nr. 40
BRIEF VAN DE MINISTER PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 november 2009
Graag ga ik mede namens de beide vice-premiers in op de vraag van het
lid Pechtold naar de stand van de voorbereiding van de brede heroverwegingen,
de terreinen die hierin zijn betrokken en de wijze waarop wij invullling geven
aan de regie over de brede heroverwegingen.
De uitvoering van de brede heroverwegingen
De 19 werkgroepen die de brede heroverwegingen uitvoeren zijn eind september
officieel van start gegaan. De komende maanden zijn de werkgroepen1 aan de slag op basis van de taakopdrachten die het kabinet
hen heeft meegegeven.2
Fundamentele keuzes moeten fundamenteel voorbereid worden. Van de ruim
200 miljard euro aan uitgaven in de collectieve sector wordt 160 miljard euro
onderworpen aan heroverweging. De heroverweging heeft een ambitieus tijdpad,
en alles moet op alles worden gezet om op tijd klaar te zijn.
Gestart is met het analyseren van diverse beleidthema’s en inventariseren
van ideeën. Vervolgens zullen de werkgroepen werken aan concrete beleidsalternatieven
op hoofdlijnen voor de toekomst. Dat moet leiden tot een ruim aanbod van besparingsmogelijkheden
zodat de politiek later kan kiezen.
De bronnen die de werkgroepen kunnen benutten bij de ontwikkeling van
beleidsvarianten zijn divers. Gedacht kan worden aan wetenschappelijke literatuur,
buitenlandse ervaringen, denktanks, beleidsmakers en het publieke en politieke
debat. Zo zijn de tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen door uw Kamer
aangedragen suggesties – zoals toegezegd – meegegeven aan de werkgroepen.
Hetzelfde geldt voor de ideeën die voortvloeien uit de ingediende
tegenbegrotingen. Benadrukt zij dat– zoals in de ministerraad is afgesproken –
de werkgroepen opereren zonder politieke last. Wel kunnen bewindspersonen
de werkgroepen die actief zijn op hun beleidsveld verplichten over bepaalde
varianten te rapporteren, maar mogen varianten vanuit de werkgroepen niet
blokkeren. De minister-president en de beide vice-premiers kunnen ook varianten
aandragen waarover verplicht moet worden gerapporteerd.
De werkgroepen zullen in het begin van het tweede kwartaal van 2010 hun
werkzaamheden afronden, nadat de minister-president en de beide vice-premiers
hebben vastgesteld dat de werkgroepen aan de taakopdrachten hebben voldaan.
De terreinen die in de brede heroverwegingen zijn betrokken
Het kabinet heeft tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen en de Algemene
Financiële Beschouwing met de Kamer van gedachten gewisseld over de brede
heroverwegingen. De ideeën die toen naar voren zijn gekomen, konden aan
de werkgroepen worden meegegeven.
Het kabinet heeft budgettair belangrijke thema’s geselecteerd die
het gehele palet aan terreinen bestrijken waarop de overheid beleid voert.1
Uitgangspunt bij de selectie van thema’s was dat het totale palet
aan heroverwegingen zo breed en zo omvangrijk mogelijk is, zodat voldoende
afwegingsmogelijkheden beschikbaar komen. Uit de taakopdrachten blijkt welke
regelingen onder de thema’s vallen.
Het kabinet beoogt bij de brede heroverwegingsoperatie niet om onderdelen
bij voorbaat uit te zonderen van besparingen. Zoals ook uit de taakopdrachten
blijkt, is geen sprake van een uitputtende lijst van regelingen. De mogelijkheid
is nadrukkelijk aanwezig om regelingen in de heroverwegingen te betrekken
die niet in de taakopdracht zijn genoemd.
Hoewel sprake is van een brede selectie, is de lijst van thema’s
niet uitputtend. Zo liggen thema’s met een kleiner budgettair beslag
minder voor de hand, omdat het ook qua ambtelijke capaciteit niet doenlijk
is alles in het komende half jaar te heroverwegen. Het is belangrijk de aandacht
te richten op thema’s waarvan duidelijk is dat besparingen alleen maar
kunnen worden gerealiseerd door het beleid anders vorm te geven. Afgezien
van de onmogelijkheid om alles te onderzoeken en te heroverwegen, is het dus
ook niet altijd nodig om eerst een heroverweging te doen alvorens tot besparingen
te komen. Dit betekent dat in de finale besluitvorming ook besparingen kunnen
en zullen worden gevonden buiten de onderwerpen die in de heroverweging aan
de orde komen. Onderwerpen die niet aan de orde komen in de taakopdrachten
van de brede heroverwegingen zijn met andere woorden niet gevrijwaard van
ombuigingen.
De regie over de uitvoering van de heroverwegingen
In het voorgaande kwam de regierol van de minister-president en de beide
vicepremiers reeds naar voren. Namens het kabinet zijn de minister-president
en de beide vice-ministerpresidenten verantwoordelijk voor de brede heroverwegingen.
Zij zorgen er voor dat de werkgroepen opereren binnen de uitgezette lijnen
en dat aan de taakopdracht zal zijn voldaan.
Dit kabinet zal de resultaten van deze exercitie waar mogelijk betrekken
bij de voorbereiding van de begrotingen voor 2011. Voor het debat over de
Voorjaarsnota 2010 zal het kabinet daarbij aangeven welke afwegingen het mede
op basis van de brede heroverwegingen heeft gemaakt en welke uitgangpunten
en overwegingen daarbij een rol hebben gespeeld.
De taak van de werkgroepen is om de politieke besluitvorming zo goed mogelijk
voor te bereiden. Het nemen van beslissingen en daarmee het primaat is en
blijft aan de politiek. De minister-president en de beide vice-premiers hebben
daarbij de regie.
Mede namens,
vice minister-president,
W. J. Bos
en vice minister-president,
A. Rouvoet
De minister-president,minister van Algemene Zaken,
J. P. Balkenende