Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2013
Met de middelen uit het Europees Visserijfonds ondersteun ik de verduurzaming en economische
versterking van de visserij-en aquacultuursector. Voor het programmeringsjaar 2013
ben ik voornemens voor een drietal onderwerpen middelen uit het EVF beschikbaar te
stellen. Het betreft maatregelen in relatie tot de aanlandplicht, visserijgebieden
in provincies en de garnalensector. Onderstaand licht ik deze keuzes toe. In het EVF-Comité
van Toezicht van 12 juni aanstaande, zal dit voornemen worden vastgelegd in de Nederlandse
programmering.
Aanlandplicht
Mijn eerste voornemen betreft het openstellen van de subsidieregeling «Collectieve
Acties in de visketen» die geheel zal worden toegespitst op de invoering van de aanlandplicht.
Het is uw Kamer bekend dat de invoering van de aanlandplicht vooralsnog is voorzien
in 2015 voor de pelagische sector en in 2016 voor de demersale visserij. Ik wil de
sector in de gelegenheid stellen om met voorstellen te komen waarmee ondernemers in
de visserij in staat worden gesteld zich voor te bereiden op de invoering van de aanlandplicht.
Zoals gebruikelijk onder de reguliere openstellingen van de regeling Collectieve Actie
in de visketen, kunnen projecten en/of pilots in de meest brede zin voor ondersteuning
worden ingediend. De focus ligt op concrete, praktische toepassingen zoals pilots
aan boord, het testen van selectievere vistechnieken, pilots in de haven, in de keten.
Voorwaarde is wel dat er een relatie moet zijn tot de aanlandplicht en dat projecten
door ondernemers gezamenlijk, zo mogelijk met steun van visserijorganisaties, worden
ingediend. En bij voorkeur ook in samenwerking met wetenschappers en/of maatschappelijke
organisaties.
Het is nadrukkelijk aan de sector zelf om met goede voostellen te komen. De sinds
vorige jaar actieve Werkgroep Discards, waarin bedrijfsleven, onderzoek, ngo’s en
overheid actief zijn, kan hier een bijdrage aan leveren. In de werkgroep wordt zowel
voor de pelagische als de platvissector reeds gewerkt aan mogelijke pilots in relatie
tot de aanlandplicht.
Voor de regeling is een bedrag van € 3 mln beschikbaar. De openstelling staat gepland
voor de maand september of uiterlijk oktober, afhankelijk van de tijd die de sector
nodig heeft om tot kwalitatief goede plannen te komen. Na indiening zullen de projecten
voor het eind van het jaar beoordeeld worden door de VIP-beoordelingscommissie. In
de eerste weken van 2014 kan ik dan overgaan tot toekenning van EVF-middelen en zodat
de projecten van start kunnen gaan.
Visserijgebieden
Een tweede voornemen betreft de inzet van EVF-middelen voor de regeling Duurzame ontwikkeling
van visserijgebieden. Deze EVF-regeling is bedoeld om visserijgemeenschappen te versterken.
In de afgelopen jaren hebben zes provincies gezamenlijk € 5 mln beschikbaar gesteld
om daarmee over een vergelijkbaar bedrag uit het EVF te kunnen beschikken. Daarmee
zijn innovatie- en samenwerkingsprojecten in visserijgebieden ondersteund maar ook
meer reguliere investeringen in vistuigen en kwaliteitsverhogende maatregelen voor
visserijproducten.
Ik ben bereid voor 2013 aanvullend een bedrag van € 2 mln uit het EVF vrij te maken
onder de voorwaarde dat provincies eveneens bereid zijn een vergelijkbaar bedrag bijeen
te brengen. Op die manier komt voor het jaar 2013 in totaal
€ 4 mln beschikbaar voor visserijprojecten in de provincies. Daarmee kom ik tegemoet
aan signalen die mij vanuit de visserijgebieden bereiken om dit jaar nog in de gelegenheid
te worden gesteld zogeheten As-4 projecten te starten. De keuze om welke projecten
het uiteindelijk gaat, is neergelegd bij de EVF-lokale visserijgroepen in de verschillende provincies.
Garnalensector
Mijn derde voornemen heeft betrekking op de garnalensector. In het kader van de ondertekening
van het VIBEG-akkoord in 2011 is de toenmalig staatssecretaris van EL&I een inspanningsverplichting
aangegaan om in 2013 € 3 mln EVF-middelen voor de garnalensector beschikbaar te stellen.
Daarbij werden partijen uitgenodigd een samenhangend pakket maatregelen op te stellen
dat de garnalensector op termijn voldoende perspectief biedt op een gezonde en daarmee
ook economisch duurzame toekomst. In 2012 is een eerste pakket maatregelen gepresenteerd,
waaraan nu invulling wordt gegeven. Voor het jaar 2013 zijn er nog geen plannen gepresenteerd.
Ik ben voornemens de inspanningsverplichting uit 2011 invulling te geven en de € 3
mln voor de garnalensector in de programmering voor 2013 op te nemen. Ik verbind hier
echter de voorwaarde aan dat de garnalensector uiterlijk 1 augustus aanstaande een
samenhangend pakket maatregelen indient. In geval de sector hier niet in slaagt, vervallen
deze middelen.
Ik wil immers voorkomen dat er middelen terugvloeien in het EVF omdat we er niet in
slagen voor het eind van de huidige EVF-periode een nuttige besteding van de beschikbare
middelen te vinden. De inspanningsverplichting die eveneens in 2011 is gedaan om onder
het nieuwe visserijfonds in 2014 middelen voor de garnalensector ter beschikking te
stellen, blijft gehandhaafd.
De staatssecretaris van Economische Zaken,
S.A.M. Dijksma