Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32317 nr. NI |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 32317 nr. NI |
Vastgesteld 21 september 2022
De leden van de fractie van de PVV hebben aan de Minister van Justitie en Veiligheid aanvullende vragen gesteld over de toetreding van de Europese Unie (EU) tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), naar aanleiding van de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 9-10 juni 2022 en de kabinetsinzet op de voortgang op het Europees migratie- en asielpact.1 Een afschrift van deze vragen is tevens verzonden aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie en Veiligheid hebben op 20 september 2022 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier van dit verslag, De Man
BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR IMMIGRATE EN ASIEL/JBZ-RAAD EN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 5 juli 2022
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad en voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 30 mei 2022 waarin u, tezamen met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de Minister voor Rechtsbescherming en mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Kamer de geannoteerde agenda van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 9 en 10 juni 2022 aanbiedt.2 De leden van de fractie van de PVV wensen u naar aanleiding hiervan de navolgende vragen te stellen.
1. In de brief van 30 mei jl. geeft u het volgende aan: «Het kabinet is voorstander van een zo snel mogelijke toetreding van de EU tot het EVRM en steunt daarom de heronderhandelingen over het Ontwerpverdrag.»3 Kunt u aangeven en nader inhoudelijk toelichten waarom met de tot nu toe gevoerde onderhandelingen opeens wél aan de fundamentele kritiek van het Hof van Justitie van de Europese Unie kan worden voldaan, zonder dat het Verdrag betreffende de Europese Unie gewijzigd is?
2. Het Britse voornemen om asielmigranten op te vangen in Rwanda is verhinderd door een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).4 Naar aanleiding van deze uitspraak gaan in de Britse politiek stemmen op om uit het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) te stappen. Kunt u aangeven wat de toetreding van de Europese Unie (EU) tot het EVRM zou betekenen voor onze nationale beleidsvrijheid, gaan uitspraken van het EHRM die gericht zijn op de EU als verdragsorganisatie automatisch doorwerken in nationaal recht (dus ook bij een uitspraak jegens één van de andere EU lidstaten)? Kunt u tevens aangeven of Nederland nog zelf uit het EVRM kan stappen indien de EU toetreedt tot het EVRM?
De leden van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad en Justitie en Veiligheid zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief. Een afschrift van deze brief is verzonden aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad, M.H.M. Faber – van de Klashorst
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, M.M. de Boer
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 september 2022
Hierbij bieden wij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden van de fractie van de PVV n.a.v. de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 9–10 juni 2022 en de kabinetsinzet op de voortgang op het Europees migratie- en asielpact. Deze vragen werden ingezonden op 15 juli 2022 met kenmerk 171399.04U.
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius
Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie en Veiligheid op vragen van de leden van de fractie van de PVV n.a.v. de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 9–10 juni 2022 en de kabinetsinzet op de voortgang op het Europees migratie- en asielpact.
Vraag 1
In de brief van 30 mei jl. geeft u het volgende aan: «Het kabinet is voorstander van een zo snel mogelijke toetreding van de EU tot het EVRM en steunt daarom de heronderhandelingen over het Ontwerpverdrag.»5 Kunt u aangeven en nader inhoudelijk toelichten waarom met de tot nu toe gevoerde onderhandelingen opeens wél aan de fundamentele kritiek van het Hof van Justitie van de Europese Unie kan worden voldaan, zonder dat het Verdrag betreffende de Europese Unie gewijzigd is?
Antwoord
Het toetredingsproces van de EU tot het EVRM is zoals bekend aanzienlijk vertraagd als een gevolg van advies 2/13, uitgebracht in 2014, waarin het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU-Hof) concludeerde dat de ontwerp-toetredingsovereenkomst op tien punten onverenigbaar is met het Unierecht. De bezwaren van het EU-Hof hadden geen betrekking op de toetreding van de EU tot het EVRM als zodanig. De toetreding van de EU tot het EVRM is immers een verplichting op grond van artikel 6, lid 2, Verdrag betreffende de EU. Op grond van artikel 218, lid 11, Verdrag betreffende de werking van de EU is toetreding echter pas mogelijk nadat de bezwaren van het EU-Hof zijn weggenomen ofwel door de ontwerp-toetredingsovereenkomst middels heronderhandelingen te wijzigen, ofwel door de EU-verdragen te herzien. In juli 2019 presenteerde de Europese Commissie een voorstel met mogelijke oplossingen voor de bezwaren van het EU-Hof op basis waarvan de ontwerp-toetredingsovereenkomst in Straatsburg heronderhandeld zou kunnen worden. Daarbij was de inzet om de ontwerp-toetredingsovereenkomst enkel te wijzigen voor zover dat nodig is om tegemoet te komen aan de bezwaren van het EU-Hof in advies 2/13, rekening houdend met ontwikkelingen in de jurisprudentie van het EU-Hof sindsdien. De voorgestelde oplossingen wijzigen de EU-Verdragen niet. Op basis van deze voorstellen zijn door de Raad van de EU in oktober 2019 aanvullende onderhandelingsrichtsnoeren vastgesteld op grond waarvan de onderhandelingen met de Raad van Europa – na enige verdere vertraging in verband met Covid-19 – hervat konden worden. Omdat het gaat om gerubriceerde documenten, kan het kabinet de Kamer over de inhoud hiervan niet openbaar informeren (op verzoek van de Eerste Kamer zijn de onderhandelingsrichtsnoeren vertrouwelijk ter inzage gelegd in de leeskamer van de Eerste Kamer). Het betreffen complexe onderhandelingen. Het is van belang dat er juridisch gedegen oplossingen worden gevonden voor de bezwaren van het EU-Hof die tegelijkertijd politiek haalbaar zijn voor alle partijen in de EU en de Raad van Europa. Het kabinet is tevreden over de gemaakte vorderingen binnen de onderhandelingen. Gelet op de huidige ontwikkelingen op het dossier is op 8 juni j.l. aan zowel de Eerste als de Tweede Kamer het aanbod gedaan om middels een besloten technische briefing op de hoogte te worden gebracht van de actuele stand van zaken van de onderhandelingen tussen de EU en de Raad van Europa.
Vraag 2
Het Britse voornemen om asielmigranten op te vangen in Rwanda is verhinderd door een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).6 Naar aanleiding van deze uitspraak gaan in de Britse politiek stemmen op om uit het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) te stappen. Kunt u aangeven wat de toetreding van de Europese Unie (EU) tot het EVRM zou betekenen voor onze nationale beleidsvrijheid, gaan uitspraken van het EHRM die gericht zijn op de EU als verdragsorganisatie automatisch doorwerken in nationaal recht (dus ook bij een uitspraak jegens één van de andere EU lidstaten)? Kunt u tevens aangeven of Nederland nog zelf uit het EVRM kan stappen indien de EU toetreedt tot het EVRM?
Antwoord
De toetreding van de EU tot het EVRM wijzigt niets aan de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten (artikel 6, lid 2, Verdrag betreffende de EU en Protocol nr. 8). Na toetreding is de EU gebonden aan dezelfde verplichtingen op grond van het EVRM als haar lidstaten en de overige partijen bij het EVRM. De toetreding zal voor de EU-lidstaten geen nieuwe verplichtingen in het leven roepen, omdat zij reeds gebonden zijn en blijven aan het EVRM als zelfstandige partijen.
De uitspraken van het EHRM zijn op grond van artikel 46, lid 1, EVRM bindend voor de partijen die bij de zaak betrokken zijn. Omdat het EHRM de hoogste autoriteit is voor de uitleg van het EVRM, dienen echter ook alle andere partijen bij het EVRM zich er rekenschap van te geven wat de jurisprudentie van het EHRM in zaken tegen andere partijen voor hen betekent. De toetreding van de EU tot het EVRM wijzigt dit niet.
Op grond van artikel 58 EVRM heeft iedere partij het recht om – met inachtneming van de daarin neergelegde voorwaarden – het EVRM op te zeggen. De toetreding van de EU tot het EVRM wijzigt dit niet. Dus, ook na de toetreding van de EU tot het EVRM kan Nederland het EVRM, verdragsrechtelijk gezien, opzeggen. Echter, het opzeggen van het EVRM is mogelijk onverenigbaar met het Unierecht. Het opzeggen van het EVRM door een EU-lidstaat staat volgens het kabinet namelijk haaks op de waarden van de Europese Unie (artikel 2 Verdrag betreffende de EU) en het beginsel van loyale samenwerking (artikel 4, lid 3, Verdrag betreffende de EU). Voorts is gebondenheid aan het EVRM een intrinsiek onderdeel van het lidmaatschap aan de Raad van Europa. Dit staat los van de toetreding van de EU tot het EVRM.
Bovendien hecht het kabinet zeer aan de bescherming van mensenrechten en fundamentele rechten in heel Europa en aan het EVRM, inclusief het externe toezicht door het EHRM, als een van de belangrijkste instrumenten daarvan. Binnen de context van de EU is de effectieve waarborging van mensenrechten en rechtsstaat van fundamenteel belang voor de samenwerking tussen de EU-lidstaten in brede zin. Het goede functioneren van de rechtsorde in de EU, gebaseerd op wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten, is er immers van afhankelijk. Deelname aan het EVRM draagt hier aan bij.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32317-NI.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.