Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juli 2010
Op grond van de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek worden alle belastinguitgaven periodiek geëvalueerd. Ook
diverse regelingen in verband met bedrijfsbeëindigingen1 zijn aangemerkt als belastinguitgaven. Het gaat om de stakingsaftrek, de doorschuiving stakingswinst en de doorschuiving
inkomen uit aanmerkelijk belang bij aandelenfusie in de inkomstenbelasting, de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet
1956 en de vrijstelling overdrachtsbelasting bij overdracht aan de volgende generatie.
Een overzicht van de regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging zoals deze gelden per 1 januari 2010 is opgenomen in de bijlage
bij deze brief.2
In de Miljoenennota 2010 is verwoord dat de evaluatie van deze regelingen nog uitgevoerd moet worden. In deze brief wordt
kort ingegaan op de achtergrond en het belang van deze regelingen en wordt beschreven waarom van een ex post-evaluatie op
doelmatigheid en effectiviteit van deze regelingen op dit moment wordt afgezien.
Het Kabinet hecht veel waarde aan de continuïteit van bedrijven. Dit hangt samen met het belang dat wordt toegekend aan ondernemerschap,
hetgeen immers van grote betekenis is voor de Nederlandse economie en de internationale concurrentiepositie van Nederland.
Een van de meest kritische fasen voor de continuïteit van veel bedrijven is de overdracht van het bedrijf en/of de opvolging
van de directeur/ondernemer. Indien de bedrijfsoverdracht niet goed verloopt, kan dat onder andere ten koste gaan van de werkgelegenheid
en leiden tot kapitaalvernietiging. Dit verlies van economisch kapitaal kan ook leiden tot vertraging van de economische groei.
Ook binnen de Europese Unie staan bedrijfsoverdrachten daarom al jaren op de beleidsagenda. In december 1994 heeft de Europese
Commissie een aanbeveling inzake overdracht van kleine en middelgrote ondernemingen gepubliceerd, waarin de lidstaten werden
verzocht bedrijfsoverdrachten te ondersteunen. Op fiscaal gebied werd aanbevolen door middel van een passend erf- en schenkingsrecht
bedrijven te helpen overleven en de overdracht van een bedrijf aan derden door middel van passende belastingvoorschriften
te vergemakkelijken.
Gelet op de beschreven belangen zijn er in de Nederlandse belastingwetgeving diverse voorzieningen opgenomen voor bedrijfsoverdrachten
in samenhang met de bedrijfsbeëindiging door de oorspronkelijke ondernemer. Voor de fiscale behandeling van bedrijfsoverdrachten
geldt in zijn algemeenheid dat de belastingheffing geen beletsel mag zijn voor economisch gewenste bedrijfsoverdrachten.
Bij evaluaties van belastinguitgaven dient inzicht te worden verkregen in de mate van doelbereik, doeltreffendheid en doelmatigheid
van de betrokken regelingen. De vraag naar doelbereik ziet op de mate waarin de beoogde effecten worden bereikt. Doeltreffendheid
heeft betrekking op de mate waarin de beoogde effecten dankzij het gevoerde beleid worden bereikt. Bij de doelmatigheid gaat
het over de mate waarin de gerealiseerde effecten tegen de laagst mogelijke kosten worden bereikt, waarbij ook de vraag relevant
is in hoeverre het gebruik van andere instrumenten deze verhouding zou kunnen verbeteren.
Om inzicht te verkrijgen in de mate van doelbereik, doeltreffendheid en doelmatigheid van de betrokken regelingen zal een
onderzoek op kwantitatieve wijze moeten plaatsvinden. Voor een dergelijk onderzoek is het noodzakelijk om het gebruik, het
voordeel en de kosten van de regelingen in kaart te brengen. Bij de Belastingdienst zijn gegevens over het gebruik voor de
diverse te onderzoeken (deel)regelingen niet centraal beschikbaar. Het is daarom niet goed mogelijk om op objectieve wijze
een evaluatie uit te voeren aan de hand van het thans beschikbare materiaal.
Voorts is met ingang van 2010 een aantal wijzigingen doorgevoerd in de aanmerkelijkbelangregeling in de inkomstenbelasting
en de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956.
Het ligt daarom meer voor de hand om een evaluatie over enige jaren uit te voeren als de huidige regelingen enige tijd van
kracht zijn en op basis van het dan beschikbare datamateriaal.
Omdat de benodigde gegevens om nu een onderzoek op kwantitatieve wijze uit te voeren niet beschikbaar zijn en niet meer betrekking
zouden hebben op de actuele wetgeving, is gekeken naar de relevante wetenschappelijke literatuur. Uit de wetenschappelijke
literatuur is niet goed af te leiden wat de effecten zijn van de regelingen in hun praktische toepassing en uitwerking. Voorts
lopen de meningen van de verschillende auteurs uiteen.
Dientengevolge kunnen geen eenduidige conclusies worden getrokken omtrent doelbereik, doeltreffendheid en doelmatigheid.
Het Kabinet heeft daarom het voornemen eerst over enkele jaren een evaluatie van de onderhavige regelingen te laten uitvoeren.
In de tussenliggende periode zal nader worden onderzocht welke vorm en modaliteiten de kwaliteit van een dergelijk onderzoek
kunnen borgen.
Mede namens de minister van Economische Zaken
De minister van Financiën,
J. C. de Jager