Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132291 nr. 52

32 291 Het geven aan gemeenten van de verantwoordelijkheid voor schuldhulpverlening (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening)

Nr. 52 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2011

De leden Sterk en Spekman hebben op 29 juni jl. een tweede nader gewijzigd amendement inzake een breed wettelijk moratorium ingediend (kamerstukken 2010/11, 32 291, nr. 49). Voorts is door de leden Koşer Kaya en Sterk heden een nader gewijzigd amendement ingediend over een basisbankrekening (kamerstukken 2010/11, 32 291, nr. 50). Met het oog op de stemmingen in verband met het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening vind ik het wenselijk om op beide amendementen nog te reageren.

Amendement 49 over een breed wettelijk moratorium

Op grond van dit gewijzigde amendement is het mogelijk gemaakt om bij algemene maatregel van bestuur verplichtingen aan te wijzen die de schuldenaar tijdens de afkoelingsperiode moet nakomen.

Dit verandert mijn oordeel over het amendement niet.

Amendement 50 over een wettelijk recht op een basisbankrekening

Ter vervanging van amendement 43 is door de leden Koşer Kaya en Sterk een nader gewijzigd amendement ingediend. In dit amendement wordt geregeld dat personen die bij de gemeente om schuldhulpverlening hebben verzocht in aanmerking komen voor een basisbankrekening. Verder valt op dat in de toelichting op het amendement is verduidelijkt dat de inwerkingtredingsbepaling van het wetsvoorstel is aangepast om banken in staat te stellen hun systemen aan te passen.

In tegenstelling tot het aanvankelijke amendement is niet bepaald dat de banken niet op het positieve saldo van de basisbankrekening mogen verrekenen. Daarmee is mijn belangrijkste principiële bezwaar weggenomen. Het amendement lijkt nu sterk op het Convenant inzake pakket primaire betaaldiensten dat al van kracht is. Daarom laat ik het oordeel over dit amendement aan uw kamer.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom