Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032123-I nr. 20

32 123 I
Vaststelling van de begrotingsstaat behorende bij de begroting van de Koning (I) voor het jaar 2010

nr. 20
BRIEF VAN DE MINISTER PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 november 2009

Heden heb ik antwoorden gegeven op vragen van de leden Pechtold (ingezonden 4 november 2009), Van Raak (ingezonden 2 november 2009) en Van Gent (ingezonden 28 oktober en 4 november 2009) (Aanhangsel der Handelingen II, vergaderjaar 2009–2010, resp. nrs. 707, 709, 708 en 710), over de vakantiewoning van Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje en Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden.

De Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft mij een brief gevraagd met een reactie op de berichten dat de bestuursvoorzitter van de Stichting Administratiekantoor Machangulo, de heer Fentener van Vlissingen, zelf participeert in het project. Hiervoor verwijs ik u naar de antwoorden op de vragen 14, 15 en 16 van de g.a. de heer Pechtold, vraag 2 van de g.a. Van Gent (ingezonden 28 oktober) en vraag 1 van de g.a. Van Raak.

Ik heb zelf ook de behoefte om aanvullend een aantal opmerkingen te maken, deels in herhaling op wat ik in het debat met uw Kamer over de begroting De Koning op 8 oktober jl. al heb opgemerkt.

In Mozambique komen voor Hunne Koninklijke Hoogheden de Prins van Oranje en Prinses Máxima der Nederlanden de liefde voor Afrika en de wens een eigen vakantiehuis te bouwen op een goede manier samen. Door middel van participatie in het Machangulo-project willen zij bijdragen aan de ontwikkeling van de lokale bevolking. Het één is voor hen altijd onlosmakelijk verbonden geweest met het ander. Zonder de bijdrage aan de verbetering van de omstandigheden van de lokale bevolking zou een huis op deze locatie voor hen niet acceptabel zijn. Tevens begrijpen zij de gevoeligheden die samenhangen met dit project vanwege de economische crisis die zich heeft geopenbaard ná hun beslissing deel te nemen in dit project. Zij beseffen hoe ongelukkig deze samenloop van omstandigheden is.

De Prins en de Prinses hebben geen percelen gekocht, in Mozambique blijft land het eigendom van de staat. Wel hebben zij de bouwrechten op vier percelen overgenomen van een voorganger die de bouwrechten niet afzonderlijk wilde verkopen. Zij gebruiken slechts het bouwrecht op één van die percelen. Deze rechten maken deel uit van een overkoepelende concessie die is afgegeven aan een daartoe opgerichte lokale organisatie. Het is aan iedere deelnemer om zelf een architect en een aannemer te selecteren en het huis te bouwen. Er is dus geen projectontwikkelaar die een masterplan uitwerkt en die de individuele huizen ontwerpt.

De opbrengsten van de verkoop van de bouwrechten worden geïnvesteerd in de gemeenschappelijke infrastructuur en in projecten die ten goede komen aan de lokale bevolking. De Mozambikaanse overheid beoogt met het afgeven van concessies voor toeristische ontwikkelingen de omstandigheden van de lokale bevolking wezenlijk te verbeteren. Voordat een concessie wordt afgegeven, moet zijn vastgesteld welke verbeteringen zullen worden gerealiseerd. Deze projecten hoeven niet klaar te zijn voordat de bouw van de villa’s en de hotels kan beginnen. Dit is nadrukkelijk een parallel proces.

In de bijlage1 bij deze brief vindt u de opvatting van de Mozambikaanse regering over dit project.

Met de overheid van Mozambique is afgesproken dat de projectorganisatie infrastructurele voorzieningen zal aanleggen, zoals waterputten, klaslokalen en klinieken en dat een aantal huizen wordt gebouwd voor de lokale autoriteiten. Inmiddels is er, zo heb ik begrepen, voor de bevolking al veel gerealiseerd en zal nog meer tot stand worden gebracht. Zo heeft de woordvoerder van Machangulo S.A. onlangs op vragen van de media een inventarisatie van de vorderingen opgesomd. Enkele daarvan zijn: er zijn 4 scholen gebouwd; één kliniek is september jl. in gebruik genomen, een oude kliniek wordt in de eerste helft van 2010 vervangen alsmede voorzien van een nieuwe inrichting; er zijn 3 waterputten gerealiseerd, 4 onder constructie en op korte termijn in bedrijf; er zijn ruim 200 banen gerealiseerd. De tweede kliniek en de waterputten betreffen een aanvulling boven op de in eerste instantie gemaakte afspraken.

Na afronding van het project zijn de investeringen, hoewel aan de vereisten is voldaan, niet afgelopen. Deze taken worden overgenomen door een lokale non-gouvernementele organisatie (NGO), die mede wordt gefinancierd met donaties van deelnemers aan het Machangulo-project. De organisatie zal zorgen voor zowel het onderhoud van bestaande infrastructuur als voor nieuwe projecten voor de lokale gemeenschap. Ook hieraan zullen de Prins en Prinses deelnemen.

Ik heb mij met de Prins gebogen over de mogelijkheid om in Mozambique een vakantiewoning te bouwen en als aandeelhouder te participeren in het grotere project. Onderzocht zijn de mogelijke corruptie, de beveiligingsmaatregelen, de toegang tot medische voorzieningen, de milieuregelgeving en de overige (veiligheids-)risico’s. Op grond van de risico’s die naar voren kwamen, zijn maatregelen genomen. Zo is er de Stichting Administratiekantoor Machangulo opgericht, bedoeld om afstand te creëren tussen de Prins van Oranje en de ontwikkeling van het project op het schiereiland Machangulo. Het gaat alleen om het aandelenbelang van de Prins in Machangulo S.A., niet om het vakantiehuis zelf. Dit aandelenbelang is ondergebracht in de stichting. Bovendien is een heldere juridische structuur rond het project aangebracht. De oorspronkelijke ontwikkelingsmaatschappij heeft inmiddels een structuur gekregen die te vergelijken is met een Nederlandse Vereniging van Eigenaren: Machangulo S.A.

Hierdoor bestonden en bestaan er, zo heb ik in het debat van 8 oktober jl. gemeld, geen belemmeringen voor de Prins en de Prinses om deel te nemen in dit project. Dit in de context dat het nemen van ministeriële verantwoordelijkheid ook betekent het bieden van ruimte voor het privé-leven van leden van het Koninklijk Huis.

De afgelopen tijd hebben verschillende verhalen de ronde gedaan over dit project. Ik hecht er aan om op de belangrijkste daarvan kort in te gaan.

Zo zou er sprake zijn geweest van corruptie. Op 29 augustus 2008 heb ik op vragen van de Tweede Kamer geantwoord dat de door de concessiehouder aan te leggen infrastructurele voorzieningen alsmede de bouw van een aantal huizen voor lokale autoriteiten en professionals om de klinieken en scholen te bemensen onderdeel vormden van een overeenkomst tussen de concessiehouder en de centrale Mozambikaanse overheid voor de ontwikkeling van het gebied. Er kan dus niet worden gesproken van een poging tot omkoping. Dit was onderdeel van een transparant proces.

Ook zou er sprake zijn van een schietincident. Naar aanleiding van de berichtgeving heeft de Nederlandse ambassadeur in Mozambique van de bevoegde Mozambikaanse autoriteiten vernomen dat er zich geen schietincidenten, gerelateerd aan dit project, hebben voorgedaan waar het leger of de politie bij betrokken is geweest.

Voorts zij verwezen naar de antwoorden op schriftelijke vragen van uw Kamer.

De beslissing van de Prins en de Prinses een vakantiewoning te bouwen is een privé-beslissing. Zoals gezegd betekent het nemen van ministeriële verantwoordelijkheid ook het bieden van ruimte voor beslissingen op dit vlak. Het eigen afwegingskader dient hierbij zoveel mogelijk te worden gerespecteerd. In dit licht dient niet te worden vergeten dat de Prins tijdens het staatsbezoek aan Mexico in een gesprek met de pers heeft gezegd dat zijn werk in en voor Nederland boven alles gaat.

De minister-president, De minister van Algemene Zaken,

J. P. Balkenende


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.