïnformeerd. 17

9.

De leden van de fractie van de BBB lezen dat bij de implementatie van het Europees Asiel en Migratiepact specifieke aandachtspunten voor Nederland onder andere zijn de implementatie van het huidige acquis, met name de Dublinverordening. Hoeveel procent/promille van de passages van personen over de landsgrenzen van Nederland met Duitsland respectievelijk België in de richting van Nederland kan de regering nu door de Koninklijke Marechaussee met systemen respectievelijk fysiek laten controleren? Wordt iedere persoon die gecontroleerd is en Nederland niet in mag, conform de Dublinverordening, daadwerkelijk Nederland niet binnen gelaten dan wel weer snel uitgezet?

Hoeveel wil de regering genoemde percentages de komende jaren laten oplopen?

Antwoord

Van 9 december 2024 tot en met 8 december 2025 heeft Koninklijke Marechaussee (KMar) 52.769 personen gecontroleerd bij binnengrenscontroles aan de grens met België en 91.194 personen aan de grens met Duitsland. Het totaal aantal passages van personen over de landsgrenzen van Nederland met Duitsland en België is niet bekend.

Bij een grenscontrole aan de binnengrenzen wordt gecontroleerd of een persoon voldoet aan de toegangsvoorwaarden van artikel 6 van de Schengengrenscode. Indien een vreemdeling bij een binnengrenscontrole aan de landsgrenzen met België en Duitsland niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, dan is het uitgangspunt om deze persoon aan de grens te weigeren en over te dragen aan België of Duitsland. Indien overdracht niet mogelijk is, wordt overwogen of deze persoon in bewaring kan worden gesteld. Vreemdelingen die tijdens de grenscontrole internationale bescherming vragen, worden doorverwezen naar de Nederlandse asielprocedure. Vreemdelingen die elders asiel hebben aangevraagd en waarop de Dublinprocedure van toepassing is, worden conform de Dublinverordening overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat. Personen die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid worden in bewaring gesteld.

Het kabinet hecht aan het vrij verkeer van personen in het Schengengebied en neemt maatregelen om de impact van het grenstoezicht aan de binnengrenzen op de economie en de grensregio’s zo veel mogelijk te beperken. Het kabinet werkt aan de versterking van de juridische kaders van het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV-controles). Dit heeft als doel dat de KMar in de toekomst frequenter en flexibeler MTV-controles kan uitvoeren en het grenstoezicht aan de binnengrenzen met België en Duitsland effectiever wordt. Tevens wordt ingezet op zowel extra personele capaciteit van de KMar als inzet van technologische en innovatieve middelen voor de grenstaak van de KMar.

10.

De leden van de fractie van de BBB merken op dat het Europees Asiel- en Migratiepact geen elementen lijkt te bevatten die de ongecontroleerde fysieke toegang van vreemdelingen tot het grond- en zeegebied van landen van de Europese Unie / Schengenlanden verminderen. Daar voor zijn (meer) fysieke grensbarrières nodig, waarin uiteraard grensdoorlaatposten beschikbaar kunnen zijn om wel gecontroleerd vreemdelingen toe te laten. Is de regering bereid om in het kader van discussies over de bescherming van de Europese buitengrenzen,

zoals beschreven op pagina’s 8 en 9 van de geannoteerde agenda meer aandacht te vragen voor het aanbrengen van extra fysieke barrières om te verhinderen dat vreemdelingen ongecontroleerd op het grondgebied van Schengenlanden komen? Langs welke buitengrenzen zijn op land inmiddels goede fysieke barrières aangebracht, zoals grenshekken en waar ontbreken deze nu nog? Is de regering bereid om voor te stellen om verbeteringen en uitbreidingen van fysieke grensbarrières op land (meer) gezamenlijk te financieren?

Antwoord

Het bewaken van de buitengrens is primair een verantwoordelijkheid van de lidstaten. Het is een keuze is van de desbetreffende lidstaten om maatregelen te treffen ter versterking van de eigen grenssegmenten. Nederland heeft geen integraal overzicht van fysieke barrières aan de buitengrens. Het kabinet zet zich in voor de versterking van de buitengrenzen, o.a. door de verbetering van de implementatie van het volledige Schengenacquis en het aanpakken van tekortkomingen en kwetsbaarheden in dat kader. Verder zal ook de implementatie van het Pact bijdragen aan de versterking van de buitengrens, onder andere door de invoering van de asielgrensprocedure en de verbetering van Eurodac-registratie en screening van personen. Tot slot, wordt in Europeesverband gewerkt aan de doorontwikkeling van innovatieve grenssystemen, waaronder de invoering van het Entry-Exit Systeem en het Europees Systeem voor Reisinformatie en -autorisatie (ETIAS).

11.

De leden van de fractie van de BBB wijzen erop dat met name in Finland en de Baltische staten er drone-bedrijven succesvol actief zijn met oplossingen voor militaire grensbewaking. Is de regering bereid om in samenwerking met de Europese Unie en dronebedrijven een financiële bijdrage te geven voor de integrale inzet van door Artificiële Intelligentie (AI) aangedreven drones voor grensbewaking? Volgens deze leden zullen statelijke actoren illegale immigratie als wapen inzetten, met name aan de kwetsbare grenzen van Finland met Rusland of Kroatië met Bosnië-Herzegovina. Via Bosnië-Herzegovina worden ook immigranten met terroristisch motief de Europese Unie in gesmokkeld. Is de regering bereid hiertegen (extra) capaciteit (van de Koninklijke Marechaussee) in te zetten?

Antwoord

Het kabinet onderschrijft dat nieuwe technologieën onderdeel moeten zijn van een toekomstgericht en efficiënt grensbeheer van de Europese buitengrenzen, ook op het gebied van instrumentalisering van migratie. Lidstaten krijgen reeds financiële middelen uit Europese fondsen om inzet van nieuwe technologieën te bevorderen. De mogelijkheden om deze technologieën verder te ontwikkelen en financieel te ondersteunen wordt door Nederland bekeken in samenwerking met Europese lidstaten en in het bijzonder de samenwerking met Frontex.

Frontex ondersteunt de grensbewaking van EU-lidstaten door gezamenlijke operaties te organiseren, middelen te leveren en informatie uit te wisselen. Het kabinet acht het van belang dat Frontex over voldoende middelen beschikt om lidstaten effectief te ondersteunen en technische innovaties (mede)mogelijk te maken. Het kabinet verwelkomt in dat kader de impact assessment die de Commissie uitvoert in het kader van een mogelijke herziening van Europese regelgeving (Europese Grens- en Kustwachtverordening (hierna: EGKW-verordening) om te bezien hoe de operationele slagkracht van Frontex kan worden versterkt, bijvoorbeeld door gemeenschappelijke aanschaf van middelen en innovatie aan de buitengrens.

Het kabinet deelt daarnaast dat alertheid noodzakelijk is om de inreis van vreemdelingen met terroristische motieven te voorkomen. De buitengrenzen beschermen is een gezamenlijke taak van de Europese lidstaten, met Frontex als belangrijke speler. In dat kader is relevant te benoemen dat Frontex recentelijk een samenwerkingsovereenkomst met Bosnië en Herzegovina heeft afgesloten. Deze overeenkomst maakt het mogelijk om gezamenlijke operaties te organiseren waarbij grenswachters van Frontex en Bosnië en Herzegovina betrokken zijn. Ook kunnen Frontex grensbeheerteams worden ingezet om bij te dragen aan de beheersing van migratiestromen, het tegengaan van illegale migratie en het bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit. Nederland draagt vanuit de verschillende ketenpartners, waaronder de KMar, bij aan de benodigde vulling van de Frontex capaciteit.

12.

De leden van de fractie van de BBB lezen dat door de regering wordt gerefereerd aan «het hoge aantal ontschepingen na opsporings-en reddingsoperaties (SAR)».8 Waarom heeft Frontex ─ de grensbewakingsorganisatie van de Europese Unie ─ niet ook als taak om op zee boten met opvarenden die geen toestemming hebben om het (zee)gebied van Europese lidstaten binnen te varen, tegen te houden en te laten omkeren? Is de regering bereid voor te stellen om te overleggen op welke wijze deze taak binnen humanitaire en verdragsrechtelijke randvoorwaarden, zonder grote risico's op ernstige schade en letsel, maar met brede politieke en maatschappelijke steun in de toekomst wel aan Frontex kan worden gegeven?

Antwoord

De lidstaten behouden de eerste verantwoordelijkheid voor het beheer van hun buitengrenzen in hun belang en in het belang van alle lidstaten. Het agentschap dient het beheer van de buitengrenzen en terugkeer te ondersteunen door het optreden van de lidstaten die deze maatregelen uitvoeren, te versterken, te beoordelen en te coördineren. Op grond van EGKW-verordening en overeenkomstig verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationaal recht, kan Frontex operationele en technische bijstand verlenen aan lidstaten en derde landen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen op zee. De Europese Commissie heeft aangekondigd in het derde kwartaal van 2026 een voorstel voor herziening van de EGKW-verordening. De Europese Commissie heeft aangegeven als onderdeel van de impact assessment te willen wegen hoe de bijstand van Frontex aan lidstaten kan worden verbeterd. Hierbij kan gedacht worden aan de rol die Frontex kan spelen op het terrein van terugkeer naar derde landen, intensievere samenwerking met derde landen van de EU en het versterken van de (maritieme) capaciteit van het agentschap. Het kabinet steunt die inzet.

13.

Welke plannen zijn er nu al om de taken en de capaciteit van Frontex uit te breiden? Ziet de regering aanleiding Frontex nog meer dan dat uit te breiden? Is het nodig de Koninklijke Marechaussee hiervoor uit te breiden?

Antwoord

Commissievoorzitter Von der Leyen heeft bij haar aantreden in december 2024 opgeroepen tot het uitbreiden van de capaciteit van het permanente korps van Frontex van 10.000 tot 30.000. De verwachting is dat dit meegenomen zal worden in het voorstel van de Commissie ter herziening over de Frontex-verordening. Voor het kabinet is het van belang dat het mandaat en de inzet van het permanente korps doelgericht en effectief zijn en zet erop in dat de personele uitbreiding van Frontex niet voor additionele capaciteitsdruk zorgt in nationale operaties, Het kabinet verwelkomt dat in dit kader ook de impact assessment die door de Europese Commissie wordt uitgevoerd.

14.

Wordt door de regering overwogen om voor de bewaking van de Europese buitengrenzen op het water ook de Koninklijke Marine in te zetten, zo vragen de leden van de fractie van de BBB.

Antwoord

Lidstaten zijn primair verantwoordelijk voor beheer ten aanzien van hun segmenten van de EU-buitengrenzen. Zoals u weet is in Nederland – conform Politiewet en Vreemdelingenwet – de grenspolitietaak opgedragen aan de Koninklijke Marechaussee (KMar). De KMar voert de grenspolitietaak mede uit in samenwerking met de Kustwacht. De Zeehavenpolitie is belast met de grenspolitietaak in de haven van Rotterdam. De KMar en Zeehavenpolitie worden hiertoe beleidsmatig aangestuurd door de Minister van Asiel en Migratie en de Minister van Justitie en Veiligheid. De bevoegdheden van elke functionaris die grensbewakingstaken uitvoert zijn wettelijk bepaald. Dit betekent dat de andere defensieonderdelen, zoals de marine, niet zijn belast met de grenspolitietaak en hiertoe ook niet uitgerust. Het bevoegd maken, opleiden, trainen en in middelen voorzien van andere defensieonderdelen voor grensbewaking, zou leiden tot een te grote inspanning op het gebied van de instructie- en verwervingscapaciteit van de KMar. Dit kan leiden tot onwenselijke verdringing op andere taken.

Nederland ondersteunt andere lidstaten, bijvoorbeeld Griekenland, aan de maritieme buitengrens via Frontex door middel van materiele en personele inzet vanuit de Zeehavenpolitie, de KMar en de Kustwacht.

15.

Is er op zowel Europees als Nederlands niveau sprake van initiatieven om mensensmokkel vele malen zwaarder te bestraffen, ook in de landen van herkomst?

Antwoord

De Europese Commissie heeft aangekondigd met een voorstel te komen voor een sanctiemechanisme om mensensmokkel aan te pakken. Het kabinet staat positief tegenover een dergelijk initiatief en kijkt uit naar het Commissievoorstel op dit gebied. Daarnaast wordt op Europees niveau onderhandeld over de Mensensmokkelrichtlijn, die de aanpak van mensensmokkel aanscherpt. In lijn hiermee is er op nationaal niveau een wetsvoorstel verhoging wettelijke strafmaxima en uitbreiding rechtsmacht in voorbereiding.

16.

Waar zijn nu fysieke grensbarrières op rivieren, meren of zeeën die de buitengrens van het Schengengebied vormen? Is de regering bereid om voor te stellen ─ zoals ook in het BBB-verkiezingsprogramma staat ─ gezamenlijk plannen te ontwikkelen voor meer fysieke grensbarrières op water?

Antwoord

Lidstaten zijn primair verantwoordelijk voor beheer ten aanzien van hun segmenten van de EU-buitengrenzen. Nederland heeft geen integraal overzicht van fysieke grensbarrières op rivieren, meren of zeeën. In Europees verband ondersteunt Frontex EU-lidstaten door gezamenlijke operaties te organiseren, technologie te leveren en informatie uit te wisselen, met als doel buitengrenzen van de Europese Unie te versterken en te beheren. Het kabinet acht het van belang dat Frontex over voldoende middelen beschikt om lidstaten te ondersteunen, waaronder ook binnen het maritieme domein. De Commissie heeft aangegeven om als onderdeel van de impact assessment ook aandacht te besteden aan versterking van middelen die het agentschap in eigen beheer heeft, waaronder voldoende maritieme middelen.

17.

De leden van de fractie van de BBB achten het voorstelbaar dat door binnenlandse ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk asielzoekers uit dat land naar buurlanden, zoals Ierland, Frankrijk, België en Nederland, zullen proberen te komen. Welke maatregelen wil de regering zelf en met de andere Europese landen overwegen om zich op dit scenario voor te bereiden en ongecontroleerde toegang ─ ook via zee ─ zoveel mogelijk tegen te gaan?

Antwoord

Het kabinet werkt in de intergouvernementele Calais groep (Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland) aan het tegengaan van irreguliere migratie over het kanaal, waaronder de aanpak van mensensmokkel upstream. Daarnaast geldt dat vreemdelingen die niet voldoen aan de toegangsvoorwaarden van artikel 6 van de Schengengrenscode, worden geweigerd (aan de binnengrenzen) of een terugkeerbesluit krijgen opgelegd. Personen die om internationale bescherming verzoeken, worden doorverwezen naar de Nederlandse asielprocedure. Personen die reeds in een andere lidstaat asiel hebben aangevraagd, de zogenoemde Dublinclaimanten, worden conform de Dublinprocedure overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat.

18.

Welke Nederlandse wet- en regelgeving regelt nu de bescherming van ─ niet controles aan ─ de Nederlandse buitengrenzen? Wat is daarin de afgelopen decennia gewijzigd? Zijn er daarnaast hele wetten geschrapt?

Antwoord

De regelgeving die toezicht in de grensstreek met Duitsland en België mogelijk maakt, is al decennia stabiel. Artikel 50 eerste lid Vw maakt scherper toezicht in de grensstreek mogelijk. In de onderliggende regelgeving, met name artikel 4.17a en 4.17b Vreemdelingenbesluit, zijn criteria neergelegd om deze bevoegdheden in te vullen. Op dit moment werkt de regering aan een aanpassing om effectiever toezicht (MTV-controles) mogelijk te maken. In extreme situaties kan de regering grenscontroles aan de binnengrenzen herinvoeren op basis van artikel 25 van de Schengengrenscode. Er is in de afgelopen decennia hier geen relevante wet- en regelgeving geschrapt.

19.

Welke extra (nood)maatregelen overweegt de regering voor uitgebreidere controles aan de Nederlands-Duitse grens, om voorbereid te zijn op een grotere uitstroom van asielzoekers vanuit Duitsland naar ons land als gevolg van mogelijke binnenlandse ontwikkelingen in Duitsland, maar ook een snel groter wordend aantal vluchtelingen uit Oekraïne?

Antwoord

Het kabinet volgt de migratieontwikkelingen nauwgezet. Momenteel is er geen aanleiding om aan te nemen dat er op korte termijn een significante verandering is in het aantal aankomsten in Nederland vanuit Duitsland en/of Oekraïne.

Op dit moment voert de KMar binnengrenscontroles uit aan de landsgrenzen met België en Duitsland en op luchthavens op intra-Schengenvluchten. De tijdelijke herinvoering van binnengrenscontroles is een instrument, dat op grond van de Schengengrenscode tijdelijk en als uiterst middel kan worden ingezet wanneer er sprake is van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid. Het kabinet werkt daarnaast aan de versterking van de juridische kaders van MTV-controles als onderdeel van het asielcrisispakket. Dit heeft als doel dat de KMar in de toekomst frequenter en flexibeler MTV-controles kan uitvoeren en het grenstoezicht aan de binnengrenzen met België en Duitsland effectiever wordt. Ook is er een goede samenwerking met de buurlanden. Hoewel irreguliere migratiestromen afhankelijk zijn van vele factoren, is het voorstelbaar dat binnengrenscontroles een preventief effect kunnen hebben op migranten en mensensmokkelaars en daarmee bijdragen aan de verplaatsing van (secundaire) migratiestromen. Vreemdelingen die niet voldoen aan de toegangsvoorwaarden, worden aan de binnengrens geweigerd. Personen die om internationale bescherming verzoeken, worden doorverwezen naar de Nederlandse asielprocedure. Personen die reeds in een andere lidstaat asiel hebben aangevraagd, de zogenoemde Dublinclaimanten, worden in de regel, conform de Dublinprocedure overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat.

20.

Staat het Schengenverdrag het volgens de regering toe dat Schengenlanden fysieke maatregelen nemen op hun grenzen met andere Schengenlanden? Welke maatregelen zijn wel en welke maatregelen zijn niet toegestaan? Volgens de leden van de fractie van de BBB kan gedacht worden aan het weer terugbrengen van fysieke ingrepen die de afgelopen decennia zijn verwijderd, zoals het weer uitgraven (of nieuw aanbrengen van) wateren op grenzen, of het (weer) weghalen van doortrekkingen van kleine wegen over de grens in landelijke gebieden, uiteraard het liefst zonder grote infrastructurele en economische gevolgen. Dit zou beheersing van grenspassages verbeteren, op een verminderd aantal grensovergangen of doordat niet meer «door de velden» het land kan worden betreden.

Antwoord

Eén van de doelen van de Schengengrenscode is dat het vrij verkeer van personen onbelemmerd doorgang kan vinden en alleen bij gerechtvaardigde uitzonderingen beperkt kan worden. Zo kunnen lidstaten onder omstandigheden extra maatregelen treffen aan de binnengrenzen, zoals ook aangegeven in antwoord op vraag 18.

21.

De leden van de fractie van de BBB wijzen erop dat de regering schrijft over

onderhandelingen met de Verenigde Staten van Amerika over een «versterkt partnerschap voor grensbeveiliging.9 Op Schiphol staat op borden ook Hong Kong genoemd in de reeks landen in de rij voor digitale paspoortcontrole. Wisselt Nederland digitaal paspoortgegevens uit met autoriteiten in Hong Kong, ook nu dat zich heeft aangesloten bij de Volksrepubliek China?

Antwoord

Het Enhanced Border Security Partnership (EBSP) waar de leden van de BBB-fractie aan refereren heeft betrekking op de uitwisseling van informatie tussen de EU-lidstaten en de VS over reizigers die de buitengrenzen overschrijden. De onderhandelingen over het EBSP lopen nog. Het EBSP staat los van het tweede deel van vraag 21 aangaande de uitwisseling van digitale paspoortgegevens met autoriteiten in Hong Kong.

Hong Kong behoort tot één van de VELR-landen (Visum Exempt Low Risk) die onder voorwaarden gebruik kunnen maken van de zelfservice paspoortcontrole op Schiphol. Dit systeem verifieert de identiteit van de reiziger en voert een automatische paspoortcontrole uit. De informatie die wordt verzameld via dit systeem wordt echter alleen gebruikt ten behoeve van de grenscontrole in Nederland conform de wettelijke verplichtingen. Er worden geen gegevens gedeeld met derde landen, zoals Hong Kong.

22.

De leden van de fractie van de BBB lezen over het Europese Entry/Exit System (EES) en «de verdere ontwikkeling van de nationale ICT-systemen van de KMar» met betrekking tot migratie en reisbewegingen.10 Welke categorieën van personen die niet (weer) Nederland of het Schengengebied of het gebied van de Europese Unie in mogen worden nu al in die systemen geregistreerd? Wil de regering meer categorieën hieraan laten toevoegen? Welke wets- en regelgevingswijzigingen acht zij daarvoor nodig?

Antwoord

Het Europese Entry/Exit Systeem (EES) registreert in- en uitreis gegevens van alle onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van Schengenlidstaten passeren voor een kort verblijf van maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen. De aanvullende EES-verordening[1] maakt het mogelijk het EES gefaseerd in te voeren. Nederland maakt hier gebruik van. Het EES maakt het mogelijk om beter na te gaan of derdelanders voldoen aan de toegangsvoorwaarden. Tevens wordt in het systeem geregistreerd wanneer en waar de toegang van een onderdaan van een derde land wordt geweigerd, door welke autoriteit dat is gebeurd en de reden voor de weigering. Het EES biedt daarnaast meer inzicht in het aantal derdelanders dat weliswaar legaal het Schengengebied betreedt, maar daarna langer blijft dan toegestaan, de zogenoemde overstayers. Het toepassingsgebied van het EES is vastgelegd in de EES-verordening.[2] Wijzigingen vereisen een aanpassing van Europese wet- en regelgeving, waarvoor een gedegen juridische en politieke procedure moet worden doorlopen. In andere reeds bestaande systemen, zoals het nationale opsporingssysteem Executie en Signaleringen en het Europese Schengen Informatiesysteem, staan personen geregistreerd die geen toegang tot of verblijf in Nederland of de Schengenruimte mogen krijgen. Bijvoorbeeld personen die een bedreiging vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Zij krijgen geen visum of kunnen bij binnenkomst aan de grens worden geweigerd.

23.

Is de regering de mening toegedaan dat de nu vanuit de Schengencode en EU-Visumcode toegestane periode van 90 dagen voor een «short-stay» visum niet te lang is voor toeristen en zakelijke bezoekers? Is 30 dagen voor dergelijke bezoeken vaak niet (ruim) voldoende? Wordt van de 90-dagen periode misbruik gemaakt om in Nederland te komen werken? Is de regering bereid toe te zeggen onderzoek te doen naar een systeem met differentiatie: 30 dagen voor toerisme en zakelijke bezoeken, en 90 voor bijvoorbeeld bezoek van (directe) familie?

Antwoord

De vrije termijn van 90 dagen voor een «short-stay» verblijf dan wel visum is een gestandaardiseerde termijn binnen Schengen die volgt uit de gemeenschappelijke Visumcode en de Schengengrenscode. Deze termijn biedt reizigers voldoende tijd voor verschillende doeleinden afhankelijk van het verblijfsdoel zoals toeristisch bezoek, kort zakendoen, familiebezoek. Op dit moment heeft het kabinet geen aanleiding om vast te stellen dat meer misbruik wordt gemaakt van in Nederland te komen werken en/of verblijven in een periode van 90 dagen ten opzichte van een periode van 30 dagen.

Vragen en opmerkingen van het lid van de fractie-Van de Sanden

Het lid van de fractie-Van de Sanden hecht aan een Europees migratie- en veiligheidsbeleid dat streng waar nodig en humaan waar het moet is, en dat onverkort binnen de kaders van de liberale rechtsstaat functioneert. In dat licht stelt dit lid de regering de volgende vragen.

1.

Grensbewaking & Frontex – rechtsstatelijke garanties

Op welke wijze wordt gewaarborgd dat de Nederlandse inzet binnen Frontex-operaties volledig voldoet aan rechtsstatelijke normen, waaronder het verbod op refoulement, onafhankelijke monitoring, en transparante meldprocedures voor eventuele incidenten?

Antwoord

Ingevolge de EGKW-verordening moet Frontex er op toezien dat de grondrechten worden geëerbiedigd en de beginselen van het Handvest, waaronder het non-refoulementbeginsel, in acht worden genomen bij al zijn activiteiten aan de buitengrenzen en bij terugkeeroperaties, onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor het uitvaardigen van terugkeerbesluiten technische en operationele bijstand verlenen in het terugkeerproces. Vanuit de Europese grens- en kustwacht verordening (2019/ 1896) zijn er verschillende mechanismen om ervoor te zorgen dat de eerbiediging van grondrechten wordt gewaarborgd in Frontex operaties. Frontex moet de leden van het permanente korps, waaronder de Nederlandse inzet, specifieke opleidingen bieden die zijn toegesneden op hun taken en bevoegdheden en relevante Unie- en internationaal recht, waaronder grondrechten.

Ter voorbereiding van een gezamenlijke operatie stelt Frontex tezamen met de andere betrokken lidstaten een bindend operationeel plan op, dat een beschrijving bevat van de taken, verantwoordelijkheden, ook in verband met de eerbiediging van de grondrechten, een meldings- en evaluatieregeling met ijkpunten voor het evaluatieverslag, onder meer inzake de bescherming van de grondrechten, algemene instructies over de wijze waarop de bescherming van de grondrechten moet worden gewaarborgd tijdens de operationele activiteiten van Frontex, alsmede procedures inzake de behandeling van klachten tegen elke persoon die aan een operationele activiteit van Frontex deelneemt over vermeende inbreuken op de grondrechten. Het operationeel plan verwijst ook naar de toepasselijke gedragscodes en procedures voor toezicht, rapportage en het klachtenmechanisme. Dit geldt ook voor operaties waar personeel vanuit de lidstaten bij betrokken zijn. De grondrechtenfunctionaris van Frontex deelt met de leden van de Raad van Bestuur (vertegenwoordigers van de lidstaten en Europese Commissie) een stand van zaken-rapport over de naleving van fundamentele rechten bij activiteiten waarbij Frontex was betrokken.

Indien er sprake is van vermeende tekortkomingen dan wordt hier door de onafhankelijke grondrechtenfunctionaris van het agentschap onderzoek naar gedaan en de conclusies hiervan worden middels zogenaamde Serious Incident Reports met het agentschap en de desbetreffende lidstaat gedeeld voor eventuele verdere opvolging. Het is aan de lidstaat van herkomst om in de nodige disciplinaire of andere maatregelen te voorzien overeenkomstig zijn nationale recht inzake tijdens operationele activiteiten van het Frontex gedane schendingen van grondrechten of verplichtingen op het gebied van internationale bescherming. Bovendien geldt dat in alle lidstaten (onafhankelijke) toezichthouders zijn ingesteld, zoals Nationale Ombudsmannen en op Europees niveau, de Europese Ombudsman.

2.

Versnelde procedures – kwaliteit van rechtsbescherming

Welke maatregelen neemt de regering om te voorkomen dat versnelde asielprocedures leiden tot onvoldoende individuele beoordeling, ontoereikende toegang tot rechtsbijstand of het missen van signalen van kwetsbaarheid?

Antwoord

Tussen de versnelde en niet-versnelde procedure zit geen procedureel onderscheid dat invloed zou kunnen hebben op de zorgvuldigheid van de individuele besluitvorming of positie van de aanvrager. De waarborgen die volgen uit de Asielprocedureverordening ten aanzien van een medische en kwetsbaarheidscheck en de toegang tot juridische counseling en rechtsbijstand zijn immers gelijk voor de versnelde en niet-versnelde procedure.

3.

Terugkeerbeleid – effectiviteit én menselijke waardigheid

Welke onderdelen van de tijdens de JBZ-Raad te bespreken terugkeermaatregelen raken volgens de regering mogelijk aan proportionaliteit of zorgvuldigheid en hoe borgt Nederland dat terugkeer streng maar humaan blijft?

Antwoord

Op de JBZ-Raad van 8 december 2025 heeft de Raad ingestemd met een Algemene Oriëntatie ten aanzien van het voorstel voor een Terugkeerverordening. Zodra het Europees Parlement zijn positie ook heeft vastgesteld, kunnen de onderhandelingen starten tussen parlement, Raad en Commissie. vastgesteld, kunnen de onderhandelingen starten tussen parlement, Raad en Commissie. Het kabinet blijft inzetten op een snel onderhandelingsresultaat, want nieuwe Europese regels op het gebied van terugkeer zijn hard nodig. In de algemene oriëntatie van de Raad is in de ogen van Nederland een juiste balans bereikt tussen enerzijds voldoende flexibiliteit voor lidstaten en anderzijds harmonisering van het terugkeersysteem, waarbij de mogelijkheden om terugkeer te stimuleren zijn uitgebreid. De Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen heeft er in geresulteerd dat het compromisvoorstel van de Raad op voor Nederland belangrijke onderwerpen verbeterd is ten opzichte van het initiële voorstel van de Commissie. Het gaat dan om: het schrappen van de automatisch schorsende werking (gedurende de beroepstermijn) van een terugkeerbesluit, inreisverbod of verwijderingsbesluit, de mogelijkheid om de vreemdeling voor een beoordeling van het beginsel van non-refoulement te kunnen verwijzen naar de asielprocedure en daarmee die beoordeling uit de terugkeerprocedure te houden, meer nadruk op de plichten van de vreemdeling om mee te werken tijdens het terugkeerproces, meer mogelijkheden om maatregelen op te leggen om de vreemdeling beschikbaar te houden voor terugkeer, verankering van het terugkeerhub-concept en strengere maatregelen t.a.v. de terugkeer van personen die een veiligheidsrisico vormen. Deze maatregelen moeten zorgen voor een snellere en effectievere terugkeer van mensen die hier niet mogen blijven. Tevens wordt in het compromisvoorstel van de Raad ervoor gezorgd dat er in de terugkeerprocedure voldoende waarborgen blijven bestaan voor vreemdelingen. Het staat immers buiten kijf dat terugkeer moet plaatsvinden binnen de grenzen van internationaal- en Europeesrechtelijke verplichtingen en fundamentele rechten.

4.

Europese solidariteit – voorwaarden en waarborgen

Op welke wijze garandeert de regering dat nieuwe afspraken over herverdeling en solidariteitsmechanismen niet leiden tot druk op de kwaliteit van asielprocedures, opvangomstandigheden of rechtsbescherming?

Antwoord

Het kabinet heeft zich ervoor ingezet dat de solidariteitspool realistisch is en dat de omvang van de solidariteitspool lidstaten niet verder onder druk zet. Daarnaast kiest het kabinet ervoor om solidariteit te leveren via een financiële bijdrage, zodat er onder het solidariteitsmechanisme geen extra mensen naar Nederland komen en daarmee de uitvoeringsdiensten zoveel mogelijk ontlast worden. Verder zet het kabinet zich ervoor in dat het Dublinsysteem op korte termijn weer werkt.

5.

Handhaafbaarheid – uitvoerbaarheid door ketenpartners

Op welke wijze zijn de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) en de Koninklijke Marechaussee (KMar) betrokken bij de voorbereiding van de Nederlandse inzet voor deze JBZ-Raad en welke concrete uitvoeringsknelpunten hebben zij gemeld ten aanzien van de agendapunten?

Antwoord

De uitvoering wordt actief en integraal betrokken en geconsulteerd in de standpuntbepaling van de Nederlandse inzet, inclusief de voorbereiding van de JBZ-Raad.

6.

Nationale rechtsstatelijke toetsing van EU-voorstellen

Kan de regering toelichten op welke wijze de Europese voorstellen op de agenda vooraf zijn getoetst aan de Nederlandse grondrechtenstandaarden, jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur?

Antwoord

Voor Europese voorstellen wordt u via de BNC geïnformeerd over de juridische basis van dergelijke voorstellen en de Nederlandse inzet hierop.

7.

Data-uitwisseling en privacy – liberale kernwaarden

In hoeverre raken de voorstellen voor intensievere Europese informatie-uitwisseling ─ bijvoorbeeld via Eurodac, ETIAS of interoperabiliteitssystemen ─ aan privacy en gegevensbescherming? En welke waarborgen vraagt Nederland om te voorkomen dat data verder worden gebruikt dan strikt noodzakelijk?

Antwoord

De voorstellen voor intensievere Europese informatie-uitwisseling zijn allen onderworpen aan de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en, wanneer het gaat om de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, Richtlijn 2016/680. Zij verwijzen ook naar de AVG en de richtlijn. Ook in de verordeningen die aan deze systemen ten grondslag liggen, staan bepalingen over bescherming van persoonsgegevens met voorwaarden waaraan deze verwerkingen moeten voldoen. Nederland heeft opvolging gegeven aan de AVG door de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) op te stellen en de richtlijn in de nationale wetgeving te implementeren. De EU- en nationale wet- en regelgeving bepalen voor welke doelen persoonsgegevens mogen worden gebruikt. Verdere verwerking van persoonsgegevens voor een ander doel is alleen toegestaan op grond van een wettelijke grondslag met de juiste waarborgen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ziet als onafhankelijke toezichthouder toe op de naleving van privacywetgeving en wanneer deze naleving niet juist is kan zij daartegen optreden, bijvoorbeeld door sancties op te leggen.

8.

Relatie met derde landen – voorwaarden voor samenwerking

Welke criteria hanteert Nederland bij Europese afspraken met derde landen over terugkeer, grensbewaking of asielverwerking en hoe voorkomt de regering dat samenwerking plaatsvindt met landen die mensenrechten onvoldoende respecteren?

Antwoord

De Europese Commissie is verantwoordelijk voor de onderhandelingen van migratie-afspraken met derde landen. De Europese Commissie volgt daarbij de kaders van het Europees en internationaal recht. De verantwoording voor de EU-afspraken ligt bij Europese Commissie. Nederland, als EU lidstaat, draagt bij aan de EU-processen en overleggremia en hanteert geen afzonderlijke criteria naast de EU-criteria.

9.

Bescherming van kwetsbare personen – normatieve ondergrens

Welke afspraken bepleit Nederland in de JBZ-Raad om te borgen dat kwetsbare groepen (zoals minderjarigen, slachtoffers van mensenhandel, LHBTI-asielzoekers) in alle lidstaten toegang hebben tot menswaardige opvang en zorgvuldige procedures?

Antwoord

Het kabinet zet zich in voor de volledige en effectieve implementatie van het Pact. Daaronder valt ook de Opvangrichtlijn waarin standaarden zijn opgenomen waaraan de opvang in alle lidstaten moet voldoen. Hierin staan ook standaarden opgenomen met betrekking tot de opvang voor asielzoekers met bijzondere opvangbehoeften, waaronder minderjarigen, lhbti’s, slachtoffers van mensenhandel.

10.

Transparantie richting het parlement – democratische controle

Is de regering bereid om de Kamer direct na afloop van de JBZ-Raad een uitgebreide terugkoppeling te sturen waarin per agendapunt wordt aangegeven:

  • a) wat de Nederlandse inzet was;

  • b) welke amendementen of interventies zijn gepleegd;

  • c) in hoeverre rechtsstatelijke waarborgen zijn geborgd, en

  • d) waar voorstellen zijn aangepast op Nederlands verzoek?

Antwoord

Uw Kamer wordt regulier via de Geannoteerde Agenda van de JBZ-Raad, het Verslag van de JBZ-Raad en BNC-Fiches geïnformeerd over de Nederlandse inzet voor onderwerpen besproken op Europees niveau, zoals de JBZ-Raad.


X Noot
1

Samenstelling:

Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 3.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 3.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 5.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 9.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 12.

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 11.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 2.

X Noot
11

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 5.

X Noot
12

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 9.

X Noot
13

Artikel 66 van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351).

X Noot
14

3.2 The resettlement submission categories | UNHCR Resettlement Handbook

X Noot
15

2026 Projected Global Resettlement Needs (PGRN) | UNHCR

X Noot
17

Kamerstukken II, 2025/26, 32 317, nr. 989.


X Noot
1

Samenstelling:

Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Bakker-Klein (CDA), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Dittrich (D66), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Janssen (SP), Kaljouw (VVD), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Lievense (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Meijer (VVD), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 3.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 3.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 5.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 9.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 12.

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 11.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 2.

X Noot
11

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 5.

X Noot
12

Kamerstukken I 2025/26, 32 317, PT, p. 9.

X Noot
13

Artikel 66 van de Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351).

X Noot
14

3.2 The resettlement submission categories | UNHCR Resettlement Handbook

X Noot
15

2026 Projected Global Resettlement Needs (PGRN) | UNHCR

X Noot
17

Kamerstukken II, 2025/26, 32 317, nr. 989.

Naar boven