32 300 Evaluatie van de Wet op de vaste boekenprijs

A/ Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 21 november 2012. De wens dat het in de maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 20 december 2012.

Den Haag, 20 november 2012

Hierbij zend ik u het besluit tot wijziging van onder meer het Besluit vaste boekenprijs in verband met de eerste evaluatie van de Wet op de vaste boekenprijs 1). Voor de inhoud van het besluit verwijs ik u naar de nota van toelichting 1). De datum van inwerkingtreding van het besluit wordt bij koninklijk besluit vastgesteld.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven procedure (artikel 29 van de Wet op de vaste boekenprijs).

De wet bepaalt dat door ten minste een vijfde gedeelte van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers binnen vier weken te kennen kan worden gegeven dat het onderwerp van het besluit bij wet moet worden geregeld.

In dat geval blijft inwerkingtreding achterwege en wordt zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel ingediend.

Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van het besluit met ingang van 1 januari 2013.

Eenzelfde brief heb ik heden gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven