32 175 Huwelijks- en gezinsmigratie

Nr. 34 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2012

In het algemeen overleg inzake reguliere migratie van 21 juni jongstleden heb ik, naar aanleiding van vragen van de Kamerleden Fritsma (PVV) en van Nieuwenhuizen (VVD), toegezegd uw Kamer te informeren over de landen van herkomst en eerder verblijf in het kader van de Europaroute.

Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging.

De door u gevraagde informatie ziet op de aanvragen om toetsing aan het EU-recht, ingediend door niet-EU-burgers, voor verblijf bij een EU-burger. De referenten kunnen zowel de Nederlandse nationaliteit als een andere EU-nationaliteit hebben. De referenten die de Nederlandse nationaliteit hebben, zijn Nederlanders die eerder gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrij verkeer van personen door (tijdelijk) te verblijven in een andere EU-lidstaat en gezamenlijk met hun niet EU-gezinslid naar Nederland zijn teruggekeerd.

De vijf meest voorkomende herkomstlanden van de niet EU-gezinsmigranten die verblijf hebben gevraagd op grond van het EU-recht in 2011 zijn Turkije, Marokko, Brazilië, Ghana en de Verenigde Staten.

De meest voorkomende herkomstlanden van de EU-referenten in 2011 zijn Nederland, Groot-Brittannië, Polen, Duitsland en Spanje.

Informatie over het land van eerder verblijf van de EU-referent kan niet uit de IND systemen worden herleid.

De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers

Naar boven