Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 januari 2026
In het kader van het aanstaande wetgevingsoverleg over het wetsvoorstel Wet werkelijk
rendement box 3 op 19 januari, informeer ik u, mede namens de Minister van Economische
Zaken, over de voortgang van de uitwerking van de definitie voor startups en scale-ups.
In het huidige wetsvoorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3 is een regeling
opgenomen voor startende ondernemingen. Hierbij is bepaald dat voor aandelen of winstbewijzen
in deze ondernemingen onder voorwaarden niet de vermogensaanwasbelasting, maar de
vermogenswinstbelasting geldt. Hierdoor wordt de waardeontwikkeling van deze aandelen
of winstbewijzen pas bij realisatie belast of wanneer niet meer wordt voldaan aan
de voorwaarden.
De huidige definitie in het wetsvoorstel hanteert criteria zoals bestaansduur en een
maximum aan jaaromzet. Het kabinet heeft de nadrukkelijke ambitie om deze definitie
te verbeteren en te verfijnen, zodat deze beter aansluit bij de specifieke kenmerken
van startups en scale-ups. Uw Kamer is hier eerder over geïnformeerd in de Kamerbrief
van juni 2025.1
De zorgvuldige uitwerking van de nieuwe definitie voor startups en scale-ups heeft
meer tijd gekost dan oorspronkelijk verwacht. Om die reden is besloten de nieuwe definitie
niet langer via een nota van wijziging op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement
box 3 in te dienen. In plaats daarvan zal de definitie worden opgenomen in een afzonderlijk
wetsvoorstel, waarin deze wordt gekoppeld aan de nieuwe fiscale regeling voor medewerkersparticipaties
in startups en scale-ups. Bij deze regeling wordt dezelfde definitie gehanteerd.
Het afzonderlijke wetsvoorstel zal zo spoedig mogelijk en uiterlijk in maart worden
aangeboden voor internetconsultatie. Daarbij wordt gekoerst op de beoogde inwerkingtredingsdatum
voor de fiscale regeling voor medewerkersparticipaties van 1 januari 2027, waarna
de nieuwe definitie vanaf de inwerkingtredingsdatum per 1 januari 2028 ook in het
nieuwe box 3-stelsel zal worden gehanteerd.
De Staatssecretaris van Financiën,
E.H.J. Heijnen