Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132317 nr. 66

32 317 JBZ-Raad

Nr. 66 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juli 2011

Hierbij bied ik u, mede namens de minister voor Immigratie en Asiel en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, het verslag van de bijeenkomst van het Gemengd Comité en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 9 en 10 juni jl. aan.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

Verslag van de bijeenkomst van het Gemengd Comité en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 9–10 juni 2011 te Luxemburg

Belangrijkste resultaten

  • De Raad stelde vast dat Bulgarije en Roemenië technisch klaar zijn om alle bepalingen van het Schengen-acquis uit te voeren. De Raadsconclusies constateren dat de Raad zich zo snel mogelijk doch niet later dan september 2011 dient te buigen over dit onderwerp.

  • De Raad nodigde de Commissie middels Raadsconclusies uit om met een voorstel te komen voor de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles als laatste redmiddel. De Nederlandse wens voor verdieping (d.w.z. het betrekken van de functionering van de rechtstaat) van de Schengen-evaluaties is door de Raad overgenomen.

  • De Commissie presenteerde haar voorstel inzake een herziening van Verordening 539/2001 met een noodremprocedure dat mogelijk maakt om visumliberalisatie tijdelijk op te schorten.

  • De Commissie lichtte haar eerste rapport over het monitoringsmechanisme na visumliberalisatie met de Westelijke Balkanlanden toe. Daarbij constateerde de Commissie een verhoogde instroom van asielaanvragers in een aantal lidstaten.

  • De Raad bereikte een gedeeltelijke algemene benadering over het Europees onderzoeksbevel in strafzaken. Nederland kreeg steun voor de opvatting dat bij de bespreking van het tweede deel van de richtlijn waar nodig ook het eerste deel opnieuw bezien moet kunnen worden.

  • De Raad bereikte een politiek compromis op hoofdlijnen over de verordening erfrecht. Dit politiek compromis wordt uitgewerkt tot een ontwerp-verordening die het Poolse Voorzitterschap wil agenderen voor goedkeuring op de JBZ-Raad in december 2011.

  • De Raad besprak het voortgangsverslag van de Commissie over luchtvrachtbeveiliging en moest tot teleurstelling van de Commissie, Nederland en andere lidstaten constateren dat het EU Regelgevend Comité er niet in geslaagd is het nieuwe voorstel voor de regelgeving voor luchtvracht vast te stellen.

  • Met betrekking tot de toetreding van de EU tot het Europees verdrag voor de rechten van de mens zegde de Commissie op aandringen van het Verenigd Koninkrijk en Nederland toe voorafgaand aan het afronden van de onderhandelingen over de toetredingsovereenkomst haast te maken met nieuwe voorstellen voor begeleidende interne regels.

I. Immigratie en Asiel

1. Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Raadsverordening nr. 2007/2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex)

  • Politiek akkoord

De Raad besprak de openstaande kwesties inzake de herziening van de Frontexverordening. De onderhandelingen met het EP zijn in april begonnen.

Het Voorzitterschap koppelde terug van de trilogen tussen de Raad, Commissie en het EP die hebben plaatsgevonden en lichtte de compromisvoorstellen toe inzake de verplichting van lidstaten om personeel bij Frontex te detacheren, de monitoring van gezamenlijke terugkeeroperaties, en de oprichting en naam van de grenswachterspool voor snelle grensinterventiemissies.

De Commissie gaf aan dat een akkoord met het EP binnen handbereik is. Zij is van mening dat de monitoring van terugkeeroperaties onafhankelijk dient te zijn. Verder stelde de Commissie voor om de grenswachterspool «EU border guard support teams» te noemen. Ook vond de Commissie dat detacheringen van nationaal grenswachtpersoneel bij Frontex verplicht dienen te zijn.

De verplichting tot detachering van grenswachtpersoneel bij Frontex en de benaming voor de grenswachterspool die de indruk wekt van een Europese grenswacht stuitte op verzet van enkele lidstaten.

Het Voorzitterschap concludeerde dat er op ambtelijk niveau verdere besprekingen plaats zullen vinden over de knelpunten ter voorbereiding op de volgende triloog met het EP. Inmiddels is een politiek akkoord bereikt tussen het EP en de Raad over de wijziging van de verordening.

Migratie

2. Mededeling van de Commissie over migratie

3. Mededeling over migratie en asiel in de EU in 2010

  • Tweede jaarlijkse rapport over de implementatie van het Europees Pact over immigratie en asiel

4. Mededeling over een dialoog voor migratie, mobiliteit en veiligheid met het zuidelijke Middellandse Zeegebied

  • Raadsconclusies over grenzen, migratie en asiel

  • Stand van zaken en verdere actie

De Commissie gaf een overzicht van de drie bovenvermelde mededelingen en stipte daarbij alle voorstellen aan die zij het afgelopen jaar heeft voorgelegd. Commissaris Malmström ging in op de demografische uitdagingen en toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt die in veel lidstaten zal ontstaan en riep lidstaten op zich te richten op oplossingen voor de lange termijn. Volgens de Commissie dient de EU werknemers voor de openstaande vacatures te vinden met inachtneming van de nationale bevoegdheid van lidstaten die beslissen of en hoeveel arbeidsmigranten zij toelaten. Daarnaast ging de Commissie in op de uitdagingen waarvoor de EU wordt geplaatst door de situatie in de zuidelijke nabuurschapsregio. Zij wees met name op het belang van haar voorstel de samenwerking met Tunesië, Egypte en Marokko in de vorm van mobiliteitspartnerschappen te gieten. Commissaris Malmström was verheugd met de steun van de lidstaten op de drie mededelingen die ze deels had ontvangen tijdens de JBZ-Raad van 12 mei.

Op het terrein van de zuidelijke nabuurschapsregio werd door sommige landen aandacht gevraagd voor het belang van steun aan de landen in de regio bij het opvangen van vluchtelingen. Daarbij kwam ook de noodzaak van hervestiging van vluchtelingen en de totstandkoming van een EU-hervestigingsprogramma aan de orde. Ook wezen enkele lidstaten op het belang van een verdeling van de verantwoordelijkheden en de lasten voor de opvang van vluchtelingen in de EU. Daarom dient volgens deze lidstaten de intra-EU-solidariteit te worden vergroot door middel van praktische maatregelen op EU-niveau, met name voor lidstaten die de zwaarste lasten dragen aan de buitengrenzen. Verder werd door enkele lidstaten aandacht gevraagd voor het oostelijke partnerschap.

De Raad concludeerde dat het principe van vrij verkeer van personen een groot goed is binnen het EU-acquis, maar dat om het vertrouwen van de burger in het Schengensysteem te vergroten, de samenwerking binnen Schengen versterkt moet worden en dat de regels effectief toegepast kunnen worden. Onder strikte en objectieve voorwaarden zou het – als laatste redmiddel – mogelijk moeten zijn om tijdelijk weer binnengrenscontroles in te voeren. De herinvoering van grenscontroles zou een beperkte reikwijdte en tijdsduur moeten kennen.

Nederland benadrukte het belang dat er in de EU geen unilaterale beslissingen genomen worden, maar dat de lidstaten gezamenlijke oplossingen bedenken voor gezamenlijke problemen. Om het Schengensysteem te versterken, stelde Nederland voor om de Schengenevaluaties te koppelen aan het functioneren van de rechtstaat, volgens het principe dat de EU het vertrouwen versterkt door transparantie en de mate van onafhankelijkheid van de rechtelijke macht, adequate opsporing en bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad. De Raad concludeerde daarop dat de Schengenevaluaties verder verbeterd en verdiept moeten worden.

De Raad verwelkomde de mededeling van de Commissie inzake een dialoog voor migratie, mobiliteit en veiligheid met het zuidelijke Middellandse Zeegebied en dat deze dialoog voor zowel de landen in deze regio als voor de EU een meerwaarde moet hebben. Daarbij waren enkele lidstaten van mening dat samenwerking met deze landen niet kan plaatsvinden zonder een dialoog over overname.

De Commissie meldde dat veel afhangt van de opstelling van derde landen. De Commissie volgt een tweesporenbenadering waarbij enerzijds de landen in de regio worden gesteund op het gebied van democratisering, opvang van vluchtelingen en mobiliteit en anderzijds inspanningen wordt gevraagd van deze landen bij het tegengaan van illegale immigratie en de terugkeer en overname van eigen onderdanen.

De Raad concludeerde bovendien dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel in 2012 wordt voltooid.

Het Voorzitterschap concludeerde brede steun voor de mededelingen van de Commissie. De Raad nam unaniem de Raadsconclusies over grenzen, migratie en asiel aan, mede met het oog op verdere discussie over dit onderwerp tijdens de Europese Raad van 23–24 juni.

5. Schengen-evaluatie van Bulgarije

  • Ontwerp-conclusies van de Raad over de voltooiing van het proces van de evaluatie van de stand van de voorbereidingen van Bulgarije om alle bepalingen van het Schengen-acquis uit te voeren

6. Schengen-evaluatie van Roemenië

  • Ontwerp-conclusies van de Raad over de voltooiing van het proces van de evaluatie van de stand van de voorbereidingen van Roemenië om alle bepalingen van het Schengen-acquis uit te voeren

De Raad stelde vast dat Bulgarije en Roemenië technisch klaar zijn om alle bepalingen van het Schengen-acquis uit te voeren. De Raadsconclusies constateren dat de Raad zich zo snel mogelijk doch niet later dan september 2011 dient te buigen over dit onderwerp.

Als inleiding merkte het Hongaars Voorzitterschap op dat beide landen open staan voor samenwerking en noemde als voorbeeld de bereidheid met Frontex samen te werken aan de buitengrenzen. Verder verklaarde het Voorzitterschap dat er veel is gedaan aan corruptiebestrijding en dat beide landen vastbesloten zijn hiermee door te gaan. Het Voorzitterschap was van mening dat aan alle vereisten voor toetreding tot de Schengenzone is voldaan, dat de evaluaties zijn afgerond en dat een datum voor toetreding in september 2011 zou moeten worden bepaald. Het standpunt van het Voorzitterschap werd door enkele lidstaten ondersteund.

Nederland prees de inspanningen van Roemenië en Bulgarije, waardoor beide landen nu voldoen aan de technische criteria van het Schengenacquis. Nederland is echter van mening dat er meer nodig is voor het wederzijds vertrouwen tussen Schengenlanden. Elk land binnen de Schengenzone moet volgens minister Leers aan de verplichtingen voldoen die nodig zijn voor het goed functioneren van Schengen. Nederland gaf aan dat ondanks de vele inspanningen de voortgang toch nog onvoldoende is op het terrein van corruptiebestrijding en aanpak georganiseerde misdaad. In juli 2011 publiceert de Commissie het jaarlijkse rapport over het Coöperatie- en Verificatiemechanisme (CVM); Nederland zou graag aan de hand van dit rapport in de Raad van september 2011 over de uitkomsten willen spreken. Nederland wenst echter niet vooruit te lopen op die rapportage door nu vast te stellen wat in september 2011 besloten zou moeten worden. Minister Leers gaf aan dat hij namens Nederland met voorliggende Raadsconclusies alleen kan instemmen als de verwijzing naar de mogelijke besluitvorming in september 2011 over de Schengentoetreding van Bulgarije en Roemenië wordt geschrapt.

Duitsland en Frankrijk waren net als Nederland van mening dat de beide landen aan de technische criteria voldoen. Zij deelden ook de mening van Nederland dat nadere beslissing bezien dient te worden op basis van het CVM-rapport van juli 2011. Volgens Duitsland en Frankrijk zou er op basis van positieve uitkomsten eventueel bekeken kunnen worden of partiële toetreding (d.w.z. dat enkel de luchtgrenzen geopend worden, maar dat de landsgrenzen voorlopig gesloten blijven) tot de mogelijkheden behoort. Het inkomend Pools Voorzitterschap stelde dat in september 2011 een definitieve datum voor toetreding moet worden bepaald.

Het Voorzitterschap concludeerde dat de Raad kan instemmen met de Raadsconclusies zonder de verwijzing naar de mogelijke besluitvorming in september 2011 inzake de Schengen-toetreding van Bulgarije en Roemenië.

Asiel

7. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/9/EG tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (herziening)

8. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van internationale bescherming (herziening)

Tijdens de lunch vond een eerste uitwisseling van standpunten plaats over de herziening van zowel de procedure- als de opvangrichtlijn. Deze twee richtlijnen vormen een onderdeel van wat uiterlijk in 2012 het gemeenschappelijk Europees asielstelsel moet worden.

De herziene voorstellen zijn op 1 juni kenbaar gemaakt door de Commissie.

Het Voorzitterschap concludeerde dat de streefdatum van 2012 door de Raad is bevestigd in de Raadsconclusies over grenzen, migratie en asiel die de Raad eerder aannam tijdens de bespreking over de drie mededelingen van de Commissie inzake migratie.

Legale migratie

9. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over de voorwaarden van toegang en verblijf van een burger van een derde land in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (intra-corporate transfer)

  • Stand van zaken

10. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over de voorwaarden van toegang en verblijf van een burger van een derde land voor seizoenswerk

  • Stand van zaken

De Commissie gaf aan dat zij de richtlijn inzake seizoenswerk van derdelanders van belang vindt voor circulaire migratie en hoopt daarom dat er snel een akkoord gesloten kan worden tussen de Raad en het EP. De onderhandelingen met het EP zijn nog niet begonnen. Er werd geen ruimte aan de lidstaten geboden om te interveniëren.

11. Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om op het grondgebied van een lidstaat te verblijven en te werken en betreffende een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven

  • Stand van zaken

De Commissie presenteerde de stand van zaken van de onderhandeling met het EP en meldde dat een akkoord met het EP dichtbij is. Er werd geen ruimte aan de lidstaten geboden om te interveniëren.

Gemengd Comité

12. Visuminformatiesysteem (VIS)

Het Voorzitterschap gaf aan dat de implementatie van het centrale VIS volgens het schema eind juni 2011 gereed zal zijn. De lidstaten worden daarna geacht zich voor eind juli 2011 gereed te melden. Het gehele systeem zou tegen medio oktober 2011 operationeel moeten zijn.

13. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening 539/2001 van de Raad tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld

  • Presentatie door de Commissie

De Raad heeft de eerste uitwisseling van standpunten gehad over het voorstel van de Commissie inzake de noodremprocedure die mogelijk maakt om tijdelijk de toegang van vreemdelingen die gebruik maken van visumvrijstelling op te schorten. De Commissie lichtte haar voorstel toe en benadrukte dat hoewel het overgrote deel van reizigers bonafide is, de noodzaak blijft bestaan om misbruik te bestrijden en te voorkomen. Volgens de Commissie is herinvoering van een visumplicht een zwaar middel dat enkel als laatste middel gehanteerd moet worden. De Commissie benadrukte dat dit voorstel voor alle landen geldt met wier onderdanen zonder visum naar de EU kunnen reizen.

Enkele landen, waaronder Nederland, verwelkomden het voorstel van de Commissie. Het voorstel komt tegemoet aan de wens van Frankrijk en Nederland om een noodremprocedure op te nemen in de Verordening.

14. EU-Westelijke Balkan JBZ-betrekkingen: monitoringsmechanisme na visumliberalisatie

De Commissie lichtte haar eerste rapport van het monitoringsmechanisme na visumliberalisatie met de Westelijke Balkanlanden toe. Daarbij constateerde de Commissie een verhoogde instroom van asielaanvragers in een aantal lidstaten. Ook deed de Commissie aanbevelingen voor vervolgmaatregelen en concludeerde dat de monitoring over het algemeen goed functioneert.

Enkele lidstaten uitten hun zorgen over de toename van ongegronde asielaanvragen die zij te verwerken hebben van onderdanen van de Westelijke Balkanlanden sinds de visumliberalisatie en meenden dat de Westelijke Balkanlanden nog meer inspanningen zouden moeten plegen om dit tegen te gaan.

De Commissie erkende de problemen die het belang onderstrepen van voortdurend toezicht door de Commissie en Frontex. Daarbij verzekerde de Commissie de lidstaten ervan dat het structureel overleg voert met de Westelijke Balkanlanden om te komen tot effectieve maatregelen. Volgens de Commissie ziet de instroom met name op de Roma-gemeenschap die in de Westelijke Balkanlanden in een moeilijke situatie verkeren waarin verbeteringen op korte termijn lastig te realiseren zijn.

Het Voorzitterschap benadrukte dat het merendeel van de reizigers uit de Westelijke Balkanlanden bonafide is en dat misbruik bestreden zal worden in samenwerking met de partnerlanden.

II. Veiligheid en Justitie, Grondrechten en Burgerschap

Raad – wetgevende besprekingen

15. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht

De Raad bereikte een algemene oriëntatie over de oprichtingsverordening van het IT-Agentschap. In de verordening is opgenomen dat de zetel van het agentschap gevestigd zal worden in Tallinn (Estland). De taken met betrekking tot de technische ontwikkeling en het operationeel beheer van SIS II en het VIS blijven in Straatsburg (Frankrijk) verricht worden. In Straatsburg dienen tevens de taken in verband met de technische ontwikkeling en het operationeel beheer van Eurodac te worden verricht. Hetzelfde geldt voor de technische ontwikkeling en het operationele beheer van andere grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht waarin in de betreffende wetgevingsinstrumenten wordt voorzien.1

De begeleidende verklaring van de Raad en het Europees Parlement (EP) beoogt een precedentwerking van de zetelvermelding in toekomstige verordeningen met betrekking tot agentschappen te voorkomen. De lidstaten blijven – net als in het verleden – zelf besluiten over de zetel van een agentschap. Het doel is steeds geweest om in eerste lezing een akkoord te bereiken met het EP. Dat is met dit pakket nu mogelijk. Het Voorzitterschap heeft het EP ondertussen informeel geïnformeerd.

In de verordening is een evaluatiebepaling opgenomen (artikel 27). Daarin is bepaald dat de Commissie, binnen drie jaar na de datum waarop de opdracht van het IT-Agentschap een aanvang neemt, in nauw overleg met de raad van bestuur een evaluatie van de werking van het agentschap verricht. Bij de evaluatie wordt onderzocht hoe en in welke mate het agentschap daadwerkelijk bijdraagt aan het operationele beheer van de grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, en zijn taken overeenkomstig deze verordening uitvoert. De evaluatie betreft voorts de rol van het agentschap in het kader van een Uniestrategie die erop gericht is de komende jaren op het niveau van de Unie een gecoördineerde, kostenefficiënte en coherente IT-omgeving tot stand te brengen. Op basis van deze evaluatie kan de Commissie wijzigingen in de verordening voorstellen.

16. Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over aanvallen op informatiesystemen

  • Algemene oriëntatie

De Raad stemde in met de voorliggende compromistekst van de richtlijn over aanvallen op informatiesystemen en bereikte een algemene oriëntatie. Commissaris Reding (Justitie) toonde zich tevreden over de strafmaten, sommige strafverzwarende omstandigheden en de bepaling over statistieken. De strafmaat voor basisdelicten is een maximale gevangenisstraf van ten minste twee jaar, overeenkomstig het Commissievoorstel. Ook Nederland heeft zich hiervoor ingespannen. Strafverzwarende omstandigheden zijn ofwel aanvallen die gericht zijn op een groot aantal informatiesystemen ofwel aanvallen die ernstige schade veroorzaken. De Commissie was minder tevreden over het feit dat spoofing (identiteitsfraude) als strafverzwarende omstandigheid is geschrapt. Een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, geeft er echter de voorkeur aan identiteitsfraude niet in deze richtlijn te adresseren, maar in een separaat, horizontaal instrument waarin de strijd tegen identiteitsdiefstal op een alomvattende manier kan worden aangepakt. Ook acht de Commissie de bepaling over het creëren en gebruiken van «botnets»,2 waarin de eis is gesteld dat een aanzienlijk aantal computers geraakt moet worden met de cyberaanval, onvoldoende afschrikwekkend. Enkele lidstaten wezen op het belang om niet alleen te voorzien in wetgeving, maar ook in praktische samenwerking, zoals dat gebeurt binnen Benelux-verband. Commissaris Reding ondersteunde dit en wees op de Interne Veiligheidsstrategie en op het cybercriminaliteitscentrum dat de Commissie zal oprichten, dat de lidstaten en de EU-instellingen in staat zal stellen om hun operationele en analytische capaciteit voor onderzoek en samenwerking met internationale partners op te voeren.

Het Voorzitterschap constateerde brede steun voor het voorstel en stelde vast dat het dossier rijp is voor bespreking met het EP. Het EP zal naar verwachting echter pas in het najaar een oriënterende stemming houden.

17. Initiatief voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken

  • Gedeeltelijke algemene oriëntatie

Het Hongaarse Voorzitterschap wilde een algemene oriëntatie bereiken over de artikelen 1 tot en met 18 van de ontwerp-richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (EOB). Deze artikelen betreffen het algemene deel van de richtlijn, waarin het onder andere gaat over de soorten zaken waarvoor een EOB kan worden uitgevaardigd, vereisten voor uitvaardiging van een EOB, weigeringsgronden die in de weg staan aan uitvoering, en rechtsmiddelen.

Het Voorzitterschap herhaalde dat de ontwerp-richtlijn een einde beoogt te maken aan het gefragmenteerde stelsel van rechtshulp. De voorliggende tekst biedt volgens het Voorzitterschap een goede balans tussen de posities van de verschillende lidstaten.

Staatssecretaris Teeven sprak zijn steun uit aan de compromistekst voor dit eerste deel van de ontwerp-richtlijn, maar liet aantekenen dat bij de bespreking van het tweede deel van de ontwerp-richtlijn de inhoud van het eerste deel waar nodig opnieuw zal moeten kunnen worden bezien. Meerdere lidstaten steunden hem daar in. Ook onderstreepte de staatssecretaris de noodzaak van een voldoende hoog ambitieniveau, juist omdat het doel is een einde te maken aan de bestaande fragmentatie. Het belangrijkste is dat het uiteindelijke instrument voldoende draagvlak heeft en een goede basis zal bieden voor de praktijk.

Het Voorzitterschap zegde toe dat bij de bespreking van het tweede deel het eerste deel waar nodig opnieuw kan worden bezien en concludeerde na de bespreking dat de Raad de gedeeltelijke algemene oriëntatie heeft bereikt.

Zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg over de JBZ-Raad op 8 juni jl. zal de Tweede Kamer separaat nader worden geïnformeerd over de ontwerp-richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel en de eventuele consequenties daarvan voor de bij de uitvoering betrokken organisaties.

18. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van erfopvolging en betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring

  • Politiek compromis op de hoofdpunten

Het Voorzitterschap gaf aan dat het voorstel voor een erfrechtverordening een van de moeilijkste verordeningen op het terrein van het civiel recht is. De verordening moet onder meer meerdere erfrechtverklaringen voorkomen, evenals parallelle procedures. De verordening bevat geen harmonisatie van het materieel recht, dat onder bevoegdheid van de lidstaten valt. Het voorliggende politiek compromis beoogt een duidelijke richting te geven aan de onderhandelingen over de verordening. Het bevat de punten waarop de discussie zich tot op heden heeft geconcentreerd. Er valt nog veel werk te verrichten op deskundigenniveau. De bedoeling van het politiek compromis op hoofdpunten is dit werk te bespoedigen. Over de inhoud van het politiek compromis is uw Kamer geïnformeerd in de geannoteerde agenda (Kamerstukken II, 2010/11, 32 317, nr. 57).

Commissaris Reding gaf het belang van de verordening aan, door te wijzen op de hinder die burgers ondervinden bij de afwikkeling van erfenissen in grensoverschrijdende situaties. Het gaat om ongeveer 450 000 van dergelijke erfenissen per jaar. Namens Nederland stemde staatssecretaris Teeven in met het politiek compromis. Hij gaf aan dat er nog veel geregeld moet worden op detailniveau, hetgeen door het Voorzitterschap werd onderschreven.

De Raad bereikte overeenstemming over de tekst van het politiek compromis. Het inkomend Poolse Voorzitterschap kondigde aan op de JBZ-Raad in december 2011 een algemene oriëntatie over de tekst van de ontwerp-verordening te willen bereiken.

19. Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie

De Raad stemde inhoudelijk in met het voorstel voor een verordening betreffende elektronische publicatie van het Publicatieblad van de EU, maar omdat enkele lidstaten nog een parlementair voorbehoud hebben staan, kon de verordening nog niet officieel worden aangenomen.

Raad – niet-wetgevende besprekingen

20. Bestrijding van georganiseerde criminaliteit – Ontwerp-conclusies van de Raad inzake de vaststelling van de EU-prioriteiten ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in de periode 2011–2013, en presentatie van het handboek met beste praktijken voor de strijd tegen georganiseerde criminaliteit

De Raad nam de conclusies aan inzake de vaststelling van de EU-prioriteiten ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in de periode 2011–2013. In de raadsconclusies zijn de EU-prioriteiten voor 2011–2013 genoemd die zijn opgenomen in de geannoteerde agenda (Kamerstukken II, 2010/11, 32 317, nr. 57). De prioriteiten zullen ter implementatie verder worden uitgewerkt in strategische doelen en jaarlijkse operationele actieplannen.

21. Voortgangsverslag van de Commissie over luchtvrachtbeveiliging, wat betreft de uitvoering van het EU-actieplan inzake beveiliging van luchtvracht

  • Presentatie door de Commissie

In december 2010 heeft de High Level Working Group die een strategie voor luchtvaartveiligheid en een betere informatie-uitwisseling ontwikkelt een document gepresenteerd waarin concrete aanbevelingen worden gedaan naar aanleiding van de incidenten met explosieven in vracht uit Jemen. Dit rapport is toen door de JBZ-Raad aangenomen. Commissaris Malmström heeft nu aan de JBZ-Raad verslag uitgebracht over de ontwikkelingen sinds die tijd. De Commissie heeft in een werkgroep aangepaste regelgeving voor luchtvrachtbeveiliging voorbereid. Hierbij is ook gewerkt aan het opstellen van criteria voor een risicogebaseerde aanpak van dreiging tegen luchtvracht. Centraal uitgangspunt van de nieuwe regelgeving is dat vracht alleen naar Europa mag vliegen als het veilig is. Concreet betekent dit dat vracht vóór vertrek naar Europa gecontroleerd dient te worden. De luchtvaartmaatschappijen zijn en blijven verantwoordelijk voor het veilig vervoeren van vracht. Zij mogen de vracht alleen naar Europa vervoeren indien zij dit volgens de nieuwe EU-vereisten hebben gecontroleerd in het land van vertrek. Luchtvaartmaatschappijen die vracht vervoeren vanuit landen met een vergelijkbaar beveiligingsregime als de EU («groene landen») hoeven aan minder strenge eisen te voldoen. De controle volgens de lokale regelgeving wordt in die gevallen voldoende geacht. Daarnaast voorziet de regelgeving in aanvullende eisen voor zogenaamde «High Risk Cargo».

Op 8 juni jl. heeft het EU Regelgevend Comité gestemd over het nieuwe voorstel voor de regelgeving voor luchtvracht. Het is, tot teleurstelling van de commissaris en een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, niet gelukt het voorstel vast te stellen. In zijn interventie over de EU-terrorismebestrijdingsstrategie sprak ook de contraterrorismecoördinator De Kerchove hierover zijn teleurstelling uit (zie ook het volgende agendapunt). Commissaris Malmström riep de lidstaten op om betere communicatie tussen de transportexperts en veiligheidsexperts tot stand te brengen. Nieuwe regels zijn namelijk dringend nodig.

Nederland heeft het voorstel voor nieuwe regelgeving ter verdere verbetering van luchtvrachtbeveiliging ondersteund, omdat daarbij rekening is gehouden met de noodzaak tot verhogen van het beveiligingsniveau van luchtvracht en post afkomstig uit derde landen, in het bijzonder met betrekking tot hoog risico vracht, en omdat de voorgestelde beveiligingsmaatregelen voor luchtvracht en post volgens Nederland proportioneel zijn voor de sector. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de beveiligingsmaatregelen ligt bij de luchtvaartmaatschappijen. Met diverse andere lidstaten hoopt Nederland dat het alsnog mogelijk zal zijn overeenstemming te bereiken over het voorstel.

Commissaris Malmström bekijkt, samen met de commissarissen Kallas (Transport) en Šemeta (Fiscaliteit en Douane), of een gezamenlijke EU-beoordeling van de risico’s mogelijk is. Voorts wees zij tijdens de Raad op drie andere ontwikkelingen:

  • 1) het eerste initiatief voor een gezamenlijke methodologie op het terrein van risicobeoordeling;

  • 2) de geslaagde EU pilot missie naar Jemen, een voorbeeld voor missies naar andere derde landen; en

  • 3) nieuwe technologiegerelateerde initiatieven, bijvoorbeeld op het terrein van detectie.

Daarnaast is de technische dialoog met de Verenigde Staten, Canada en Australië van belang, en meer in het algemeen de samenwerking met derde landen.

22. EU-terrorismebestrijdingsstrategie

  • Discussienota

Contraterrorismecoördinator (CTC) De Kerchove lichtte zijn laatste halfjaarlijks discussienota toe, beginnend met de dood van Osama bin Laden en de waarschuwing dat terrorismedreiging nog steeds serieus te nemen is. De CTC plaatste als kanttekening dat, naast aandacht voor democratisering in Arabische landen, er ook aandacht zal moeten zijn voor de hervorming van de veiligheidssector in een aantal Arabische en Aziatische landen. Als voorbeeld hiervoor noemde hij de recent aangenomen Sahel Strategie. De CTC noemde voorts de ontwerp-resolutie over de evaluatie van het contraterrorismebeleid die momenteel in de LIBE-commissie van het EP wordt besproken.3 Mocht hieraan gehoor worden gegeven, dan betekent dit een buitensporige last voor de Commissie, mede omdat ook gevraagd wordt om alle inspanningen van de lidstaten op contraterrorismeterrein te evalueren.

Vervolgens ging de CTC kort in op de uitdagingen die genoemd worden in zijn discussienota. Op het gebied van preventie noemde hij onder meer de counter narrative tien jaar na 11 september 2001. Hij achtte het – gesteund door het Voorzitterschap – van belang dat de Unie en de lidstaten met één boodschap zouden komen. Transportveiligheid noemde hij als een tweede belangrijk punt, waarbij ook gekeken moet worden naar vervoer over land (hogesnelheidstreinen, metro’s). Zoals gezegd toonde de CTC zich teleurgesteld dat het Regelgevend Comité geen akkoord heeft kunnen bereiken over het wetsvoorstel voor beveiliging luchtvracht. Een derde belangrijk punt voor de CTC was het veiligheidsgerelateerde onderzoek waarvoor de Commissie geld beschikbaar heeft en waarvan de lidstaten meer gebruik zouden moeten maken. Tot slot wees de CTC op de versterkte aandacht voor de veiligheid van kerncentrales waar nu risicoanalyses worden gedaan naar de «safety». Zijn inziens moet dit aangevuld worden met risicoanalyses ten aanzien van de «security». Het Voorzitterschap, de Commissie en de CTC zouden daartoe het initiatief moeten nemen.

23. Corruptiepakket

  • Presentatie door de Commissie

Commissaris Reding presenteerde het pakket over corruptie. Het corruptiebestrijdingspakket bestaat uit:

  • 1) een mededeling over de bestrijding van corruptie in de EU, waarin de doelstellingen van het EU-corruptiebestrijdingsverslag en de praktische aspecten daarvan worden voorgesteld. In de mededeling wordt ook uitgelegd hoe de EU een sterkere klemtoon kan leggen op corruptiebestrijding op alle relevante interne en externe beleidsterreinen;

  • 2) een besluit van de Commissie tot invoering van het mechanisme voor het EU-corruptiebestrijdingsverslag;

  • 3) een verslag over de tenuitvoerlegging van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad inzake de bestrijding van corruptie in de privésector;

  • 4) een verslag over de wijze van deelname van de EU aan de Groep van Staten tegen corruptie van de Raad van Europa (GRECO).

In haar presentatie gaf commissaris Reding aan dat corruptie een groot probleem is binnen de EU: € 120 miljard per jaar, dat betekent 1% van het BNP. Van de EU-burgers vindt 78% dat de EU meer actie moet nemen op dit terrein. Het draagvlak is dus groot, aldus de commissaris. Een gemeenschappelijke aanpak is in de interne markt van belang. In de mededeling van de Commissie over de bestrijding van corruptie zullen onder andere aan bod komen: justitiële en politiële samenwerking, confiscatie, statistieken en horizontale thema’s. Overlap met andere monitoringsmechanismen moet worden voorkomen. Daarnaast meldde commissaris Reding dat zij de Raad toestemming zal vragen om te participeren in GRECO. Tot slot riep zij de lidstaten op om een «zero tolerance» beleid te voeren als het gaat om corruptie.

Het standpunt van het kabinet zal zoals gebruikelijk worden neergelegd in een BNC-fiche dat aan uw Kamer zal worden toegezonden.

24. Raadsconclusies over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa

De Raad nam conclusies aan over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa. Het Voorzitterschap hechtte sterk aan meer initiatieven om de kennis te vergroten over de misdaden in Europa gepleegd door totalitaire regimes, zeker omdat met name onder jongeren de kennis hiervan afneemt, bijvoorbeeld door meer samenwerking tussen nationale kennisinstituten. Commissaris Reding wees erop dat de raadsconclusies voortbouwen op een evaluatieverslag van de Commissie over deze problematiek uit 2010. Het is aan de lidstaten zelf om op hun eigen wijze gestalte geven aan de herinnering aan deze misdaden. De rol van de Commissie is daarbij enkel faciliterend. Op dit moment is niet voorzien in een aanvullend (juridisch) instrument op dit terrein.

25. Resolutie van de Raad betreffende de Routekaart ter versterking van de rechten en de bescherming van slachtoffers, met name in strafrechtelijke procedures

  • Raadsconclusies

De Raad nam de conclusies over de Routekaart voor slachtoffers aan. Zie voor het verslag het volgende agendapunt.

26. Slachtofferpakket

  • Presentatie door de Commissie

Commissaris Reding presenteerde het slachtofferpakket. Op 18 mei 2011 heeft de Commissie de volgende voorstellen gepresenteerd ten aanzien van slachtoffers van misdrijven:

  • 1) een mededeling over versterking van de rechten van slachtoffers in de EU;

  • 2) een ontwerp-richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, ondersteuning en bescherming van slachtoffers van criminaliteit; en

  • 3) een ontwerp-verordening over wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in civiele zaken.

Commissaris Reding gaf aan dat er per jaar zo’n 30 miljoen gerapporteerde strafbare feiten plaatsvinden binnen de EU. Een gecoördineerde aanpak maakt het verschil. Na een Routekaart voor verdachten is er nu een Routekaart voor slachtoffers ontworpen. In het op 18 mei gepresenteerde pakket gelden als uitgangspunten dat ieder slachtoffer andere individuele behoeften heeft, familieleden en nabestaanden eigen rechten hebben, slachtoffers geïnformeerd moeten worden over hun rechten, mensen in de praktijk moeten worden getraind en het slachtoffer tenslotte een rol in het strafproces heeft. Niet vergeten moet worden dat misdaad veel kost: zo’n 50% van de ingezette middelen heeft te maken met de fysieke en emotionele schade van slachtoffers.

Staatssecretaris Teeven sprak zijn waardering uit voor het pakket maatregelen en steunde de versterking van de positie van slachtoffers. Nederland kan de behoeften (erkenning en respectvolle bejegening, bescherming, ondersteuning, toegang tot het recht en schadevergoeding en herstel) die de Commissie daarbij als leidraad neemt onderschrijven. De concrete voorstellen zijn erg gedetailleerd en vragen nadere bestudering, maar wel wees de staatssecretaris op het hoge ambitieniveau van de voorstellen. Het is de vraag, welk ambitieniveau haalbaar is, omdat is gebleken dat het Kaderbesluit inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure uit 2001 nog onvoldoende is geïmplementeerd. De staatssecretaris achtte ook flankerende maatregelen van belang. Hij vroeg op welke termijn de Commissie een gedetailleerd tijdpad zal presenteren, wees op het belang van compensatie door de dader en op het belang van consistente wetgeving: de voorstellen voor een strafrechtelijk Europees beschermingsbevel en een civielrechtelijk Europees beschermingsbevel moeten goed op elkaar aansluiten.

Diverse lidstaten wezen op het belang van een juiste balans tussen de rechten van verdachten en slachtoffers. Zij wilden de routekaart in een bredere context bezien, omdat het van belang is voldoende middelen te behouden voor de bestrijding van criminaliteit. Die bestrijding is immers ook in het belang van slachtoffers. Brede steun bestond voor het uitgangspunt dat slachtoffers in alle lidstaten een rol krijgen in het strafproces. Slachtofferbescherming is in veel lidstaten een prioriteit. De Commissie constateerde dan ook een groot draagvlak voor de voorstellen.

Het standpunt van het kabinet over het slachtofferpakket zal zoals gebruikelijk worden neergelegd in een BNC-fiche dat aan uw Kamer zal worden toegezonden.

27. e-Justice

  • Stand van zaken – voortgangsrapportage

De raadswerkgroep eLaw (e-Justice) heeft een voortgangsrapportage opgesteld waarin de stand van zaken en de plannen op het terrein van European e-Justice wordt weergegeven. Voor het Hongaarse Voorzitterschap is dit onderwerp een speerpunt geweest, getuige bijvoorbeeld de werkzaamheden van het e-CODEX project. Het e-CODEX is in januari 2011 gestart. Het richt zich met name op het verbeteren van de toegang van burgers en bedrijven tot grensoverschrijdende informatie op het gebied van e-Justice en het verbeteren van de interoperabiliteit van de verschillende justitiële autoriteiten in de EU-lidstaten. Voorts heeft het Voorzitterschap op 14–15 april jl. een conferentie gehouden over het e-Justice beleid. De conferentie richtte zich vooral op de samenwerking met juridische beroepsbeoefenaren (zoals notarissen), de interconnectiviteit van databases op het gebied van tolken en vertalers en het e-CODEX project.

De Commissie wees nog op het belang van het vergroten van interconnectiviteit, in het bijzonder van faillissementsregisters. Tijdens het Hongaarse Voorzitterschap zijn er met betrekking tot elektronische registers (faillissementsregisters, bedrijvenregisters en registers met kadastrale gegevens) voorbereidingen getroffen om de interconnectiviteit van deze registers te vergroten, bijvoorbeeld door het realiseren van een zoekfaciliteit op het e-Justice portaal. Inzake de faillissementsregisters heeft de Commissie een contract opgesteld met een beschrijving van o.a. de interface specificaties (de daadwerkelijke realisatie is voorzien in 2012). Ook vindt op dit moment een discussie plaats over de interconnectiviteit van bedrijvenregisters. De Commissie financiert gedeeltelijk het LINE project (Land Register Information for Europe) dat moet voorzien in een nieuw platform voor de interconnectiviteit van landregisters van de lidstaten. Dit platform zal in het begin van 2012 operationeel zijn en de verwachting is dat in de loop van 2012 deze functionaliteit kan worden geïntegreerd in het e-Justice portaal. De belangrijkste voordelen voor interconnectiviteit van de verschillende registers is gelegen in het feit dat gebruikers in de verschillende lidstaten de mogelijkheid zullen krijgen om via een zoekmechanisme op het e-Justice portaal de registers van de verschillende lidstaten te kunnen raadplegen. Dit is met name van belang voor de grensoverschrijdende handel, waarbij op een relatief eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in (de liquiditeit en solvabiliteit van) bedrijven, uitgesproken faillissementen tegen rechts- en natuurlijke personen en informatie over roerend en onroerend goed (inclusief kadastrale informatie). Met name het laatste punt kan bijvoorbeeld van belang zijn bij de aan- of verkoop van een woning in één van de lidstaten.

Nederland is een groot voorstander van de uitvoering van het Europese e-Justice programma. Nederland neemt actief deel aan verschillende deelprojecten van het e-Justice programma, zoals het e-CODEX project en het project rond de interconnectiviteit van faillissementsregisters.

28. Toetreding van de Europese Unie tot het Europees verdrag voor de rechten van de mens

  • Stand van zaken

Het Voorzitterschap wees op de verplichting tot toetreding van de EU tot het Europees verdrag voor de rechten van de mens, zoals vastgelegd in artikel 6 VEU. Er hebben tot nu toe zeven bijeenkomsten plaatsgevonden in Straatsburg van een informele expertwerkgroep. In juni vindt de laatste expertbijeenkomst plaats, waarin de technische voorbereidingen voor het toetredingsakkoord kunnen worden afgerond. Het Voorzitterschap sprak de hoop uit dat onder het aanstaande Poolse Voorzitterschap overeenstemming wordt bereikt over de EU-interne regels ter uitwerking van het toetredingsakkoord. Over deze interne regels en het toetredingsakkoord moet volgens het Voorzitterschap parallel worden onderhandeld.

Commissaris Reding gaf aan dat de onderhandelingen bijna kunnen worden afgerond. Zij zal te zijner tijd gebruik maken van de mogelijkheid om het Europese Hof van Justitie advies te vragen over de verenigbaarheid van de toetredingsmodaliteiten met de EU-verdragen (conform artikel 218 lid 11 VWEU).

Het Verenigd Koninkrijk, dat binnenkort het voorzitterschap van de Raad van Europa op zich neemt, wees op het belang parallel met de toetredingsovereenkomst over de interne regels te onderhandelen en vroeg de commissaris wanneer de concept-interne regels worden voorgelegd. Staatssecretaris Teeven sloot zich namens Nederland hierbij aan. Voor Nederland vormen de interne regels een totaalpakket met de toetredingsovereenkomst. Goedkeuring van het toetredingsakkoord is alleen mogelijk als ook de interne regels akkoord zijn. Met name de interne regels met betrekking tot de voorafgaande betrokkenheid van het Hof van Justitie EU in de procedure in Straatsburg zijn van belang.

In haar reactie gaf commissaris Reding aan eerst overeenstemming te willen bereiken over het toetredingsakkoord in Straatsburg. Pas daarna zal een officieel voorstel voor interne regels worden gepresenteerd.

29. Mededeling over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie door het strafrecht en door administratieve onderzoeken

  • Presentatie door de Commissie

Commissaris Reding presenteerde de mededeling van de Commissie van 26 mei jl. over de bescherming van de financiële belangen van de EU door het strafrecht en door administratieve onderzoeken. De mededeling is een gezamenlijk beleidsstuk van de commissarissen Reding en Šemeta (Fiscaliteit en Douane). In essentie bepleit de mededeling

  • 1) een verbetering van de onderlinge relatie tussen administratieve onderzoek naar EU-fraude (de onderzoeksactiviteiten van OLAF, het fraudebestrijdingsbureau van de Commissie) en strafrechtelijke (vervolg)procedures in de lidstaten;

  • 2) versterking van het materieelstrafrechtelijke kader; en

  • 3) een verdieping van het institutionele kader.

In haar korte presentatie merkte commissaris Reding met betrekking tot het derde punt op dat het Verdrag van Lissabon voorziet in de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie. Op dit moment is volgens haar echter enkel nog een versterking van de rol van Eurojust op het punt van de bestrijding van fraude aan de orde.

Het standpunt van het kabinet zal zoals gebruikelijk worden neergelegd in een BNC-fiche dat aan uw Kamer zal worden toegezonden.

30. Conferentie van Missing Children Europe op 25–26 mei 2011

  • Informatiepunt

Op 25–26 mei jl. heeft het Hongaars voorzitterschap samen met de Europese Commissie en de NGO Missing Children Europe een conferentie georganiseerd over vermiste kinderen. Doel van de conferentie was om aandacht te geven aan de vermiste kinderen op de Internationale dag van het vermiste kind en de lidstaten aan te moedigen om de Europese hotline 116 000 operationeel te maken.

Met de aanname van een telecomregeling in november 2009 moeten alle lidstaten per 25 mei 2011 een 116 000 nummer operationeel hebben. Tot nu toe hebben acht lidstaten een child alert systeem werken. Vijftien lidstaten hebben een operationele 116 000 hotline.

Tijdens de conferentie heeft commissaris Kroes (Digitale Agenda) voorgesteld dat er een applicatie voor smartphones zou moeten komen en dat het nummer 116 000 op simkaarten zou moeten worden voorgeprogrammeerd.

Tijdens de Raad wees het Voorzitterschap op het belang van het operationeel maken Europese hotline. Het riep de lidstaten die dit nog niet gedaan hebben op tot onmiddellijke implementatie. Commissaris Reding sloot zich hierbij aan en achtte de morele deadline al lang gepasseerd. Er komt mogelijk een voorstel van de Commissie voor een extra wetgevend instrument om de inzet van de hotline verder te bevorderen. De Commissie dreigde maatregelen op te nemen tegen lidstaten die deze hotline niet invoeren.

Nederland behoort tot de lidstaten die een zgn. child alert systeem hebben (amber alert, operationeel via het Landelijk Bureau voor Vermiste Personen). Nederland behoort ook tot de lidstaten waar de hotline 116 000 operationeel is (operationeel door het Centrum voor Internationale Kinderontvoeringen).

31. Diversen

a. Presentatie van het project «Police Equal Performance»

Oostenrijk deed de Raad mededeling van het project «Police Equal Performance». Dit project beoogt te komen tot een nieuwe operationele aanpak in de samenwerking tussen de lidstaten en de Westelijke Balkan bij de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Het voorstel heeft een duidelijke link met de beleidscyclus georganiseerde criminaliteit. Een door een kleine werkgroep van geïnteresseerde lidstaten uit te werken voorstel zal worden gepresenteerd in het Comité voor Interne Veiligheid (COSI).

b. Conferentie van ministers van landen op de Westelijke Balkan

Slovenië bracht verslag uit van de conferentie van ministers van landen op de Westelijke Balkan over criminaliteitsbestrijding en juridische samenwerking. Er zal extra aandacht zijn voor confiscatie van crimineel verkregen tegoeden. Op initiatief van de Servische minister van Justitie zal er meer aandacht komen voor civielrechtelijke samenwerking met kandidaat-lidstaten.

c. Netwerk voor samenwerking op wetgevingsgebied

Duitsland informeerde de Raad dat het nu als laatste lidstaat ook is aangesloten bij het netwerk voor samenwerking op wetgevingsgebied.

d. Presentatie van de prioriteiten van het Poolse Voorzitterschap

Polen presenteerde de volgende prioriteiten van het inkomende Poolse Voorzitterschap:

  • aanvulling van het drugspact met synthetische drugs;

  • naast Noord-Afrika en Mediterrane landen ook aandacht voor de Oostelijke regio: het Oostelijk Partnerschap programma, bijvoorbeeld op het punt van georganiseerde misdaad en mensenhandel;

  • civiele bescherming met nadruk op gehandicapten bij evacuatieplannen en hulpverlening;

  • op het terrein van de civielrechtelijke samenwerking afronding van de erfrechtverordening, overeenstemming op de hoofdpunten van Brussel I en het Europees contractenrecht;

  • op het terrein van de strafrechtelijke samenwerking wat betreft het slachtofferpakket afronding van het strafrechtelijke beschermingsbevel en voorts overeenstemming over het recht op toegang tot een raadsman in strafprocedures.

Gemengd Comité

32. SIS II

  • Stand van zaken

Het Voorzitterschap gaf aan dat in april een eerste groep van vijf lidstaten van start is gegaan met «compliance tests». Commissaris Malmström voegde daaraan toe dat één lidstaat enige vertraging heeft opgelopen. Zij riep deze lidstaat op vaart te maken om te voorkomen dat de kalender in gevaar zou kunnen worden gebracht.

33. Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht

Zie agendapunt 15 van het verslag.


X Noot
1

Het back-upcentrum voor bestaande en nieuwe IT-systemen is gevestigd in Sankt Johann im Pongau (Oostenrijk). Hiermee kan ervoor worden gezorgd dat een falend IT-systeem operationeel blijft.

X Noot
2

Besmette computers die op afstand, zonder medeweten van hun gebruikers, worden ingezet om een grootschalige cyberaanval uit te voeren.

X Noot
3

De stemming in de LIBE-commissie zou plaatsvinden op 15 juni jl., maar is uitgesteld.