nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 1 februari 2010
De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel,
heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen. Het verslag behandelt
alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng is geleverd.
Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig en afdoende
zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel
voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave blz.
1. Algemeen 1
2. Artikelsgewijs 2
1. Algemeen
De leden van de CDA-fractie nemen met instemming kennis van het wetsvoorstel.
Een wetsvoorstel dat als doel heeft geen extra administratieve of financiële
lasten voor burgers, bedrijven of overheden te creëren verdient de instemming
van de leden. Zij vinden het bovendien een goede zaak dat een verplicht kostenverhaal,
waarbij het opmaken van de rekening meestal duurder is dan de feitelijke activiteiten
wordt vervangen door de mogelijkheid tot maatwerk middels een AMvB.
Gezien het nut en de noodzaak van de voorgestelde wijzigingen hebben de
leden van de PvdA-fractie met instemming kennis genomen van het wetsvoorstel.
De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van
de kleine wijzigingen in het wetsvoorstel. De leden hebben nog enkele opmerkingen
en vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het wetsvoorstel. Graag willen zij de regering nog een vraag stellen over
de regeling van warmte-koude-opslag op grond van de Wet bodembescherming.
2. Artikelsgewijs
De leden van de CDA-fractie hebben enkele opmerkingen aangaande de inhoudelijke
wijziging betreffende het vergroten van maatwerk. De leden herkennen en erkennen
de behoefte bij gemeenten, vooral in stedelijk gebied, om meer grip te hebben
op de voorwaarden met betrekking tot de bestemming van de ondergrond. Het
wordt steeds drukker en dan moeten zaken lokaal op elkaar afgestemd kunnen
worden. Duidelijk moet echter blijven dat gemeenten niet zomaar naar eigen
inzicht beschermingsregimes kunnen verzwaren door eigen regels te gaan invoeren.
In een betreffende AMvB, waarvan de leden van de CDA-fractie er vanuit gaan
dat die met voorhang aan de Kamer wordt toegezonden, zal dus helder moeten
worden uiteengezet welke redenen voor gebiedsaanwijzing mogen worden aangevoerd
en welke belangen men daarmee beoogt te beschermen! Zal er bij toepassing
van deze mogelijkheid enkel sprake zijn van goede uitvoering of bestaat toch
het risico dat gemeenten eigen extra verzwarende voorwaarden gaan opleggen?
Kunnen gemeenten straks daadwerkelijk sturing kunnen geven aan een regeling
voor warmte-koude-opslag? Als er straks sprake is van buren die beiden warmte-koude-opslag
onder hun huis willen, wie regelt dan dat de twee systemen elkaar niet in
de weg zitten?
Voor het overige betreffen het technische verbeteringen van onderliggende
wetgeving. De leden van de CDA-fractie hebben hierover geen aanvullende opmerkingen.
De leden van de SP-fractie constateren dat de voorliggende wijzigingen
onder andere kleine aanpassingen betreffen om de invoering van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Crisis en Herstelwet in de diverse
wetten te verankeren. De leden hebben tegen beide wetten gestemd. Dat de wetten
ook daadwerkelijk in de praktijk tot uitvoering worden gebracht moet nog maar
worden bezien. Er is veel kritiek op de wetten en de uitvoerbaarheid is in
ieder geval voor wat betreft de Wabo niet eenvoudig blijkens het meermalen
uitstellen ervan. Mocht het uiteindelijk toch zo ver komen dat beide wetten
operationeel worden dan moeten die uiteraard wel zorgvuldig in de diverse
wetten doorwerking hebben.
Kan de regering nog eens het tijdpad van invoering schetsen van de onderhavige
wetten, ook in relatie tot de praktijk van al het uitstel? Zijn in dat licht
al die overgangsregelingen wel nodig?
Onder artikel V onderdelen E tot en met J wordt de AMvB met producten
die vallen onder de eco-designrichtlijn vervangen door de Europese verordening.
De leden van de SP-fractie willen wat dit betreft geen afzwakking van de lijst
producten die de huidige AMvB biedt. Is de verordening een uitputtender lijst
producten?
Ten aanzien van artikel IX horen de leden van de SP-fractie ook graag
een nadere duiding van de noodzaak voor een AMvB die voor kruimelgevallen
een uitzonderingen maakt op het grondexploitatieplan? Kan de regering een
nadere duiding geven van het begrip kruimelgeval? Is dit een financiële
of een ruimtelijke afbakening? Waarop is deze grens gebaseerd? Is onderzoek
gedaan naar in welk percentage van bestemmingsplannen sprake is van kruimelgevallen?
Deelt u de mening dat weinig grond niet direct weinig geld betekent?
De leden van de SP-fractie zien ook het gevaar van knippen in de plannen.
Hoe voorkomt de regering dat projectontwikkelaars door slim opdelen van een
groter project onder het exploitatieplan uitkomen? Onderkent de regering dat
het exploitatieplan ook een mogelijkheid biedt voor de gemeenteraden om grip
te houden op de onderhandelingen die de gemeente voert over de inrichting
van hun stad met onder andere de projectontwikkelaars.
De leden van de VVD-fractie constateren dat gesteld wordt dat het wenselijk
is dat niet alleen provincies maar ook gemeenten bij verordening gebieden
kunnen aanwijzen, waar een bijzonder beschermingsregime geldt. Daartoe zal
een AMvB worden opgesteld. Gaarne krijgen de leden van de VVD-fractie meer
inzicht in de inhoud van die AMvB. Wat zal de beleidsvrijheid van de gemeenten
worden bij het aanwijzen van gebieden? Hoe wordt de samenhang in de desbetreffende
regio in de gaten gehouden? Wat zal de rol van de provincie in dezen zijn?
De voorzitter van de commissie
Koopmans
De adjunct-griffier van de commissie
Lemaier
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Poppe (SP), Van Gent (GL), Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff
(VVD), ondervoorzitter, Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Van der Ham (D66),
Koopmans (CDA), voorzitter, Mastwijk (CDA), Spies (CDA), Van Velzen (SP),
Vietsch (CDA), Aptroot (VVD), Boelhouwer (PvdA), Samsom (PvdA), Roefs (PvdA),
Van der Burg (VVD), Neppérus (VVD), Van Leeuwen (SP), Ouwehand (PvdD),
Jansen (SP), Bilder (CDA), Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU), Linhard (PvdA)
en De Mos (PVV).
Plv. leden: Polderman (SP), Vendrik (GL), Van der Vlies (SGP), Remkes
(VVD), Jacobi (PvdA), Pieper (CDA), Koşer Kaya (D66), Koppejan (CDA),
Schermers (CDA), Ormel (CDA), Leijten (SP), Schreijer-Pierik (CDA), De Krom
(VVD), Waalkens (PvdA), Vermeij (PvdA), Vos (PvdA), Elias (VVD), Zijlstra
(VVD), Langkamp (SP), Thieme (PvdD), Gerkens (SP), Algra (CDA), Ortega-Martijn
(CU), Smeets (PvdA) en Agema (PVV).