Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132289 nr. 12

32 289 Wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet op de economische delicten ter implementatie van de richtlijnen 2007/58/EG, 2007/59/EG, 2008/57/EG en 2008/110/EG

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID SLOB

Ontvangen 28 september 2010

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel II, onderdeel D, komt artikel 19a, zevende lid, te luiden:

  • 7. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan, bij de beschikking, bedoeld in het vijfde lid, indien een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is gedaan, beperkingen opleggen aan het vervoer van passagiers tussen stations in Nederland ter voorkoming van het in gedrang komen van het economisch evenwicht van een of meer concessies van een spoorwegonderneming.

Toelichting

De raad van bestuur van de mededingingsauthoriteit moet volgens het wetsvoorstel op aanvraag van een of meer concessieverleners of concessiehouders indien het economisch evenwicht van een of meer concessies in het gedrang wordt gebracht door grensoverschrijdend spoorvervoer, beperkingen opleggen aan het vervoer van passagiers tussen stations in Nederland. Indien dit binnenlandse cabotagevervoer noodzakelijk is voor het rendabel maken van het grensoverschrijdende deel kan hierdoor echter een patstelling ontstaan. Bovendien is een cabotage verbod niet in het belang van de passagiers. Uiteraard moet worden uitgesloten dat er inbreuk wordt gemaakt op een binnenlandse concessie onder het mom van een grensoverschrijdende verbinding. Niet uitgesloten dient echter te worden dat vanuit het perspectief van de reiziger andere afspraken tussen de vervoerders wenselijk en mogelijk zijn in plaats van beperkingen op het vervoer zoals een financiële vergoeding voor het samenlooptraject. Dit amendement wijzigt de bevoegdheid van de mededingingsauthoriteit daarom in een kan-bepaling.

Slob