Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032178 nr. 6

32 178 (R 1898)
Reglement voor de Gouverneur van Curaçao

nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 18 januari 2010

Inleiding

Over de regeling houdende een Reglement voor de Gouverneur van Curaçao (hierna: Reglement) heeft de Tweede Kamer (32 178 (R 1898), nummer 5) verslag uitgebracht. De leden van de fracties van het CDA, de PvdA, de VVD en de PVV hebben vragen gesteld bij dit wetsvoorstel. Bij de beantwoording van de vragen van de genoemde fracties zal het verslag van de Tweede Kamer worden gevolgd.

I. Algemeen

De leden van de fractie van de PvdA geven aan dat met belangstelling kennis is genomen van het voorstel van rijkswet. De leden geven aan enkele vragen te hebben over het overleg dat is geregeld in artikel 15 van het wetsvoorstel. Bij dat overleg tussen de Gouverneur en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over aangelegenheden waarbij het belang van het Koninkrijk is betrokken mogen betrokken bewindspersonen aanschuiven. De leden vragen zich af welke bewindspersonen hier bedoeld zijn, de bewindspersonen van Nederland of ook om de bewindspersonen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten?

In artikel 15, vierde lid, van het wetsvoorstel is aangegeven dat aan dat overleg ook deel kunnen nemen Onze Ministers van het Koninkrijk wie de te bespreken onderwerpen aangaan. De minister die binnen de Koninkrijksregering voor de betreffende koninkrijksaangelegenheid verantwoordelijk is, kan in dat geval aan het overleg deelnemen. Er worden derhalve geen ministers van Aruba, Curaçao of Sint Maarten uitgenodigd.

De leden van de PvdA-fractie vragen zich verder af wat de mening van de regering is over een door de Raad van State van het Koninkrijk aanbevolen secretariaat van het Koninkrijk en of de regering het voornemen heeft een dergelijk secretariaat op te richten in de toekomst. De regering heeft bij nader rapport aangegeven het staatkundig proces niet te willen belasten met de instelling van een dergelijk secretariaat.

De regering zal na de staatkundige hervormingen bezien of een dergelijk secretariaat voor de toekomst meerwaarde heeft. Dit onderwerp zal betrokken worden bij de nota over de Toekomstvisie op het Koninkrijk.

De leden van de VVD-fractie vragen zich af waarom het nodig is nu en in de toekomst te kiezen voor de functie van Gouverneur als vertegenwoordiger van de Koning in diens hoedanigheid van hoofd van de regering van Curaçao en Sint Maarten. Waarom zou de Koning niet zelf – net als in Nederland – hoofd van de regering van Curaçao en Sint Maarten kunnen zijn, zo aan die functie al behoefte bestaat, aldus de leden van de VVD-fractie.

In het Statuut is bepaald dat de Koning in de Nederlandse Antillen en in Aruba vertegenwoordigd wordt door de Gouverneur (artikel 2). De Gouverneur vertegenwoordigt zowel de regering van het Koninkrijk, als de Koning als hoofd van de landsregering. De functie van de Gouverneur heeft aldus een tweeledig karakter, namelijk als landsorgaan en Koninkrijksorgaan. De vraag van de VVD-fractie spitst zich toe op de functie als hoofd van de landsregering. De Gouverneur heeft uit dien hoofde een aantal belangrijke taken, bijvoorbeeld het ondertekenen van stukken, zoals alle landsverordeningen en -besluiten. Verder benoemt de Gouverneur de formateur en de informateur tijdens een kabinetsformatie. Om die taken goed uit te kunnen voeren is het van belang dat hij aanwezig is in het betrokken land en niet in Nederland.

De leden van de VVD-fractie vragen waarom in dit Reglement wordt gekozen voor het bekleden van het voorzitterschap van de Raad van Advies door de Gouverneur. Hoe vaak is het de afgelopen jaren voorgekomen dat de voorzitter ook feitelijk het voorzitterschap op zich heeft genomen? De leden van de PVV-fractie vinden het een ongewenste situatie dat de Gouverneur ook het voorzitterschap van de Raad van Advies kan bekleden.

Zoals aangegeven vertegenwoordigt de Gouverneur de Koning als hoofd van de landsregering en hij vertegenwoordigt de Koninkrijksregering. Het onderhavige Reglement regelt de bevoegdheden, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Gouverneur in zijn hoedanigheid van Koninkrijksorgaan. De Gouverneur heeft uiteraard ook bevoegdheden, verplichtingen en verantwoordelijkheden in zijn hoedanigheid van landsorgaan. Deze worden niet vastgesteld door de Koninkrijkswetgever, maar door de wetgevende macht van het land waarvan de Gouverneur het hoofd van de regering is. De rol van de Gouverneur in de Raad van Advies is onderdeel van zijn verantwoordelijkheden als landsorgaan. In de ontwerp-Staatsregelingen van Curaçao en Sint Maarten is, net zoals in de huidige Staatsregeling van de Nederlandse Antillen, bepaald dat de Gouverneur het voorzitterschap van de Raad van Advies kan bekleden, zo dikwijls hij dit nodig oordeelt. Dit is vergelijkbaar met de Nederlandse situatie, de Koningin is immers voorzitter van de Raad van State. Bij de redactie van artikel 7 van het Reglement is er rekening mee gehouden dat de Gouverneur het voorzitterschap van de Raad van Advies kan bekleden, en daarom wordt dit in de toelichting bij artikel 7 vermeld. De Gouverneur van de Nederlandse Antillen zit in de praktijk ongeveer één keer per jaar een zitting van de Raad van Advies voor.

II Artikelen

Artikel 1, zesde lid

De leden van de CDA-fractie vragen zich af aan welk soort verrekening kan worden gedacht bij artikel 35 van het Statuut, waarnaar in artikel 1, zesde lid, wordt verwezen.

Op grond van artikel 35 van het Statuut dragen de Nederlandse Antillen en Aruba (en in de toekomstige situatie de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten) in overeenstemming met hun draagkracht bij in de kosten, verbonden aan de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk, zomede in de kosten, verbonden aan de verzorging van andere aangelegenheden van het Koninkrijk, voor zover deze strekt ter gunste van de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk Aruba. Het bedrag dat de landen op grond van artikel 35 van het Statuut verschuldigd zijn kan worden verrekend met de uitgaven die op grond van artikel 1, zesde lid, ten laste van Nederland komen.

Artikel 9, tweede lid

De leden van de PVV-fractie geven aan het niet eens te zijn met artikel 9, tweede lid, omdat daarin zou zijn bepaald dat de Gouverneur na zijn ontslag, wegens feiten, tijdens zijn ambtsperiode gepleegd in Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet tot straf vervolgd kan worden. Opgemerkt wordt dat in het artikel iets anders is bepaald, namelijk dat de Gouverneur ook na zijn ontslag, wegens feiten, tijdens zijn ambtsperiode gepleegd, in Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet tot straf kan worden vervolgd. Dit artikel is afkomstig uit het de bestaande Reglementen voor de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en Aruba. In de officiële toelichting bij dit artikel is destijds opgemerkt dat «gezien de beoogde samenwerking tussen de beide landen op het gebied van de rechtspraak en de daarmee samenhangende wetgeving alsook gelet op hun geografische nabijheid, het gewenst is de berechting van strafbare feiten, gepleegd door de Gouverneur, in Nederland te doen plaatsvinden».

Artikel 17

De leden van de VVD-fractie vragen zich af aan welke gewichtige redenen wordt gedacht als het gaat om het opschorten van de afkondiging of uitvoering van de in artikel 16 bedoelde rijkswetten of algemene maatregelen van rijksbestuur.

Dit artikel is afkomstig uit de bestaande reglementen. Opgemerkt kan worden dat dit artikel in de praktijk zijn relevantie enigszins heeft verloren en toepassing daarvan door de Gouverneur in de huidige omstandigheden moeilijk voorstelbaar lijkt. Steeds is echter beoogd om alleen die wijzigingen aan te brengen die strikt noodzakelijk zijn vanwege de staatkundige vernieuwingen. In het streven om in de nieuwe Reglementen aan te sluiten bij het Reglement voor de Gouverneur van Aruba is het artikel opgenomen, ook omdat het van belang is dat de drie Reglementen inhoudelijk hetzelfde zijn.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin