nr. 12H1
AMENDEMENT VAN HET LID TEN HOOPEN C.S. TER VERVANGING VAN
DAT GEDRUKT ONDER NR. 82
Ontvangen 29 oktober 2009
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd
I
In artikel 2 Een sterk innovatievermogen worden
het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 20 000 (x € 1 000).
II
In artikel 2 Een sterk innovatievermogen worden
het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 10 000 (x € 1 000).
III
In artikel 5 Internationaal economische betrekkingen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 10 000 (x € 1 000).
Toelichting
Met de IPC regeling (Innovatie Prestatie Contracten) worden groepen MKB-bedrijven
gestimuleerd om samen te innoveren. De minister van Economische Zaken heeft
het budget voor deze regeling in 2009 verhoogd naar € 35 miljoen
omdat er geen budget meer was. Voor 2010 heeft de minister van Economische
Zaken € 20 miljoen begroot voor de uitvoering van deze regeling.
Het aantal aanvragen voor deze regeling vanuit het MKB is onverminderd groot.
Naar verwachting is er in 2010 minimaal € 40 miljoen nodig. Het
begrote bedrag voor IPC (binnen artikel 2 onderdeel van operationele doelstelling
1) wordt daarom verhoogd met € 20 miljoen.
Dekking voor het benodigde budget wordt voor gevonden door binnen artikel
2 een sterk innovatievermogen, operationele doelstelling 2, het budget van
de innovatieprogramma’s met € 10 miljoen te verlagen. Deandere helft van de dekking van het benodigde budget wordt gevonden
door binnen artikel 5 internationaal economische betrekkingen, operationele
doelstelling 3, het budget van de subsidieregeling Togetthere met€ 10
miljoen te verlagen Beide subsidieregelingen kampen met structurele onderuitputting
van het besteedbare budget.
Ten Hoopen
Smeets
Ortega-Martijn
Van der Ham
BIJLAGE ACTAL ADVIES D.D. 10 DECEMBER 2009
Op 2 december 2009 heeft het bureau Wetgeving bovengenoemde amendementen
namens de indieners voor een spoedadvies aan ons gezonden.
Het amendement 32 123 XIII, nr. 9 beoogt om voldoende budget op de
begroting van het ministerie van EZ te reserveren voor de regeling VKB (Veiligheid
Kleine Bedrijven). Gezien het stijgende aantal aanvragen wordt verwacht dat
dit budget begin 2010 op is en tenm inste 10 miljoen extra budget nodig zal
zijn om alle aanvragen te honoreren. De dekking hiervoor wordt gevonden door
het budget van de subsidieregeling PRIMA met 10 m iljoen te verlagen.
Het amendement 32 123 XIII, nr. 12 beoogt om voldoende budget voor
de IPC-regeling (Innovatie Prestatie Contracten) te reserveren, omdat de verwachting
is dat het gereserveerde budget van E 20 mln. te laag is in vergelijking met
het huidige budget van 35 mln. Daarom wordt dit budget voor 2010 verhoogd
met 20 miljoen. De dekking hiervoor wordt gevonden in het verlagen van het
budget van zowel de subsidie van Innovatieprogramma’s als de subsidieregeling
Togetthere met 10 mln. elk. Dit vanwege de onderuitputting van deze budgetten.
Wij hebben de consequenties van de amendementen voor de administratieve
lasten getoetst.
Wij toetsen op vier hoofdpunten:
1. Zijn de te verwachten administratieve lasten gekwantificeerd en
is de berekening voldoende onderbouwd?
2. Is er voldoende aandacht besteed aan alternatieven, die mogelijk
minder administratieve lasten opleveren?
3. Is er binnen het doel van het amendement gekozen voor het minst
belastende alternatief?
4. Is er gekozen voor een uitvoering en toezicht met minimale administratieve
lasten?
In beeld brengen van de administratieve lasten
Het ministerie van Economische Zaken heeft inmiddels laten weten dat het
netto effect van de amendementen neerkomt op een tijdelijke daling van de
administratieve lasten voor bedrijven van 172 000. Volgens de definitie
en spelregels van de administratieve lastenoperatie klopt dit. Wij wijzen
er wel op, dat bij de berekening van administratieve lasten wordt uitgegaan
van de aanname dat budgetten geheel gebruikt worden. Maar bij onderuitputting
wordt een deel van het budget niet aangewend. Als dat geld alsnog gebruikt
wordt voor subsidieverstrekking, zullen de facto de administratieve lasten
stijgen.
Het ministerie van EZ wijst terecht op een indirect effect van het verlagen
van de subsidieregeling PRIMA in 2010. Dit levert een risico op voor het behalen
van de 25%-reductiedoelstellingen op het terrein van administratieve
lasten. Met de PRIMA-subsidie worden namelijk diverse ICT-projecten gefinancierd,
die van groot belang zijn voor verlaging van administratieve lasten, zowel
voor bedrijven als voor burgers.
Het is lastig in te schatten hoe groot dit risico is. Niet alleen is onduidelijk
voor welke ICTprojecten volgend jaar financiering aangevraagd zal worden,
maar ook hoeveel invloed die zullen hebben op AL-reductiedoelstelling. Een
volgende onzekerheid is de prioriteitstelling als het budget beperkt wordt
tot 10 mln. Mogelijk treft dit projecten die van belang zijn voor ALreductie
geselecteerd worden. Gelet op het grote belang van ICT-projecten voor het
behalen van de 25%-reductiedoelstelling voor administratieve lasten,
kan het amendement het verwezenlijken van deze doelstelling bemoeilijken.
En juist over de voortgang van deze ICTprojecten heeft Actal zijn zorgen uitgesproken
in ons advies bij de Voortgangsrapportage1.
Alternatieven en uitvoering
Een mogelijkheid om bovengenoemd risico voor het verwezenlijken van de
kabinetsdoelstelling ten aanzien van administratieve lasten te verminderen
is om de regering op te roepen de ICTprojecten ter verlaging van administratieve
lasten de hoogste prioriteit te geven bij de selectie van PRIMA-projecten
in 2010.
Eindoordeel
Wanneer wij een advies over voorgenomen regelgeving uitbrengen, geven
wij een eindoordeel waarin tot uitdrukking komt of het voorstel al dan niet
in gewijzigde vorm doorgang moet vinden.
Wij hanteren 4 categorieën:
1. Indienen («ja»).
2. Indienen, nadat met onze adviespunten rekening is gehouden («ja,
nadat»).
3. Niet indienen, tenzij met onze adviespunten rekening is gehouden
(«nee, tenzij»).
4. Niet indienen («nee»).
Bij een ingediend amendement beogen wij met ons advies met de conclusie «ja,
nadat», «nee, tenzij» en «nee» een aanpassing
van het amendement.
Ons eindoordeel over het amendement 32 123 XIII, nr. 9 luidt: ja,
nadat met het vorenstaande rekening is gehouden.
Ons eindoordeel over het amendement 32 123 XIII, nr. 12 luidt: ja,
indienen.
Hoogachtend,
Dr. S.R.A. van Eijck
Collegevoorzitter