Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232144 nr. 17

32 144 Herziening Wet arbeid vreemdelingen

Nr. 17 MOTIE VAN HET LID HAMER C.S.

Voorgesteld 5 juli 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een Kamermeerderheid in de motie-Van Hijum c.s. van 22 juni 2011 heeft uitgesproken dat illegale jongeren die een beroepsopleiding volgen, het recht hebben om die ook met een stage en daarmee met een reguliere kwalificatie volwaardig af te ronden;

constaterende dat de regering voornemens is om tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 juni, die heeft bepaald dat dit recht bestaat, in hoger beroep te gaan bij de Raad van State, onder meer omdat zij vreest dat die uitspraak verregaande, brede consequenties heeft voor de mogelijkheden om grenzen te stellen aan de omvang van het recht op onderwijs en het eisen van een tewerkstellingsvergunning voor stagiairs;

verzoekt de regering, het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 mei 2012 te beperken tot die elementen die volgens haar een principiële en wezenlijke doorkruising van het beleid zouden kunnen betekenen, maar zich neer te leggen bij het element van de uitspraak dat bepaalt dat illegale jongeren het recht hebben om in het kader van het volwaardig afronden van een beroepsopleiding stage te lopen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hamer

Koşer Kaya

Grashoff

Ulenbelt