Algemeen
De leden van de fractie van het CDA lazen met belangstelling de memorie van antwoord. Een aantal vragen (zoals die rond de bekostiging van extra wethouders)
is beantwoord. Maar dit geldt niet voor alle vragen, en door de beantwoording rezen ook nog enkele nieuwe vragen. De leden
van de CDA-fractie leggen deze vragen graag aan de regering voor. De leden van de fracties van de VVD, de ChristenUnie, de SGP en D66 sluiten zich bij deze vragen aan.
Vervanging ministers en staatssecretarissen
De regering realiseert zich blijkens de beantwoording wel terdege dat hetgeen wordt voorgesteld ten aanzien van de dagelijkse
bestuurders bij decentrale overheden van andere orde is dan wat eerder ten aanzien van volksvertegenwoordigers is geregeld.
Toch tilt zij er kennelijk niet zwaar aan dat de «verambtelijking» van politieke bestuurders na aanvaarding van dit wetsvoorstel
weer een stap verder gaat. Wethouders die zwanger of ziek zijn blijven lid van het college maar dat college wordt tijdelijk
uitgebreid met een vervanger. Deze gang van zaken wordt overigens niet nodig geacht voor de regering zelf. Daar komt men er
kennelijk zelf wel uit of is de werklast lichter dan bij dagelijkse bestuurders van decentrale overheden.
De leden van de CDA-fractie vragen, mede namens de leden van de andere genoemde fracties, in dit verband of de afwijzing van een vergelijkbare
regeling voor de nationale regering en de bewindspersonen principieel is of opportunistisch («er is thans geen behoefte aan»).
Tijdelijke vervanging
De leden van de fractie van het CDA begrijpen uit de beantwoording van vragen van de fracties van ChristenUnie en SGP uit het voorlopig verslag dat de verstoring
van de politieke balans ook kan worden betrokken in de beschouwingen rond de vraag of een zieke of zwangere collega moet worden
vervangen door een nieuw te benoemen wethouder/gedeputeerde. Weliswaar staat de werklast voorop maar kennelijk kunnen deze overwegingen met betrekking tot de «politieke balans»
wel degelijk een rol spelen. Betekent dit bijvoorbeeld, zo vragen de aan het woord zijnde leden, dat indien een wethouder
zwangerschapsverlof neemt en deze wethouder de enige vertegenwoordiger van een partij in het college is, dat feit in betekenende
mate kan worden meegewogen in de vraag of «haar werk door een nieuwe wethouder «boven de sterkte» tijdelijk kan worden overgenomen»?
Verzoek om verlof
De regering schrijft op pagina 3 van de memorie van antwoord dat binnen het college overeenstemming moet bestaan over de vraag
of een situatie aanwezig is waarin een dergelijk verzoek aangewezen is. Betekent «overeenstemming» in dit verband, zo vragen
de leden van de fractie van het CDA, mede namens de leden van de andere genoemde fracties, dat alle leden van het college moeten instemmen of volstaat een gewone
meerderheid?
Rechtspositie bestuurder
De regering benadrukt sterk de gebondenheid van de besluitvorming aan de medische verklaring, zo constateren de leden van
de fractie van het CDA. Het doet er niet toe of een wethouder door politieke omstandigheden overspannen is geraakt. Het zal, zegt de regering, voor
de raad moeilijker zijn om de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken, in ernstige politieke problemen geraakte wethouder
te sanctioneren, maar niet onmogelijk. Meent de regering dat een met ziekteverlof gegane wethouder die niet in de raadsvergadering
kan verschijnen tijdens dit verlof kan worden ontslagen door de raad ook buiten het geval van opzegging van vertrouwen in
het college als geheel?
Deelt de regering niet de vrees dat hoe dan ook door de invoering van de mogelijkheid voor het college/de burgemeester om
een collega die een medische verklaring van overspannenheid bezit even «buiten de wind te zetten» en diens werk voor een aantal
maanden op te dragen aan een nieuwe door de raad te benoemen wethouder de facto de sanctionering van de politieke verantwoordelijkheid
op tijd stelt en aldus relativeert?
De leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis der Koningin
zien de beantwoording van de hierboven gestelde vragen met bijzondere belangstelling tegemoet. Bij ontvangst van de nota naar
aanleiding van het verslag vóór 21 juni 2011, acht de commissie het wetsvoorstel gereed voor plenaire behandeling op 28 juni
2011.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis der Koningin,
Huijbregts-Schiedon
De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis
der Koningin,
Bergman