32 317 JBZ-Raad

KR BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VOOR RECHTSBESCHERMING EN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2020

Hierbij bieden wij u, mede namens Minister Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het verslag aan van de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 23 en 24 januari 2020 te Zagreb, waar alle bewindspersonen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan hebben deelgenomen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol

Verslag van de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 23 en 24 januari 2020 te Zagreb

Belangrijkste resultaten

Vooruitblik Vrijheid, Veiligheid en Justitie (Justitie)

Onder alle lidstaten bestond brede steun voor de door het voorzitterschap geïdentificeerde horizontale thema’s voor de strategische richtsnoeren op JBZ-terrein: waarden en rechtsstatelijkheid, wederzijds vertrouwen, de bescherming van de integriteit van de Europese ruimte, alsmede kunstmatige intelligentie (AI) en nieuwe technologie. Commissaris Reynders benoemde de prioriteiten op justitie terrein. Op het gebied van het strafrecht zijn dit het versterken van wederzijds vertrouwen en wederzijdse erkenning. In dat kader is volgens de Commissie onder andere judiciële training, E-Justice en het Europees Justitieel scorebord van belang. Hij benadrukte dat hij het versterken van de rechtsstaat als een centrale taak ziet, samen met Vicevoorzitter Jourová. Reynders kijkt ernaar uit de Rule of Law Review Cycle op te zetten samen met de lidstaten. In relatie tot het wederzijds vertrouwen benadrukten verschillende lidstaten waaronder Nederland ook het belang van het prioriteren van rechtsstatelijkheid als thema. Enkele lidstaten, inclusief Nederland, spraken expliciete steun uit voor de voorgestelde jaarlijkse toetsingscyclus voor de rechtsstaat van de Commissie. De Commissie gaf verder aan niet terughoudend te zullen zijn met infractieprocedures. Slachtoffers moeten hun recht kunnen halen, dat is een horizontaal aandachtspunt. Commissaris Reynders onderstreepte dat de agentschappen ter versterking van de strafrechtelijke samenwerking zoals Eurojust en het EOM een toereikend budget verdienen. Op het gebied van terrorismebestrijding noemde Commissaris Reynders het belang van het verbeteren van grensoverschrijdende samenwerking. Wat betreft civielrecht wil de Commissie in lijn met de Nederlandse inzet een focus op de praktische behoeften van burgers en bedrijven, de handhaving van het huidige (reeds omvangrijke) acquis zal door de Commissie worden versterkt. Voor kunstmatige intelligentie (AI) streeft de Commissie naar een adequaat ethisch en juridisch kader dat ook van toepassing is op het gebied van justitie en rechtshandhaving. Nederland benoemde verder het belang van het versterken van wederzijdse erkenning, corruptiebestrijding en van de rechten van slachtoffers in grensoverschrijdende zaken. Verder heeft Nederland de Commissie gesteund in haar pleidooi voor adequate financiering van de JBZ agentschappen en heeft Nederland net als enkele andere lidstaten gepleit tegen eventuele uitbreiding van het mandaat van het EOM naar terrorismebestrijding. Het voorzitterschap kondigde aan spoedig na de informele JBZ-raad een eerste concept van de strategische richtsnoeren te zullen circuleren ter behandeling in Coreper en vervolgens ter behandeling in de JBZ-raad van 12–13 maart en de Raad Algemene Zaken van 24 maart en ter aanvaarding in de Europese Raad van 26–27 maart.

De rol en belang van het EJN in het faciliteren van justitiële samenwerking bij civiele en handelszaken

Tijdens de werklunch onderschreven de Ministers van Justitie de toegevoegde waarde van het Europees Judicieel Netwerk (EJN) in het faciliteren van justitiële samenwerking bij civiele en handelszaken. De lidstaten hebben de gelegenheid benut om enkele verbeterpunten onder de aandacht te brengen. Tot slot spraken veel lidstaten de wens uit de zichtbaarheid van het EJN te verbeteren.

Verder versterken van judiciële training

Commissaris Reynders benadrukte de noodzaak van het investeren in judiciële training ten behoeve van versterking van het wederzijds vertrouwen. De Commissie wil op basis van de reeds aangenomen judiciële trainingsstrategie verder investeren in judiciële training. De lidstaten onderschreven dit belang. Tijdens de werksessie is uitgewisseld over de manieren waarop de training door het EJTN verder verbeterd kan worden en kan aansluiten bij de behoeften van de rechterlijke macht binnen de lidstaten.

Vooruitblik Vrijheid, Veiligheid en Justitie (binnenlandse zaken)

Er was onder de lidstaten wederom brede steun voor de horizontale thema’s uit het voorzitterschapspaper over de strategische richtsnoeren op JBZ-terrein. De lidstaten pleitten voor een integrale en multidisciplinaire aanpak, zowel op het gebied van interne veiligheid als migratie. Alle lidstaten ambiëren zo veel mogelijk gebruik te maken van nieuwe technologieën en willen meer aandacht voor de EU externe dimensie van veiligheid en migratie.

Op het gebied van interne veiligheid legde de Commissaris Johansson de nadruk op de verdere verbetering van de politiesamenwerking en van de informatie-uitwisseling, de bestrijding van de georganiseerde misdaad (inclusief de mogelijkheden voor de confiscatie en bevriezing van crimineel vermogen), de bestrijding van illegale drugs (zowel import als productie), en op de bestrijding van seksuele uitbuiting en misbruik van kinderen online en mensenhandel. Commissaris Johansson refereerde aan het nieuwe pact op asiel en migratie waar zij dit voorjaar mee wil komen.

Op het gebied van interne veiligheid benadrukten verschillende lidstaten waaronder Nederland het belang van informatie-uitwisseling en, net als tijdens de justitie dag, de noodzaak van een adequate financiering van de JBZ-agentschappen. Nederland beklemtoonde de noodzaak van een nauwe betrokkenheid van de Raad bij de totstandkoming van een volgende Veiligheidsunie strategie op voorstel van de Commissie voor 2021–2025. Voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit heeft Nederland gepleit dat niet alleen ingezet wordt op de bestrijding van de reeds geprioriteerde fenomenen maar ook op de aanpak van het ondermijnende karakter van de georganiseerde criminaliteit en op de financiële aanpak van veiligheidsproblemen. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland benadrukten de noodzaak van EU samenwerking tegen hybride dreigingen door de lidstaten in samenwerking met de agentschappen. Enkele lidstaten benoemden daarnaast het belang van preventie bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en – net als Nederland – het belang van een gezamenlijke aanpak van de bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen.

Op het gebied van het EU asiel- en migratiebeleid werden voornamelijk bekende posities uitgewisseld. De meerderheid van de lidstaten noemde het belang van bewaking van de Europese buitengrenzen. In dat verband noemde een aantal lidstaten, waaronder Nederland, de toepassing van een buitengrensprocedure om de buitengrens te versterken en secundaire migratie tegen te gaan. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, benadrukte de verbinding tussen het functioneren van het asielsysteem en de Schengenzone. Wat betreft de externe dimensie van het migratiebeleid heeft Nederland gepleit voor een sterkere relatie tussen de interne en externe dimensie van het asiel- en migratiebeleid en steun uitgesproken voor de whole-of-government, whole-of-migration-route approach. Meerdere lidstaten noemden de noodzaak om tot partnerschappen met landen van transit en herkomst te komen en benadrukten terugkeersamenwerking als prioriteit.

Implementatie van Interoperabiliteit

Tijdens deze werksessie spraken de Commissie en de lidstaten over knelpunten in de implementatie. Hierbij onderstreepte de Commissie het belang van tijdige implementatie.

Net als veel andere lidstaten schetste Nederland de nationale coördinatiestructuur die tijdige implementatie mogelijk moet maken. Meerdere lidstaten meldden dat de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen en personeel een knelpunt is. Voorts werd gepleit voor meer investeringen in efficiënte communicatiekanalen, zodat de lidstaten en hun competente autoriteiten goed aangesloten blijven op de vorderingen en expertise kan worden uitgewisseld.

Migratie: bestrijden van smokkelnetwerken

De Commissie deelde haar zorgen over de migratiedruk op de Oostelijke Mediterrane route en de Westelijke Balkanroute. Wat betreft de Centraal Mediterrane route noemde zij het succes van legale kanalen, zoals het Emergency Transit Mechanism in Niger, en vrijwillige terugkeer uit Libië in het tegengaan van irreguliere migratie en het voorkomen van mensensmokkel. Alle lidstaten onderstreepten dat het bestrijden van mensensmokkel prioritair is voor de EU. De omstandigheden in Griekenland werden door een aantal lidstaten aan de orde gesteld, waarbij een appel werd gedaan op de Commissie om de collectieve inspanningen te coördineren teneinde de situatie te verbeteren. Verder werd brede steun uitgesproken voor aanwezigheid van agentschappen in de Westelijke Balkan regio. Nederland heeft tijdens de discussie gepleit voor een integrale aanpak langs de hele migratieroute en aandacht gevraagd voor de terugkeer langs de routes.

Uitdagingen en vooruitzichten voor de implementatie van de EGKW verordening

De verschillende stappen die zijn gezet in de implementatie van de Verordening zijn besproken, waarbij de focus lag op werving, training en de inzet van het eigen personeel onder het standing corps van het agentschap. Een klein aantal lidstaten heeft daarbij kenbaar gemaakt ondersteuning nodig te hebben bij met name de werving en opleiding van eigen onderdanen op het gebied van grensbewaking. Verschillende lidstaten pleitten voor maximaal gebruik van het versterkte mandaat van het agentschap op terugkeer. Verder is gesproken over de statusovereenkomsten die de Commissie met verschillende landen op de Westelijke Balkan heeft gesloten. In hun interventies pleitten de lidstaten voor spoedige implementatie van de statusovereenkomsten zodat de samenwerking met de landen op de Westelijke Balkan daadwerkelijk kan worden versterkt.

I. Justitie, Grondrechten en Burgerschap

1. Werksessie – Vooruitblik Vrijheid, Veiligheid en Justitie (Justitie)

Het Kroatisch voorzitterschap gaf ter inleiding een toelichting op het proces van de totstandkoming van de strategische richtsnoeren op JBZ-terrein voor de periode 2020–2024. Deze richtsnoeren moeten horizontale vraagstukken identificeren en aangeven hoe het werk op JBZ-terrein in de toekomst georganiseerd moet worden. Het voorzitterschap benoemde als horizontale thema’s waarden en rechtsstatelijkheid, wederzijds vertrouwen, de bescherming van de integriteit van de Europese ruimte, alsmede kunstmatige intelligentie (AI) en nieuwe technologie. De discussie tijdens deze informele JBZ-Raad moest bijdragen aan de focus van de tekst van de strategische richtsnoeren.

Commissaris Reynders benoemde de prioriteiten op justitie terrein. Op het gebied van het strafrecht zijn dit het versterken van wederzijds vertrouwen en wederzijdse erkenning. In dat kader is volgens de Commissie onder andere judiciële training, E-Justice en het Europees Justitieel scorebord van belang. Daarnaast streeft de Commissie naar spoedige afronding van de e-evidence dossiers. De Commissie is voornemens om de bestaande Europese gedragscode voor het tegengaan van illegale hate speech online te herzien. De Commissie zal aldus Reynders niet terughoudend zijn met infractieprocedures. Slachtoffers moeten hun recht kunnen halen. Dat is een horizontaal aandachtspunt. Commissaris Reynders onderstreepte dat de agentschappen ter versterking van de strafrechtelijke samenwerking zoals Eurojust en het EOM een toereikend budget verdienen. Op het gebied van terrorismebestrijding noemde Commissaris Reynders het belang van het verbeteren van grensoverschrijdende samenwerking. Wat betreft civielrecht wil de Commissie een focus op de praktische behoeften van burgers en bedrijven, de handhaving van het huidige (reeds omvangrijke) acquis zal door de Commissie worden versterkt. Ook hierbij werd het belang van judiciële training genoemd. Investeren in digitalisering ziet de Commissie als een van de belangrijkste mogelijkheden voor de verdere versterking van de privaatrechtelijke samenwerking. Commissaris Reynders benadrukte dat hij het versterken van de rechtsstaat als een centrale taak ziet, samen met Vicevoorzitter Jourová. Reynders kijkt ernaar uit de Rule of Law Review Cycle op te zetten samen met de lidstaten. De Voorzitterschapsconclusies van de Raad Algemene Zaken van november 2019 zijn hierbij leidend1. Volgens de Commissaris moet er een rol zijn voor de JBZ-raad bij de toetsingscyclus binnen haar competenties. Op dit moment wordt de opzet en implementatie van de cyclus met de lidstaten besproken, Reynders hoopt een eerste rapport te presenteren in de tweede helft van 2020. Integratie van nieuwe technologieën is voor de Commissie een prioriteit. Voor kunstmatige intelligentie (AI) streeft de Commissie naar een adequaat ethisch en juridisch kader dat ook van toepassing is op het gebied van justitie en rechtshandhaving. Daarnaast is een goede evaluatie van de toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming nodig om de wetgeving optimaal aan te laten sluiten bij het digitale tijdperk.

De voorzitter van het comité voor burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement, ziet als prioriteit op JBZ-terrein het wederzijds vertrouwen, wederzijdse erkenning en rechtsstatelijkheid in al haar facetten. Op het gebied van rechtsstatelijkheid ziet LIBE de noodzaak voor een versterking van bestaande instrumenten en is het voorstander van conditionaliteit tussen beschikbare EU financiering en rechtsstatelijkheid. Andere aspecten die de komende jaren meer aandacht behoeven zijn Daarnaast ziet LIBE ruimte op sommige vlakken ruimte voor meer harmonisatie (slachtofferrechten) en blijft de implementatie van bestaande wetgeving een aandachtspunt. Andere thematische aandachtspunten die werden benoemd waren de aanpak van hate speech online, kunstmatige intelligentie en judiciële training.

De vicevoorzitter van het comité voor juridische zaken (JURI) van het Europees Parlement onderschreef tevens het belang van wederzijds vertrouwen, wederzijdse erkenning en rechtsstatelijkheid. Aandachtspunten voor JURI zijn voldoende budget voor agentschappen, toegang tot de rechter in het kader van rechtsstatelijkheid en een aantal andere actuele thema’s zoals nieuwe technologie en de vragen op het gebied van ethische normen, intellectueel eigendom en aansprakelijkheid die daarbij horen. Daarnaast zijn er verschillende civielrechtelijke dossiers die de komende periode aandacht vragen zoals de Richtlijn collectieve actie. De voorzitter pleitte tot slot voor aandacht voor de bescherming van NGO’s in de EU.

Er was onder alle lidstaten brede steun voor de door het voorzitterschap geïdentificeerde horizontale thema’s voor de strategische richtsnoeren op JBZ-terrein: waarden en rechtsstatelijkheid, wederzijds vertrouwen, de bescherming van de integriteit van de Europese ruimte, alsmede kunstmatige intelligentie (AI) en nieuwe technologie.

Veel lidstaten gaven aan dat implementatie en consolidatie van bestaande wetgeving op justitie terrein een belangrijk uitgangspunt is. In dat kader benadrukten verschillende lidstaten waaronder Nederland dat terughoudendheid met nieuwe voorstellen op het gebied van civielrecht en/of strafrecht wenselijk is. Nederland benadrukte dat nieuwe wetgeving moet toegevoegde waarde hebben voor burgers en bedrijven en mag goed werkende nationale systemen niet in de weg staan.

Door veel lidstaten werd het investeren in wederzijds vertrouwen benoemd als belangrijk thema voor de komende periode. De rol van judiciële training om bij te dragen aan wederzijds vertrouwen werd hierbij breed gesteund. In relatie tot het wederzijds vertrouwen benadrukten verschillende lidstaten waaronder Nederland ook het belang van het prioriteren van rechtsstatelijkheid als thema. Enkele lidstaten, inclusief Nederland, spraken expliciete steun uit voor de jaarlijkse toetsingscyclus voor de rechtsstaat van de Commissie die dit jaar van start gaat. Ten aanzien van rechtsstatelijkheid benoemde Nederland graag in de strategische richtsnoeren terug te zien dat de Raad de toetsingscyclus steunt en dat het van belang is om, in aanvulling op de besprekingen in de RAZ, ook in de JBZ-raad een dialoog over rechtsstatelijkheid te hebben. Daarbij zou Nederland graag zien dat de JBZ-Raad wordt aangemoedigd om vaker inhoudelijke discussies over rechtsstatelijkheid te voeren in de JBZ-raad over onderwerpen binnen de competenties van de betrokken Ministers.

Digitalisering werd ook door een groot aantal lidstaten genoemd als belangrijk horizontaal thema. Hierbij werd zowel het digitaliseren van de judiciële samenwerking, als ook de ontwikkelingen van kunstmatige intelligentie genoemd. Zowel de voordelen van nieuwe technologieën moeten benut worden, alsook dat er rekening gehouden moet worden met de risico’s. Er was hierbij brede steun voor benadering van de Commissie ten aanzien van AI met aandacht voor ethische en menselijke aspecten, de fundamentele rechten en vraagstukken op het gebied van aansprakelijkheid. Nederland benadrukt dat daarbij een «lerende» aanpak belangrijk is, die moet uitwijzen of bestaande instrumenten, inclusief wet- en regelgeving, problemen kunnen oplossen, of dat hiervoor nieuwe instrumenten nodig zijn. Als op basis van de lerende aanpak blijkt dat nieuwe wet- en regelgeving nodig is, moet gekeken worden of die «generiek» – voor het hele AI-domein – en/of toepassingsspecifiek moet zijn.

Nederland benoemde verder het belang van het versterken van wederzijdse erkenning, corruptiebestrijding en van de rechten van slachtoffers in grensoverschrijdende zaken. Aandacht voor slachtofferrechten werd ook door enkele andere lidstaten genoemd. Daarnaast vroeg Nederland om meer EU samenwerking bij het tegengaan van statelijke dreigingen en ten behoeve van economische veiligheid. Verder heeft Nederland de Commissie gesteund in haar pleidooi voor adequate financiering van de JBZ agentschappen en heeft Nederland net als enkele andere lidstaten gepleit tegen eventuele uitbreiding van het mandaat van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) naar terrorismebestrijding. Tot slot hebben verschillende lidstaten enkele specifieke onderwerpen aangehaald die de komende jaren extra aandacht nodig zouden hebben, zoals gegevensbescherming, lopende dossiers zoals e-evidence en terroristische inhoud online, toetreding van de EU tot het EVRM, bestrijding van hate speech online en milieucriminaliteit.

De aanwezige JBZ agentschappen hebben hun aandachtspunten toegelicht. Het Bureau voor de grondrechten (FRA) zette uiteen dat er in 2020 een rapport wordt gepubliceerd over de houding t.a.v. grondrechten in de Unie en binnen enkele weken een database waarin per land alle rapporten van de Raad van Europa en Verenigde Naties op het gebied van de grondrechten gevonden kunnen worden. Eurojust bepleitte de noodzaak van voldoende budget en zette uiteen hoe de succesvolle bijdrage van Eurojust aan de grensoverschrijdende samenwerking bijdraagt aan de wederzijdse erkenning. Het EOM gaf aan ernaar te streven dat er in alle lidstaten dezelfde aandacht is voor de vervolging en bestrijding van fraude met EU middelen De inschatting van de Hoofdaanklager is dat dit zou kunnen resulteren in 2000 nieuwe zaken per jaar. Wel blijkt nu al dat het erg veel werk zal zijn om de juiste zaken te selecteren voor de Europese delegeerde aanklagers. De Hoofdaanklager gaf aan dat het budget voor de hoeveelheid werk, ook op de langere termijn niet toereikend zal zijn. De EU-coördinator voor terrorismebestrijding (EU CTC) vroeg om aandacht voor de omgang met nieuwe technologie en voor het analyseren en gebruiken van data, met aandacht voor privacy, gegevensbescherming en encryptie. De EU CTC was van mening dat bij de ontwikkeling van encryptie aandacht zou moeten zijn voor de mogelijkheid tot rechtmatige toegang tot data voor de rechtshandhaving. In het algemeen benadrukte de EU CTC de rol en het belang van het EU internet forum en het Europol innovatie lab en pleitte voor adequate financiering van de JBZ agentschappen. Tot slot benadrukte de EU-CTC dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de externe dimensie en dus in de samenwerking met de ons omringende landen op rechtshandhavingsterrein, in het bijzonder met de Westelijke Balkan.

Het voorzitterschap vatte de interventies van de lidstaten samen en concludeerde dat vele lidstaten de nadruk hebben gelegd op de implementatie van bestaande wet- en regelgeving, rechtsstatelijkheid en de strijd tegen corruptie, en de aanpak van hate speech online. Het voorzitterschap kondigde aan spoedig na de informele JBZ-raad een eerste concept van de strategische richtsnoeren te zullen circuleren ter behandeling in Coreper en vervolgens ter behandeling in de JBZ-raad van 12–13 maart en de Raad Algemene Zaken van 24 maart en ter aanvaarding in de Europese Raad van 26–27 maart.

2. Werklunch – De rol en belang van het EJN in het faciliteren van justitiële samenwerking bij civiele en handelszaken

Tijdens de werklunch is door de Ministers van Justitie gesproken over de rol en het belang van het Europees Judicieel Netwerk (EJN) in het faciliteren van justitiële samenwerking bij civiele en handelszaken.

De lidstaten onderschreven de toegevoegde waarde van het EJN bij het verbeteren van de rechtsstaat door praktijkbeoefenaren, alsmede om het bewustzijn bij alle belanghebbenden te vergroten. Ook is het netwerk van belang bij het bevorderen van de implementatie van EU-regelgeving en het ondersteunen van samenwerking.

De lidstaten gaven wel aan dat de huidige instrumenten beter zouden kunnen aansluiten bij de praktijk, al dan niet via digitale platforms zoals het e-Justice portal. Tevens vroegen lidstaten aandacht voor de linguïstische beperkingen bij het EJN omdat het ontbreekt aan capaciteit om te vertalen in alle talen. Daarnaast gaven enkele lidstaten, waaronder Nederland, aan dat de financieringsmogelijkheden in de praktijk als complex, moeilijk en tijdsintensief worden ervaren. Tot slot spraken veel lidstaten de wens uit de zichtbaarheid van het EJN te verbeteren.

3. Werksessie II – Verder versterken van judiciële training

Commissaris Reynders benadrukte bij aanvang van deze werksessie dat het investeren in judiciële training noodzakelijk is voor de versterking van het wederzijds vertrouwen. De Commissie wil op basis van de reeds aangenomen judiciële trainingsstrategie2 verder investeren in judiciële training. Daarbij meldde de Commissie dat judiciële training niet alleen bedoeld is voor rechters en officieren van Justitie, maar ook ten goede zou moeten komen van bijvoorbeeld rechtbankpersoneel.

Het Europees Justitieel Trainingsnetwerk (EJTN) zette de focus van aangeboden trainingen uiteen en gaf aan dat er jaarlijks 6.500 rechters en officieren van justitie worden getraind. Belangrijkste onderwerpen zijn daarbij judgecraft (onderwerpen als leiderschap, ethiek en integriteit), taaltrainingen en kennis van het EU recht. De wens van het EJTN is echter trainingen aan te bieden aan een bredere doelgroep, dus ook aan onder andere juridische professionals zoals griffiers, ter bevordering van de kwaliteit van de gehele rechterlijke macht. Net zoals de Commissie wil het EJTN meer inzet op de training van de rechtelijke macht in de Westelijke Balkan ter voorbereiding op toetreding tot de EU.

Ten behoeve van de discussie had het voorzitterschap de lidstaten enkele vragen voorgelegd ten aanzien van het type training waar de rechterlijke macht binnen de lidstaten behoefte aan heeft. Bijvoorbeeld over welke niet-juridische vaardigheden in trainingsprogramma’s opgenomen moeten worden, hoe naar de meerwaarde van interdisciplinaire trainingen en online training wordt gekeken en hoe de doelgroep zoveel mogelijk gestimuleerd kan worden om aan training deel te nemen.

Veel lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang van training van niet-juridische vaardigheden zoals judgecraft, gesprekstechnieken en managementtraining. Alle lidstaten gaven een voorkeur voor een combinatie van online en face-to-face training.

Ten aanzien van interdisciplinaire trainingsonderwerpen noemden verschillende lidstaten met name training in de omgang met nieuwe technologie. Daarnaast werden ook onderwerpen genoemd als omgang met kinderen/familiesituaties in familierecht, financiële criminaliteit, milieucriminaliteit, hybride dreigingen, rechtsstatelijkheid en insolventierecht. Verschillende lidstaten gaven tevens aan meerwaarde te zien in gezamenlijke trainingen voor verschillende professionals in de justitieketen (rechters, officieren van justitie, griffiers en politie).

Het EJTN benadrukte dat leidinggevenden een lerende cultuur moeten stimuleren binnen hun organisatie, waarin vanzelfsprekend ruimte is voor het volgen van opleidingen. Daarnaast zou volgens het EJTN de kwaliteit van de training vooropstaan, niet alleen de aantallen. Het EJTN gaf aan hier belang aan te hechten en vroeg in dat kader ook voor voldoende financiering van trainingsinstituten van de rechterlijke macht.

De Commissie benadrukte dat het EJTN en judiciële training op EU-niveau voor alle juridische professionals versterkt moet worden. Het voorzitterschap dankte de Raad voor de concrete uitwisseling tussen de lidstaten.

II. Binnenlandse Zaken, Asiel en Migratie

1. Werksessie I – Vooruitblik Vrijheid, Veiligheid en Justitie (binnenlandse zaken)

Het Kroatisch voorzitterschap gaf net als tijdens de eerste dag van de Raad een toelichting op het proces van de totstandkoming van de strategische richtsnoeren op JBZ-terrein voor de periode 2020–2024. Het voorzitterschap benoemde nogmaals de voorgestelde horizontale thema’s waarden en rechtsstatelijkheid, wederzijds vertrouwen, de bescherming van de integriteit van de Europese ruimte, alsmede kunstmatige intelligentie (AI) en nieuwe technologie. De discussie tijdens deze informele JBZ-Raad moest richting geven aan de tekst van de strategische richtsnoeren.

Commissaris Johansson presenteerde de prioriteiten en de geplande activiteiten van de Commissie op het gebied van binnenlandse zaken voor de komende jaren. Voor de bescherming van de interne veiligheid legde zij de nadruk op de verdere verbetering van de politiesamenwerking en van de informatie-uitwisseling, de bestrijding van de georganiseerde misdaad (inclusief de mogelijkheden voor de confiscatie en bevriezing van crimineel vermogen), de bestrijding van illegale drugs (zowel import als productie), en op de bestrijding van seksuele uitbuiting en misbruik van kinderen online en mensenhandel. Commissaris Johansson refereerde aan het nieuwe pact op asiel en migratie waar zij dit voorjaar mee wil komen.

De voorzitter van het comité voorburgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement (EP), lichtte de vergelijkbare prioriteiten van het EP toe. Hierbij drong LIBE er bij de Raad op aan om vaart te maken met het overbruggen van de tegenstelling op het gebied van asiel en migratie. De voorzitter sprak zijn steun uit voor de versnelde oprichting van het Frontex standing corps. Verder merkte hij op dat in maart 2020 het rapport over e-evidence door het EP ter voorbereiding op de start van de triloog wordt afgerond.

Onder de lidstaten was wederom brede steun voor de horizontale thema’s uit het voorzitterschapspaper over de strategische richtsnoeren op JBZ-terrein. In lijn met interventies van andere lidstaten benadrukte Nederland het belang van implementatie en handhaving van reeds bestaande wet- en regelgeving. De lidstaten pleitten voor een integrale en multidisciplinaire aanpak, zowel op het gebied van interne veiligheid als migratie. Alle lidstaten ambiëren zo veel mogelijk gebruik te maken van nieuwe technologieën en willen meer aandacht voor de EU externe dimensie van veiligheid en migratie. Daarnaast bestaat brede steun voor de nadruk op rechtsstatelijkheid en het bevorderen van wederzijds vertrouwen.

Op het gebied van interne veiligheid benadrukten verschillende lidstaten verder het belang van informatie-uitwisseling en de noodzaak van een adequate financiering van de JBZ-agentschappen, in dit verband met nadruk op Europol. Dit werd door Nederland gesteund. Nederland benadrukte de noodzaak van een nauwe betrokkenheid van de Raad bij de totstandkoming van een volgende Veiligheidsunie strategie op voorstel van de Commissie voor 2021–2025. Voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit heeft Nederland gepleit dat niet alleen wordt ingezet op de bestrijding van de reeds geprioriteerde fenomenen zoals terrorisme, mensenhandel, cybercrime, drugsproductie en -handel en de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen, maar ook op de aanpak van het ondermijnende karakter van de georganiseerde criminaliteit en de financiële aanpak van veiligheidsproblemen (follow-the-money, ontneming, witwasbestrijding). Verschillende lidstaten, waaronder Nederland benadrukten de noodzaak van EU samenwerking tegen hybride dreigingen door de lidstaten in samenwerking met de agentschappen. Enkele lidstaten benoemden daarnaast het belang van preventie bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en – net als Nederland – het belang van een gezamenlijke aanpak van de bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen. Verder heeft Nederland aangedrongen op een appreciatie door de Commissie van de uitspraken van het Hof van Justitie van de EU inzake Passenger Name Records,. Tot slot heeft Nederland aangedrongen op het blijven voeren van een dialoog met internet platforms over het gebruik van encryptie en de gevolgen daarvan voor de rechtshandhaving, waarin het werd gesteund door Europol.

Migratie was een belangrijk thema in de vooruitblik op het gebied van binnenlandse zaken. Tijdens de tafelronde spraken de lidstaten voornamelijk bekende posities uit op het gebied van het EU asiel- en migratiebeleid, mede als input voor de strategische richtsnoeren. De bewaking van de Europese buitengrenzen liep als een rode draad door de interventies van de lidstaten. Een aantal lidstaten noemde de belangrijke rol die het standing corps van het Europees Grens en Kustwachtagentschap gaat spelen om de buitengrens te versterken. Daarbij werden bekende posities over vraag gestuurde opbouw van het corps versus een zo spoedig mogelijke opbouw uitgesproken. Daarnaast noemde een groep lidstaten, waaronder Nederland, het belang van een effectieve buitengrensprocedure waarin snel onderscheid wordt gemaakt tussen zij die recht hebben op bescherming en zij die daar geen recht op hebben en terug moeten keren. Terugkeer zou dan ook georganiseerd moeten worden vanuit de grensprocedure. Een aantal lidstaten benadrukte in dat verband ook de rol die toepassing van deze procedure kan spelen in het voorkomen van secundaire migratie.

Nederland haalde tevens, net als een aantal andere lidstaten, de link tussen het functioneren van het asielsysteem en de Schengenzone aan. Volledige implementatie van het asiel acquis door de lidstaten is nodig om het vertrouwen in de Schengenzone te herstellen.

De externe dimensie van het migratiebeleid kwam ook aan bod, waarbij Nederland pleitte voor een sterkere verbinding tussen de interne en externe dimensie van het asiel- en migratiebeleid en steun uitsprak voor de whole-of-government, whole-of-migration-route approach waarover gesproken is onder het Finse voorzitterschap. Deze benadering behelst de koppeling en inzet van relevante beleidsterreinen op kritische punten langs de migratieroute om zo veel mogelijk migratiedoelstellingen te behalen. Meerdere lidstaten noemden de noodzaak om tot partnerschappen met landen van transit en herkomst te komen en benadrukten terugkeersamenwerking als prioriteit.

De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) ging uitvoerig in op de noodzaak van een brede migratieagenda en benadrukte daarbij het belang van een gezamenlijke boodschap, mede in het kader van partnerschappen. Met betrekking tot mensensmokkel is volgens het EDEO goede coördinatie nodig tussen het JBZ domein en het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid.

Het voorzitterschap benadrukte tot slot dat de totstandkoming van de strategische richtsnoeren en de voorbereiding op het nieuwe pact op asiel- en migratie twee aparte processen zijn. De lidstaten meldden uit te kijken naar de nieuwe plannen van de Commissie.

2. Werksessie II – Implementatie van Interoperabiliteit

Tijdens deze werksessie bespraken de Europese Commissie en de lidstaten de stand van zaken van de implementatie van interoperabiliteit. De Commissie onderstreepte het belang van tijdige implementatie en gaf een grove schets van feitelijke en potentiële achterstanden. Lidstaten werd gevraagd te melden waar voor hen de knelpunten in de implementatie liggen. Een belangrijke stap die dit jaar door de lidstaten gezet zal moeten worden, is de aanbesteding van technisch (met name ICT) materiaal. De boodschap van de Commissie was daarbij dat zij klaarstaat om lidstaten, waar nodig, te ondersteunen om de implementatie rond te krijgen.

In hun interventies gingen de lidstaten in op de nationale stand van zaken, inclusief hun eigen feitelijke en potentiële knelpunten. Net als veel andere lidstaten schetste Nederland de nationale coördinatiestructuur die tijdige implementatie mogelijk moet maken. Een knelpunt dat terugkwam in de interventies van meerdere lidstaten was de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen en personeel. Het voorzitterschap en een aantal lidstaten pleitten voor meer investeringen in efficiënte communicatiekanalen, zodat de lidstaten en hun competente autoriteiten goed aangesloten blijven op de vorderingen en expertise kan worden uitgewisseld.

Nederland heeft tijdens de discussie gemeld te hechten aan optimale afstemming op zowel nationaal als op EU-niveau bij de implementatie van de twee verordeningen inzake interoperabiliteit van centrale EU-informatiesystemen.

3. Werklunch – migratie: bestrijden van smokkelnetwerken

De werklunch over het bestrijden van mensensmokkel focuste zich op de aanpak van mensensmokkel op de verschillende migratieroutes, waaronder de Oostelijke Mediterrane route en de Westelijke Balkan route.

De Commissie deelde haar zorgen over de migratiedruk op de Oostelijke Mediterrane route en de Westelijke Balkanroute. Verder noemde zij het belang van de verschillende legale kanalen op de Centraal Mediterrane route, waaronder het Emergency Transit Mechanism in Niger, om mensensmokkel tegen te gaan. Ook vrijwillige terugkeer vanuit Libië levert een succesvolle bijdrage aan het tegengaan van irreguliere migratie.

Alle lidstaten onderstreepten dat het bestrijden van mensensmokkel prioritair is voor de EU. In het kader van de ontwikkelingen op de Oostelijke Mediterrane route stelden verschillende lidstaten de situatie in Griekenland en de zorgelijke opvangomstandigheden aan de orde. Daarbij werd door meerdere lidstaten een appèl op de Commissie gedaan om de collectieve inspanningen te coördineren teneinde de situatie daar te verbeteren.

Wat betreft de Westelijke Balkan route was er brede steun voor de aanwezigheid en inzet van de agentschappen in deze regio. De agentschappen spelen daarbij een belangrijke rol in het tegengaan van irreguliere migratie en mensensmokkel.

Nederland onderschreef de integrale aanpak langs de hele migratieroute. Daarbij benadrukte Nederland dat migranten ook langs de migratieroutes moeten kunnen terugkeren, zowel vanuit de lidstaten als vanuit derde landen als Bosnië. Zo mogelijk moet Frontex hierbij een rol spelen.

4. Werksessie III – Uitdagingen en vooruitzichten voor de implementatie van de EGKW verordening

Tijdens de werksessie over de Europese Grens- en Kustwacht Verordening bespraken de lidstaten en de Europese Commissie de verschillende stappen die zijn gezet in de implementatie van de Verordening sinds de inwerkingtreding op 4 december jl. De focus van de discussie lag op de inspanningen die tot dusver zijn verricht op het gebied van werving, training en de inzet van het eigen personeel onder het standing corps van het agentschap. Een klein aantal lidstaten heeft daarbij kenbaar gemaakt ondersteuning nodig te hebben bij met name de werving en opleiding van eigen onderdanen op het gebied van grensbewaking.

Verschillende lidstaten benadrukten het belang van maximaal gebruik van het versterkte mandaat van het agentschap op terugkeer. Meerdere lidstaten pleitten in dat verband voor betere informatie-uitwisseling over terugkeer van afgewezen asielzoekers ter facilitering en versterking van de samenwerking tussen de lidstaten en het agentschap.

Tijdens deze werksessie werd tevens gesproken over de statusovereenkomsten die de Commissie met verschillende landen op de Westelijke Balkan heeft gesloten, zoals Albanië, Servië, Montenegro, Noord-Macedonië en Bosnië Herzegovina. Op basis van deze statusovereenkomsten is het agentschap na het overeenkomen van een operationeel plan in staat om deze landen technisch en operationeel te ondersteunen bij hun grensbewaking. In juni 2019 heeft dit geleid tot het starten van een eerste Frontex operatie op de Westelijke Balkan, namelijk in Albanië. Nederland is voorstander van de ondersteuning die het agentschap deze landen biedt. Nederland draagt om die reden ook bij aan deze operatie met de inzet van personeel van de Koninklijke Marechaussee. In hun interventies pleitten de lidstaten voor spoedige implementatie van de statusovereenkomsten zodat de samenwerking met de landen op de Westelijke Balkan daadwerkelijk kan worden versterkt.


X Noot
1

Document nummer 14173/19.

X Noot
2

EJTN Strategic Plan 2021–2027.

Naar boven