Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232144 nr. 18

32 144 Herziening Wet arbeid vreemdelingen

Nr. 18 MOTIE VAN DE LEDEN KOŞER KAYA EN HAMER

Voorgesteld 5 juli 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet heeft besloten in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 mei 2012 waarin is bepaald dat illegaal in Nederland verblijvende kinderen stage mogen lopen;

overwegende dat dankzij de beslissing van het kabinet om in hoger beroep te gaan onzekerheid ontstaat voor leerlingen die nu aan hun stage moeten beginnen en niet weten of zij deze kunnen afmaken;

overwegende dat deze onzekerheid het vinden van stages bemoeilijkt omdat het ook voor bedrijven niet duidelijk is of zij het risico lopen beboet te worden wanneer een uitspraak in hoger beroep in het voordeel van het kabinet valt;

verzoekt de regering, leerlingen die in de periode tussen de uitspraak van de rechtbank Den Haag en de uitspraak van het hoger beroep met een stage zijn begonnen, deze af te laten maken zonder dat er een boete wordt opgelegd, ook als deze stage doorloopt na de uitspraak van het hoger beroep,

en gaat over tot de orde van de dag.

Koşer Kaya

Hamer