Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032289 nr. 9

32 289 Wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet op de economische delicten ter implementatie van de richtlijnen 2007/58/EG, 2007/59/EG, 2008/57/EG en 2008/110/EG

Nr. 9 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 26 mei 2010

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel I, onderdeel L, komt te luiden:

L

Na artikel 16 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 16a

  • 1. Een beheerder beschikt bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, anders dan ten behoeve van de aanleg van hoofdspoorweginfrastructuur over een geldige veiligheidsvergunning als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2004/49/EG.

  • 2. Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, indien hij beschikt over een veiligheidszorgsysteem dat:

    • a. voldoet aan artikel 9, tweede lid, en bijlage III van richtlijn 2004/49/EG,

      en

    • b. op zodanige wijze is geoperationaliseerd dat het een veilig beheer en gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur mogelijk maakt.

  • 3. Een veiligheidsvergunning is ten hoogste vijf jaar geldig.

  • 4. Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidszorgsysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid.

  • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitvoering van dit artikel, waaronder:

    • a. regels ten aanzien van de aanvraag van een veiligheidsvergunning, en

    • b. nadere regels ten aanzien het veiligheidszorgsysteem.

Artikel 16b

  • 1. Een beheerder houdt een register van infrastructuurvoorzieningen dat voldoet aan artikel 35 van richtlijn 2008/57/EG.

  • 2. Een beheerder stelt jaarlijks een verslag op met betrekking tot de spoorwegveiligheid dat voldoet aan artikel 9, vierde lid, van richtlijn 2004/49/EG en zendt dat verslag voor 1 juli aan Onze Minister.

2. Artikel I, onderdeel M, komt te luiden:

M

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Aan de concessie worden voorts in elk geval voorschriften verbonden ten aanzien van:

    • a. door de beheerder te berekenen tarieven voor diensten aan derden;

    • b. het verstrekken van gegevens aan Onze Minister ten behoeve van:

      • 1°. het toezicht op de naleving van de concessie;

      • 2°. het voldoen aan de verplichtingen die Onze Minister met betrekking tot de hoofdspoorwegen heeft ingevolge de artikelen 116, 118 en 122 van de Wet geluidhinder ter uitvoering van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);

      • 3°. het voldoen aan de verplichtingen die Onze Minister met betrekking tot de hoofdspoorwegen heeft ingevolge artikel 12.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

    • c. het opstellen van een financiële verantwoording van het uitvoeren van de concessie, welke verantwoording gescheiden is van die voor andere werkzaamheden, en

    • d. wijzigingen van hoofdspoorweginfrastructuur die de beheerder aanbesteedt en als een verbetering of een vernieuwing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, worden aangemerkt.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Het derde lid geldt niet voor een wijziging van de technische of functionele eigenschappen, indien het verbetering of vernieuwing betreft waarvoor Onze Minister een vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe vergunning voor indienststelling als bedoeld in artikel 9, derde lid, heeft verleend.

3. Artikel I, onderdeel V, komt te luiden:

V

Artikel 38 komt te luiden:

Artikel 38

  • 1. Een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, voldoet aan bijlage V van richtlijn 2008/57/EG.

  • 2. De afgifte van een EG-keuringsverklaring als bedoeld in artikel 36, zesde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 18 en bijlage VI van richtlijn 2008/57/EG.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afgifte, vorm en inhoud van EG-keuringsverklaringen als bedoeld in artikel 36, zesde lid, en over het informatiedossier, bedoeld in artikel 37b, tweede lid.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verlening en de aanvraag van:

    • a. de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde lid, en van de vergunning voor indienststelling of van de nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, derde lid;

    • b. de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, vijfde lid, en van aanvullende vergunning voor indienstststelling of van de nieuwe aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid.

  • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het registreren of bewaren van gegevens over:

    • a. de afgifte van de EG-keuringsverklaring, bedoeld in artikel 36, zesde lid;

    • b. de afgifte van de verklaring, bedoeld in artikel 36, zevende lid, of van de verklaring, bedoeld in artikel 37b, negende lid;

    • c. de aanvraag en de verlening van de vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, derde lid, of van de vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld artikel 37b, derde lid, en

    • d. de aanvraag en de verlening van de aanvullende vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 36, vijfde lid, of van de aanvullende vergunning voor indienststelling of nieuwe vergunning voor indienststelling, bedoeld in artikel 37b, zesde lid.

  • 4. Artikel I, onderdeel FF, komt te luiden:

FF

Artikel 49 komt te luiden:

Artikel 49

  • 1. Personen die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem een veiligheidsfunctie anders dan die van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefenen, voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor de uitoefening van die functie gestelde eisen inzake:

    • a. minimumleeftijd;

    • b. medische en psychologische geschiktheid;

    • c. algemene kennis, bekwaamheid en ervaring, en

    • d. taalbeheersing.

  • 2. Personen die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefenen, voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor de uitoefening van die functie gestelde eisen inzake:

    • a. minimumleeftijd;

    • b. medische en psychologische geschiktheid;

    • c. algemene kennis en vaardigheden;

    • d. specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop een bevoegdheidsbewijs betrekking kan hebben, en

    • e. taalbeheersing.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop wordt aangetoond dat aan de in het eerste lid en tweede lid bedoelde eisen wordt voldaan.

5.Artikel I, onderdeel GG, komt te luiden

GG

Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem een veiligheidsfunctie anders dan die van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent, beschikt, behoudens bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, over:

    • a. één of meer beoordelingen door Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens artikel 49, eerste lid, voor de desbetreffende veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring en een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven door een door Onze Minister erkend keuringsinstituut, of

    • b. een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties.

2. Onder vernummering van het tweede lid tot vierde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 2. Een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent, beschikt over:

    • a. één of meer beoordelingen van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens artikel 49, tweede lid, voor de desbetreffende veiligheidsfunctie vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden en een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven door een door Onze Minister erkend keuringsinstituut, of

    • b. een geldige machinistenvergunning die in een andere lidstaat van de Europese Unie is afgegeven.

  • 3. Een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent beschikt over een geldige machinistenvergunning en een geldig bevoegdheidsbewijs dat betrekking heeft op de spoorvoertuigen waarmee en op de hoofdspoorweginfrastructuur waarvan gebruik wordt gemaakt.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt «van de in het eerste lid bedoelde documenten» vervangen door «van de in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel a bedoelde beoordelingen en verklaringen» en «de aanwijzing van exameninstituten en keuringsinstituten» door: «de erkenning van keuringsinstituten».

6. Artikel I, onderdeel HH, komt te luiden:

HH

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Het eerste lid geldt niet voor een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid uitoefent en aan wie degene onder wiens gezag die veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend een bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt.

2. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 4. De houder van een bedrijfspas en de houder van een bevoegdheidsbewijs als bedoeld in het derde lid zijn verplicht die pas onderscheidenlijk dat bewijs op eerste vordering te tonen aan de krachtens de artikelen 69 en 86 met het toezicht op de naleving onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten belaste personen.

7. Artikel I, onderdeel II, komt te luiden:

II

Na artikel 51 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 51a

  • 1. Onze Minister verleent op aanvraag een machinistenvergunning indien de machinist:

    • a. voldoet aan de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake minimumleeftijd;

    • b. beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid en een geldige verklaring van psychologische geschiktheid als bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, en

    • c. beschikt over een geldige beoordeling van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid respectievelijk van machinist met beperkte bevoegdheid.

  • 2. Onze Minister schorst of trekt de machinistenvergunning in, indien de machinist niet langer beschikt over een geldige verklaring van medische geschiktheid of een geldige verklaring van psychologische geschiktheid.

  • 3. Onze Minister houdt een register van machinistenvergunningen.

  • 4. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, verstrekt aan een machinist een bevoegdheidsbewijs indien deze:

    • a. voldoet aan de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake taalbeheersing;

    • b. beschikt over een geldige beoordeling van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake specifieke vakkennis van de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het bevoegdheidsbewijs betrekking moet hebben, en

    • c. beschikt over de voor de uitoefening van die functie vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid.

  • 5. Degene die een of meer bevoegdheidsbewijzen heeft verstrekt houdt een register van bevoegdheidsbewijzen.

  • 6. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend onderzoekt periodiek of de machinist voldoet aan:

    • a. de voor die veiligheidsfunctie krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake taalbeheersing;

    • b. de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake de specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het bevoegdheidsbewijs betrekking heeft, en

    • c. aan de voor die veiligheidsfunctie vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid.

  • 7. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist wordt uitgeoefend verstrekt bij de beëindiging van het dienstverband van de machinist een gewaarmerkte kopie van het op dat moment geldige bevoegdheidsbewijs.

  • 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor:

    • a. de aanvraag, verlening, geldigheidsduur en verlenging van een machinistenvergunning;

    • b. de verstrekking van een duplicaat van een machinistenvergunning;

    • c. het register van machinistenvergunningen, bedoeld in het derde lid;

    • d. de vorm, inhoud en geldigheidsduur van een bevoegdheidsbewijs en de verstrekking van een gewaarmerkte kopie daarvan;

    • e. het register van bevoegdheidsbewijzen, bedoeld in vijfde lid;

    • f. de frequentie van het onderzoek, bedoeld in het zesde lid;

    • g. de verplichtingen van degene die de bevoegdheidsbewijzen heeft verstrekt, en

    • h. de voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid en van machinist met beperkte bevoegdheid vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid.

Artikel 51b

  • 1. Opleidingactiviteiten met het oog op het verkrijgen van een of meer beoordelingen waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden en specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur worden slechts verricht door daartoe door Onze Minister erkende opleidingsinstituten.

  • 2. Een krachtens het eerste lid, erkend opleidingsinstituut geeft op billijke en non-discriminatoire wijze toegang tot de opleidingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met inachtneming van artikel 20 van richtlijn 2007/59/EG regels gegeven voor de erkenning van de opleidingsinstituten, bedoeld in het eerste lid.

8. Artikel I, onderdeel JJ, komt te luiden:

JJ

Artikel 53 komt te luiden:

Artikel 53

  • 1. Het is verboden een veiligheidsfunctie anders dan van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid, binnen het hoofdspoorwegsysteem te doen uitoefenen door een persoon:

    • a. die niet voldoet aan artikel 50, eerste lid, of

    • b. waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat hij niet voldoet aan de voor de uitoefening van de functie krachtens artikel 49, eerste lid, gestelde eisen.

  • 2. Het is verboden de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid binnen het hoofdspoorwegsysteem te doen uitoefenen door een persoon:

    • a. die niet voldoet aan artikel 50, tweede lid, of

    • b. waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat hij niet voldoet aan de voor de uitoefening van de functie krachtens artikel 49, tweede lid, gestelde eisen.

  • 3. Het is verboden de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid te doen uitoefenen door een persoon:

    • a. die niet beschikt over een geldige machinistenvergunning;

    • b. die niet beschikt over een geldig bevoegdheidsbewijs, of

    • c. die niet beschikt over een bevoegdheidsbewijs dat betrekking heeft op de spoorvoertuigen waarmee en op de hoofdspoorweginfrastructuur waarvan gebruik wordt gemaakt.

  • 4. Onze Minister kan het doen uitoefenen van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid binnen het hoofdspoorwegsysteem door een persoon die volgens hem een ernstige bedreiging vormt voor de veiligheid van dat systeem, overeenkomstig artikel 29 van richtlijn 2007/59/EG, voor bepaalde of onbepaalde tijd verbieden.

9. Artikel I, onderdeel PP, komt te luiden:

PP

In artikel 91, eerste lid, wordt «te verstrekken certificaat of ander document» vervangen door: te verstrekken certificaat, ander document, beoordeling of verklaring of te verrichten inschrijving of wijziging van die inschrijving in het register, bedoeld in artikel 37, tweede lid.

10. Artikel II, onderdeel A, komt te luiden:

A

Aan artikel 1 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel o door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • p. verordening 1371/2007/EG: verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315).

11. Onder vernummering van artikel V tot artikel VI wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL V

  • 1. Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen FF en II van deze wet, kunnen tot het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen GG en JJ, van deze wet, certificaten van bekwaamheid voor de veiligheidsfunctie van machinist, voor wat betreft de gradaties machinist met volledige bevoegdheid en machinist met beperkte bevoegdheid worden afgegeven overeenkomstig het bij of krachtens de Spoorwegwet bepaalde, zoals dat bepaalde luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen FF en II van deze wet.

  • 2. De certificaten van bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid, blijven geldig.

  • 3. De certificaten van bekwaamheid voor de veiligheidsfunctie van machinist, voor wat betreft de gradaties machinist met volledige bevoegdheid en machinist met beperkte bevoegdheid, die voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen FF en II van deze wet, zijn afgegeven, worden gelijkgesteld met beoordelingen van Onze Minister waaruit blijkt dat hij voldoet aan:

    • a. de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid respectievelijk van machinist met beperkte bevoegdheid, en

    • b. de krachtens artikel 49, tweede lid, vastgestelde eisen inzake specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop een bevoegdheidsbewijs betrekking kan hebben voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid respectievelijk van machinist met beperkte bevoegdheid.

  • 4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de certificaten van bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid.

Toelichting

1. Het betreft hier het wegnemen van een redactionele omissie in het eerste lid van het voorgestelde artikel 16a van de Spoorwegwet. De zinsnede «bij de uitvoering de taken» is vervangen door: bij de uitvoering van de taken.

2. In het artikel 17, tweede lid, van de Spoorwegwet, is een onderdeel c ingevoegd. Artikel III van de wet van 15 september 2005 tot wijziging van de Wet milieubeheer (Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen)(Stb. 483) heeft twijfels doen ontstaan over het vervallen van onderdeel c van artikel 17, tweede lid, van de Spoorwegwet. De voorgestelde wijzigingstellen buiten twijfel dat het bovenbedoelde onderdeel niet is vervallen.

3. Het betreft hier het wegnemen van een redactionele omissie in het voorgestelde artikel 38, vijfde lid. Aan het slot van onderdeel b. wordt «, en» vervangen door een puntkomma.

4. De eisen voor de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid en van machinist met beperkte bevoegdheid zijn ter verduidelijking, in artikel 49 van de Spoorwegwet, in een apart lid, het tweede, ondergebracht.

De veiligheidsfunctie van machinist is verbijzonderd tot twee veiligheidsfuncties te weten:

  • a. de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid, en

  • b. de veiligheidsfunctie van machinist met beperkte bevoegdheid.

In het voorgestelde artikel 49, eerste en tweede lid, van de Spoorwegwet, zijn de eisen inzake de beheersing van de Nederlandse taal vervangen door de eisen inzake taalbeheersing.

In de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven dat de machinist in staat moet zijn om tijdens de treinrit met de verkeersleiding te communiceren. De Machinistenrichtlijn schrijft voor dat de machinist beschikt over de kennis van de taal die de infrastructuurbeheerder voorschrijft. De machinist moet onder alle omstandigheden in staat zijn om actief en doeltreffend te communiceren. De voorgestelde wijziging maakt het mogelijk om op grensbaanvakken met Duitsland het gebruik van de Duitse taal toe te staan.

In het voorgestelde artikel 49, tweede lid, van de Spoorwegwet zijn de eisen inzake specifieke vakkennis verbijzonderd tot de eisen voor de specifieke vakkennis inzake spoorvoertuigen en hoofdspoorweginfrastructuur waarop een bevoegdheidsbewijs betrekking kan hebben. De voor een machinist met volledige bevoegdheid of met beperkte bevoegdheid geldende eisen inzake specifieke vakkennis zijn afhankelijk van de spoorvoertuigen en hoofdspoorweginfrastructuur waarvoor zijn bevoegdheidsbewijs geldig moet zijn.

5. De vereisten voor de machinist met volledige bevoegdheid en voor de machinist met beperkte bevoegdheid in artikel 50 van de Spoorwegwet, zijn ter verduidelijking, in een apart lid van dat artikel, het tweede, ondergebracht.

De eis om te beschikken over een geldige machinistenvergunning of een geldig bevoegdheidsbewijs, geldt op basis van het voorgestelde derde lid van artikel 50 van de Spoorwegwet, voor de machinist met volledige bevoegdheid en de machinist met beperkte bevoegdheid. Deze wijziging hangt samen met de vervanging van de veiligheidsfunctie van machinist door de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid en machinist met beperkte bevoegdheid. De machinisten met volledige bevoegdheid en de machinisten met beperkte bevoegdheid vallen volledig onder de reikwijdte van de Machinistenrichtlijn. De mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur met inachtneming van artikel 2, derde lid, van de Machinistenrichtlijn, uitzonderingen op bovenbedoelde eis vast te stellen is in verband hiermee geschrapt.

In het voorgestelde derde lid van artikel 50 van de Spoorwegwet is de eis voor een machinist met volledige bevoegdheid of van een machinist met beperkte bevoegdheid, om te beschikken over een geldig bevoegdheidsbewijs, aangescherpt. Het bevoegdheidsbewijs moet geldig zijn voor de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarvan gebruik wordt gemaakt. De machinist moet daartoe voldoen aan de eisen voor specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarvoor het bevoegdheidsbewijs geldig is. In de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven dat de bovenbedoelde eis ook geldt voor buitenlandse machinisten. Dit betekent dat een machinist met betrekking tot de hoofdspoorweginfrastructuur in Nederland, een opleiding conform Nederlandse eisen moet hebben gevolgd en een examen conform Nederlandse eisen met goed gevolg moet hebben afgelegd. De opleiding en het examen waarborgen hiermee dat buitenlandse machinisten die in Nederland op hoofdspoorweginfrastructuur rijden volledig bekend zijn met de in Nederland geldende regels en methodes.

6. Het voorgestelde derde lid van artikel 51 van de Spoorwegwet is aangepast aan de verbijzondering van de veiligheidsfunctie van machinist tot de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid en de veiligheidsfunctie van machinist met beperkte bevoegdheid.

7. Het voorgestelde vierde lid van artikel 51a van de Spoorwegwet bevat een aanscherping van de eisen waaraan een machinist moet voldoen ter verkrijging van een bevoegdheidsbewijs. De machinist moet beschikken over een geldige beoordeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen voor te specifieke vakkennis inzake de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarvoor zijn bevoegdheidsbewijs geldig moet zijn. De machinist moet ter verkrijging van een bevoegdheidsbewijs beschikken over de voor zijn veiligheidsfunctie vereiste bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid.

Het voorgestelde eerste lid van artikel 51b van de Spoorwegwet is aangepast aan het onderbrengen van de eisen voor de machinist met volledige bevoegdheid en voor de machinist met beperkte bevoegdheid in een apart artikellid van artikel 49 van de Spoorwegwet.

8. In artikel 53 van de Spoorwegwet is het eerste lid opgesplitst in twee leden. Het eerste lid geldt voor de veiligheidsfuncties anders dan van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid, het tweede lid voor de veiligheidsfuncties van machinist met volledige bevoegdheid en van machinist met beperkte bevoegdheid.

Artikel 53, derde lid, van de Spoorwegwet, bevat een verbod voor de inzet van een machinist, die niet beschikt over een bevoegdheidsbewijs dat geldig is voor de spoorvoertuigen waarmee en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop wordt gereden. Het betreft een aanpassing aan de aangescherpte eisen ter verkrijging van het bevoegdheidsbewijs.

9. De voorgestelde wijziging van het eerste lid van artikel 91 van de Spoorwegwet bestaat uit het twee keer schrappen van het woord «of» en toevoeging van het woord «en».

10. In artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 wordt op basis van de voorgestelde wijziging een nieuw onderdeel p ingevoegd in plaats van een nieuw onderdeel o. Artikel 1 van de Wet personenvervoer bevat al een onderdeel o.

11. Het voorgestelde artikel V bevat een bepaling van overgangsrecht op het vlak van de certificaten van bekwaamheid voor de machinisten met volledige bevoegdheid en de machinisten met beperkte bevoegdheid. Ingevolge het voorgestelde eerste lid is na de inwerkingtreding van de bepalingen voor de verstrekkingen van machinistenvergunningen en bevoegdheidsbewijzen ook nog afgifte mogelijk van certificaten van bekwaamheid volgens het huidige recht. Die mogelijkheid houdt op te bestaan met ingang van het tijdstip dat elke machinist met volledige bevoegdheid en elke machinist met beperkte bevoegdheid, moet beschikken over een machinistenvergunning en een bevoegdheidsbewijs. De certificaten van bekwaamheid blijven op basis van het voorgestelde tweede lid, net zoals thans het geval is, voor onbepaalde tijd geldig.

Het voorgestelde derde en vierde lid geven uitvoering aan het overgangsrecht in artikel 37, tweede lid, onderdeel c, van de Machinistenrichtlijn. De instanties voor de afgifte van de machinistenvergunning onderscheidenlijk van het bevoegdheidsbewijs moeten rekening houden met reeds verworven vakbekwaamheden. Eerder verleende vergunningen voor machinisten moeten zoveel mogelijk worden gewaarborgd. De certificaten van bekwaamheid van een machinist met volledige bevoegdheid en van een machinist met beperkte bevoegdheid worden gelijkgesteld met de beoordelingen van Onze Minister waaruit blijkt dat de machinist voldoet aan de vakbekwaamheidseisen voor de machinistenvergunning respectievelijk het bevoegdheidsbewijs. Het voorgestelde derde en vierde lid maken het mogelijk voor machinisten met volledige bevoegdheid en voor machinisten met beperkte bevoegdheid om op basis van hun certificaten van bekwaamheid een machinistenvergunning en een bevoegdheidsbewijs te krijgen. De machinisten behoeven hiervoor geen opleiding te volgen en examen te doen conform de nieuwe vakbekwaamheidseisen.

De minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings