Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032267 nr. 5

32 267 Opvang zwerfjongeren 2009

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2010

Naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer «Opvang zwerfjongeren 2008» heb ik – samen met de voormalig Staatssecretaris van VWS – aangegeven te bezien of de definitie van zwerfjongeren aanpassing behoefde. Er zijn naar aanleiding hiervan twee moties ingediend, te weten Uitslag / Timmer, Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2007/08, 31 323, nr. 6 en De Roos, Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2009/10, 29 325, nr. 45. Via deze brief laat ik u, mede namens de Minister van VWS, weten dat er overeenstemming is over de definitie van zwerfjongeren.

De definitie

De definitie luidt: «Zwerfjongeren zijn feitelijk of residentieel daklozen onder de 23 jaar met meervoudige problemen».

De toelichting hierop luidt als volgt.

Feitelijk daklozen zijn personen die niet beschikken over een eigen woonruimte en voor een slaapplek gedurende de nacht ten minste één nacht (in de maand) zijn aangewezen op:

  • buitenslapen, ofwel overnachten in de openlucht en in overdekte openbare ruimten, zoals portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto;

  • binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang, inclusief eendaagse noodopvang;

  • binnen slapen bij vrienden, kennissen of familie, zonder vooruitzicht op een stabiele slaapplek.

Residentieel daklozen zijn personen die zijn ingeschreven bij instellingen voor maatschappelijke opvang. Onder maatschappelijke opvang wordt in dit verband nietvrouwenopvang verstaan, hoewel de vrouwenopvang in de Wet maatschappelijke ondersteuning wel valt onder maatschappelijke opvang. Ook vallen kinderen / jongeren die met hun ouder(s) meekomen in de opvang niet onder de definitie. Ingeschreven staan bij begeleid wonen of een foyer de jeunesse wordt ook uitgesloten, ook wanneer deze is ondergebracht bij een instelling voor maatschappelijke opvang.

Voor meervoudige problemen geldt dat het voldoende is wanneer sprake is van een vermoeden van meervoudige problematiek.

Overeenstemming definitie

Er is overeenstemming over de definitie tussen partijen (VNG, Federatie Opvang, de Algemene Rekenkamer, Leger des Heils, Stichting Zwerfjongeren Nederland, Interprovinciaal Overleg, MOGroep en enige grote gemeenten).

Over de toelichting heeft een goede discussie plaatgevonden. Die discussie spitste zich toe op het al dan niet uitsluiten van bepaalde voorzieningen bij «residentieel daklozen», zoals jeugdzorgvoorzieningen, vrouwenopvang, begeleid wonen, foyers de jeunesse. Ik heb hierover de knoop doorgehakt, zoals hierboven vermeld.

Criteria

De volgende criteria liggen aan mijn keuze voor de toelichting met betrekking tot residentieel daklozen ten grondslag.

Het eerste criterium is aansluiting bij het onderscheid van feitelijk en residentieel daklzozen dat wordt gehanteerd in het kader van het Plan van aanpak maatschappelijke opvang en de Stedelijke Kompassen. Hoewel de vrouwenopvang in de Wet maatschappelijke ondersteuning valt onder maatschappelijke opvang, is deze niet meegenomen in het Plan van aanpak maatschappelijke opvang en de Stedelijke Kompassen. Voor vrouwenopvang geldt dat sprake is van een ander soort type problematiek vaak samenhangend met geweld in afhankelijkheidsrelaties en dat hiervoor apart beleid wordt gevoerd.

Toevoeging ten opzichte van de oorspronkelijke definitie van daklozen, zoals gebruikt in het Plan van aanpak maatschappelijke opvang en de Stedelijke Kompassen, is de meervoudige problematiek. Het hebben van meervoudige problematiek wordt algemeen gezien als een essentieel element in de groep die we willen bereiken. Door dit element op te nemen in de definitie wordt voorkomen dat jongeren die wel in een instabiele huisvestingssituatie verkeren, maar verder geen of weinig problemen hebben, onder zwerfjongeren worden geschaard.

Het tweede criterium betreft de vraag of de voorziening een stabiele plek is. Jeugdzorgvoorzieningen, begeleid wonenprojecten en foyers de jeunesse bieden een dergelijke stabiele omgeving. Jongeren die zich in dergelijke voorzieningen bevinden worden daarom geacht niet langer zwerfjongeren te zijn.

Bekendmaking bij partijen en gebruik definitie

Om te bewerkstelligen dat deze definitie en de toelichting daarop breed toegankelijk zijn en gekend en gebruikt worden, zal ik deze op de site www.invoeringwmo.nl plaatsen en de gemeenten, provincies en koepels inlichten via een brochure. Ook zorg ik ervoor dat deze definitie zal worden gebruikt in het aan uw Kamer toegezegde onderzoek over zwerfjongeren dat dit jaar wordt uitgevoerd.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister voor Jeugd en Gezin,

A. Rouvoet