Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 februari 2026
In het Commissiedebat Pensioenonderwerpen op 29 januari 2026 is de PVV-fractie toegezegd
scenario’s te schetsen van de omvang van het AIO-recht in relatie tot de AOW. De AIO
staat voor Aanvullende Inkomensvoorziening voor Ouderen en wordt net als de AOW door
de SVB uitgevoerd. De AIO is geen aparte regeling, maar onderdeel van de Participatiewet
en werkt hetzelfde als de gemeentelijke algemene bijstand voor mensen jonger dan de
AOW-gerechtigde leeftijd. Het is een vangnet om te voorkomen dat ouderen met een onvolledige
AOW-opbouw onder het sociaal minimum terecht komen.
De AOW is een volksverzekering. In de 50 jaar voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd
bouwt men 2% AOW op voor ieder jaar dat men in Nederland ingezetene van Nederland
is geweest en/of in loondienst heeft gewerkt. Dit resulteert in 100% opbouw. De opbouwperiode
begint bij de aanvangsleeftijd die altijd exact 50 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd
ligt. Voor het recht op AIO speelt de AOW-opbouw mee en er wordt voor de hoogte van
de uitkering rekening gehouden met zowel het vermogen als het inkomen. Ook wordt in
de AIO de kostendelersnorm toegepast.
Wat betreft het vermogen geldt dat mensen met een vermogen boven de vermogensnorm
geacht worden in ieder geval voor een periode zelf in de kosten van levensonderhoud
te kunnen voorzien. Zij kunnen dan geen aanspraak maken op de AIO. Op dit moment is
die vermogensnorm € 8.000 voor alleenstaanden en € 16.000 voor gehuwden en ongehuwd
samenwonenden.
Voor het inkomen geldt dat ouderen met een netto-inkomen dat onder de bijstandsnorm
voor gepensioneerden ligt, een aanvulling kunnen krijgen die hun inkomen aanvult tot
aan die bijstandsnorm. Op dit moment is dat € 1.486 per maand voor alleenstaanden
en € 2.037 voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden (exclusief vakantiegeld). Een deel
van het in aanmerking te nemen inkomen bestaat veelal uit een gedeeltelijke AOW-uitkering,
maar er wordt ook rekening gehouden met andere inkomsten als een aanvullend pensioen.
Een belangrijk verschil tussen AIO en AOW is dat deze laatste niet afhankelijk is
van ander inkomen of vermogen. Daarnaast is de maximale AOW iets hoger. Momenteel
is dat netto € 1.558 voor alleenstaanden en € 2.135 voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden
(exclusief vakantiegeld).
In figuur 1 is schematisch en bij benadering weergegeven hoe het inkomen van een alleenstaande
gepensioneerde is opgebouwd bij een AOW-opbouw van 0% (geen opbouw), 40% (20 jaar),
80% (40 jaar) en 100% (50 jaar) en daarnaast een aanvullend pensioen van € 0, € 400
en € 800 per maand (waarvan € 27 wordt vrijgelaten in de inkomenstoets). In deze figuur
geeft het rode gedeelte de AIO-aanvulling weer en staat het bedrag voor de hoogte
van de AIO-uitkering. De figuur laat zien dat het AIO-bedrag kleiner wordt naarmate
de AOW en het aanvullende pensioen hoger zijn. Als dat inkomen boven de AIO-norm uitkomt,
raakt de betrokken het recht op AIO kwijt.
Figuur 1: opbouw inkomen gepensioneerde AOW, AIO en aanvullend pensioen

Voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden telt bij de inkomenstoets het verzamelinkomen.
Voor toelichting daarop en voor meer exacte berekeningen van het recht op AIO verwijs
ik naar de AIO-check op de website van de SVB. Ik hoop u op deze wijze voldoende te
hebben geïnformeerd.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M.L.J. Paul