Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 32317 nr. OP |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 32317 nr. OP |
Vastgesteld 23 mei 2024
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad1 en voor Justitie en Veiligheid2 van de Eerste Kamer hebben kennisgenomen van de brief van 15 maart 20243 van de Minister van Justitie en Veiligheid betreffende het verslag van de JBZ-Raad van 4 en 5 maart 2024.
Naar aanleiding hiervan is op 23 april 2024 een brief gestuurd aan de Minister van Justitie en Veiligheid.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 mei 2024 gereageerd, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, Van Dooren
Aan de Minister van Justitie en Veiligheid
Den Haag, 23 april 2024
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad en voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 15 maart 20244 waarin u, tezamen met de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de Kamer het verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) aanbiedt die in Brussel, België, op 4 en 5 maart 2024 heeft plaatsgevonden. De leden van de fractie van de GroenLinks-PvdA wensen het kabinet naar aanleiding hiervan de volgende vragen voor te leggen.
De genoemde leden wensen ten aanzien van het tweede agendapunt van dit verslag, «Evaluatie van de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht», de volgende vragen voor te leggen.
1. Kan het kabinet het volledige rapport en het begeleidende actieplan dat de Europese Commissie recent heeft gepubliceerd over de evaluatie van de Europese Grens- en Kustwachtverordening (EGKW-verordening) met de Kamer delen?
2. De volgende passage uit de aan het orde zijnde verslag geeft aanleiding tot enkele vragen:
«Nederland heeft de evaluatie en het actieplan van de Commissie verwelkomd. Ze bieden wat Nederland betreft een goede basis voor de verdere doorontwikkeling van het Agentschap. Nederland heeft het Agentschap aangemoedigd om de interne hervormingen die reeds zijn ingezet verder door te voeren en ziet de volgende prioriteiten: 1) effectieve en strategische inzet van het permanent korps, afgestemd op de operationele noodzaak aan de grens; 2) Lidstaten dienen conform de verplichtingen uit de EGKW-verordening hun bijdrage te leveren en de aanbevelingen op te volgen uit de kwetsbaarheidsanalyses die door het Agentschap worden uitgevoerd; 3) Het Agentschap kan zijn rol in derde landen versterken, met name op het gebied van terugkeer en het ondersteunen van derde landen daarbij.»5
Wat beoogt het kabinet precies met het eerste punt? Hoe groot is het permanente korps? Wat is het oordeel van het kabinet over de huidige inzet van dit korps? Wordt het korps nu niet strategisch en effectief ingezet? Hoe kan volgens het kabinet de strategische en effectieve inzet van het korps worden vergroot? Met andere woorden, wat vraagt het kabinet concreet van Frontex ten aanzien van de inzet van het permanente korps?
Ten aanzien van het tweede punt vragen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA het kabinet wat hiervan de achtergrond is. Zijn er landen die in gebreke blijven van hun verplichtingen? Zo ja, welke landen? Wat is concreet het aandeel en de bijdragen van Nederland aan Frontex?
Ten aanzien van het derde punt vragen deze leden het kabinet wat zij wil dat Frontex met en in derde landen doet? De leden verzoeken het kabinet bij de beantwoording van deze vraag concrete acties en voorbeelden te noemen. Welke ruimte biedt het mandaat van Frontex voor het delen van de informatie met derde landen zoals Libië en Tunesië? Welke concrete bijstand geeft Frontex aan deze landen en ook aan Turkije en Egypte? Zijn de beweringen van verschillende niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) correct dat Frontex de informatie die zij vergaart bij haar search operaties deelt met Libië waarbij vervolgens de kustwacht van Libië (gewelddadige) pull back acties uitvoert vanuit internationale wateren in de Middellandse Zee? De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA verzoeken het kabinet om alle informatie die zij heeft over de samenwerking en projecten van Frontex met Libië, Tunesië, Turkije en Egypte met de Kamer te delen.
Ten aanzien van het zesde agendapunt van de aan de orde zijnde verslag van de JBZ-Raad «Externe dimensie van migratie» hebben de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA de volgende vragen.
1. De leden van genoemde fractie verzoeken het kabinet de meest recent gemaakte afspraken tussen de Europese Unie en Turkije en de staat van uitvoering daarvan met de Kamer te delen. Welke financiële overdrachten hebben plaatsgevonden en welke moeten nog plaats vinden? Wat is de staat van uitvoering van de niet-financiële afspraken?
2. Graag ontvangen deze leden een gedetailleerd overzicht van de concreet gemaakte afspraken met Mauritanië, Egypte en Tunesië. Zij verzoeken het kabinet in dit overzicht zowel de afspraken die de Europese Commissie met hen heeft gemaakt op te nemen alsook de afspraken die bilateraal tussen de lidstaten en deze landen zijn gemaakt. Wie coördineert deze afspraken? Wie houdt er toezicht op de effectiviteit van de gemaakte afspraken en belangrijker nog op de bescherming van mensenrechten en internationaal recht? Kan het kabinet voorbeelden geven van interventies door de Europese Commissie en /of lidstaten die hebben geleid tot verbetering van mensenrechten van migranten?
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad en Justitie en Veiligheid zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad, A.W.J.A. van Hattem
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 mei 2024
Bij dezen doe ik uw Kamer, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de beantwoording van de schriftelijke vragen gesteld door de fractie GroenLinks-PvdA naar aanleiding van het verslag van de JBZ-Raad van 4–5 maart 2024 toekomen.
Evaluatie van de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht
1.
Kan het kabinet het volledige rapport en het begeleidende actieplan dat de Europese Commissie recent heeft gepubliceerd over de evaluatie van de Europese Grens- en Kustwachtverordening (EGKW-verordening) met de Kamer delen?
Het volledige rapport over de evaluatie van de Europese Grens- en Kustwacht (inclusief bijlages), is openbaar en te raadplegen op de website van de Europese Commissie.6
2.
De volgende passage uit de aan het orde zijnde verslag geeft aanleiding tot enkele vragen: «Nederland heeft de evaluatie en het actieplan van de Commissie verwelkomd. Ze bieden wat Nederland betreft een goede basis voor de verdere doorontwikkeling van het Agentschap. Nederland heeft het Agentschap aangemoedigd om de interne hervormingen die reeds zijn ingezet verder door te voeren en ziet de volgende prioriteiten: 1) effectieve en strategische inzet van het permanent korps, afgestemd op de operationele noodzaak aan de grens; 2) Lidstaten dienen conform de verplichtingen uit de EGKW-verordening hun bijdrage te leveren en de aanbevelingen op te volgen uit de kwetsbaarheidsanalyses die door het Agentschap worden uitgevoerd; 3) Het Agentschap kan zijn rol in derde landen versterken, met name op het gebied van terugkeer en het ondersteunen van derde landen daarbij.»
Wat beoogt het kabinet precies met het eerste punt? Hoe groot is het permanente korps? Wat is het oordeel van het kabinet over de huidige inzet van dit korps? Wordt het korps nu niet strategisch en effectief ingezet? Hoe kan volgens het kabinet de strategische en effectieve inzet van het korps worden vergroot? Met andere woorden, wat vraagt het kabinet concreet van Frontex ten aanzien van de inzet van het permanente korps?
Het doel, zoals vastgelegd in de Europese Grens- en Kustwacht Verordening (EGKW-Vo), is dat uiterlijk in 2027 het permanente korps 10.000 leden omvat. Het blijft een constante uitdaging en aandachtspunt voor het Agentschap en de lidstaten om te voldoen aan de beoogde planning, maar momenteel verloopt de graduele opbouw van het permanente korps grotendeels volgens planning. Het totale aantal was in september 2023 6.819. De conclusie van de Commissie naar aanleiding van de evaluatie is dat er geen aanleiding is om de opbouw van het permanente korps te herzien. Het beoogde aantal van 10.000 was oorspronkelijk gebaseerd op de operationele behoeften die werden beoordeeld op basis van de ontwikkelingen aan de buitengrenzen van de EU ten tijde van de onderhandelingen over het voorstel.
Door de actuele ontwikkelingen op het gebied van migratie in de EU en de verbrede inzet van ondersteuning door het Agentschap in derde landen neemt de vraag voor ondersteuning door het permanente korps in toenemende mate toe. Tegelijkertijd worden in alle lidstaten capaciteitstekorten gevoeld. Daarom is het van belang dat – voordat het permanente korps wordt ingezet – er gekeken wordt naar doelmatigheid en doeltreffendheid van de inzet van het permanente korps. Dit betekent dat voorafgaand aan inzet integraal moet worden bezien of inzet van het permanente korps het meest doeltreffende instrument is voor het doel van de missie. Daarbij past de ingeslagen weg om de buitengrens in vier prioriteitscategorieën in te delen. Bij de inzet van het korps moeten de resultaten uit de kwetsbaarheidsbeoordelingen worden betrokken, zodat inzet plaatsvindt op plekken waar de situatie nu kwetsbaar is.7 De nieuwe chain-of-command structuur die momenteel wordt ontwikkeld, waarbij Frontex meer ruimte geeft aan het team op de grond, is een positieve ontwikkeling die kan bijdragen aan effectievere inzet van het permanente korps.
Ten aanzien van het tweede punt vragen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA het kabinet wat hiervan de achtergrond is. Zijn er landen die in gebreke blijven van hun verplichtingen? Zo ja, welke landen?
Frontex heeft een monitorende taak aan de buitengrenzen: door middel van de kwetsbaarheidsbeoordeling en andere risicoanalyses monitort het in hoeverre lidstaten het hoofd bieden aan uitdagingen aan hun buitengrenzen, en dienen lidstaten vervolgens verbeteringen voor te stellen. Ten aanzien hiervan zijn nog verbeterstappen mogelijk. Het kabinet is van mening dat de Raad van Bestuur van het Agentschap deze kwetsbaarheidsbeoordelingen kritischer dient te bespreken en lidstaten dienen te rapporteren over genomen acties. Het kader daarvoor staat reeds in de EGKW-Vo: dit moet strakker worden opgevolgd. Ook terugkeer moet hierbij worden betrokken. Verder dient deze informatie ook op politiek niveau in de (Schengen)Raad besproken te worden, om synergie tussen Frontex inzet en politieke prioriteiten te verbeteren. Ook moeten tekortkomingen uit het Schengenevaluatiemechanisme worden betrokken bij de kwetsbaarheidsbeoordelingen, en andersom.
Wat is concreet het aandeel en de bijdragen van Nederland aan Frontex?
De bijdrage aan Frontex van lidstaten valt uiteen in lange termijn (categorie 2 personeel, voor een periode van minimaal 24 maanden) en korte termijn inzet (categorie 3, voor een periode van 2 maanden). Voor het jaar 2024 is de voorziene bijdrage van Nederland ten behoeve van categorie 2, 25 VTE. Voor categorie 3 is dat 284 VTE, verdeeld over iedere 2 maanden. De daadwerkelijke inzet kan wegens uiteenlopende omstandigheden, zoals operationele redenen, afwijken van dit aantal.
Ten aanzien van het derde punt vragen deze leden het kabinet wat zij wil dat Frontex met en in derde landen doet? De leden verzoeken het kabinet bij de beantwoording van deze vraag concrete acties en voorbeelden te noemen. Welke ruimte biedt het mandaat van Frontex voor het delen van de informatie met derde landen zoals Libië en Tunesië? Welke concrete bijstand geeft Frontex aan deze landen en ook aan Turkije en Egypte? Zijn de beweringen van verschillende niet gouvernementele organisaties (ngo’s) correct dat Frontex de informatie die zij vergaart bij haar search operaties deelt met Libië waarbij vervolgens de kustwacht van Libië (gewelddadige) pull back acties uitvoert vanuit internationale wateren in de Middellandse Zee? De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA verzoeken het kabinet om alle informatie die zij heeft over de samenwerking en projecten van Frontex met Libië, Tunesië, Turkije en Egypte met de Kamer te delen.
De huidige EGKW-Vo biedt het Agentschap geen grondslag om derde landen te ondersteunen bij terugkeer. Het kan alleen EU-lidstaten en Schengengeassocieerde landen ondersteunen bij terugkeer naar een derde land. Het is de visie van het kabinet dat – naast de verbeterstappen op basis van het huidige mandaat, zoals betere synergie tussen de verschillende bestaande EU-gremia – het van meerwaarde zou kunnen zijn als het mandaat van het Agentschap wordt uitgebreid op dit terrein om ook derde landen te ondersteunen. Het kabinet brengt dit in bij de daarvoor bestemde gremia.
Wat betreft het algemene kader voor samenwerking met derde landen zijn er twee vormen te onderscheiden. Allereerst kan Frontex op basis van werkafspraken o.a. samenwerken op het gebied van informatie-uitwisseling, risicoanalyse en capaciteitsopbouw. Afstemming hierover verloopt via de Raad van Bestuur van het Agentschap. Het Agentschap beschikt niet over dergelijke afspraken met Tunesië noch Libië, noch Egypte. Alleen met Turkije bestaat een dergelijke afspraak.8 Waar het gaat om de specifieke situatie in het kader van opsporings- en reddingsoperaties in de Libische SAR-zone en de rol van Frontex daarin, wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen van het Tweede Kamerlid Piri van 16 april jl.9
Daarnaast kan Frontex operationeel actief worden op basis van een zogenaamde statusovereenkomst. Hiervoor geldt een zwaardere goedkeuringsprocedure, waarbij instemming van de Raad vereist is. Op dit moment heeft Frontex met Albanië, Servië, Montenegro, Moldavië en Noord-Macedonië een dergelijke statusovereenkomst. Met Bosnië-Herzegovina wordt nog onderhandeld. Moldavië was het eerste land buiten de EU, waar Frontex bevoegd werd executieve bevoegdheden uit te oefenen aan de grens met Oekraïne.
Externe dimensie van migratie
1.
De leden van genoemde fractie verzoeken het kabinet de meest recent gemaakte afspraken tussen de Europese Unie en Turkije en de staat van uitvoering daarvan met de Kamer te delen. Welke financiële overdrachten hebben plaatsgevonden en welke moeten nog plaats vinden? Wat is de staat van uitvoering van de niet-financiële afspraken?
Het kabinet verwijst de leden van de Eerste Kamer naar het recente rapport van de Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO), waarin de stand van de relaties tussen de EU en Turkije staat weergegeven, inclusief een overzicht van de uitvoering van de afspraken onder de EU-Turkije verklaring.10 Een kabinetsappreciatie ging naar de Tweede Kamer toe via de Geannoteerde Agenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 2–3 februari jl.11
Onder de Facility for Refugees in Türkiye (FRiT) – de faciliteit ter besteding van het geld dat Turkije onder de EU-Turkije Verklaring ontvangt voor de opvang van vluchtelingen – is in totaal EUR 6 mld. gecommitteerd, hiervan is inmiddels meer dan EUR 5,3 mld. uitbetaald. Daarnaast leverde Nederland een bilaterale bijdrage van EUR 140,6 mln.
Projecten onder de FRiT lopen hoogstens tot halverwege 2025 en hebben, volgens een recent rapport van de Europese Rekenkamer (ERK), dat rapporteert over de eerste financiering onder het FRiT tussen 2016–2019, in sommige gevallen door stijgende inflatie in Turkije, COVID-19, en door de aardbevingen in 2023, enige vertraging opgelopen. De ERK concludeerde tevens dat toenemende druk op ngo’s in Turkije de succesvolle implementatie van sommige projecten bemoeilijkt. Wel werd geconcludeerd dat de FRiT erin is geslaagd om in een uitdagende politieke context relevante steun aan vluchtelingen in Turkije te bieden, en dat de projecten aansluiten bij de noden en behoeften van begunstigden.
Ten aanzien van de financiële ondersteuning van Turkije bij de opvang van vluchtelingen in Turkije bereikte de Raad op 1 februari jl. een akkoord over de door de Europese Commissie voorgestelde tussentijdse herziening (mid-term review; MTR) van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Onderdeel van dit besluit is een verlenging van de financiering van de ondersteuning van Turkije bij de opvang van vluchtelingen in Turkije met een bedrag van EUR 2.0 mld. voor de periode 2025–2027, zie ook het verslag van de buitengewone Europese Raad van 1 februari jl.12
2.
Graag ontvangen deze leden een gedetailleerd overzicht van de concreet gemaakte afspraken met Mauritanië, Egypte en Tunesië. Zij verzoeken het kabinet in dit overzicht zowel de afspraken die de Europese Commissie met hen heeft gemaakt op te nemen alsook de afspraken die bilateraal tussen de lidstaten en deze landen zijn gemaakt. Wie coördineert deze afspraken? Wie houdt er toezicht op de effectiviteit van de gemaakte afspraken en belangrijker nog op de bescherming van mensenrechten en internationaal recht? Kan het kabinet voorbeelden geven van interventies door de Europese Commissie en /of lidstaten die hebben geleid tot verbetering van mensenrechten van migranten?
In de beantwoording van deze vraag biedt het kabinet een overzicht van de gemaakte afspraken tussen de Europese Commissie en Egypte, Mauritanië en Tunesië, en waar relevant tussen Nederland en de desbetreffende landen. Het is niet aan Nederland om te rapporteren over de inzet van andere Europese lidstaten.
Mauritanië
Het kabinet verwijst de leden van de Eerste Kamer naar de geannoteerde agenda van de JBZ-raad van 4–5 maart, waarin het kabinet de Eerste Kamer heeft geïnformeerd over het bezoek van Commissievoorzitter Von der Leyen op 8 februari jl. aan Mauritanië waar zij versterkte brede samenwerking tussen de Europese Commissie en Mauritanië aankondigde, inclusief het vrijmaken van een nieuw bedrag van 210 miljoen euro om deze samenwerking verder vorm te geven, waarvan 60 miljoen euro voor het versterken van migratiesamenwerking. Binnen dit kader zet de Commissie in op het ontwikkelen van een migratiepartnerschap met Mauritanië in reactie op de toename van irreguliere migratie vanaf Mauritanië naar de Canarische eilanden, en voortbordurend op reeds bestaande migratie-inzet. De inzet van de Commissie op migratiegebied richt zich op vijf pijlers, te weten 1) socio-economische mogelijkheden voor jongeren, 2) bescherming en asiel, 3) legale migratie en mobiliteit, 4) tegengaan van irreguliere migratie, terugkeer, readmissie en aanpak van smokkel en 5) grensmanagement. Commissaris Johansson kwam met Mauritanië een verklaring overeen die deze voornemens ondersteunt op 7 maart jl. in het bijzijn van Ministers van Spanje en België.13
Het door Nederland gefinancierde PROMIS programma in West Afrika, uitgevoerd door UNODC en OHCHR, is in 2023 uitgebreid naar Mauritanië. Middels dit programma worden landen ondersteund bij het versterken van een mensenrechten-gerichte benadering in de aanpak van mensensmokkel en -handel.
Egypte
Het kabinet verwijst de leden van de Eerste Kamer naar het verslag van de RBZ van 18 maart jl. waarin het kabinet de Tweede Kamer heeft geïnformeerd over de politieke afspraken die zijn gemaakt tussen Egypte en de Europese Unie in het kader van het strategisch partnerschap. Het partnerschap bevat afspraken over politieke relaties, economische stabiliteit, investeringen en handel, migratie en mobiliteit, veiligheid en «people and skills», en een steunpakket van EUR 7,4 mld en loopt tot eind 2027. Dit bedrag bestaat uit EUR 5 mld macro-financiële steun, EUR 1,8 mld private sector investeringen en EUR 600 mln aan subsidies waarvan EUR 200 mln is bedoeld voor migratiemanagement. De toegezegde financiële steun wordt binnen de huidige kaders van het MFK 2021–2027 gedekt. Er zijn voorwaarden verbonden aan het gedeelte van concessional loans in lijn met het hervormingsprogramma en evaluaties die het IMF met Egypte overeenkwam. De Commissie stelt dat bij deze macro-financiële bijstand in het kader van het EU-Egypte strategisch partnerschap afspraken op het terrein van eerbiediging van mensenrechten, rechtsstaat en effectieve democratische mechanismen zullen worden gemaakt en dat voortgang van Egypte richting het behalen van deze afspraken doorlopend zal worden gemonitord voorafgaand aan vervolgbetalingen. Bevoegdheid tot uitbetaling van tranches ligt bij de Commissie. Er is voor lidstaten geen formele rol weggelegd in dit proces. Het kabinet benadrukt het belang van een adequaat monitoringsmechanisme en zal pleiten voor consultatie van EU-lidstaten bij besluiten over betalingen.
De bilaterale inzet van Nederland ten aanzien van Egypte op migratiegebied richt zich hoofdzakelijk op het versterken van Egyptisch asiel- en migratiemanagement inclusief grensmanagement, opvang in de regio, bescherming en asiel, de aanpak van smokkel, en het voorkomen van irreguliere migratie, inclusief de aanpak van grondoorzaken – in lijn met en complementair aan de Europese inzet op dit vlak in Egypte. Nederland doet dat onder andere via de bilaterale afspraken (in een zgn. «Declaration of Intent») die in 2021 zijn gemaakt tussen Nederland en Egypte. De verklaring bestrijkt een brede migratie-agenda die is vormgegeven in lijn met internationaal recht, waar het belang van aandacht voor mensenrechten expliciet in is opgenomen. Concreet bevat de verklaring afspraken over een bilaterale migratiedialoog, het tegengaan van irreguliere migratie, terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, economische samenwerking ten behoeve van de aanpak van grondoorzaken van migratie, legale migratie binnen bestaande kaders, steun aan Egypte met betrekking tot opvang van vluchtelingen en migranten, mensensmokkel- en handel en grensbeheer, hervestiging en steun aan bewustwordingscampagnes voor migranten. In Egypte steunt Nederland verder IOM voor de verbeterde bescherming van migranten, het tegengaan van mensenhandel en -smokkel, het vergroten van het bewustzijn van de gevaren van irreguliere migratie en het faciliteren van vrijwillige terugkeer en herintegratie. Ook steunt Nederland een regionaal programma met UNODC in Noord-Afrika gericht op het versterken van een mensenrechtengerichte benadering in de aanpak van mensensmokkel en -handel. Het kabinet blijft investeren in werkgelegenheid, opleidingsmogelijkheden voor Egyptenaren en Egyptische terugkeerders, het stimuleren van alternatieven voor irreguliere migratie en het geven van advies over bestaande legale migratiekanalen naar Nederland en Europa.
Tunesië
Het kabinet verwijst de leden van de Eerste Kamer naar het verslag van de RBZ van 20 juli 2023 waarin het kabinet de Tweede Kamer heeft geïnformeerd over de politieke afspraken die zijn gemaakt door de Europese Commissie en Tunesië.14 In het Memorandum of Understanding (MoU) tussen de Commissie en Tunesië zijn politieke afspraken gemaakt over macro-economische stabiliteit, handel en investeringen, groene energietransitie, people-to-people contacten en migratie.15 Zo wordt er gewerkt aan een nieuw MoU over energiesamenwerking en bereikten Tunesië en de Commissie op 20 december jl. een akkoord over de vormgeving en voorwaarden van een programma van 150 miljoen euro begrotingssteun. Deze begrotingssteun is beschikbaar gesteld aan Tunesië in het eerste kwartaal van 2024.16 Ten aanzien van de uitkering van de steun zijn naast de algemene voorwaarden voor EU-begrotingssteun enkele specifieke voorwaarden geformuleerd, waaronder publicatie van de Tunesische begrotingsstaat voor 2024, implementatie van het actieplan voor hervormingen van publieke financiën door de Tunesische ministerraad, en het voeren van een dialoog over het macro-economische beleid van Tunesië.17 Complementair aan de inzet van de Europese Unie, heeft Nederland in Tunesië een belangrijke rol als één van de grootste donoren op gebied van bescherming van en humanitaire assistentie aan kwetsbare migranten, vluchtelingen en asielzoekers. Dit is belangrijk, mede omdat de migratiebewegingen naar Tunesië nog altijd toenemen. Nederland steunt onder meer IOM, UNHCR en UNICEF op het gebied van opvang, registratie, vrijwillige terugkeer en juridische hulpverlening.
De Commissie informeert lidstaten over de voortgang van de implementatie van de politieke afspraken in het kader van brede strategische partnerschappen via de daarvoor relevante Raadsgremia in Brussel. Deze besprekingen bieden de gelegenheid om te spreken over het belang van bescherming van mensenrechten en het internationaal recht. Voorts coördineren de EU en lidstaten hun inzet op migratie ook op lokaal niveau. Ook hier wordt de mensenrechtensituatie en de internationaalrechtelijke context besproken.
De uitgaven van de Commissie ten aanzien van migratieprogrammering in landen buiten de Europese Unie vallen onder verschillende instrumenten, hoofdzakelijk het NDICI-instrument, waarvan indicatief 10% van de middelen naar migratie-gerelateerde programmering dient te gaan. Zoals is opgenomen in de NDICI-Verordening is de Commissie verplicht om mechanismen voor monitoring en evaluatie in te richten waarmee accountability, en transparantie bij het implementeren van dit instrument gewaarborgd kunnen worden, evenals een assessment van de vooruitgang in het bereiken van de doelen van het instrument. Besteding van de middelen onder het NDICI-instrument worden met Lidstaten besproken en ter goedkeuring voorgelegd in relevante Raadsgremia.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg
Samenstelling:
Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Griffioen (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kaljouw (VVD), Meijer (VVD), Van Toorenburg (CDA), Bakker-Klein (CDA), Dittrich (D66), Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Van Hattem (PVV) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Nanninga (JA21), Janssen (SP), Huizinga-Heringa (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Samenstelling:
Croll (BBB) (ondervoorzitter), Marquart Scholtz (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Vogels (VVD), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD), Doornhof (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66) (voorzitter), Belhirch (D66), Bezaan (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Janssen (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Het rapport is hier te raadplegen: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_24_613
Doel van de kwetsbaarheidsbeoordeling is dat het Agentschap een beoordeling verricht van het vermogen en de paraatheid van de lidstaten om de huidige en toekomstige uitdagingen aan de buitengrenzen het hoofd te bieden, zie verder artikel 32 EGKW-Vo.
Meer informatie over de werkafspraken tussen Frontex en derde landen is hier te vinden: https://www.frontex.europa.eu/what-we-do/beyond-eu-borders/working-arrangements/
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Beantwoording Kamervragen van het lid Piri, 16 april 2024, 2024Z02816.
Het document is hier te raadplegen: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_23_6157
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Geannoteerde agenda informele Raad Buitenlandse Zaken (Gymnich) 2 en 3 februari 2024, 21 501-02, nr. 2821.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Verslag van de Buitengewone Europese Raad van 1 februari 2024, 21 501-20, nr. 2018.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Verslag van de JBZ-Raad van 4 en 5 maart 2024, 32 317 nr. 874.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, Verslag Raad Buitenlandse Zaken 20 juli 2023, 21 501-02, nr. 2705.
Het MoU is hier te raadplegen: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_23_3887
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda JBZ Raad 25 en 26 januari 2024, 32 317, nr. 867.
Het document is hier te raadplegen: https://neighbourhood-enlargement.ec.europa.eu/document/download/aff5b313-09de-41de-85e1-607206c2b046_en?filename=C_2023_9184_1_FR_annexe_acte_autonome_nlw_part1_v2.pdf
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-OP.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.