32 043 Toekomst pensioenstelsel

AX VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 7 december 2021

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 hebben op 2 november 2021 besloten nog enkele nadere vragen te stellen in reactie op de brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 15 oktober 2021 met antwoorden op nadere vragen naar aanleiding van het mondeling overleg over de toekomst van het pensioenstelsel.2

Naar aanleiding hiervan is op 8 november 2021 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Staatssecretaris heeft op 7 december 2021 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Den Haag, 8 november 2021

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben kennisgenomen van uw brief d.d. 15 oktober 2021 met antwoorden op nadere vragen naar aanleiding van het mondeling overleg over de toekomst van het pensioenstelsel.3 De leden van de 50PLUS-fractie wensen nog de volgende twee vragen aan u voor te leggen.

  • 1. Nederland is het enige land in West-Europa waar nu de centrale bank toezicht uitoefent op de pensioenfondsen. Overal elders is toezicht op banken gescheiden van toezicht op pensioenfondsen, en daardoor kunnen bij pensioenfondsen andere (ruimere) regels gelden voor beroep tegen beslissingen en voor publicatie van financiële data dan bij banken. Bent u van mening dat DNB er voldoende in is geslaagd om een cultuur te ontwikkelen voor het toezicht op de pensioenfondsen of ziet u de voordelen in alle andere landen van een gescheiden toezicht met daardoor twee verschillende culturen van toezicht?

  • 2. Figuur 5.3 in het advies van de Commissie Parameters4 toont aan dat er een gerede kans bestaat dat aandelen over een periode van 30, 40, 50 of 60 jaar volkomen waardeloos worden. U heeft de kritiek van dhr. Eduard Bomhoff bruusk terzijde gelegd met als argument dat de commissie zorgvuldig de literatuur had bestudeerd. Zou u de Commissie Parameters dan kunnen vragen om een voorbeeld te noemen van een land waar zo’n gitzwart scenario is uitgekomen? Dhr. Bomhoff heeft gesteld dat de beurs alleen alle waarde verliest na een revolutie, zoals in Rusland in 1917 en in Iran in 1979 en dat afgezien van een revolutie een groeiende economie niet denkbaar is zonder winstgevende bedrijven. Als de commissie geen ander voorbeeld kan noemen dan na een revolutie, bent u het dan met mij eens dat deze scenario’s onzinnig zijn – na een revolutie zullen wij meer urgente zorgen hebben dan de dekkingsgraad van de pensioenfondsen.

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

Voorzitter van de vaste commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L. Vos

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 december 2021

Hierbij zend ik u de antwoorden op nadere Kamervragen van de leden van de fractie van 50Plus naar aanleiding van het verslag van het schriftelijk overleg 32 043, AV (Toekomst pensioenstelsel).

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.D. Wiersma

167020.20U

Vragen van de leden van de fractie van 50Plus over de toekomst van het pensioenstelsel (32 043) d.d. 8 november 2021.

Vraag 1.

Nederland is het enige land in West-Europa waar nu de centrale bank toezicht uitoefent op de pensioenfondsen. Overal elders is toezicht op banken gescheiden van toezicht op pensioenfondsen, en daardoor kunnen bij pensioenfondsen andere (ruimere) regels gelden voor beroep tegen beslissingen en voor publicatie van financiële data dan bij banken. Bent u van mening dat DNB er voldoende in is geslaagd om een cultuur te ontwikkelen voor het toezicht op de pensioenfondsen of ziet u de voordelen in alle andere landen van een gescheiden toezicht met daardoor twee verschillende culturen van toezicht?

Antwoord 1.

DNB houdt toezicht op de wettelijke kaders die gelden voor onder toezicht staande instellingen. Voor pensioenfondsen is dit de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Het onderbrengen van het pensioentoezicht elders dan bij DNB heeft geen invloed op de wettelijke eisen waaraan fondsen moeten voldoen.

Er zijn in het verleden (2004) goede redenen geweest voor de fusie tussen de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK) en De Nederlandsche Bank (DNB). De fusie heeft geleid tot het vergroten van de effectiviteit en efficiëntie van het prudentiële toezicht en het verstevigen van de greep op financiële stabiliteit. Dit blijkt uit de evaluatie van de fusie in 2007.5 Ik heb geen aanleiding om te veronderstellen dat de uitkomst van een dergelijke evaluatie nu anders zou zijn.

Vraag 2.

Figuur 5.3 in het advies van de Commissie Parameters6 toont aan dat er een gerede kans bestaat dat aandelen over een periode van 30, 40, 50 of 60 jaar volkomen waardeloos worden. U heeft de kritiek van dhr. Eduard Bomhoff bruusk terzijde gelegd met als argument dat de commissie zorgvuldig de literatuur had bestudeerd. Zou u de Commissie Parameters dan kunnen vragen om een voorbeeld te noemen van een land waar zo’n gitzwart scenario is uitgekomen? Dhr. Bomhoff heeft gesteld dat de beurs alleen alle waarde verliest na een revolutie, zoals in Rusland in 1917 en in Iran in 1979 en dat afgezien van een revolutie een groeiende economie niet denkbaar is zonder winstgevende bedrijven. Als de commissie geen ander voorbeeld kan noemen dan na een revolutie, bent u het dan met mij eens dat deze scenario’s onzinnig zijn – na een revolutie zullen wij meer urgente zorgen hebben dan de dekkingsgraad van de pensioenfondsen.

Antwoord 2.

Deze vraag berust op een verkeerde interpretatie van figuur 5.3, zoals opgenomen in het advies van de Commissie Parameters. Op basis van die verkeerde interpretatie wordt er in de vraag vanuit gegaan dat er 5% kans zou zijn dat het gemiddelde rendement over een periode van 60 jaar -20% is. Dat zou overeenkomen met een totaal rendement van 60 x -20% = -1200% over die periode en dan zijn aandelen inderdaad volkomen waardeloos. Dat is echter niet wat figuur 5.3 aangeeft. Deze figuur geeft weer dat de kans dat het rendement in enig jaar in de toekomst -20% is, 5% bedraagt. De kans dat het rendement in twee opeenvolgende jaren -20% is, is dus slechts (ongeveer) 5% x 5%= 0,25%. De kans dat dit scenario zich driemaal achtereen voordoet is verwaarloosbaar, laat staan de kans dat het 60 jaar op rij gebeurt.


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP), Essers (CDA), Ester (CU), Vos (PvdA) (voorzitter), Van Strien (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Schalk (SGP), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD) (ondervoorzitter), A.J.M. van Kesteren (PVV), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Crone (PvdA), Frentrop (FVD), Geerdink (VVD), Van Gurp (GL), Moonen (D66), Rosenmöller (GL), Vendrik (GL), De Vries (Fractie-Otten), Van der Burg (VVD), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Prast (PvdD) en Soeharno (CDA).

X Noot
2

Kamerstukken I 2021/2022, 32 043, AV

X Noot
3

Kamerstukken I 2021/2022, 32 043, AV

X Noot
4

Kamerstukken I 2018/2019, 32 043, Q, bijlage, p.46.

X Noot
5

Kamerstukken II 2006/07, 29 411, nr. 22.

X Noot
6

Kamerstukken I 2018/19, 32 043, Q, bijlage, p.46.

Naar boven