32 317 JBZ-Raad

CT VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 11 april 2013

De vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad1 heeft in haar vergadering van 12 februari 2013 de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 1 februari 2013 inzake het verslag van de informele JBZ-Raad besproken. De commissie heeft kennis genomen van het in de JBZ-Raad besproken Griekse Nationale Actieplan Asiel en Migratiemanagement, dat tevens in samenvatting is toegevoegd aan het verslag.2 Naar aanleiding hiervan kwam het rapport «Migration and Asylum: mounting tensions in the Eastern Mediterranean» en bijbehorende resolutie en aanbevelingen van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa ter sprake.3 De commissie, met uitzondering van de fractie van de PVV, heeft een aantal opmerkingen en vragen die zijn opgenomen in de brief aan de staatssecretaris van 5 maart 2013.

De staatssecretaris heeft op 10 april 2013 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad, Kim van Dooren

BRIEF AAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Den Haag, 5 maart 2013

De vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad heeft in haar vergadering van 12 februari 2013 de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 1 februari 2013 inzake het verslag van de informele JBZ-Raad besproken. De commissie heeft kennis genomen van het in de JBZ-Raad besproken Griekse Nationale Actieplan Asiel en Migratiemanagement, dat tevens in samenvatting is toegevoegd aan het verslag.4 Naar aanleiding hiervan kwam het rapport «Migration and Asylum: mounting tensions in the Eastern Mediterranean» en bijbehorende resolutie en aanbevelingen van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa ter sprake.5 De commissie, met uitzondering van de fractie van de PVV, heeft de navolgende opmerkingen en vragen.

De commissie acht het van belang dat lidstaten zich bewust zijn van de door de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa aangenomen resoluties en aanbevelingen. De commissie nodigt de regering daarom ook uit te reageren op het rapport «Migration and Asylum: mounting tensions in the Eastern Mediterranean» en de bijbehorende resolutie en aanbevelingen die op 24 januari 2013 zijn aangenomen.6

De commissie heeft voorts de volgende vragen.

De commissie vraagt of de regering het Griekse Nationale Actieplan een adequate reactie acht op de alarmerende situatie ten aanzien van asielzoekers, en of zij de voorgenomen maatregelen en termijnen haalbaar acht? Is de regering bereid om de Griekse regering op te roepen tot het afzien van automatische detentie van asielzoekers, en om hen zo spoedig mogelijk toegang tot een zorgvuldige asielprocedure en adequate opvangvoorzieningen te bieden? Zijn de Europese beschikbare gelden afdoende voor de nodige investeringen in het opvangsysteem en asielprocedure, met name gelet op de Griekse financiële en economische crisis? Is de regering bereid zich ervoor in te zetten dat de middelen voldoende zijn en voldoende flexibel in te zetten zijn om de nodige investeringen snel te kunnen realiseren? Is de regering bereid zich kritisch uit te laten over de prioriteit die de Griekse regering toekent aan vergroting van de detentiecapaciteit van 6.000 naar 10.000 plaatsen, terwijl er nog nauwelijks reguliere opvangvoorzieningen van de grond zijn gekomen? Is de regering bereid zich ervoor in te zetten dat de Commissie bij de toekenning van de middelen de voorwaarde stelt dat verbetering van opvangfaciliteiten en procedurele waarborgen voor asielzoekers de hoogste prioriteit krijgen? Ziet de regering nog meer mogelijkheden voor capaciteitsondersteuning en financiële ondersteuning?

Wat vindt de regering van de situatie dat, nu de buurlanden van Syrië de opvang van Syrische vluchtelingen nauwelijks nog aankunnen, Syriërs vaker een risicovolle tocht naar Europa moeten ondernemen, waar ze in Griekse detentiecentra in mensonwaardige omstandigheden kunnen eindigen? Welke oplossingen ziet de regering voor deze groep vluchtelingen op korte termijn? Is de regering bereid om Griekenland aan te bieden deze vluchtelingen over te nemen in de vorm van een relocation-programma? Is zij tevens bereid om (zo mogelijk in EU-verband) in overleg te treden met de buurlanden van Syrië over adequate oplossingen, en daarbij aan te bieden een deel van de vluchtelingen tijdelijk over te nemen? Is de regering bereid UNHCR te vragen inzicht te geven in de wijze waarop Syrische vluchtelingen momenteel bereikt en geholpen kunnen worden met de huidige middelen, welke oplossingen nodig zijn en wanneer volgens deze organisatie het moment is bereikt dat ook andere dan de buurlanden hun verantwoordelijkheid voor de opvang van vluchtelingen zouden moeten nemen?

De commissie ziet het antwoord graag tegemoet binnen vier weken na de dagtekening van deze brief.

De Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel/JBZ-raad, Dr. G. ter Horst

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 april 2013

Op 5 maart 2013 heeft de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-raad mij een brief toegezonden, waarin zij verzoekt te reageren op het rapport «Migration and Asylum: mounting tensions in the Eastern Mediterranean» en de bijbehorende resolutie en aanbevelingen van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE). Daarnaast heeft uw commissie verdere vragen gesteld over het Griekse nationale actieplan voor asiel- en migratiemanagement en over de opvang van Syrische vluchtelingen. In deze brief treft u, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, mijn reactie aan.

PACE-rapport en Griekse nationale actieplan

Kort samengevat, is het rapport «Migration and Asylum: mounting tensions in the Eastern Mediterranean» het verslag van een werkbezoek dat leden van een subcommissie van de PACE van 14 tot 16 januari 2013 aan Griekenland hebben gebracht. In het rapport beschrijft de subcommissie de zorgelijke situatie voor asielzoekers en illegale immigranten in Griekenland, die onder meer het gevolg is van de aanhoudende hoge migratiedruk en de financiële crisis in dat land. In het rapport uit de subcommissie in het bijzonder haar zorg over de detentieomstandigheden en het vreemdelingendetentiestelsel in Griekenland. In de aanbevelingen en resolutie roept PACE onder andere de Europese landen op tot een verdergaande solidariteit met Griekenland.

Uiteraard deel ik de zorgen over de situatie in Griekenland, zoals beschreven in het rapport. Griekenland wordt als land aan de buitengrens van de Europese Unie (EU) geconfronteerd met grootschalige illegale immigratie en lijkt moeilijk in staat adequaat te reageren op dit probleem. Het is van belang dat Griekenland zelf, geholpen en gestimuleerd door de EU, maatregelen neemt om de situatie te verbeteren.

In de afgelopen jaren zijn hiertoe door de Griekse regering, met ondersteuning van de EU, verschillende maatregelen getroffen. In 2010 heeft de Griekse regering een nationaal actieplan voor asielhervorming en migratiebeheer opgesteld. Het plan beschrijft de stappen die dienen te worden gezet om te komen tot een situatie waarin Griekenland in staat zal zijn effectief zijn eigen grenzen te bewaken en de instroom van immigranten te verwerken volgens de Europese normen.

Recent, in januari van dit jaar, heeft de Griekse regering een herzien nationaal actieplan opgesteld. Door de JBZ-Raad is dit herziene actieplan verwelkomd. Het herziene actieplan geeft duidelijker en meer in detail aan wat per deelterrein nodig is om een adequaat systeem op te bouwen. Ook geeft het herziene plan meer inzicht in hoeveel het nieuwe stelsel, per deelterrein en per actie, zal kosten.

Een centraal element van zowel het oorspronkelijke, als het herziene actieplan is het oprichten van een nieuwe asieldienst en opvangdienst. Inmiddels hebben de Griekse autoriteiten aangegeven dat de beide diensten in juni 2013 operationeel zijn. Met het operationeel worden van de nieuwe asieldienst zal naar verwachting de toegang tot de asielprocedure en de kwaliteit van de asielbeslissingen verbeteren. De opvangdienst zal onder meer prioriteit geven aan het identificeren van asielzoekers en kwetsbare personen binnen de totale groep van (illegale) migranten. Voor 2013 (en 2014) staat ook het gebruiksklaar worden van nieuwe opvangcentra gepland, die speciaal bestemd zijn voor de opvang van asielzoekers, kwetsbare personen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Vanuit de EU en de lidstaten wordt Griekenland bij de implementatie van het nationaal actieplan geholpen. Een substantieel deel van de maatregelen wordt gefinancierd vanuit het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen (Europees Buitengrenzenfonds, Europees Terugkeerfonds, Europees Vluchtelingenfonds). Voor de jaren 2011–2013 ontvangt Griekenland € 98,6 mln. uit het Terugkeerfonds, € 132,8 mln. uit het Buitengrenzenfonds en € 19,95 mln. uit het Vluchtelingenfonds.

Onlangs is bovendien besloten om voor lidstaten die gebruik maken van de financiële steunmaatregelen (Griekenland, Portugal, Ierland, Hongarije, Roemenië en Letland) tijdelijk het EU-cofinancieringspercentage te verhogen voor de lopende solidariteitsfondsen van de EU op het terrein van asiel en migratie. Eerder lukte het Griekenland niet altijd om EU-financiering voor projecten rond te krijgen, omdat Griekenland het verplichte nationale cofinancieringsdeel van 20% niet kon opbrengen. Door de verhoging van het EU-confinancieringspercentage hoeven bovengenoemde lidstaten zelf nog maar 5% van een benodigd bedrag te betalen om in aanmerking te komen voor financiering van projecten vanuit de solidariteitsfondsen. In lijn met de bepalingen van het operationele plan dat is gesloten tussen Griekenland en het Europese ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), blijft EASO tot ten minste december 2014 in Griekenland actief. De activiteiten bestaan uit ondersteuning ter plaatse aan de opvang-, asiel- en beroepsinstantie in Griekenland. De activiteiten van EASO zijn een weerspiegeling van de aanbevelingen van de gezamenlijke, door de Europese Commissie geleide, onderzoeksmissies. EASO verricht zijn activiteiten in Griekenland in nauwe samenwerking met Frontex en UNHCR, en met algehele coördinatie van de Europese Commissie.

De bijdrage vanuit Nederland concentreert zich op beschikbaar stellen van grenswachten, tolken en nationale experts aan de activiteiten en operaties van EASO en Frontex in Griekenland. Daarenboven zien wij (tijdelijk) af van het terugsturen van asielzoekers naar Griekenland. Vanuit Nederland zullen asielzoekers onder de Dublin-verordening eerst weer aan Griekenland worden overgedragen, als het Griekse stelsel voldoet aan mensenrechtelijke bepalingen zoals artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten.

Met PACE accentueer ik het belang van het naleven van de mensenrechtelijke bepalingen en de EU-normen door de Griekse regering ook in deze transitieperiode. Ik kan u dan ook toezeggen dat ik op de daartoe geschikte momenten de Griekse regering op deze verantwoordelijkheid zal blijven attenderen. Overigens zal ik voor de zomer van 2013 een bezoek aan Griekenland brengen. Ik zal dan o.a. het Griekse detentiestelsel ter sprake brengen.

Punt van grote zorg is voorts de financiering van het (herziene) nationaal actieplan. Ondanks de aanzienlijke bijdragen uit de Europese fondsen die aan Griekenland zijn toegewezen, is een substantieel aantal maatregelen nog niet financieel gedekt. De planning van het herziene actieplan loopt tot eind 2014, maar het is nog onduidelijk of volledige uitvoering van dit plan, indien compleet gefinancierd, zou leiden tot een situatie waarbij Griekenland weer conform EU- en EVRM-normen functioneert. Zo lang de financiering niet volledig rond is, acht ik de termijnen in het herziene actieplan als te optimistisch.

Met PACE onderschrijf ik de conclusie dat de situatie waarin Griekenland zich bevindt niet enkel een Grieks, maar ook een Europees probleem is. Dit probleem moet dus naar mijn opvatting ook op Europees niveau worden opgelost. Ik heb dit ook in de JBZ-Raad aangegeven en aanvullend in mijn contacten met de Europese Commissie duidelijk gemaakt. Ik heb de Commissie opgeroepen om binnen de EU-begroting te zoeken naar aanvullende fondsen, waardoor volledige uitvoering van het herziene actieplan mogelijk wordt. Deze oproep werd door meerdere lidstaten gesteund. De Commissie heeft hierop toegezegd de mogelijkheden te bezien en in de tussentijd samen met de Griekse autoriteiten verdere prioritering binnen het herziene actieplan aan te brengen. In mijn contacten met de Commissie zal ik vragen om bij deze prioritering rekening te houden met de situatie waarin kwetsbare groepen, zoals asielzoekers en kinderen, zich bevinden. Zoals eerder aangegeven ondersteunt Nederland Griekenland door het leveren van grenswachten en tolken via Frontex en biedt regelmatig expertise aan via het EASO. Ik vind het niet opportuun om op bilateraal niveau directe financiële ondersteuning aan Griekenland te bieden. Hiervoor zijn de Europese solidariteitsfondsen bestemd.

Opvang van Syrische vluchtelingen

De groei van het aantal Syrische vluchtelingen in de regio vereist een respons op grote schaal om deze vluchtelingen in buurlanden als Libanon, Jordanië, Irak en Turkije hulp te bieden. Nederland heeft van meet af aan gepleit voor opvang van vluchtelingen in de regio en het op sterkte en adequaat houden van opvang in de regio acht ik daarom belangrijk. Dat is van belang om te voorkomen dat Syrische vluchtelingen zich genoodzaakt voelen een risicovolle overtocht te wagen naar Europa.

Ik ben niet voornemens om Syrische vluchtelingen uit Griekenland over te nemen gelet op de maatregelen die worden getroffen om Griekenland te ondersteunen bij het opzetten van een nieuwe asiel- en opvangdienst. Deze maatregelen dragen bij aan een structurele oplossing in Griekenland en sluiten aan bij het uitgangspunt dat het eerst aan de lidstaat zelf is om de nodige inspanningen te leveren om (een toestroom van) asielzoekers adequaat te kunnen opvangen.

Syrische vluchtelingen zijn over het algemeen goed opgevangen door de buurlanden ondanks de beperkte eigen middelen en de vaak grote interne druk op de regeringen van die landen om het aantal vluchtelingen te beperken of de grenzen zelfs geheel te sluiten. Vluchtelingen in Libanon en Egypte bevinden zich verspreid over allerlei bestaande gebouwen en faciliteiten door het land. Vluchtelingen in Irak zijn verdeeld over kampen en gastgemeenschappen. Meer dan 70 procent van de Syrische vluchtelingen in Jordanië leeft in gastgemeenschappen. Turkije biedt hulp aan vluchtelingen in 14 kampen verspreid over 7 provincies nabij de grens.

UNHCR geeft wekelijks informatie aan donoren en andere belanghebbenden over de wijze waarop vluchtelingen uit Syrië bereikt en geholpen worden, inclusief in de buurlanden Libanon, Turkije, Irak, Jordanië en Egypte. Dergelijke informatie wordt op de website van UNHCR gepubliceerd.7 De regering heeft op basis van deze informatie alsook eigen contacten met de organisatie een redelijk accuraat beeld van de noden in de regio.

Nederland stelde inmiddels ruim € 35 mln. beschikbaar voor de Syrische crisis, waaronder ruim € 19 mln. voor Syrische vluchtelingen in de omringende landen. Zo werd in 2013 een bijdrage van ongeveer € 5 mln. ter beschikking gesteld aan het UNHCR programma in het door UNHCR gecoördineerde Syria Regional Response Plan voor vluchtelingen in de omringende landen en ontheemden binnen Syrië. Dit Regional Response Plan is door de UNHCR ingericht voor januari tot en met juni 2013 en is gericht op het voorzien van de humanitaire behoeften van Syrische vluchtelingen die geregistreerd zijn bij UNHCR of overheden van Libanon, Jordanië, Irak, Turkije, Egypte, alsmede voor Syrische vluchtelingen die nog niet geregistreerd staan, nieuw aangekomen Syrische vluchtelingen en vluchtelingen die niet van Syrische herkomst zijn.

Tijdens een bijeenkomst van UNHCR op 6 maart jl. in Genève heeft, mede naar aanleiding van vragen van de Nederlandse delegatie, de organisatie nadere informatie gegeven over de Syrische situatie. De UNHCR prees de buurlanden Libanon, Turkije, Irak, Jordanië en Egypte voor het feit dat ze hun grenzen open houden voor vluchtelingen uit Syrië en moedigde hen aan dit te blijven doen. Overige landen zijn bij die gelegenheid opgeroepen om genoemde buurlanden met raad en daad bij te staan en vooral om zo snel mogelijk een politieke oplossing voor de crisis te vinden.

Nederland heeft positief gereageerd op de vraag van UNHCR om niet-Irakese vluchtelingen uit derde landen (dus geen Syrische vluchtelingen) die zich in Syrië bevinden, in aanmerking te laten komen voor hervestiging. Nederland heeft 25 plaatsen beschikbaar gesteld. Er hebben tot nu toe nog geen voordrachten plaatsgevonden. Nederland is verder bereid te kijken naar individuele voordrachten van UNHCR van kwetsbare Syrische vluchtelingen, voor zover dit past binnen het jaarlijkse hervestigingsquotum.

Nederland heeft zich voorts in eerdere JBZ-Raden uitgesproken voor de ontwikkeling van een regionaal beschermingsprogramma (RPP) in het kader van de crisis in Syrië. Dit RPP richt zich op buurlanden van Syrië, te weten Jordanië, Libanon en Irak. Het gaat om duurzame oplossingen op de middellange termijn via capaciteitsversterking. Daarbij kan onder andere worden gedacht aan ondersteuning bij de registratie van vluchtelingen, het verrichten van statusdeterminatie, het trainen van officials over vluchtelingenbescherming en het onderzoeken van mogelijkheden om de opvang van vluchtelingen in te bedden in lokale armoedebestrijdingsprogramma’s. De Commissie werkt momenteel het RPP-voorstel uit en wil het in juni van dit jaar formeel voorleggen ter goedkeuring aan de lidstaten.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Samenstelling: Holdijk (SGP), Broekers-Knol (VVD), Slagter-Roukema (SP), Franken (CDA), Nagel (50PLUS), Ruers (SP), Van Bijsterveld (CDA), Duthler (VVD), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Strik (GL), De Vries (PvdA), Lokin-Sassen (CDA), Scholten (D66), Th. de Graaf (D66), De Boer (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), (voorzitter), Beuving (PvdA), Schrijver (PvdA), M. de Graaff (PVV), (vice-voorzitter), Reynaers (PVV), Popken (PVV), Huijbregt-Schiedon (VVD), Schouwenaar (VVD) en Swagerman (VVD).

X Noot
2

Zie samenvatting van het Griekse Nationale Actieplan Asiel en Migratiemanagement, bijlage bij Verslag aan van de Informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, gehouden in Dublin op 17 en 18 januari 2013, Eerste Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 317, CO.

X Noot
3

PACE-rapport en conceptresolutie «Migration and Asylum: mounting tensions in the Eastern Mediterranean», 23 januari 2013, Doc 13106, http://assembly.coe.int/ASP/Doc/XrefViewPDF.asp?FileID=19349&Language=EN.

X Noot
4

Zie samenvatting van het Griekse Nationale Actieplan Asiel en Migratiemanagement, bijlage bij Verslag aan van de Informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, gehouden in Dublin op 17 en 18 januari 2013, Eerste Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 317, CO.

X Noot
5

PACE-rapport en conceptresolutie «Migration and Asylum: mounting tensions in the Eastern Mediterranean», 23 januari 2013, Doc 13106, http://assembly.coe.int/ASP/Doc/XrefViewPDF.asp?FileID=19349&Language=EN.

Naar boven