32 175 Huwelijks- en gezinsmigratie

Nr. 28 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 april 2012

Bij brief van 17 februari jl. heb ik de schriftelijke Kamervragen over de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake de leges die een bijstandsgerechtigde diende te betalen voor een aanvraag om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging, beantwoord (Handelingen II 2011/12, nrs. 1604, 1605, 1606). Daarbij heb ik toegezegd u te informeren over de wijze waarop ik gevolg geef aan bovengenoemde uitspraak. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.

Ik heb besloten om een nieuw legesbedrag van € 250 in te voeren voor aanvragers van een machtiging tot voorlopig verblijf/verblijfsvergunning indien verblijf wordt beoogd bij een hoofdpersoon, die een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt. Dit geldt voor de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf, de aanvraag om een verblijfsvergunning, de aanvraag om wijziging van de beperking en de aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning.

Het lage legestarief geldt voor de zaken die op of na de datum van de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (10 januari 2012) zijn ingediend of die op dat moment nog niet in rechte onaantastbaar waren. Deze regeling komt naast en niet in plaats van de bestaande vrijstellingsregeling van de leges.

Deze wijziging laat onverlet dat bij de beoordeling van de aanvraag wordt getoetst aan het middelenvereiste. Dit betekent dat de hoofdpersoon in beginsel zelfstandig moet beschikken over het toepasselijke normbedrag, te weten 100% van het wettelijk minimumloon of 90%van het wettelijk minimumloon in de situatie van alleenstaande ouders.

De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers

Naar boven