32 317 JBZ-Raad

Nr. 1005 MOTIE VAN HET LID BOOMSMA

Voorgesteld 2 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de werking van het Europese Asiel- en migratiepact afhankelijk is van handhaving van het Dublinsysteem;

overwegende dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarbij formeel uitgangspunt is, maar daar in de praktijk al jaren van wordt afgeweken, waardoor asielzoekers in de Nederlandse procedure blijven;

overwegende dat het risico bestaat dat lidstaten asielzoekers niet registreren of bewust laten doorreizen;

overwegende dat Dublinoverdrachten steeds complexer en arbeidsintensiever zijn geworden door opeenstapeling van Europese jurisprudentie en toetsingscriteria, waardoor de uitvoerbaarheid voor de IND ernstig onder druk staat;

verzoekt het kabinet:

  • erop aan te dringen dat tussen lidstaten bij Dublin- en AMMR-overdrachten weer moet worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en waar nodig op vereenvoudiging van het Unierecht en/of toelaatbaarheidstoetsen om dat te bewerkstelligen;

  • in de JBZ-Raad en in bilateraal overleg duidelijk te maken dat volledige en tijdige registratie, screening en opname in Eurodac essentieel is;

  • aan te dringen op goede monitoring van de uitvoering door frontstaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Boomsma

Naar boven