A
nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 januari 2010
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 25 januari 2010. De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring
van de Staten-Generaal wordt onderworpen kan door of namens één
van de Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel
dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 24 februari
2010.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste
lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State
gehoord, heb ik de eer u hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen
het op 2 juli 2009 te Canberra totstandgekomen verdrag tussen de Regering
van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Australië tot wijziging
van het op 5 april 1991 te Canberra ondertekende Verdrag tussen de Regering
van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Australië inzake
verlening van medische zorg (Trb. 2009, 135).
Een toelichtende nota bij het verdrag treft u eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen
TOELICHTENDE NOTA
I. ALGEMEEN
Het op 5 april 1991 te Canberra totstandgekomen Verdrag tussen de
Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Australië
inzake de verlening van medische zorg (Trb. 1991, 76) (hierna: Verdrag van
1991) is op 4 januari 1992 in werking getreden. Het Verdrag van 1991
voorziet in de verlening van medische zorg aan wederzijdse verzekerden bij
een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.
Op 1 januari 2006 is de Zorgverzekeringswet (Zvw) in werking getreden.
Dit heeft gevolgen voor de toepassing van het Verdrag van 1991, alsmede voor
alle andere internationale overeenkomsten waarbij Nederland partij is en waarin
bepalingen zijn opgenomen op het gebied van de verlening van medische zorg
aan wederzijdse verzekerden.
Gevolg van de inwerkingtreding van de Zvw is dat met ingang van 1 januari
2006 het onderscheid tussen verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet en personen
die verzekerd zijn op grond van een met een particuliere zorgverzekeraar gesloten
overeenkomst, of die verzekerd zijn krachtens een publiekrechtelijke ziektekostenregeling,
is komen te vervallen. De Ziekenfondswet is per die datum ingetrokken. Iedereen
die verzekerd is ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ),
is verzekeringsplichtig ingevolge de Zvw. Omdat het Verdrag van 1991 bepaalt
dat het van toepassing is op verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet, zou
dat formeel betekenen dat dit verdrag geen waarde meer zou hebben. In verband
daarmee is op Nederlands initiatief overeenstemming bereikt met Australië
over een wijzigingsverdrag in de vorm van een briefwisseling. Voor een nadere
toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.
II. HOOFDLIJNEN
Met het Verdrag van 1991 worden twee doelen bereikt. Enerzijds biedt dit
Verdrag van 1991 aan iedere persoon die verzekerd is op grond van de wettelijke
ziektekostenverzekering van een verdragsluitende partij, de mogelijkheid om
gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere verdragsluitende
partij de medische zorg te ontvangen, die tijdens dat verblijf nodig wordt.
Anderzijds beoogt het Verdrag van 1991 te voorkomen dat toeristen medische
zorg ontvangen op grond van het verdrag bij tijdelijk verblijf op het grondgebied
van de ene verdragsluitende partij terwijl zij niet verzekerd zijn op grond
van de wettelijke sociale ziektekostenverzekering van de andere verdragsluitende
partij.
Door het onderhavige wijzigingsverdrag worden de wijzigingen in de wet-
en regelgeving in de verdragsluitende staten in het Verdrag van 1991 verwerkt.
Daarnaast wordt geregeld dat personen, die verzekerd zijn ingevolge de Zvw
en die in Australië zorg inroepen, hun aanspraak ingevolge het Verdrag
van 1991 kunnen aantonen door middel van een door hun Nederlandse zorgverzekeraar
afgegeven Europese ziekteverzekeringskaart.
III. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
In onderdeel A van het wijzigingsverdrag worden enige definitiebepalingen
gewijzigd. Het gaat om technische wijzigingen, met name als gevolg van naamswijzigingen
van organen en wijziging van wetgeving.
Onderdeel B bevat de belangrijkste wijziging. Volgens artikel 2, onderdeel
a, van het Verdrag van 1991 was het verdrag van toepassing op verzekerden
ingevolge de Ziekenfondswet. Met de inwerkingtreding van de Zvw per 1 januari
2006 is de Ziekenfondswet evenwel ingetrokken en zijn er dus geen ziekenfondsverzekerden
meer. Met deze wijziging wordt het Verdrag van 1991 van toepassing op verzekerden
ingevolge de Zvw en wordt het recht op zorg in Australië voor Zvw-verzekerden
die daar tijdelijk verblijven, gewaarborgd.
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder
b, van de Wet op de Raad van State).
In onderdeel C, onder 1, wordt aangegeven dat de schriftelijke verklaring
betreffende het recht op medische zorg wordt afgegeven door de Nederlandse
zorgverzekeraar die door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
is aangewezen als orgaan van tijdelijk verblijf. Momenteel wordt die functie
vervuld door Agis Zorgverzekeringen, de rechtsopvolger van ANOZ.
In onderdeel C, onder 2, wordt geregeld dat personen, die verzekerd zijn
ingevolge de Zvw en die in Australië zorg inroepen, hun aanspraak ingevolge
het Verdrag van 1991 alleen kunnen aantonen door middel van een door hun Nederlandse
zorgverzekeraar afgegeven Europese ziekteverzekeringskaart. Hiermee wordt
een einde gemaakt aan de huidige situatie waarin de Australische uitvoeringsinstanties
worden geconfronteerd met allerhande Nederlandse verzekeringsbewijzen.
De Europese ziekteverzekeringskaart wordt sinds 1 juli 2004 op basis
van de Europese socialezekerheidsverordening binnen de Europese Unie gebruikt
om het recht op zorg bij tijdelijk verblijf in een andere lidstaat aan te
tonen. Iedere Zvw-verzekerde heeft, voor zover hij die kaart nog niet in zijn
bezit heeft, recht op afgifte van die kaart door zijn zorgverzekeraar. Omdat
de uiterlijke kenmerken van deze kaart op Europees niveau zijn vastgesteld
en daarmee voor iedere zorgverzekeraar gelijk zijn, is de kaart bij uitstek
geschikt om te dienen als schriftelijke verklaring betreffende het recht op
medische zorg op grond van het Verdrag van 1991.
IV. KONINKRIJKSPOSITIE
Het wijzigingsverdrag zal, voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft,
alleen voor Nederland gelden, evenals dat het geval was bij het Verdrag van
1991.
De minister van Volksgezondh eid, Welzijn en Sport,
A. Klink
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen