Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2014
Afgelopen dinsdag 20 mei sprak ik tijdens het Algemeen Overleg (AO) over illegale
immigratie met uw Kamer onder meer over het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) zoals
dat wordt uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee (KMar), en het wederzijds overdragen
van illegale migranten tussen Nederland en Duitsland. Omdat deze onderwerpen complex
zijn, zet ik hieronder een en ander op een rij.
Het MTV maakt onderdeel uit van het (Nederlandse) binnenlands vreemdelingentoezicht
en heeft het tegengaan van illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit
tot doel. Op basis van de informatie afkomstig uit het MTV kan bijvoorbeeld gerichter
onderzoek worden uitgevoerd naar mensensmokkel. Het MTV heeft niet tot doel asielzoekers
te faciliteren noch te ontmoedigen. Een effect van het MTV kan echter wel zijn dat
migratieroutes zich verplaatsen. Dit geldt overigens voor elke vorm van toezicht.
In Duitsland wordt het tegengaan van illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit
uitgevoerd door de Bundespolizei, gebaseerd op de Duitse wetgeving. De kaders voor
het toezicht worden zowel in Nederland als in Duitsland bepaald door de Schengengrenscode.
Het toezicht mag immers niet hetzelfde effect hebben als grenscontrole.
Tussen de toezichthoudende autoriteiten zijn overeenkomsten, maar ook verschillen.
Te denken valt aan algemene verschillen zoals het feit dat de Bundespolizei tevens
spoorwegpolitie is, terwijl deze taak in Nederland is belegd bij de Nationale Politie
in plaats van bij de KMar. Ook zijn er specifieke verschillen zoals de verschillen
in bevoegdheden om te mogen fouilleren of voertuigen te doorzoeken. Als het gaat om
de bestrijding van illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit zijn
er nog meer verschillen, zoals bijvoorbeeld de omvang van de binnengrenszone waarin
mag worden gecontroleerd (30 kilometer in Duitsland ten opzichte van 20 kilometer
in Nederland).
Er zijn dus zeker verschillen tussen de controlerende autoriteiten, dit geldt echter
niet voor de overdracht van illegale immigranten. Op basis van het Verdrag tussen
Duitsland en de Benelux inzake het overnemen van personen aan de grens1, is het mogelijk dat Duitsland illegale immigranten afkomstig uit Nederland, overdraagt
aan Nederland. Omgekeerd kan Nederland ook illegale immigranten afkomstig uit Duitsland
overdragen aan Duitsland. Uit de Nederlandse cijfers blijkt dat jaarlijks ongeveer
550 illegale immigranten worden overgedragen aan Duitsland en België tezamen.2 Zoals ik u in het Algemeen Overleg heb gemeld, blijkt uit cijfers van de KMar dat
Duitsland jaarlijks ongeveer 450 illegale immigranten overdraagt aan Nederland.
Het is daarbij van belang een scherp onderscheid te maken tussen illegale immigranten
en asielzoekers. Zolang een vreemdeling niet verzoekt om internationale bescherming,
moet worden aangenomen dat sprake is van een illegale immigrant en kan de betrokkene
worden overgedragen op grond van het Verdrag inzake het overnemen van personen aan
de grens.
Zodra echter sprake is van een asielaanvraag, geldt de Dublinverordening. Op basis
van de Dublinverordening kan de vreemdeling die om internationale bescherming heeft
verzocht, als hoofdregel alleen worden teruggezonden naar de lidstaat waarvan hij,
komend vanuit een derde land, illegaal de buitengrens heeft overschreden, dan wel
naar de lidstaat die een visum heeft verleend of waar hij het eerst om internationale
bescherming heeft gevraagd. Het enkele gegeven dat de betrokken vreemdeling via Nederland
Duitsland is ingereisd, is onvoldoende om Nederland als verantwoordelijke lidstaat
aan te kunnen wijzen. Een dergelijke claim zou door de IND dan ook ingevolge de Dublinverordening
worden afgewezen. Om Nederland aan te wijzen als verantwoordelijk lidstaat is bijvoorbeeld
een hit in EURODAC nodig. Nederland kan ook als verantwoordelijke lidstaat worden
aangewezen als de vreemdeling tijdens zijn interview (indicatieve) feiten meldt die
daartoe aanleiding geven.
Door mijn Duitse collega is bevestigd dat, indien een vreemdeling een verzoek om internationale
bescherming bij de Bundespolizei kenbaar maakt, dit wordt doorgeleid naar het Bundesambt
für Migration und Flüchtlinge (de Duitse IND) en een beslissing zal worden genomen
welke Lidstaat verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De vreemdeling wordt in
dat geval door Duitsland dus niet teruggestuurd naar Nederland, zonder dat sprake
is geweest van een formele beslissing op de asielaanvraag. Daarbij maakt het geen
verschil of de vreemdeling wordt aangetroffen op of nabij de binnengrens.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven