32 317 JBZ-Raad

Nr. 1007 MOTIE VAN HET LID BOOSMA

Voorgesteld 2 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet stelt dat de omstandigheden in Syrië niet zodanig zijn gewijzigd dat kan worden gesproken van een «niet-voorbijgaande situatie» zoals juridisch vereist en daarom in Q4 met een nieuw ambtsbericht wil komen;

overwegende dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU nog niet is uitgekristalliseerd ten aanzien van het intrekken van subsidiaire bescherming;

verzoekt de regering:

  • zo vroeg mogelijk met een nieuw ambtsbericht te komen en niet later dan oktober 2026;

  • in overleg te treden met andere EU-lidstaten, waaronder in ieder geval Duitsland, om het proces voor de terugkeer van Syriërs en herbeoordelingen van asielvergunningen zoveel mogelijk te versnellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Boomsma

Naar boven