Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132156 nr. 24

32 156 Monumentenzorg

Nr. 24 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 november 2010

Op 16 november 2009 heeft mijn ambtsvoorganger een notaoverleg gevoerd met de OCW-commissie van uw Kamer over de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (kamerstuk 32 156, nr. 10). Tijdens dat notaoverleg heeft hij toegezegd: «een onderzoek te zullen verrichten naar de professionals die zich bezig houden met het behoud van cultuurhistorie. Verschillende professionals zoals architecten, ingenieurs en gemeenteambtenaren, maar ook stukadoors en metselaars houden zich bezig met renovatie en restauratie waarbij het gevaar bestaat dat in deze keten uiteindelijk de zwakste schakel de kwaliteit van het eindresultaat bepaalt.» Ook heeft hij toegezegd dat voor het einde van 2010 uw Kamer zal worden geïnformeerd over de mogelijkheden om de kwaliteit van het vakmanschap in de keten beter te borgen.

Deze zaken zijn opgepakt binnen het meerjarig programma Restauratiekwaliteit (voorheen Kwaliteitsborging van de uitvoering genoemd) dat sinds 2009 door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt uitgevoerd. Middels deze brief informeer ik u over het programma.

Doel van het programma is het waarborgen en waar nodig verbeteren van de uitvoeringskwaliteit van onderhoud en restauratie van monumenten.

Het programma richt zich op:

  • Het opstellen van breed geaccepteerde kwaliteitsnormen in de uitvoeringsbranche.

  • Het stimuleren en ondersteunen van erkenning (certificering) van marktpartijen.

  • Het bevorderen dat opdrachten worden verleend op basis van een compleet restauratie- of onderhoudsplan waarin wordt verwezen naar kwaliteitsnormen.

  • Het voor de monumentensector toegankelijk maken van kwaliteitsnormen, uitvoeringsrichtlijnen en werkomschrijvingen.

Door «branchebreed» gedragen kwaliteitsnormen en uitvoeringsrichtlijnen wordt voor iedereen duidelijk welke kwaliteit wenselijk is om cultuurhistorische waarden te behouden.

Gekwalificeerde bedrijven moeten vervolgens de kans krijgen een hoge uitvoeringskwaliteit te leveren; daarvoor is het essentieel dat die kwaliteit goed is omschreven en tijdens de aanbestedingsprocedure wordt gevraagd.

De kwaliteitsnormen voor de uitvoeringsfase vormen ook een toetsingskader voor begeleiding van en toezicht op de werkzaamheden door bijvoorbeeld gemeenten.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ondersteunt de monumentensector bij het ontwerpen van een samenhangend systeem van kwaliteitseisen, voldoende aanbod van gekwalificeerde bedrijven, en het op niveau brengen van de vraag naar kwaliteit.

De Rijksdienst heeft andere instanties zoals grote opdrachtgevers, aangewezen monumentenorganisaties en gemeenten opgeroepen mee te helpen en het programma gezamenlijk verder uit te werken. Zo heeft ook de Federatie Grote Monumentengemeenten toegezegd te participeren.

Een toenemend aantal branches binnen de restauratiesector speelt in op de nieuwe koers. Zij nemen het initiatief om de kwaliteitseisen voor werkzaamheden op papier te zetten. Zo maken deze branches voor monumenteneigenaren helder en controleerbaar wat ze precies leveren en hoe ze het uitvoeren. Inmiddels zijn normen ontwikkeld voor: dakbedekkingen van natuurstenen leien, smeedwerk, timmerwerk en stukadoorswerk. Momenteel wordt gewerkt aan een uitvoeringsrichtlijn voor voegwerk.

Binnen sommige branches verenigen bedrijven zich die nog een stap verder gaan. Met een erkenningsregeling tonen zij aan dat hun werk voldoet aan de kwaliteitseisen. Een belangrijk onderdeel in elke erkenningsregeling is het opleiden van uitvoerende vakmensen.

Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden om zelfregulering door marktpartijen vanuit de overheid te stimuleren is een juridisch onderzoek uitgevoerd. De ervaring leert namelijk dat niet alle monumenteneigenaren en uitvoerende partijen automatisch kiezen voor de uitvoeringskwaliteit die nodig is voor het behoud van de cultuurhistorische waarden.

Uit het onderzoek is gebleken dat de huidige wet- en regelgeving diverse mogelijkheden kent om zowel objectgerichte kwaliteitseisen (eisen van werken) te stellen, als subjectgerichte kwaliteitseisen (eisen aan uitvoerenden). Zo kunnen overheden in vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke Erfgoedverordening voorschriften opnemen (kwaliteitseisen) «in het belang van de monumentenzorg». Naast voorschriften kunnen in de Erfgoedverordening ook Algemene (nadere) regels worden opgenomen; deze kunnen ook van toepassing zijn wanneer een vergunning niet verplicht is, bijvoorbeeld bij onderhoud. Ook aan subsidies kunnen kwaliteitseisen worden verbonden.

Voor draagvlak en afstemming is het essentieel dat de binnen de sector ontwikkelde kwaliteitsnormen en erkenningsregelingen actief worden beheerd door een onafhankelijke organisatie. Een organisatie die garant staat voor de kwaliteit waarin de belanghebbenden in de monumentenveld breed zijn vertegenwoordigd en die op verzoek van de sector nieuwe normen helpt ontwikkelen. Samen met marktpartijen wordt momenteel onderzocht hoe dit vorm kan krijgen.

De monumentensector wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen en resultaten via gesprekken, lezingen, artikelen in het kwartaal tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en vaktijdschriften. En ook via de website: www.cultureelerfgoed.nl/restauratiekwaliteit.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma Restauratiekwaliteit, bedoeld om het vakmanschap in de monumentenzorg te verbeteren.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra