Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032129 nr. 10

32 129
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

nr. 10
AMENDEMENT VAN HET LID REMKES

Ontvangen 28 oktober 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel XVI, onderdeel A, komt te luiden:

A. Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

Aan het tweede lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. ten gevolge van een evidente fout een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, behoudens voor zover deze fout erin bestaat dat de inspecteur ten onrechte een pleitbaar standpunt van de belastingplichtige heeft gevolgd.

Toelichting

Het kabinet heeft voorgesteld om de navorderingsbevoegdheid uit te breiden tot alle gevallen waarin het de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is dat ten gevolge van een fout de aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. Voorgesteld wordt om in plaats daarvan navordering voortaan tevens mogelijk te maken indien een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld ten gevolge van een evidente fout. Evenals in het voorstel van het kabinet worden onder een fout in elk geval begrepen schrijf-, reken-, overname- of intoetsfouten die zijn gemaakt in de aangifte of bij het vaststellen van de belastingaanslag, dan wel bij de beschikking om geen aanslag op te leggen, alsmede andere fouten als gevolg van de geautomatiseerde verwerking van de aangifte. Navordering is op grond van de voorgestelde bepaling alleen mogelijk indien de fout evident is. Ook in dit voorstel gaat het er niet om waarin de fout is gemaakt – in de aangifte of bij de verwerking van de aangifte tot een belastingaanslag – of dat de belastingplichtige begrijpt welke fout is gemaakt. Van een fout is echter geen sprake voor zover de belastingplichtige uitdrukkelijk een pleitbaar standpunt heeft ingenomen, dat de inspecteur heeft beoordeeld en gevolgd. Onder een pleitbaar standpunt moet worden verstaan een weliswaar onjuist, maar juridisch verdedigbaar standpunt over de toepassing van het recht of over de feiten dan wel de kwalificatie daarvan. Indien de inspecteur zich aanvankelijk met dit standpunt verenigt en de belastingaanslag dienovereenkomstig vaststelt, kan hij de onjuistheid van die aanslag op dit punt later niet door middel van navordering herstellen. Dit amendement beoogt de rechtszekerheid van belastingplichtigen te vergroten.

Aan dit amendement zijn geen budgettaire effecten verbonden.

Remkes