Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 november 2016
Verdwijning gezonken schepen
Hierbij informeren wij u mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken over de ontdekking
dat de oorlogswrakken van Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java door nog onbekende oorzaak
van de zeebodem in de Javazee lijken te zijn verdwenen. Ook het wrak van Hr. Ms. Kortenaer
lijkt voor een groot deel te ontbreken. Wel zijn er sporen aangetroffen en lieten
sonaropnamen de afdruk van de schepen op de zeebodem zien. Op 27 februari 1942, tijdens
de Slag in de Javazee, zijn deze schepen vergaan. In 2002 werden zij teruggevonden
door amateurduikers.
De verdwijning kwam aan het licht tijdens een door het Karel Doorman Fonds geïnitieerde
duikexpeditie die onderzoek deed naar de wrakken. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
en de Koninklijke Marine hebben de initiatiefnemers daarbij van advies voorzien. De
expeditie vond plaats met het oog op de 75e herdenking van de Slag in de Javazee op 27 februari 2017. Het Karel Doorman Fonds
wilde de nabestaanden een tastbare erkenning van de laatste rustplaats van hun dierbaren
bieden door het plaatsen van een plaquette bij de schepen. De stichting wilde daarmee
de status van de wrakken als oorlogsgraf onderstrepen met het oog op bescherming en
behoud ten behoeve van toekomstige generaties.
Nader onderzoek
Op dit moment beschikt het kabinet helaas nog over onvoldoende informatie om de toedracht
van de gebeurtenissen vast te stellen. Direct nadat het duikteam de verdwijning ontdekte,
heeft het Karel Doorman Fonds de ministeries van Defensie en OCW hierover geïnformeerd.
Vervolgens is tijdens interdepartementaal spoedoverleg ook het Ministerie van Buitenlandse
Zaken geïnformeerd en aansluitend het Ministerie van Algemene Zaken. Ook de Amerikaanse,
Australische, Britse en Indonesische autoriteiten zijn op de hoogte gebracht van de
verdwijning. De overlevenden en nabestaanden worden gelijktijdig met uw Kamer geïnformeerd.
Door middel van nader onderzoek moet worden vastgesteld wat er met de verdwenen schepen
is gebeurd. Dit is van groot belang voor de overlevenden en nabestaanden. Voorts is
de historische waarde van de schepen voor Nederland groot. Nederland zal verkennen
welke mogelijkheden er zijn tot samenwerking met andere betrokken staten.
Juridische status oorlogsschepen/graven ter zee
Alle oorlogsschepen, ook gezonken, vallen volgens Nederland onder de staatsimmuniteit
en genieten op grond daarvan onschendbaarheid. Alle handelingen ten aanzien van de
oorlogswrakken, inclusief berging van (onderdelen van) deze wrakken, zonder toestemming
van Nederland is daarmee onder internationaal recht illegaal. Daarnaast beschermt
het internationale humanitaire oorlogsrecht oorlogsgraven, waar zij zich ook mogen
bevinden. Grafschennis van wrakken van gezonken oorlogs- en koopvaardijschepen is
derhalve niet alleen moreel verwerpelijk, maar ook in strijd met het internationaal
recht.
Beleidsmaatregelen
Helaas is het niet de eerste keer dat wrakken van Nederlandse oorlogsschepen worden
verstoord. Eerdere incidenten vormden reeds aanleiding tot grote zorg. De ministeries
van Defensie en Buitenlandse zaken hebben altijd nauw contact onderhouden met comités
van nabestaanden en met vlagstaten van andere oorlogsgraven ter zee in de omgeving
van Nederlandse schepen (waaronder Australië, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de
Verenigde Staten). Ook met de staten onder wier rechtsmacht illegale verstoringen
werden ontdekt, is contact geweest.
Nederland vraagt internationaal geregeld aandacht voor de status van oorlogsgraven
ter zee. Zo heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) in 2015,
op voorstel van Nederland, in de jaarlijkse Resolutie inzake oceanen en het recht
van de zee paragraaf 314 opgenomen waarin zij haar zorgen uitspreekt over de schennis
en plundering van graven op zee en staten oproept samen te werken bij het voorkomen
hiervan. Daarnaast wil Nederland het bewustzijn vergroten onder de bevolking en bij
de autoriteiten van de staten waar oorlogsgraven zich bevinden en gezamenlijke beheerplannen
voor de wrakken ontwikkelen. Voor de oorlogsschepen die zijn vergaan bij de slag in
de Javazee heeft de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed de eerste stappen gezet om
in samenwerking met alle betrokkenen tot een beheerplan voor de vindplaatsen te komen,
dat is gericht op behoud op langere termijn.
De uitdagingen voor de bescherming van oorlogsgraven ter zee zijn echter groot. Het
is onmogelijk om de graven permanent fysiek te beveiligen. Met het oog op het vergroten
van het bewustzijn is samenwerking met de betrokken staten van groot belang ten behoeve
van preventie. Handhaving is noodgedwongen gericht op het achteraf optreden tegen
overtredingen.
Zodra er meer bekend is over de toedracht van de verdwijning, wordt uw Kamer vanzelfsprekend
onmiddellijk geïnformeerd.
De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker