Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632317 nr. 377

32 317 JBZ-Raad

Nr. 377 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2015

Hierbij bieden wij u het verslag aan van de extra Raad Justitie en Binnenlandse Zaken gehouden in Brussel op 3 en 4 december 2015.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff

Verslag van de bijeenkomst van het Gemengd Comité en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 3 en 4 december 2015 te Brussel

Belangrijkste resultaten

Binnenlandse Zaken / Immigratie en Asiel

Maatregelen migratiecrisis

De Raad werd geïnformeerd over de voortgang van de genomen maatregelen om de migratiecrisis beter te beheersen. De situatie in Italië en Griekenland ten aanzien van de implementatie van afspraken is aan het verbeteren, maar nog niet voldoende.

Functioneren Schengenruimte

De Raad onderstreepte het belang van het behoud van Schengen. Om dat te bereiken is er een noodzaak tot versterking van de buitengrenzen, betere terugkeer en verdergaande samenwerking met derde landen.

Veiligheid en Justitie

Europees OM: De Raad gaf in ruime mate steun aan de gedeeltelijke algemene oriëntatie. Nederland heeft aangeven in deze fase van de onderhandelingen niet te kunnen instemmen met de gedeeltelijke algemene oriëntatie.

Huwelijksvermogensrecht: Op twee lidstaten na, konden alle deelnemende lidstaten het voorgelegde compromis accepteren. De Raad kwam dus niet tot een unanimiteitsoordeel. Sommige lidstaten hebben de wens geuit om verder te gaan met versterkte samenwerking op basis van de in de Raad voorliggende tekst.

Dataretentie: De lidstaten zijn verdeeld over de vraag of er wel of geen nieuwe EU-wetgeving over dataretentie moet komen.

EU-PNR: De Raad is akkoord gegaan met het compromis dat is voorgesteld door het Europees parlement. De Raad stemde in met de zes-maanden initiële bewaartermijn. Tijdens de lunch hebben de Ministers gesproken over een Verklaring over de toepassing van EU-PNR op intra-EU vluchten, inclusief de toepassing van EU-PNR op touroperators en reisbureaus, en hiervoor een tekst opgesteld.

Europol-verordening: op 26 november is een politiek akkoord bereikt over de Europol-verordening.

Terrorismebestrijding: het overgrote deel van de lidstaten noemde betere informatie-uitwisseling, regelgeving omtrent vuurwapens, bestrijding van de financiering van terrorisme en controles aan de EU-buitengrenzen als prioriteiten bij de bestrijding van terrorisme.

Verordening openbare akten: de Raad is akkoord gegaan met het in de triloog bereikte compromis over de verordening ter bevordering van het vrije verkeer van burgers en bedrijven door vereenvoudigde aanvaarding van bepaalde openbare akten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012.

I. Gemengd Comité

1. Migratie

= stand van zaken en opvolging genomen maatregelen

= toekomstige acties

= integriteit van de Schengenruimte

In het Gemengd Comité lichtte de Europese Commissie enkele van de genomen maatregelen toe om de migratiecrisis te beheersen.

Situatie Italië en Griekenland

De Europese Commissie heeft twee operationele teams ingezet om Italië en Griekenland te ondersteunen op dagelijkse basis. De eerste hotspot in Italië is operationeel, maar de opening van de andere hotspots laat nog op zich wachten. Italië kondigde de opening van de tweede hotspot aan, maar gaf tegelijkertijd aan dat het herplaatsingsmechanisme nog niet goed functioneert. In Griekenland wordt de hotspotaanpak geïmplementeerd in Lesbos. Eind 2015 zouden de hotspots op Chios en Kos klaar moeten zijn. EASO is met Griekenland overeengekomen om ambtenaren in te zetten op de Griekse eilanden, zodat aanvragen adequater kunnen worden afgehandeld. Griekenland is desalniettemin van mening dat het te weinig steun ontvangt van de andere Lidstaten, met name voor wat betreft personele ondersteuning.

De herplaatsing vanuit deze hotspots moet beter worden gestroomlijnd en de verzoeken moeten sneller worden ingevuld. Vanuit Italië zullen in december nog 100 kandidaten voor herplaatsing worden gepland. Het IOM probeert vanuit Griekenland nog 60 kandidaten voor herplaatsing in te plannen voor december.

Griekenland heeft het mechanisme voor civiele bescherming van de Unie ingeroepen, dat gebaseerd is op vrijwillige bijdragen door lidstaten. Doel van dit mechanisme is het ondersteunen, coördineren en aanvullen van eigen initiatieven van lidstaten op het gebied van burgerbescherming in geval van natuurrampen, rampen door menselijk toedoen of acute noodsituaties in het algemeen zoals nu in Griekenland. Daarnaast heeft Griekenland verzocht om de inzet van Rapid Border Intervention Teams (RABITs) en heeft het lidstaten gevraagd om hieraan bij te dragen. Frontex zal nu met Griekenland afspraken maken over de tenuitvoerlegging. Daarnaast zal er een Frontex-operatie aan de Grieks-Macedonische grens worden opgestart, om bij te dragen aan de registratie van migranten. Het Voorzitterschap vraagt de steun van alle lidstaten om daarnaast de terugkeeroperaties vanuit Griekenland te laten slagen. Tot nu toe is er te weinig aandacht voor terugkeer vanuit de hotspots. Daarnaast beloofde Griekenland beterschap voor wat betreft de registratie van migranten, maar wijt dit ook aan technologische ongemakken en de grootte van de instroom.

De Europese Commissie zal op 15 december a.s. verslag uitbrengen van de stand van zaken van de hotspots.

Verschillende lidstaten verwelkomen de voortgang die wordt geboekt door Italië en Griekenland, maar merken tevens op dat dit nog niet voldoende is. Sommige lidstaten koppelen de ervaringen met de tenuitvoerlegging van de hotspots en herplaatsing aan het voorstel voor een permanent crisisherplaatsingsmechanisme.

Externe dimensie

De Europese Commissie werkt aan de follow-up van de EU-Turkije Top en zal over de tenuitvoerlegging van het actieplan medio december verslag uitbrengen. Tevens wees de Europese Commissie op positieve gesprekken met Pakistan over de uitvoering van de terug- en overnameovereenkomst, maar dat in de opvolgende technische bijeenkomsten alsnog problemen werden opgeworpen. Bij een terugkeervlucht van Athene naar Pakistan begin december is maar een deel van de kandidaten voor terugkeer geaccepteerd. Op 12 januari 2016 zal een Gemengd Comité overname plaatsvinden met Pakistan, waarin opnieuw wordt gesproken over de uitvoering van de terug- en overnameovereenkomst. De Europese Commissie benadrukte in dit kader de noodzaak van een geïntegreerde benadering.

Integriteit Schengenruimte

De Raad wijdde een uitgebreide discussie aan de huidige stand van zaken en de toekomst van Schengen. De nadruk lag in het debat op de noodzaak om op voortvarende wijze, aantoonbaar en resultaatgericht invulling te geven aan effectief beheer van buitengrenzen. De landen bevestigden aan elkaar om, in het geval van het tijdelijk instellen van controles aan de binnengrenzen, de procedures voor informatiedeling hieromtrent volledig na te leven. Daarnaast moet de Commissie overwegen om, in het geval van aanhoudende ernstige gebreken met betrekking tot de controles aan de buitengrenzen, een voorstel voor een aanbeveling aan de Raad te doen in overeenstemming met artikel 26 Schengengrenscode. Bovendien is door landen aan de Schengen-buitengrenzen aangegeven welke verdergaande stappen gezet worden bij het beheer van die buitengrenzen. Onder die stappen vallen ook verdergaande samenwerking met Frontex en buurlanden alsmede het inzetten van Europese instrumenten zoals de RABITs. Andere Schengen- en EU-partners hebben aangegeven verder te werken aan samenwerking, de implementatie van gemaakte afspraken en informatiedeling. Daarnaast werd bij herhaling aangegeven dat bij de komende voorstellen voor versterkt grensbeheer en wetgeving rondom de uitbreiding van het mandaat van Frontex de noodzaak bestaat tot verdergaande stappen in het vormgeven van gezamenlijk beheer van de buitengrenzen, inclusief adequate instrumenten om dat te borgen wanneer dit beheer van de buitengrenzen tekortschiet. Deze voorstellen zullen op 15 december a.s. worden gepresenteerd.

Nederland heeft in de discussie aangegeven dat het hecht aan een gezamenlijke inzet met alle 26 Schengenlanden en alle lidstaten van de Europese Unie. Daarbij is ook gewezen op de noodzaak dat alle landen hun verantwoordelijkheid nemen en invulling geven aan de gemaakte afspraken. Die noodzaak is er om de verworvenheden van Schengen te behouden en om te voorkomen dat de toepassing van Schengen verder onder druk komt te staan.

Op basis van de discussie concludeerden het Voorzitterschap en de Europese Commissie dat verhoogde aandacht nodig is voor het adequate beheer van de buitengrenzen. Als prioriteit daarbij is nadruk gelegd op de implementatie van bestaande afspraken en verplichtingen. Daarnaast zullen de komende voorstellen van de Commissie over grenzen, Frontex en over de Dublin-verordening rekening houden met de inbreng uit de Raad. De Commissie zal een en ander actief monitoren in de komende periode, en betrekken bij komende voorstellen.

2. Diversen

= stand van zaken wetgevende voorstellen

= informatie van Estland over grensbewaking

Zie onder II.

II. Binnenlandse Zaken / Immigratie en Asiel

Raad – wetgevende besprekingen

3. Voorstel voor een verordening van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van een crisisherplaatsingsmechanisme en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend

= informatie over stand van zaken

Ten aanzien van het voorstel voor een permanent crisisherplaatsingsmechanisme bevestigden de lidstaten dat de besprekingen over het voorstel doorgang zullen blijven vinden, ondanks de oppositie van een aantal lidstaten dat van mening is dat het tijdelijke herplaatsingssysteem eerst geëvalueerd dient te worden. Het Comité van de Regio heeft daarnaast bepaald dat het geen advies zal uitbrengen over dit voorstel. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft nog geen advies gegeven. Het verzoek van Zweden om ook te kunnen putten uit de 54.000 reserveplekken uit het herplaatsingsbesluit van 22 september 2015, werd positief ontvangen door de Europese Commissie en het Voorzitterschap. De Commissie zal hiervoor een voorstel doen.

4. Voorstel voor een verordening van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst voor de toepassing van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, en tot wijziging van Richtlijn 2013/32/EU

= informatie over stand van zaken

Het Voorzitterschap meldde dat op de behandeling van het voorstel voor een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst nog onvoldoende voortgang is geboekt. Het Comité van de Regio heeft daarnaast bepaald dat het geen advies zal uitbrengen over dit voorstel. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft nog geen advies gegeven.

5. Richtlijn inzake de voorwaarden voor toelating en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op onderzoek, studie, scholierenuitwisseling, betaalde en onbetaalde stage, vrijwilligerswerk en au pairs

= politiek akkoord

Het Voorzitterschap maakte melding van het bereikte politieke akkoord met het Europees parlement ten aanzien van het voorstel voor een richtlijn inzake de voorwaarden voor toelating en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op onderzoek, studie, scholierenuitwisseling, betaalde en onbetaalde stage, vrijwilligerswerk en au pairs. Nadat de verschillende taalversies juridisch-technisch op elkaar zijn afgestemd, zal de tekst formeel worden vastgesteld en gepubliceerd.

Raad – niet wetgevende besprekingen

6. Diversen
a. Ministeriële top EU-VS d.d. 13 november 2015

= informatie van het Voorzitterschap

Het Voorzitterschap gaf een terugkoppeling op hoofdlijnen van de Ministeriële bijeenkomst op 13 november jl. Er waren geen interventies van lidstaten.

b. Ministerieel Forum EU – Westelijke Balkan d.d. 7–8 december 2015

= informatie van het Voorzitterschap

Het Voorzitterschap gaf een toelichting op het komende Ministerieel Forum Westelijke Balkan op 7 en 8 december 2015.

c. Valetta-top d.d. 11-12 november 2015

= informatie van het Voorzitterschap

Het Voorzitterschap maakte kort melding van de uitkomsten van de Valletta Top.

d. Informatie van Denemarken over het Deens referendum d.d. 3 december 2015

Denemarken deed verslag van de uitkomst van het referendum over de opt-out dat gisteren in Denemarken is gehouden. Het komt erop neer dat Denemarken de huidige positie op JBZ-terrein behoudt. Denemarken verzocht de lidstaten en de EU-instellingen mee te denken welke opties mogelijk zijn. De Commissie gaf aan bereid te zijn om met Denemarken te denken over de manieren van samenwerking op JBZ-terrein.

e. Programma inkomend Nederlands EU-Voorzitterschap

= informatie van de Nederlandse delegatie

De Minister gaf een presentatie namens het inkomend Nederlands EU-Voorzitterschap. Hij stipte kort het Trioprogramma aan, de implementatie van de EU-Veiligheidsstrategie en de Migratieagenda. De onderwerpen migratie en contraterrorisme zullen tijdens het Nederlandse voorzitterschap bovenaan de agenda staan. Nederland zal uiteraard de lopende wetgevingsagenda ter hand nemen. Nederland zal zich onder meer focussen op cybercrime en -security.

III. Veiligheid en Justitie, Grondrechten en Burgerschap

Raad – wetgevende besprekingen

7. Voorstel voor een richtlijn voor het gebruik van passagiersgegevens voor de preventie, detectie, het onderzoek en vervolging van terroristische daden en zware criminaliteit (Europees PNR)

= stand van zaken

Het Voorzitterschap deelde mede dat de recente onderhandelingen met het EP over het voorstel voor een richtlijn over een Europees PNR tot de volgende compromissen hebben geleid: 1) Wat betreft de reikwijdte van de richtlijn: gebruik van passagiersgegevens zal mogelijk zijn voor een beperkte lijst van delicten, en niet alleen voor grensoverschrijdende misdrijven, zoals het EP graag wilde. 2) Non-carrier economic operators (NCEO’s, te weten touroperators en reisbureaus) zijn niet opgenomen in de richtlijn. 3) Ten aanzien van de initiële bewaartermijn accepteert het EP niet meer dan zes maanden. In het PNR-akkoord met de VS uit 2011 is dit overigens ook de overeengekomen termijn, aldus het Voorzitterschap. 4) Wat betreft de toegang tot data: de toegang tot gemaskeerde data is eenvoudiger geworden. 5) Er komt een niet-verplichte optie voor lidstaten om PNR op EU-interne vluchten toe te passen.

De Commissie stelde dat het nu het moment is om met het EP tot een akkoord te komen. Het resultaat is gebalanceerd en gebaseerd op effectiviteit en proportionaliteit.

De Minister stemde namens Nederland in met het voorliggende compromisvoorstel. Hij stelde dat het voorstel een duidelijke meerwaarde heeft voor de veiligheid in de EU en dat EU-PNR een belangrijk instrument is om de georganiseerde misdaad en het terrorisme aan te pakken. Het is van belang hierbij hoge standaarden van gegevensbescherming in acht te nemen. Hierbij is proportionaliteit van belang.

De twee andere lidstaten die intervenieerden gaven ook aan dat een akkoord over EU-PNR van cruciaal belang is voor de aanpak van het terrorisme binnen de EU. Zij benadrukten dat het belangrijk is dat ook EU-interne vluchten onder de Richtlijn vallen. Het is, nu het compromis niet uitgaat van een verplichting op dat punt, volgens die lidstaten van belang te erkennen dat hier door de lidstaten en met andere actoren moet worden samengewerkt. Een van deze lidstaten gaf tot slot de Raad in overweging om een verklaring af te geven waarin de lidstaten aangeven dat zij EU-PNR ook willen toepassen op deze interne vluchten.

Het Voorzitterschap concludeerde dat de Raad akkoord kan gaan met het voorliggende compromisvoorstel. Tijdens de lunch hebben de Ministers een Verklaring aangenomen over de toepassing van EU-PNR op intra-EU vluchten, inclusief de toepassing van EU-PNR op NCEO’s, en hiervoor een tekst opgesteld. Om gezamenlijk invulling te geven aan de compromisvoorstellen op deze punten, heeft de Raad in de eerder genoemde verklaring zich gecommitteerd de richtlijn ook van toepassing te laten zijn op intra-EU verkeer en bij nationale implementatie zelf de toepassing op NCEO’s te zullen borgen. Bij de gezamenlijke verklaring wees de Minister er op dat de afspraken over niet verplichte onderdelen in de richtlijn onder voorbehoud van nationale parlementaire procedures zullen zijn.

8. Voorstel voor een verordening van het Europees parlement en de Raad betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking en opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot intrekking van Besluiten 2009/371/JBZ en 2005/681/JBZ

= politiek akkoord

Het Voorzitterschap deelde mede dat op 26 november jl. een politiek akkoord is bereikt over de Europol-verordening.

De Commissie gaf aan nog met een verklaring te zullen komen over kwesties betreffende governance en gegevensbescherming.

9. Voorstel voor een Verordening van het Europees parlement en de Raad ter bevordering van het vrije verkeer van burgers en bedrijven door vereenvoudigde aanvaarding van bepaalde openbare akten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

= politiek akkoord

Het Voorzitterschap lichtte toe dat het JURI-Comité van het Europees parlement akkoord is gegaan met het voorstel. Ook Coreper heeft ermee ingestemd. De tekst zal nu voor de juridische-linguïstische toets in aanmerking komen. De Commissie feliciteerde het Voorzitterschap met het resultaat en sprak de hoop uit dat de richtlijn zo spoedig mogelijk in werking zal treden.

Het Voorzitterschap concludeerde dat de Raad akkoord kan gaan met het in de triloog bereikte compromis.

10. Voorstel voor een richtlijn van het Europees parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt

= stand van zaken

Het Voorzitterschap beschreef de stand van zaken in de onderhandelingen over de PIF-richtlijn, conform de beschrijving in het document dat aan de JBZ-Raad is voorgelegd (14281/15). Het heeft in dit document ook de mogelijke vervolgstappen beschreven, die bestaan uit (1) het verduidelijken van aard en omvang van btw-fraude, (2) bezien of, en zo ja hoe btw-fraude onder de reikwijdte van de PIF-richtlijn kan worden gebracht, en (3) beantwoording van de vraag of de nationale autoriteiten of het Europees Openbaar Ministerie bevoegd zou(den) moeten zijn bij de vervolging van btw-fraude. De Commissie riep de Raad op om verantwoordelijkheid te nemen na de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak «Taricco» en te voorzien in een regeling ter zake btw-fraude in de PIF-richtlijn. De Commissie riep het inkomende Nederlandse Voorzitterschap op om de onderhandelingen in de Raad voort te zetten. Het document van het Voorzitterschap werd zonder discussie door de Raad aanvaard.

11. Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM)

= gedeeltelijke algemene oriëntatie

Het Voorzitterschap leidde de discussie in en gaf een beschrijving van de stand van zaken. Het gaf daarbij aan dat het streefde naar een gedeeltelijke algemene benadering ten aanzien van het voorliggende pakket aan bepalingen, zijnde een onderling samenhangend pakket bestaande uit de artikelen 17, 19, 20, 22a en 28a (2a, 2b en 2c) en de individuele artikelen 18, 22 en 23. Het Voorzitterschap wees op het feit dat er de afgelopen periode ook is gesproken over de mogelijke rol van het Hof van Justitie bij de toetsing van bepaalde beslissingen van het EOM (artikel 36). Deze discussie vergde evenwel meer tijd en om die reden heeft het Voorzitterschap artikel 36 uit het aan de Raad voorgelegde pakket gelicht. Met betrekking tot het voorliggende pakket wees het Voorzitterschap op het feit dat sprake is van een uiterst delicaat compromis. Het Voorzitterschap gaf aan dat wijziging van de tekst het bereikte evenwicht zal verstoren. Ten slotte wees het Voorzitterschap op het caveat dat de voorliggende tekst op een later moment nog in samenhang met andere onderdelen van de ontwerpverordening zal moeten worden bezien.

De Commissie gaf aan nog een aantal zorgen te hebben bij de voorliggende tekst. Volgens de Commissie wordt de bevoegdheid van het EOM te zeer uitgehold. Met name op twee punten pleitte de Commissie om die reden voor wijziging van de tekst: 1) het EOM moet bevoegd zijn voor «ancillary offences» als het strafmaximum voor het PIF-delict en het niet-PIF-delict gelijk is, en 2) de informatieverplichting van nationale autoriteiten aan het EOM (artikel 19, vijfde lid) moet verder worden opgetuigd om het EOM beter in staat te stellen zijn bevoegdheid te claimen.

Met betrekking tot de rol van het Hof van Justitie stelde de Commissie zich op het standpunt dat die zeer beperkt moet blijven. Volgens de Commissie is de nationale rechter veel beter gepositioneerd om beslissingen van het EOM te toetsen. Alleen bij bevoegdheidsconflicten tussen nationale autoriteiten en het EOM (artikel 20, vijfde lid) voorziet de Commissie een rol voor het Hof van Justitie.

De meeste lidstaten gaven steun aan de voorliggende tekst. Daarbij wees een aantal lidstaten op het feit dat het belangrijk is dat wordt opgemerkt in de voetnoot bij artikel 17 (1) dat de PIF-richtlijn nog niet is uitonderhandeld en dat op een later moment nog naar deze bepaling moet worden gekeken, waarbij een lidstaat nog wees op het belang van de praktische werkbaarheid van een eventuele bevoegdheid van het EOM ter zake btw-fraude en een andere lidstaat aangaf niet akkoord te gaan met een gedeeltelijke algemene benadering, voordat de onderhandelingen over de PIF-richtlijn zijn afgerond.

Enkele lidstaten spraken de zorg uit dat het huidige voorstel de bevoegdheid van het EOM in hun ogen te zeer beperkt en dat het ambitieniveau te veel verwaterd raakt. Verscheidene lidstaten riepen het inkomende Nederlandse Voorzitterschap op de werkzaamheden aan het dossier te vervolgen op dezelfde wijze als het huidige Voorzitterschap.

De Minister gaf namens Nederland aan als inkomend Voorzitter de werkzaamheden aan het dossier consciëntieus en als eerlijke makelaar te zullen voortzetten. Hij tekende daarbij aan dat er nog veel werk is te verzetten. Hij meldde tenslotte dat Nederland niet in een positie is om in dit stadium een gedeeltelijke algemene benadering te aanvaarden.

Het Voorzitterschap rondde de discussie af met de vaststelling dat er in ruime mate steun is voor de voorliggende tekst, maar dat er ook lidstaten zijn – waaronder Nederland – die niet in een positie zijn om in te stemmen. Volgens het Voorzitterschap zit de Raad dicht tegen een gedeeltelijke algemene benadering ten aanzien van de voorliggende bepalingen aan, maar zal op een later moment in de onderhandelingen nog eens – in onderlinge samenhang met andere onderdelen van de ontwerpverordening – naar de tekst moeten worden gekeken. Hij wenste het inkomende Nederlandse Voorzitterschap veel succes met het vervolg van de werkzaamheden.

12. Voorstel voor een verordening betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van huwelijksvermogensrechtstelsels

= aanneming

13. Voorstel voor een verordening betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van de vermogensrechtelijke gevolgen van geregistreerde partnerschappen

= aanneming

Het Voorzitterschap heeft (na 4,5 jaar onderhandelingen) compromisteksten voor beide verordeningen voorgelegd ter aanname door de Raad (waarvoor unanimiteit is vereist). Het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken doen niet mee aan deze verordeningen. Van de deelnemende lidstaten konden twee lidstaten de compromisteksten niet aanvaarden, dit tot grote teleurstelling van de Commissie en veel lidstaten. De meeste lidstaten stelden dat de twee verordeningen een pakket vormen en alleen tegelijk kunnen worden aangenomen. Het Voorzitterschap concludeert dat er onoverkomelijke moeilijkheden zijn en de Raad niet tot unanimiteit kan komen. De nagestreefde doelstellingen kunnen daarmee niet door de Unie in haar geheel worden verwezenlijkt.

De twee lidstaten die de compromisvoorstellen niet konden aanvaarden, gaven aan dat ze niet naar het Hof van Justitie zullen stappen in het geval de overige lidstaten verder zullen gaan op basis van versterkte samenwerking. Sommige lidstaten spraken zich expliciet uit vóór versterkte samenwerking. Enkele lidstaten gaven aan op dat punt bedenktijd nodig te hebben. Andere lidstaten lieten zich hier niet over uit. Twee lidstaten waren sceptisch over versterkte samenwerking.

De Commissie benadrukte dat zij aarzelingen heeft, maar in dit geval het instrument van versterkte samenwerking zou kunnen steunen, mits deze «zo breed mogelijk» is.

De Minister stelde namens Nederland dat, als het de kant van versterkte samenwerking opgaat, Nederland bereid is om die weg in te slaan op basis van de teksten die vandaag door het Voorzitterschap zijn voorgelegd.

Het Voorzitterschap concludeerde dat de voorliggende teksten als uitgangspunt kunnen gelden als het tot een versterkte samenwerking komt.

14. Diversen wetgevend

= informatie van het Voorzitterschap

Het Voorzitterschap informeerde de Raad over de stand van zaken van de onderhandelingen inzake de richtlijn procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure en het pakket over gegevensbescherming. Het riep de lidstaten op om steun te geven aan het pakket over gegevensbescherming en om te werken aan een gebalanceerd en toekomstbestendig kader. Het Voorzitterschap uitte de wens om het pakket over gegevensbescherming nog voor het eind van 2015 af te ronden.

Raad – niet wetgevende besprekingen

15. Hernieuwde interne EU-veiligheidsstrategie (2015-2020)

= algemeen debat over stand van zaken

Het Voorzitterschap gaf aan dat de implementatie van de Interne Veiligheid Strategie 2015 – 2020 een van de eigen prioriteiten was en constateerde dat op veel terreinen goede voortgang is geboekt. Het Voorzitterschap noemde in het bijzonder de vijf vastgestelde prioriteiten op het terrein van contra-terrorisme, de intensivering van de samenwerking tussen de rechtshandhavingsinstanties en de organisatie van de gezamenlijke actiedagen in het kader van de Beleidscyclus zware en georganiseerde criminaliteit. De laatste resultaten hiervan worden eind december 2015 bekend gemaakt. Als bereikte successen noemde het Voorzitterschap de Raadsconclusies over wapenhandel en het op basis daarvan gepresenteerde voorstel voor amendering van de bestaande Richtlijn, de regeling voor de deactivering van wapens en de start van het Europese Contra Terrorisme Centrum (ECTC) bij Europol op 1 januari 2016. Het Voorzitterschap gaf aan dat het inkomende Nederlandse Voorzitterschap samen met de trio-partners en de Commissie dit werk zal voortzetten op basis van het door Luxemburg gepresenteerde format.

16. Terrorismebestrijding

a. presentatie EU CTC

b. opvolging lopende maatregelen

= algemeen debat

De EU contra-terrorisme coördinator gaf een toelichting op het document 14734/15 waarbij het accent lag op het externe deel van dit rapport. De Raad Buitenlandse Zaken van 14 december 2015 zal aandacht besteden aan de bestrijding van de financiering van terrorisme, luchtvaart veiligheid en terugkeer van buitenlandse strijders.

Alle lidstaten gaven vervolgens aan dat voor de bestrijding van terrorisme in de EU, controles aan de EU-buitengrenzen, vuurwapenregelgeving en informatie-uitwisseling prioriteit hebben. Er werd ook aandacht gevraagd voor preventieve maatregelen tegen terrorisme en voor de interoperabiliteit van de informatiesystemen. Een andere prioriteit waarop werd gewezen was de aanpak van witwassen en de bestrijding van de financiering van terrorisme.

De Commissie stelde dat alle mogelijke en beschikbare middelen moeten worden ingezet om de controles aan de buitengrenzen te optimaliseren. De Commissie noemde in dat verband onder meer de volgende activiteiten: de voorbereiding van het wetsvoorstel voor de uitbreiding van ECRIS voor niet EU-onderdanen, het onlangs gepresenteerde voorstel voor herziening van de Vuurwapenwetgeving en het Actieplan voor illegale handel in wapens en explosieven. Ook uitwisseling van informatie over vuurwapens via SIS II en Europol is belangrijk. De Commissie wees ook op het belang van bestrijding van financiering van terrorisme, o.a. via het Platform van financial intelligence units (FIU’s), een snelle implementatie van de vierde anti-witwas richtlijn en het bezien van mogelijkheden voor het bevriezen van tegoeden van terroristen binnen de EU. Daarnaast wees de Commissie op het binnenkort te verschijnen Slimme Grenzen-pakket en de herziening van artikel 7 (2) van de Schengen Grenscode. Vervolgens wees de Commissie nog de aanpak van terrorisme via internet en in dat verband op de EU Referral Unit (EU IRU) alsook op het op 3 december 2015 geïnstalleerde EU IT-Forum. In de loop van 2016 is een assessment van de resultaten en voorstellen voor nieuwe acties voorzien.

De Minister deelde mede dat contra-terrorisme een van de uitdagingen voor het Nederlandse Voorzitterschap is. Tijdens het Nederlandse Voorzitterschap zal onder meer aandacht worden besteed aan onderhandelingen over de amendering van de Richtlijn Vuurwapens (COM(2015)750), luchtvaartveiligheid, bestrijding van financiering van terrorisme, verbetering van het gebruik van SIS II, uitbreiding van ECRIS met niet-EU onderdanen, buitenlandse strijders en preventie van extremisme/jihadisme. Bij de verdere ontwikkeling van deze onderwerpen zal voldoende aandacht besteed worden aan de bescherming van privacy. Een vrije en open maatschappij met bescherming van de EU-waarden en -normen, moet worden behouden. Tot slot deelde de Minister mede dat gelet op de migratiecrisis, alvast drie extra JBZ-Raden voor dit onderwerp zijn gereserveerd die eventueel ook – deels – voor terrorisme gerelateerde onderwerpen kunnen worden gebruikt.

17. Migratie crisis: aspecten van de justitiële samenwerking en de strijd tegen vreemdelingenhaat

= follow-up

Commissaris Jourová zette uiteen welke activiteiten de Commissie op het gebied van justitiële samenwerking en de strijd tegen vreemdelingenhaat ontplooit. Zij wees onder meer op de high level working party on hate crime die beste praktijken op het terrein van onderzoek en vervolging van racisme en xenofobie zal opstellen. De Commissie heeft een budget van 5,4 miljoen euro vrijgemaakt voor programma’s die beste praktijken op dit terrein en de bescherming van slachtoffers versterken.

De president van Eurojust, mevrouw Coninsx, schetste de wijze waarop Eurojust bijdraagt aan de aanpak van mensensmokkel. Coninsx gaf aan zelf Griekenland te zullen bezoeken om daar te kijken hoe Eurojust kan bijdragen aan het functioneren van de hotspots (die zijn ingesteld om de migratiestromen te beheersen). Eurojust wil overigens toewerken naar een netwerk van voor de aanpak van mensensmokkel gespecialiseerde officieren van justitie. Ten slotte riep Eurojust op tot financiële steun van de Commissie om de rol van Eurojust bij de aanpak van mensensmokkel waar te kunnen maken.

Het Europees Justitieel Netwerk (EJN) lichtte een aantal relevante activiteiten toe, die allen verband houden met het opleiden van officieren van justitie en rechters op het terrein van asielrecht, bestrijding van racisme en xenofobie en aanpak mensensmokkel.

18. Effectief strafrecht in het digitale tijdperk/aanpak cybercrime: de benodigdheden

= stand van zaken

Het Voorzitterschap vroeg de lidstaten om op basis van het voorliggende raadsdocument aan te geven welke elementen zij als prioriteit beschouwen bij de aanpak van cybercrime. Het voorliggende document ging in op het onderwerp elektronisch bewijs en dan met name op de spanning tussen het territorialiteitsbeginsel en de grenzeloosheid van cyberspace als het gaat om elektronisch bewijs.

De Commissie noemde in het bijzonder adequate en snelle rechtshulp tussen de lidstaten als belangrijk element. Ook het voorstel met betrekking tot het Europees onderzoekbevel kan hierbij ondersteuning bieden. Een bijeenkomst over het Europees Opsporingsbevel is voorzien voor eind januari 2015 waar kennis en ervaring met dit instrument kan worden uitgewisseld. Het zou volgens de Commissie nuttig zijn als Internet Service Providers (ISP’s) verplicht zouden worden om samen te werken met de rechtshandhavingsautoriteiten.

Lidstaten wezen onder meer op de noodzaak van een nieuwe internationaal kader voor elektronisch bewijs, maar ook op het beter gebruik maken van bestaande instrumenten, nut en noodzaak van een netwerk van officieren van justitie, uitwisseling van best practices en de dialoog met ISP’s.

De Minister steunde namens Nederland het voorliggend document en zag het belang van alle genoemde elementen. De prioriteiten voor Nederland zijn o.a. de verbetering van de internationale samenwerking en jurisdictie. De Minister deelde mede dat het onderwerp strafrechtelijke samenwerking in cyberspace ook aan de orde zal komen tijdens de informele JBZ-Raad onder Nederlands Voorzitterschap.

19. Dataretentie

= algemeen debat

Het Voorzitterschap lichtte toe dat in voorliggend document 14677/15 een korte analyse is opgenomen van de situatie na de uitspraak van het Hof van Justitie. Het legde de lidstaten drie vragen voor, o.a. de vraag of de Commissie met een nieuw wetsvoorstel moet komen.

De Commissie gaf aan dat opslag van telecomdata na de uitspraak van het Hof van Justitie een nationale verantwoordelijkheid is geworden. De Commissie deelde mede niet met een nieuw wetsvoorstel te zullen komen. Nationale systemen blijven toegelaten maar dan wel in overeenstemming met de Hofuitspraak en in overeenstemming met de bepalingen van de Richtlijn e-privacy.

Een aantal lidstaten gaf aan voorstander te zijn van een nieuw EU-instrument. Een even groot aantal lidstaten vond het te vroeg voor een nieuw initiatief: analyses van de Hofuitspraak zijn nog steeds gaande en er zijn nog rechtszaken aanhangig bij het Hof van Justitie.

De Minister gaf namens Nederland aan dat hij ervan overtuigd is dat het bewaren van telecomdata nog steeds geoorloofd is na de uitspraak van het Hof van Justitie. Nederland is geen voorstander van gefragmenteerde nationale wetgevingen en pleit voor een nieuw EU-wetsvoorstel. Nederland deed verder het voorstel om een beleidsgroep in het leven te roepen tussen geïnteresseerde lidstaten om informatie en ideeën uit te wisselen over nationale wetgevingen en input te leveren voor een toekomstig EU-wetsvoorstel. Een aantal lidstaten steunde dit voorstel.

Het Voorzitterschap concludeerde dat de lidstaten van mening zijn dat het op dit moment juridisch niet onmogelijk is om telecomdata te bewaren. Wel moeten de waarborgen en proportionaliteit nageleefd worden. Het Voorzitterschap concludeerde dat een groot deel van de lidstaten vindt dat het prematuur is om met een nieuw EU-wetsvoorstel te komen en een even groot deel van de lidstaten de voorkeur heeft voor een nieuw EU-wetsvoorstel op korte termijn.

20. Diversen niet-wetgevend
a. Relatie EU-VS

– Ministeriële top EU-VS d.d. 13 november 2015

= informatie van het Voorzitterschap

Het Voorzitterschap gaf een terugkoppeling op hoofdlijnen van de Ministeriële bijeenkomst op 13 november jl. Er waren geen interventies van lidstaten.

– Hernieuwd kader voor transatlantische gegevensuitwisseling

= informatie van de Commissie

De Commissie uitte de hoop dat zij begin 2016 met een nieuwe regeling voor Safe Harbour zal kunnen komen.

b. Ministerieel Forum EU – Westelijke Balkan d.d. 7–8 december 2015

= informatie van het Voorzitterschap

Het Voorzitterschap gaf een toelichting op het komende Ministerieel Forum Westelijke Balkan op 7 en 8 december 2015.

c. Programma van het inkomende Nederlands EU-Voorzitterschap

= informatie van de Nederlandse delegatie

De Minister gaf een presentatie namens het inkomend Nederlands EU-Voorzitterschap. Hij stipte kort het Trioprogramma aan, de implementatie van de EU-Veiligheidsstrategie en de Migratieagenda. De onderwerpen migratie en contraterrorisme zullen tijdens het Nederlandse voorzitterschap bovenaan de agenda staan. Nederland zal uiteraard de lopende wetgevingsagenda ter hand nemen. Nederland zal zich onder meer focussen op cybercrime en -security.