32 224 Toekomst- en onderzoeksagenda Tweede Kamer

Nr. 8 BRIEF VAN HET PRESIDIUM

Aan de Leden

Den Haag, 18 december 2013

Het Presidium heeft bij brief van 28 november 2013 een schriftelijk advies ontvangen van de commissie voor de Rijksuitgaven over de toets en selectie van de voorstellen voor de Toekomst- en onderzoeksagenda 2014 (bijgevoegd).

Het advies luidt als volgt.

De commissie adviseert het Presidium de Kamer voor te stellen om de Toekomst- en onderzoeksagenda 2014 van de Tweede Kamer te laten bestaan uit:

  • onderzoek naar de beleidsimplicaties van onbemande vliegtuigen (drones). De commissie beveelt aan dat de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het voortouw neemt bij een nadere uitwerking van het voorstel.

Voor de uitvoering van het onderzoeksvoorstel stelt het Presidium aan de Kamer voor om de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, zijnde de voortouwcommissie in deze, te verzoeken het voorstel, met betrokkenheid van volgcommissies, eerst nader uit te werken. Bij deze uitwerking dient het draagvlak getoetst te worden om het onderzoek uit te voeren in de vorm van een tijdelijke commissie en dient een planning overlegd te worden waaruit blijkt dat rekening is gehouden met andere lopende parlementaire onderzoeken. Een uitgewerkt onderzoeksvoorstel kan vervolgens met planning en begroting via het Presidium aan de Kamer worden voorgelegd.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, A. van Miltenburg

De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, J.E. Biesheuvel-Vermeijden

Bijlage

Aan het Presidium

Den Haag, 28 november 2013

De commissie voor de Rijksuitgaven biedt u hierbij het advies aan over de in 2014 uit te voeren onderzoeken in het kader van de Toekomst- en onderzoeksagenda van de Tweede Kamer. De commissie heeft vastgesteld dat van de twee voor het jaar 2014 ingediende voorstellen alleen het onderzoeksvoorstel over onbemande vliegtuigen (drones) voldoet aan de criteria voor parlementaire onderzoeken in het kader van de Toekomst- en onderzoeksagenda. De commissie adviseert het Presidium de Kamer voor te stellen om de Toekomst- en onderzoeksagenda 2014 van de Tweede Kamer te laten bestaan uit:

  • onderzoek naar de beleidsimplicaties van onbemande vliegtuigen (drones). De commissie beveelt aan dat de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het voortouw neemt bij een nadere uitwerking van het voorstel.

Voor de uitvoering van het onderzoeksvoorstel geeft de commissie het Presidium in overweging aan de Kamer voor te stellen om de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, zijnde de voortouwcommissie in deze, te verzoeken het voorstel eerst nader uit te werken door een werkgroep bestaande uit leden uit de voortouwcommissie en uit relevante volgcommissies, waarbij tevens het draagvlak wordt getoetst om het onderzoek uit te voeren in de vorm van een tijdelijke commissie én waaruit blijkt dat in de planning rekening wordt gehouden met andere lopende parlementaire onderzoeken. Dit nader uitgewerkt onderzoeksvoorstel kan vervolgens met planning en begroting via het Presidium aan de Kamer worden voorgelegd.

Toelichting

Bij de commissie voor de Rijksuitgaven zijn door de vaste commissies twee voorstellen ingediend: «onbemande vliegtuigen (drones)» en «evaluatie parlementair EU-instrumentarium na het Verdrag van Lissabon». De commissie voor de Rijksuitgaven heeft de twee voorstellen conform opdracht getoetst aan de in Kamerstuk 31 845, nr. 9 genoemde criteria1. Daarbij is naar aanleiding van de evaluatie van de uitvoering van de Toekomst- en onderzoekagenda 2011 sterker getoetst op het draagvlak en de uitvoerbaarheid voor de daadwerkelijke uitvoering van het onderzoek. Dit in verband met het feit dat er in 2014 in elk geval één (Woningcorporaties) en mogelijk twee (Fyra) parlementaire enquêtes worden uitgevoerd en recent is besloten tot het verlengen van het onderzoek ICT (gestart in 2012 en nu naar verwachting af te ronden in november 2014).

De commissie heeft vastgesteld dat het onderzoeksvoorstel «Evaluatie parlementaire EU-instrumentarium na Verdrag Lissabon» niet volledig voldoet aan de criteria voor parlementaire onderzoeken in het kader van de Toekomst- en onderzoeksagenda. De commissie is van oordeel dat dit onderzoek doelmatiger kan worden uitgevoerd door inzet van andere onderzoeksinstrumenten, zoals verwoord in de onderzoeks- en advieskaart Tweede kamer.

De commissie voor de Rijksuitgaven heeft in haar brief van 20 juni 2013 (Kamerstuk 32 224, nr. 7) reeds aangegeven dat zij zich vanwege het lopende onderzoek en enquêtes in 2014 goed kan voorstellen dat na de selectieronde in november 2013 aan de Kamer wordt voorgesteld om voor 2014 hooguit één nieuw onderzoek in uitvoering te nemen.

De commissie heeft voor de toetsing advies gevraagd aan het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven en de Dienst informatievoorziening.

De rapportage van de marginale toetsing, een overzicht van door commissies ingediende voorstellen, de onderzoek- en advieskaart Tweede Kamer, alsmede een voorzet voor een conceptbrief van het Presidium aan de Kamer kunt u bijgevoegd aantreffen.

De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven, Harbers

De griffier van de commissie voor de Rijksuitgaven, Groen

Bijlage 1

Marginale toetsing voorstellen Toekomst- en onderzoeksagenda 2014

Eindoordeel

Uit de marginale toetsing aan de gestelde criteria voor de Toekomst- en onderzoekagenda blijkt dat het voorstel over onbemande vliegtuigen (drones) voldoet aan de gestelde criteria. Het onderzoek «Evaluatie parlementaire EU-instrumentarium na het Verdrag van Lissabon» voldoet niet volledig aan de criteria van de Toekomst- en onderzoeksagenda, maar kan wel worden uitgevoerd door inzet van andere onderzoeksinstrumenten, zoals verwoord in de onderzoeks- en advieskaart (bijgevoegd).

Hieronder is een overzichtstabel opgenomen waarin alle scores per criterium en per onderzoeksvoorstel zijn samengevat op een bolletjesschaal van 1 t/m 5 bolletjes (1= «voldoet nauwelijks/niet aan criterium», 5= «voldoet volledig aan criterium»»).

De motivatie van de meerwaarde en noodzakelijkheid van parlementair onderzoek is in de (summiere) onderzoeksvoorstellen nog niet uitgewerkt. Op basis van de beschikbare informatie is hiervan een inschatting gemaakt.

Onderwerp

Onbemande vliegtuigen

Evaluatie parlementaire EU-instrumentarium na het Verdrag Lissabon

Commissie

V&J

EU

relevantie

•••••

•••

urgentie

••••

Meerwaarde t.o.v. bestaand onderzoek

••••

•••

meerwaarde parlementair onderzoek

••••

uitvoerbaarheid

••••

••••

Totaalscore

••••

••

Nadere toelichting op de toetsing

1 Criteria

De Toekomst- en onderzoeksagenda van de Tweede Kamer is gericht op uitvoeringsonderzoek ex post en toekomstonderzoek. Een uitvoeringsonderzoek is een onderzoek naar de uitvoeringspraktijk van bestaande regelgeving en heeft het karakter van een beleidsevaluatie. Een toekomstonderzoek is een onderzoek naar voor de Kamer relevant geachte ontwikkelingen die zich op een bepaald beleidsterrein kunnen afspelen.

De voorstellen voor onderzoek voor het jaar 2014 zijn op een aantal criteria getoetst. De criteria zijn uitgewerkt aan de hand van de aspecten zoals benoemd in Kamerstuk 32 224, nr. 7 ):

Relevantie

  • Breedte betrokkenheid van de samenleving

  • Impact op betrokkenen in de samenleving

  • Relevantie voor andere overheden

  • Financieel belang

  • Politieke relevantie

Urgentie

  • Aansluiting bij verwachte ontwikkelingen

  • Urgentie in verband met maatschappelijke relevantie

  • Afronding binnen Kamerperiode

Meerwaarde ten opzichte van bestaand onderzoek

  • Er is geen onderzoek of er zijn witte vlekken

  • Er is wel onderzoek, maar dit wordt eenzijdig geacht

  • Er is veel onderzoek, maar er is behoefte aan meta-analyse

  • Duidelijkheid over meerwaarde onderzoek ex post of toekomstverkenning

Meerwaarde parlementair onderzoek

  • Verwachte meerwaarde/opbrengst parlementair onderzoek

Uitvoerbaarheid binnen een jaar

  • Breedte onderwerp

  • Gewenste detailniveau

  • Uitvoerbaarheid

  • Toegang tot informatie

  • Uitvoeringsmodaliteiten

  • Extra: mogelijkheden om onderwerp beter uitvoerbaar te maken

  • Beslag op personele en financiële middelen

  • Draagvlak: is in de vaste commissie vastgesteld of voldoende leden zich bereid hebben verklaard de benodigde inspanning te leveren om uitvoering te geven aan het onderzoek

2 Voorstel onbemande vliegtuigen (drones)

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een voorstel ingediend over onbemande vliegtuigen (drones). Het voorstel behelst zes onderzoeksvragen met als doel meer inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen van de toepassing van onbemande vliegtuigen voor wetgeving en beleid (zie bijlage 3). Samengevat stelt de commissie voor dat de Kamer onderzoek doet naar:

  • 1. Toepassingsmogelijkheden. Wat zijn de mogelijke toepassingen van onbemande vliegtuigen in het particuliere en civiele domein; als wel door de overheid? Wat is gewenst, wat niet?

  • 2. Huidig juridisch en beleidskader. Wat zijn de (mogelijke) gevolgen voor wet- en regelgeving en bestuurlijke rolverdeling? Welke belemmeringen zijn er? Wat is van andere landen te leren?

  • 3. Toekomst. Hoe zouden wet- en regelgeving kunnen worden ingericht, dusdanig, dat onbemande vliegtuigen voor die toepassingen kunnen worden ingezet waarvoor politieke en maatschappelijke acceptatie bestaat?

Uit de onderzoeksvragen en na een nader gesprek met de indiener van het voorstel, zijn de volgende zaken op te merken over de eventuele scope van het onderzoek:

  • De nationale toepassing van onbemande vliegtuigen staat centraal;

  • De volle breedte van (nationale) toepassingsmogelijkheden zou bekeken dienen te worden, met mogelijke gevolgen voor diverse beleidsdomeinen: veiligheid (preventie, opsporing, bewaking, etc.), luchtvaart, privacy, bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling (gemeente, provincie, rijk), etc. Een eventueel onderzoek vergt dan ook een multidisciplinaire aanpak.

  • De internationale dimensie is relevant voor zover deze bij het nadenken over het vormgeven van het nationale beleids- en wetgevingskader ter inspiratie kan dienen (ervaringen, beleid en wetgeving in een aantal andere landen).

  • De uitvoering van het onderzoek kan in een aantal delen plaatsvinden (bijv. maximaal: voorstudie, verdieping, rondetafelgesprekken, rapport), waarbij een besluit over een eventuele vervolgstap pas genomen wordt na afronding van een eerdere fase. Zo wordt het onderzoek niet onnodig omvangrijk. De inschatting is dat een eventuele maximale uitvoeringsvariant binnen de kaders van de Toekomst- en onderzoeksagenda kan blijven (afronden in maximaal 1 jaar).

Relevantie •••••

Het onderzoek naar kansen en knelpunten van de inzet van onbemande vliegtuigen is maatschappelijk relevant. Hoewel onbemande vliegtuigen in de militaire toepassing al behoren tot het «meubilair» van de krijgsmacht, is de toepassing in het nationaal-civiele en overheidsdomein snel groeiend. De ontwikkeling gaat snel, het aantal toepassingsmogelijkheden neemt snel toe, een eind lijkt nog niet in zicht. Daarbij speelt een politiek-maatschappelijke en ethische dimensie: welke toepassingen zijn gewenst, welke zijn minder wenselijk? De snelle ontwikkeling – deels ook open source – onttrekt zich voor een deel ook aan de waarneming van de overheid. Op een onvermijdelijke (door-) ontwikkeling van onbemande toestellen zal echter wel moeten worden ingespeeld.

De ontwikkelingen brengen tal van maatschappelijke en beleidsvragen met zich mee: op het gebied van luchtvaartregelgeving, opsporing en vervolging, toezicht, privacy, inzet door particulieren, etc. Het is enerzijds de vraag of de huidige wet- en regelgeving voldoende ruimte biedt om nieuwe toepassingen mogelijk te maken die van maatschappelijke toegevoegde waarde zijn. Anderzijds zijn er veel vragen te stellen over de bescherming en waarborgen tegen ongewenste effecten van de inzet van onbemande vliegtuigen (openbare orde, privacy, gebruik van het luchtruim, etc.).

In toenemende mate bereikt de discussie over de wenselijkheid van de inzet van onbemande vliegtuigen het maatschappelijk en politieke debat. De relevantie neemt daarmee snel toe.

Urgentie ••••

De technologische ontwikkeling en feitelijke toepassing lijken vooruit te lopen op beleidsmatige en juridische inbedding, al zijn er binnen de (kader)wet- en regelgeving al veel toepassingen mogelijk en worden hier ook randvoorwaarden aan gesteld. Maatschappelijk en politiek is er steeds meer aandacht voor de mogelijkheden en bedreigingen van toepassing van onbemande vliegtuigen. Wel lijkt een integrale benadering nog te ontbreken. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar door de diverse bewindslieden en overheidslagen die beleid voeren op de toepassing van onbemande vliegtuigen. Of deze versnipperde beleidsaanpak daadwerkelijk ongewenste gevolgen heeft of kan hebben, is moeilijk vast te stellen. Een multidisciplinair onderzoek zou er aan kunnen bijdragen om op komende ontwikkelingen en mogelijke nadelige consequenties te kunnen anticiperen. Het juiste moment van een dergelijk onderzoek zal moeilijk blijven te bepalen. Omdat de ontwikkelingen snel gaan lijkt nu een goed moment, maar met de snelle groei van het aantal toepassingsmogelijkheden zou het kunnen dat zich over een aantal jaren nieuwe vraagstukken voordoen t.a.v. onbemande vliegtuigen.

Meerwaarde t.o.v. bestaand onderzoek ••••

Uit een eerste analyse van de Dienst Informatievoorziening van de Kamer (DIV) blijkt, dat er onderzoek ligt / wordt gedaan naar:

  • Technologische ontwikkeling onbemande vliegtuigen (lucht en ruimtevaarttechniek, ICT-toepassingen, civiele toepassingen, etc.), sterk nationaal (ook aantal bedrijven), uiteraard ook internationaal

  • Ethische dimensie: ethiek en techniek, beperkt nationaal onderzoek

  • Recht en informatisering, inlichtingen (internationaal, niet vergelijkend)

  • Privacyaspecten (beperkt Nederlands, ruim internationaal onderzoek: VS

  • Toepassing beleid: informatie van politie en justitie, Inspectie voor de Leefomgeving, VNG, Defensie; beleid vergelijkende informatie uit Duitsland VK, VS

  • Luchtvaartwetgeving (internationaal)

Er lijkt tot op heden geen sprake van een multidisciplinaire onderzoeksaanpak, waarbij vanuit verschillende invalshoeken naar de toepassingen en implicaties van onbemande vliegtuigen wordt gekeken. Ook ontbreekt het aan grondige internationaal vergelijkende studies naar de beleidsimplicaties, wel zijn er beperkte vergelijkingen beschikbaar (VS, Duitsland, VK). Op het gebied van de luchtvaartwetgeving is enig internationaal materiaal beschikbaar (VS en VK, onder andere).

Meerwaarde/opbrengst parlementair onderzoek ••••

De Toekomst- en onderzoeksagenda is gericht op uitvoeringsonderzoek ex post en toekomstonderzoek. Het voorstel van de vaste commissie voor V&J past hier goed binnen (toekomstonderzoek). Het multidisciplinaire karakter van het onderwerp rechtvaardigt een commissie-overstijgende aanpak.

Het parlementair onderzoek zal leiden tot het vergroten van het kennisniveau van de Kamer als geheel; als wel het vergroten van de consensus over het fenomeen onbemande vliegtuigen en/of mogelijke beleidsrichtingen. De meer politieke en beleidsmatige meerwaarde hangt sterk af van de bereidheid die er in de Kamer is om te investeren in een gedeelde probleemanalyse en/of aanbevelingen voor beleid in de toekomst.

Uitvoerbaarheid binnen een jaar ••••

Hoewel het onderzoeksvoorstel nog weinig onderbouwing biedt over de uitvoering van het onderzoek is de inschatting van het BOR dat het onderzoek binnen een jaar is uit te voeren. Het is nog niet duidelijk in hoeverre er bereidheid is bij Kamerleden om in de vorm van een tijdelijke commissie te participeren in het onderzoek.

Er wordt in de Kamer regelmatig over het onderwerp van onbemande vliegtuigen gesproken. Recent heeft nog een rondetafelgesprek plaatsgevonden in de commissie Veiligheid en Justitie. De inschatting is dat in vrij korte tijd meer informatie vergaard kan worden over de nationale toepassing en wet- en regelgeving, rakend aan de toepassing van onbemande vliegtuigen, dan nu voor de Kamer beschikbaar is. De vaste commissie voor V&J wordt in overweging gegeven het BOR te vragen een onderzoeksvoorstel hiertoe nader uit te werken.

3 Evaluatie parlementair EU-instrumentarium na het Verdrag Lissabon

De vaste commissie voor EU-Zaken heeft een voorstel ingediend om de bij het Verdrag van Lissabon geïntroduceerde instrumenten te evalueren (zie bijlage 3). Het voorstel richt zich op het «verhogen van de effectiviteit van beïnvloeding door de nationale volksvertegenwoordiging van Europese besluitvormingsprocessen en het vergroten van de democratische legitimiteit van EU-beleid.»

Relevantie •••

Het onderwerp is politiek relevant: de uitkomsten kunnen bijdragen aan de effectiviteit van de besluitvorming. Regelmatig staat in de politiek de vraag centraal of zaken door de EU of door de lidstaten moeten opgepakt. Ook is het relevant voor andere overheden, omdat het uiteindelijk gaat over bestuurlijke bevoegdheden van een lidstaat wat tegelijkertijd gevolgen heeft voor andere overheidslagen en andere lidstaten.

De EU-besluitvorming en de invloed van Nederland daarop heeft grote impact op het Nederlandse beleid. Hoewel een effectieve controle van de standpunten van de regering in EU-gremia en zelfstandig in EU-verband uiteindelijk ook maatschappelijk relevant is, is het de vraag of de democratische controle van nationale parlementen versterkt is door de nieuwe instrumenten in het Verdrag van Lissabon een directe impact op de Nederlandse samenleving heeft. Tot slot is het financiële belang van het onderwerp gering.

Urgentie •

Het uiteindelijke doel van het onderzoek is de effectiviteit van beïnvloeding door de nationale volksvertegenwoordiging van Europese besluitvormingsprocessen te verhogen.

Het onderzoek moet daarvoor aanbevelingen opleveren.

Op dit moment zijn er geen signalen dat het huidige instrumentarium daar niet aan voldoet en er zijn deze kabinetsperiode geen belangrijke nieuwe ontwikkelingen te verwachten vanuit de EU of vanuit de Nederlandse regering ten aanzien van deze instrumenten. Daarmee is de urgentie om het onderzoek in 2014 uit te voeren niet aangetoond.

Meerwaarde t.o.v. bestaand onderzoek •••

Uit een eerste inventarisatie van de DIV blijkt dat er diverse nationale en internationale -al dan niet wetenschappelijke- literatuur beschikbaar is die ingaat op de bij het Verdrag van Lissabon geïntroduceerde instrumenten. In evaluatieve zin is er (nog) beperkt onderzoek beschikbaar.

Meerwaarde/opbrengst parlementair onderzoek •

Het uiteindelijke doel van het onderzoek is het ««Verhogen van de effectiviteit van beïnvloeding door de nationale volksvertegenwoordiging van Europese besluitvormingsprocessen en vergroten van de democratische legitimiteit van EU-beleid»». Ook staat in het voorstel dat het onderzoek moet leiden tot aanbevelingen voor de Tweede Kamer ««teneinde effectiever te opereren bij de controle van de standpunten van de regering in EU-gremia en zelfstandig in EU-verband».

Het onderzoek zou in elk geval kunnen leiden tot meer bekendheid bij het parlement met de beschikbare instrumenten, aanbevelingen ten aanzien van de werkwijze van het parlement bij de inzet van de instrumenten zelfstandig in EU-verband en in EU-gremia en mogelijke verbeterpunten daarin. In hoeverre dit ondanks of dankzij de nieuwe instrumenten uit het Verdrag van Lissabon komt is mogelijk lastiger te beoordelen, omdat uit de literatuur bijvoorbeeld blijkt dat de belangstelling voor Europese vraagstukken in de nationale parlementen al is gegroeid ondanks de nieuwe instrumenten.

De noodzaak en verwachte meerwaarde/opbrengst van parlementair onderzoek is moeilijk in te schatten op basis van het onderzoeksvoorstel. De Toekomst- en onderzoeksagenda is gericht op uitvoeringsonderzoek ex post en toekomstonderzoek. Het voorstel van de vaste commissie voor Europese Zaken lijkt hier niet in te passen. Het betreft niet zozeer een evaluatie van beleid, maar van instrumenten die de Kamer ter beschikking staan voor de democratische controle op Europese besluitvorming. Het onderzoek is gericht is op de werkwijze van de Tweede Kamer en moet ook leiden tot aanbevelingen aan de Tweede Kamer. Dit rechtvaardigt de inzet van andere onderzoeksinstrumenten, zoals verwoord op de onderzoeks- en advieskaart (zie ook uitvoerbaarheid binnen een jaar).

Uitvoerbaarheid binnen een jaar ••••

In het onderzoeksvoorstel wordt niet ingegaan op de uitvoerbaarheid. Ook is niet duidelijk in hoeverre in de vaste commissie voor EU-zaken is vastgesteld of voldoende leden zich bereid hebben verklaard de benodigde inspanning te leveren om uitvoering te geven aan het onderzoek.

Het onderzoeksvoorstel zoals nu omschreven kent geen duidelijke hoofdvraag. Uit de titel van het voorstel kan worden opgemaakt dat het gaat om alle instrumenten die zijn geïntroduceerd bij het Verdrag van Lissabon. Echter, uit de operationele doelen (eigenlijk de onderzoeksvragen) kan worden opgemaakt dat het alleen gaat om de instrumenten die zijn geïntroduceerd om de democratische controle van nationale parlementen te versterken en dan met name de subsidiariteitstoets, gele kaart mechanisme en het behandelvoorbehoud.

Op basis van de beschikbare informatie concludeert het BOR dat het onderzoek goed binnen een jaar uit te voeren is. Daarbij geeft zij aan dat gebruik zou kunnen worden gemaakt van de onderzoeksmogelijkheden die de Kamer heeft en die verwoord staan in de onderzoeks- en advieskaart (bijgevoegd). De vaste commissie voor EU-zaken wordt in overweging gegeven het BOR te vragen een onderzoeksvoorstel hiertoe nader uit te werken2.

Bijlage 2

Commissievoorstellen Toekomst- en onderzoeksagenda 2014

In deze bijlage vindt u de (samengevatte) onderzoeksvoorstellen van de commissies, zoals deze zijn ingediend bij de commissie voor de Rijksuitgaven.

Voorstel van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J)

Onbemande vliegtuigen of «drones».

Doel van het onderzoek:

  • inventarisatie van knelpunten van bestaande wet- en regelgeving op het gebied van het gebruik van onbemande vliegtuigen;

  • inventariseren van nut, noodzaak en de bedreigingen rond het toekomstig gebruik van onbemande vliegtuigen;

  • vergelijking van de wet- en regelgeving in de ons omringende landen die zich al voorbereid hebben op het toekomstig gebruik van onbemande vliegtuigen waarbij gekeken wordt naar effectiviteit en proportionaliteit van de regels;

  • het formuleren van de contouren van de benodigde wet- en regelgeving om voorbereid te zijn op het toekomstig gebruik van onbemande vliegtuigen;

  • met bijzondere aandacht voor de mogelijk negatieve effecten van het gebruik van onbemande vliegtuigen op de privacy en de wijze waarop die het meest effectief kan worden gewaarborgd;

  • waarbij tevens de verwachte kansen en bedreigingen van onbemande vliegtuigen op de nationale veiligheid en criminaliteit.

Voorstel van de vaste commissie voor EU-Zaken:

Evaluatie parlementaire EU-instrumentarium na het Verdrag van Lissabon

Doel van het onderzoek:

Verhogen van de effectiviteit van beïnvloeding door de nationale volksvertegenwoordiging van Europese besluitvormingsprocessen en vergroten van de democratische legitimiteit van EU-beleid.

Operationele doelen:

  • een inventarisatie van het gebruik van de op het EU-besluitvormingsproces gerichte instrumenten van nationale parlementen;

  • in het bijzonder het in het Verdrag van Lissabon geïntroduceerde of aangescherpte instrument: subsidiariteitstoets, gele kaart mechanisme;

  • waaronder het gebruik en de effectiviteit van het met de goedkeuringswet van het Verdrag van Lissabon geïntroduceerde behandelvoorbehoud;

  • en de wijze waarop deze in de dagelijkse werkpraktijk van de Tweede Kamer worden toegepast (bekendheid, gebruik, voorkeur voor een van de instrumenten);

  • waaronder de werkwijzen die ten behoeve daarvan werden geïntroduceerd (zoals jaarlijkse prioritering, rapporteurschappen)

  • met inbegrip van een vergelijking met deze of vergelijkbare instrumenten bij andere EU-parlementen,

  • uitmondend in het formuleren van aanbevelingen voor de Tweede Kamer teneinde effectiever te opereren bij de controle van de standpunten van de regering in EU-gremia en zelfstandig in EU-verband

Draagvlak en relevantie:

Zowel regering als Kamer proberen meer vat te krijgen op het Europese besluitvormingsproces. Daarbij staat vaak de vraag centraal of zaken door de EU of door de lidstaten moeten worden aangepakt. Recent besprak de Kamer een lijst van bevoegdheden/onderwerpen die naar lidstaten terug zouden kunnen worden gehaald. Ook de gele/oranje kaart-procedure krijgt veel meer aandacht. Er bestaat dus een brede behoefte om de controle op Europese besluitvorming vanuit de lidstaten meer invulling te geven.


X Noot
1

Kamerstuk 31 845, nr. 9: Brief van het Presidium over een uitvoeringsvoorstel voor een eigen toekomst- en onderzoekagenda van de Tweede Kamer.

X Noot
2

Een optie is bijvoorbeeld om onder andere onderzoeksvragen uit te zetten via de ECPRD (European Centre for Parliamentary Research and Documentation) waarbij vragen worden gesteld aan verschillende EU-parlementen. Mogelijk kan dit leiden tot aanvullend (extern) onderzoek (interviews) bij verschillende EU-parlementen. De vaste commissie voor Europese Zaken zou daarbij als klankbordgroep kunnen fungeren en aanbevelingen kunnen komen voor de Tweede Kamer.

Naar boven