Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032123-X nr. 115

32 123 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2010

Nr. 115 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 april 2010

Bij de behandeling van de defensiebegroting 2010 is een door de leden Voordewind en Eijsink ingediende motie aangenomen (32 123-X, nr. 78) om binnen de Maatschappelijke Innovatie Agenda (MIA) Veiligheid prioriteit te geven aan de ontwikkeling van een vliegende radar. Op 18 januari 2010 heb ik in een reactie op deze motie toegezegd dat Defensie zich binnen de MIA Veiligheid zal inzetten voor de financiering en ontwikkeling van deze vliegende radar. Tevens heb ik toegezegd de Kamer uiterlijk 1 april over de voortgang te zullen informeren. Hieronder ga ik nader in op de voortgang ter zake.

In december 2009 en januari 2010 is een Midterm Review van de MIA Veiligheid uitgevoerd. Deze heeft geleid tot een positief advies over de toekenning van de tweede tranche, die € 39 miljoen beloopt. Ondertussen is dit advies overgenomen door de Programmaraad van Nederland Ondernemend Innovatieland (NOI) en door de Commissie voor Economie, Kennis en Innovatie (CEKI), het ambtelijk voorportaal voor de desbetreffende onderraad, de Raad voor Economie, Kennis en Innovatie (REKI). Toekenning van de tweede tranche kan evenwel pas geschieden na besluitvorming in de Ministerraad.

Een tweede tender wordt uitgeschreven nadat toekenning van deze tweede tranche heeft plaatsgevonden. Ongeveer twee maanden na publicatie van deze tender zal duidelijk zijn aan welke projecten budget wordt toegekend en of het project over de vliegende radar hiertoe behoort. Op basis van het voorgaande kan thans nog niet concreet antwoord worden gegeven op de vraag of en in welke mate financiering van de ontwikkeling van een vliegende radar via de MIA Veiligheid zal plaatsvinden.

Naast de hierboven weergegeven onzekerheden is het op voorhand niet duidelijk of een voorstel voor de ontwikkeling van een vliegende radar zal worden geselecteerd uit de projecten die bij de tweede tender worden ingediend.

De uitvoeringsregeling van de MIA Veiligheid is immers gezamenlijk opgezet door de ministeries van Defensie, BZK, Justitie en EZ, waarbij BZK als projectleider optreedt.

Ik zeg toe u te zijner tijd nader te informeren

De staatssecretaris van Defensie

J. G. de Vries