Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132289 nr. 10

32 289 Wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet op de economische delicten ter implementatie van de richtlijnen 2007/58/EG, 2007/59/EG, 2008/57/EG en 2008/110/EG

Nr. 10 AMENDEMENT VAN DE LEDEN DE ROUWE EN SLOB

Ontvangen 24 september 2010

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel II, onderdeel C, punt 2, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «vijf leden» gewijzigd in: zes leden.

2. In het zesde lid wordt «bij regeling van Onze Minister» vervangen door: bij algemene maatregel van bestuur.

3. In het zevende lid wordt «bij regeling van Onze Minister» vervangen door: bij algemene maatregel van bestuur.

4. Na het achtste lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 9. De voordracht voor een krachtens het zesde of zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Toelichting

In dit onderdeel van de wet wordt vastgelegd onder welke voorwaarden aanbieders van grensoverschrijdende treinverbindingen ook over binnenlandse trajecten mogen rijden die al aan een andere partij in concessie zijn gegund. Het criterium in de wettekst is dat hierbij het «economisch evenwicht van één of meer concessies niet in het gedrang» mag worden gebracht, hiervoor worden bij regeling nadere regels gesteld.

Het vastleggen van de reikwijdte van dit «economisch evenwicht» is in hoge mate beslissend voor de vraag in hoeverre internationaal treinverkeer wordt gestimuleerd danwel in haar kansen geremd wordt. Daarom wordt met dit amendement voorgesteld dat de AMvB wordt voorgelegd aan de Kamer zodat hierover kan worden gesproken (lichte voorhang).

De Rouwe

Slob